Posts tonen met het label thriller. Alle posts tonen
Posts tonen met het label thriller. Alle posts tonen

zondag 1 juni 2025

Het moeizame bestaan van een roddeljournalist


Van het een
komt het ander. Ik vertelde jullie eerder over de spannende boeken van Elly Griffiths en haar hoofdpersoon, archeologe Ruth Galloway. Ik heb ondertussen de hele serie gelezen en nog wat andere boeken van Griffiths – waaronder een paar met speurder Harbinder Kaur, die van mij best een vervolg mag krijgen – en ik zag nu een verhalenbundel van haar.

In 'The Man In Black' – ik geloof niet dat er al een Nederlandse vertaling is – komen de bekende hoofdpersonen uit de eerdere boeken van Griffiths voorbij en ook een aantal nieuwe. Dat is leuk, want herkenbaar, maar de verhalen zelf blijken niet heel spannend. Het bloed druipt toch al niet tussen de pagina's van haar thrillers uit, maar deze bundel is wel heel mild.

Een verhaal gaat over vermiste katten, een ander over het kopen en optuigen van een kerstboom. In de meeste gevallen is er nauwelijks sprake van misdaden of geweld. Dat wil niet zeggen dat het saaie verhalen zijn, eerder aardige aanzetjes voor een langer mysterie. Misschien zijn het uitprobeersels ? Vingeroefeningen ? Of misschien schreef ze ze op verzoek voor een krant of tijdschrift.

Een uitzondering vormt een 19e eeuws spookverhaal, dat de trouwe lezers zouden kunnen kennen uit haar boek 'The Stranger Diaries'. Daarin worden fragmenten van dat verhaal door het moordmysterie geweven, hier wordt het hele verhaal gepresenteerd alsof het door een 19e eeuwse auteur, R.M. Holland, geschreven is. Het duurde even voor ik doorhad hoe het in elkaar zat. Die Holland is door Griffiths verzonnen, net als zijn spookverhaal.

In een ander verhaal krijgt Ruth Galloway een boek cadeau, een thriller van een Schotse auteur, Val McDermid. Die bestaat wel degelijk, zo blijkt als ik de naam Google. McDermid schreef een reeks spannende boeken over klinisch psycholoog dr. Tony Hill, waar een TV-serie over gemaakt is 'Wire In The Blood'. Die serie, uitgezonden tussen 2002 en 2008, heb ik gezien.

De hoofdrolspeler, Robson Green, zouden de liefhebbers van misdaadseries kunnen kennen als inspecteur Geordie Keating, uit de serie 'Grantchester'. Hij heeft trouwens ook een paar hits gehad als zanger en helft van het duo Robson & Jerome. (En hij heeft TV-programma's gemaakt over sportvissen, die ik niet aan zou raden.)

Omdat ik 'Wire In The Blood' al kende – en die reeks nou net wel uitblinkt door bloederige scenes – leek het me leuker om iets anders van Val McDermid te lezen. Zo kwam ik uit bij haar boek '1979', dat inderdaad speelt in dat jaar. Het gaat over beginnend journaliste Allie Burns die haar eerste baantje, als verslaggever, heeft gekregen bij The Clarion, een sensatieblad uit het Schotse Glasgow.

McDermid werkte zelf in haar jonge jaren – ze is geboren in 1955 – als journaliste en weet dus uit eigen ervaring hoe het er bij een krant aan toegaat. Haar hoofdpersoon heeft aanvankelijk enige moeite om haar positie te bevechten op de, door mannen overheerste, redactie van de krant. Ze krijgt typische vrouwenonderwerpen toegeschoven, of mag artikelen van anderen herschrijven omdat ze zo'n vlotte pen heeft. Haar naam verschijnt dan niet onder zo'n verhaal.

Burns krijgt haar eerste doorbraak als ze, dankzij een mannelijke collega, op het spoor komt van een adviesbureau dat rijke klanten helpt om de belasting te ontduiken. Met dezelfde collega ontmaskert ze later een groepje samenzweerders, dat bomaanslagen wil plegen met hulp van de IRA.

Het loopt uiteindelijk niet voor iedereen even goed af. Ik zal niet teveel verklappen maar één van de complicaties is het gegeven dat de collega-journalist homoseksueel is. Dat was in 1979 nog verboden in Schotland en lang daarna bleef het een taboe. Homo's moesten hun geaardheid strikt geheim houden want het kon ze hun baan en zelfs hun vrijheid kosten als het bekend werd.

In het tweede boek, '1989' dat dus 10 jaar later speelt, neemt Allie Burns ontslag, omdat haar krant een groot artikel gaat publiceren waarin onthuld wordt dat een Britse acteur homo is. Homoseksualiteit is inmiddels niet meer strafbaar, maar de homohaat is nog nauwelijks verminderd.

Burns leeft zelf ondertussen samen met een vrouwelijke collega en heeft toenemende moeite met de berichten in de pers. Een verhaal van haar, over het trieste lot van AIDS-patienten in Schotland, wordt door de redactie van de krant getorpedeerd. 

Het zijn thema's die toen actueel waren – wat herkenbaar is voor de wat oudere lezer – maar die nu, in iets andere vorm, nog steeds de kop op steken. McDermid trekt zich de discriminatie van de homobeweging persoonlijk aan en dat klinkt door in deze boeken. En terecht. Ze presenteert zich, ook buiten haar boeken, als activiste voor gelijke rechten voor homo's en vrouwen in het algemeen. Ze sponsort een vrouwenvoetbalteam de 'McDermid Ladies'.

Ze publiceerde haar eerste thriller in 1987 en schreef er inmiddels tientallen. Voor de serie over Allie Burns heeft ze aangekondigd nog minstens 3 boeken te willen schrijven die spelen in 1999, 2009 en 2019. Er staat ons dus nog wat te wachten.

De boeken van Elly Griffiths en Val McDermid zijn, deels, ook in Nederlandse vertaling te koop en grotendeels ook als e-boek.

Val McDermid sluit haar boeken '1979' en '1989' af met een rij liedjes die, in dat jaar, in de Schotse hitparade stonden. Een leuk toetje voor de muziekliefhebbers. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 en deel 7 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 8 september 2024

Geslaagde en minder geslaagde TV-series


Als liefhebber
van detectiveromans en -series heb je het niet altijd gemakkelijk. Vooral niet als een boekenserie, waar je een aantal delen van gelezen hebt, verfilmd wordt. Dat kan nogal wat invloed hebben op het leesgenot.

Ik weet niet hoe het bij jullie is, beste lezers, maar ik vorm me altijd een beeld van wat ik in zo'n boek lees. Het is geen haarscherpe film die zich, al lezende, in mijn hoofd afspeelt, maar toch zo gedetailleerd dat een verfilming, of verwerking tot TV-serie, mijn beeld lelijk kan verstoren.

Niet dat het altijd fout gaat, sommige verfilmingen zijn best geslaagd. Bijvoorbeeld de Maigret-serie met Bruno Cremer in de hoofdrol. Die past prima als ik een boek van Simenon lees. Of, wat recenter, de serie 'Case Histories', over detective Jackson Brodie, naar de boeken van Kate Atkinson. Geen probleem met hoofdrolspeler Jason Isaacs.

Andere detectiveromans en -reeksen zijn zo vaak verfilmd dat er zich, bij lezing van de originele boeken, een soort van gemiddelde aandient. De Miss Marple verhalen van Agatha Christie, bijvoorbeeld. De afgelopen jaren heb ik zeker drie verschillende TV-Marples voorbij zien komen, maar samen geven ze geen grote problemen als ik weer eens zo'n boek lees.

Sommige seriemakers geven zo'n eigen draai aan een boekenreeks, dat er van conflicten, in het hoofd van de lezer, geen sprake meer kan zijn. Op de Belgische TV zijn, af en toe, afleveringen te zien van een Franse serie, 'Les petits meurtres d'Agatha Christie', die ook gebaseerd is op de boeken van de beroemde Britse schrijfster.

De makers hebben echter de handeling verplaatst, naar het Frankrijk van de jaren '50. Ze nemen geen enkele hoofdpersoon uit de originele boeken over, maar laten de mysteries oplossen door een jonge journaliste en een knorrige politiecommissaris. Gek genoeg is het best een leuke serie.

Maar helaas zijn er ook een paar miskleunen. Ik las bijvoorbeeld een paar boeken van Frank Tallis, die later verwerkt werden tot de TV-serie 'Vienna Blood'. De verhalen spelen in Wenen, rond 1900, met als hoofdpersonen de jonge arts Max Liebermann – die een navolger is van Sigmund Freud – en inspecteur Oskar Reinhardt.

Samen lossen ze misdaden op tegen de achtergrond van Weense koffiehuizen en salons, bevolkt door elegante heren en dames uit de hogere kringen. In de boeken eten ze het ene na het andere heerlijke gebakje en zingen ze, in hun vrije uren, liederen van Schubert. Van die vrolijke noten blijft in de TV-serie niets over.

Liebermann wordt neergezet als zo'n geremd persoon, dat hij bijna autistisch lijkt. Terwijl van Reinhardt een norse sombermans gemaakt is, die diep gebukt gaat onder de scheiding van zijn vrouw. Ik heb niet alle boeken van Tallis gelezen, die zelf klinisch psycholoog is en dus wel weet waarover hij schrijft, maar vraag me af of ik het beeld van die twee acteurs uit mijn hoofd zal kunnen houden, bij lezing van een volgend deel. Hun foto's staan ook al op de omslagen van de boeken, zag ik.

Nog zo'n sof is de nieuwe serie die gemaakt is naar de boeken van Ian Rankin. Ik ben net begonnen aan deel 21, van de reeks die hij schreef, over inspecteur John Rebus. Het is een van mijn favoriete reeksen, hoewel er al verschillende verfilmingen van gemaakt zijn. Van de eerste serie, met acteur John Hannah in de hoofdrol, heb ik gelukkig nooit iets gezien.

De tweede reeks met Ken Stott staat me evenwel helder voor de geest. Stott speelt daarin een stevige veertiger, met een karakterkop, die prima past bij het beeld van de lichtelijk getroebleerde John Rebus, die worstelt met zijn verleden, zijn echtscheiding en zijn drankgebruik. Hij gaat gekleed in slechtzittende pakken, rookt teveel en valt regelmatig in slaap in zijn stoel, in plaats van zijn bed. Precies als in de romans.

Maar nu is er een nieuwe serie gemaakt en de nieuwe Rebus, die gespeeld wordt door Richard Rankin (geen familie van de schrijver), is een jonge vent met een modieus stoppelbaardje en een leren jasje. Bij het zien van de leader, op TV, het introductiefilmpje waarmee zo'n nieuwe serie wordt aangekondigd, had ik al zo mijn twijfels. Maar bij het bekijken van de eerste aflevering werd het me al snel duidelijk: Niet bekijken, deze serie ! Er deugt niets van !

De handeling is een jaar of 40 verplaatst, naar het Edinburgh van nu. Men heeft een aantal figuren uit de boekenreeks, die dus al meer dan 20 romans telt, bij elkaar geveegd en er, vrijwel zonder uitzondering, verkeerde acteurs bij gezocht.

Om één voorbeeld te noemen, afgezien van de hoofdrolspeler: Zijn grote tegenstrever is gangster Morris Gerald Cafferty. In de boeken heeft die de bijnaam 'Big Ger', want het is een reus van een vent. De acteur die hem nu uitbeeldt zet een prima schurk neer, maar is een mager kereltje van gemiddelde lengte. Dat Rebus hem, in één van de eerste scenes, probeert te wurgen is in de serie al moeilijk te begrijpen, maar was in de boeken volslagen ondenkbaar.

Je vraagt je af hoe Ian Rankin met deze serie akkoord heeft kunnen gaan. Ik las bij Wikipedia dat hij na het maken van de eerdere series, de filmrechten teruggekocht heeft, omdat hij niet tevreden was over het resultaat. Is hij nu gezwicht voor een lucratief aanbod ? Ik kan me niet voorstellen dat hij zo in geldnood zou zitten, zijn boeken zijn zonder uitzondering bestsellers. Maar Rankin nadert de pensioenleeftijd, misschien wil hij in één keer zijn oude dag veiligstellen ?

Hoe dan ook: Deze serie kun je beter links laten liggen. Tenzij je bij het lezen altijd al dacht dat Rebus een jonge kerel met een stoppelbaardje was. In de boeken wordt hij trouwens langzaam ouder. In boek 21 is hij gepensioneerd en opa. Ik vraag me af hoe de seriemakers daar mee om zullen gaan.

Wie zoekt, naar foto's van Ken Stott, krijgt een heleboel plaatjes te zien uit de verfilming van The Hobbit. Stott speelde daarin de dwerg Balin.

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 en deel 11 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 30 juni 2024

Een heleboel boeken


Ja, ondertussen,
terwijl ons land de adem inhoudt, in afwachting van de eerste en hopelijk laatste regering, met een ultrarechts stempel en ik als een moderne Don Quichot streed tegen de windmolens, eh... nee, de hekken in het park en de lente gewoon doorging, alsof er niets aan de hand was. Ondertussen, dus, las ik ook nog een heleboel boeken.

Jullie weten dat ik van afwisseling hou, daarom las ik de eerste 7 delen, uit de reeks detectiveromans, die Marin Walker schreef over zijn held, politiechef Bruno Courrèges. Walker is van origine een Brit en werkte lange tijd, als journalist, voor het dagblad The Guardian. Hij schreef boeken over het Britse, extreem rechtse, National Front, over de Koude Oorlog, over Bill Clinton en Michael Gorbatsjov.

Rond de eeuwwisseling kocht hij een vakantiewoning in de Zuid-Franse Périgord. Hij werd verliefd op de landstreek, zijn bewoners, de wijn en de regionale keuken. Hij kwam vervolgens op het idee om een thriller te schrijven, rond een fictief stadje, St Denis, waar de politiechef een moord oplost.

Hoofdpersoon Bruno Courrèges, hij heet eigenlijk Benoit, maar iedereen noemt hem Bruno, is hoofd en enig lid van de gemeentelijke politie van St Denis. Hij houdt orde, regelt het verkeer, organiseert feesten en geeft rugby- en tennisles aan de plaatselijk jeugd.

Als hij assistentie nodig heeft kan hij een beroep doen op de landelijke gendarme, die in het stadje een kazerne heeft. Maar de omgang tussen de beide politie-onderdelen is gespannen. Bruno pakt problemen graag op een diplomatieke manier aan, met een goed gesprek, een stille wenk, of een vriendelijke vermaning. Het hoofd van de gendarme is meer een man van de strikte regels en deelt direct bekeuringen uit, of gooit overtreders in de cel.

Tussen het bestrijden van de misdaad door – en die is heel gevarieerd, van geweldsmisdrijven, oplichting en corruptie, tot internationale terroristische complotten – doet Bruno enthousiast mee aan het landelijke, Zuid-Franse leven. Hij jaagt, helpt met de wijnoogst, de slacht van varkens en pluimvee, verbouwt groente en kruiden in zijn tuin en knoopt relaties aan, met de mannen en vooral de vrouwen, die hij bij al die bezigheden ontmoet.

Een aparte plaats in de boeken nemen de beschrijvingen in, van verschillende maaltijden en de bereiding daarvan. Het wordt wel eens omschreven als 'culinaire porno', maar op sommige momenten – bijvoorbeeld als de auteur het in detail heeft over de jacht, de bereiding en het opeten van houtsnippen – lijkt het meer op horror. Als vegetariër moet je tegen een stootje kunnen.

Dat neemt niet weg dat het een heel prettige, vlot leesbare en soms spannende, reeks van thrillers is. Zo nu en dan wat kneuterig, maar op andere momenten vol actie, bijvoorbeeld als Bruno een stel misdadigers achtervolgt in een onderaards grottenstelsel of, met hulp van het leger, een extremistische aanslag probeert te voorkomen.

De boeken zijn ook leuk voor honden- en paardenliefhebbers, maar ook daar past een waarschuwing. De meest aangrijpende passages zijn die waarin het voor één van deze dieren verkeerd afloopt. Dat er in de serie regelmatig mensen sneuvelen zal niemand storen, maar dat de hond van Bruno door een schurk doodgeschoten wordt, is moeilijker te verteren.

Dat ik Bruno en Martin Walker ontdekte is helemaal te danken aan mijn oudste zuster. Zij mailde me dat ze een stapel pockets cadeau had gekregen, die ze echt wat voor mij vond. Detectiveromans met veel sfeer en niet overdreven veel geweld. Een beetje als de boeken van Ellie Griffiths en haar heldin Ruth Galloway, die zij door mijn enthousiaste verhalen was gaan lezen.

Omdat ik benieuwd was of de Bruno-boeken ook als e-boek verkrijgbaar waren ging ik, nog voor ik de pockets van mijn zus in handen had, kijken bij mijn vaste leverancier. Ik kon de eerste 6 delen, in één keer, kopen voor 3 euro. De 3 delen daarna voor nog eens 3 euro.

Zulke bundelingen van meerdere boeken in één band noemden we vroeger een omnibus. Maar als je 6 pockets, papieren boeken dus, in 1 band wilt proppen, dan wordt het een onhandelbare bonk van 15 centimeter dik. Dat zal dus niet gebeuren, bovendien zou je dan wel wat meer kwijt zijn dan 3 piek. De e-reader, ik heb het al zo vaak gezegd, is de ideale oplossing. Die wordt geen millimeter dikker en geen gram zwaarder, als je er een hele reeks nieuwe boeken op zet.

Nou heb ik al die boeken niet in 1 keer, achter elkaar, gelezen, hoor. Tussendoor las ik nog allerlei andere dingen, zoals een deel van de Tijdspiegel, het amusante en leerzame tijdschrift uit het eind van de 19e eeuw – 'Woutertje Pieterse' van Multatuli (erg leuk) – een paar thrillers van Ian Rankin (top !) – en van Christopher Brookmire (ook goed) – en een bundel spookverhalen van M.R. James, die voor een deel onlangs verfilmd zijn door de BBC. Op sommige van die boeken kom ik later nog wel eens terug.

De Bruno-reeks, van Martin Walker, is vertaald in het Nederlands als 'Bruno, chef de police', wat niet echt Nederlands is. Ze zijn te verkrijgen in paperback formaat en als e-boek, maar zijn wel een stuk prijziger dan de Engelse versie. Niet alleen daarom zou ik de originele Engelse boeken aanbevelen, Nederlandse vertalingen vallen vrijwel altijd tegen.

De boeken hebben een kleine golf van toerisme naar de Périgord veroorzaakt. In mijn eerste e-boek-omnibus is, als extraatje, een beschrijving toegevoegd, door de auteur zelf, van de beste hotels en restaurants, in de regio en de mooiste dorpen, steden en andere bezienswaardigheden.

Voor wie minder reislustig is, of beperkingen heeft, zoals ik, is veel van wat er beschreven wordt ook terug te vinden op het internet. Er moet ooit ook een website zijn geweest over Bruno, maar die kan ik niet meer vinden. Martin Walker heeft wel een Facebook-pagina waar hij regelmatig nieuws en commentaar op plaatst. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 25 februari 2024

Jack Parlabane overwint !


Een tijdje terug
vertelde ik over de gratis e-boeken die ik, van verschillende kanten, toegestopt had gekregen. Ik kwam er achter dat die vaak uit het Engels vertaald waren en ik vond die vertalingen vaak niet zo best. Maar omdat er zich een hele reeks van die boeken, op mijn laptop en e-reader, had verzameld besloot ik om er toch eens doorheen te gaan. Al was het maar om te zien of er misschien iets van waarde bij zat. Want gratis dingen kunnen waardevol zijn.

Deze keer begon ik aan 'Marionet' van Daniel Cole. Na een bladzijde of 20 dacht ik: dit zou best een goed geschreven politieroman kunnen zijn. Ik zocht het boek op internet en het bleek deel 2 uit een reeks van 3. De e-boeken, in de oorspronkelijke taal, Cole is een Brit, waren niet duur, dus ik kocht deel 1, 'Ragdoll', in het Engels.

Ik keek ook op de website van zijn Nederlandse uitgever – jammer voor de lezer die het Engels niet beheerst, maar de Nederlandse e-boeken zijn 3 keer zo duur als de Engelse – daar wordt Cole nogal ronkend aangeprezen: 'De Britse Daniel Cole (1983) werkte voorheen als ambulancebroeder. Het is dan ook geen verrassing dat hij in zijn thrillers de meest gruwelijke details met medische precisie weet te beschrijven.'

Dat is wel een klein beetje overdreven en zou voor mij genoeg kunnen zijn om van de aankoop af te zien, maar gelukkig druipt het bloed niet tussen de pagina's vandaan. De seriemoordenaar waar de hoofdpersonen, inspecteur William 'Wolf' Fawkes en zijn collega detective Emily Baxter, door uitgedaagd worden is wel bijzonder inventief. De manier waarop de slachtoffers vallen en de wijze waarop het onderzoek in de soep loopt is zelfs zo uitzinnig, dat ik halverwege overwoog om het boek maar opzij te leggen.

Maar ongeloofwaardig of niet, het verhaal is goed geschreven en wordt op het laatst toch spannend. Dus ik las verder, bereikte de ontknoping en heel misschien ga ik deel 2 ook nog eens lezen. Het zou 'ijzingwekkend spannend' zijn, belooft de uitgever.

Kort daarop, ik vermoed door een suggestie van mijn e-boeken verkoper, kwam ik op de thrillers van Christopher Brookmyre. Dat is een Schot en ik ben een fan van die andere Schotse thrillerschrijver, Ian Rankin. Dus dat wekte verwachtingen.

Rankin komt uit Edinburgh, Brookmyre uit Glasgow. Tussen die steden is een rivaliteit, een beetje zoals, bij ons, tussen Amsterdam en Rotterdam. Edinburgh is de, tamelijk respectabele, beetje verpauperde hoofdstad, met zijn mooie historie. Glasgow het ruwere, volksere neefje, brutaler, grof in de mond en armen uit de mouwen, hoewel een flink deel van die ruwe werkers inmiddels een werkeloosheidsuitkering krijgt.

De boeken van Brookmyre zijn ook brutaler, dan die van Rankin, de overdrijving wordt niet geschuwd, maar op een humoristische manier. Ik las zijn debuutroman, 'Quite Ugly One Morning', de titel is geleend van de Amerikaanse singer-songwriter Warren Zevon, wat meteen al een pluspunt is.

In zijn, 20 jaar later geschreven, voorwoord zegt Brookmyre dat hij een fan is van Zevon en dat hij hem een 'slijmerige' brief schreef, om te vragen of hij de titel mocht gebruiken. Zevon antwoordde niet en is inmiddels overleden. Hij heeft waarschijnlijk nooit meegekregen dat het boek nu een stuk bekender is dan zijn liedje. In dat voorwoord zegt de schrijver ook dat zijn boek een satire is op het Groot-Brittannië van de jaren '90, net na Margaret Thatcher. Het is dus niet alleen een detectiveverhaal, het levert ook maatschappijkritiek.

De vrouw van Brookmyre is anesthesist, in een ziekenhuis van de National Health Service (NHS), de Britse vorm van ons oude ziekenfonds. Zij maakte lange dagen, onder beroerde arbeidsomstandigheden en moest toezien hoe, door de hervormingen van de partij van Thatcher, de managers het roer in het ziekenhuis overnamen.

Het verhaal van Brookmyre speelt zich af rond zo'n NHS ziekenhuis. Een van de managers heeft bedacht dat bejaarde patiënten, die veel verzorging behoeven, economisch niet voordelig zijn. Ze kunnen beter opgeruimd worden en het ziekenhuis verkocht. Dat zou een geweldige besparing zijn en, via handige constructies, zouden hij en wat zakenvrienden daar leuk aan kunnen verdienen. Hij vindt een dokter met een gokprobleem, die hem wel een handje wil helpen.

De ex-vrouw van die criminele dokter is anesthesist – jazeker – en als haar ex zelf vermoord wordt zoekt ze, samen met de eigenlijke hoofdpersoon, journalist Jack Parlabane, uit hoe de vork in de steel zit. Die Parlabane is een geval apart. Hij is onderzoeksjournalist, die gespecialiseerd is in het blootleggen van politieke en zakelijk schandalen. Hij gebruikt onorthodoxe methoden, is een meesterinbreker en computerhacker.

Aan het begin van het boek is hij net Amerika ontvlucht, waar onderwereldfiguren het op zijn leven voorzien hebben. Eerder werkte hij een tijdje in London, waar hij menig sjoemelende politicus en onbetrouwbare zakenman het leven zuur maakte. Oorspronkelijk een Schot, is hij nu weer terug in Glasgow en belandt, bij toeval, middenin de moordzaak op de corrupte arts.

Ook Brookmyre is dus niet bang voor wat overdrijving en zijn romanpersonen belanden soms in bizarre situaties, maar hij schrijft wel veel leuker dan Daniel Cole. Er komen ook gewelddadige scenes voor in 'Quite Ugly One Morning', maar die lijken meer op slapstick, dan op fel realisme. Parlabane is bijna een superheld, ondanks de malle toestanden waar hij in verzeild raakt. Misschien daardoor komt de kritiek die Brookmyre heeft, op de conservatieve politiek, juist wel serieus over.

De boeken van Brookmyre zijn niet vertaald in het Nederlands. Dat zou ook een flinke klus zijn, want hij mixt nogal wat spreektaal, soms ook Schots dialect, door zijn verhalen. Je moet ook een beetje op de hoogte zijn van wat er in Groot-Brittannië speelde, in de jaren '90. Of niet te beroerd zijn om af en toe iets op te zoeken.

Ik las vrij snel daarna zijn tweede boek, waarin Parlabane het opneemt tegen de schandaalpers en politici die met de media onder één hoedje spelen. Ook dat is bij vlagen heel amusant, al is de schrijver soms wat erg lang van stof.

Dus als ik moet kiezen tussen Cole en Brookmyre dan wint de laatste met gemak. Wil je sensatie lees dan Cole, wil je vermaakt worden, maar ook iets leren over Groot-Brittannië voor de Brexit, kies dan voor Brookmyre. Wil je een realistische thriller, doe dan toch maar Ian Rankin.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 7 januari 2024

Een nieuw jaar met nieuwe boeken


Het weer
liet, in de eerste dagen van het nieuwe jaar, nogal te wensen over. Als het niet stormde dan regende het en als het wel stormde dan regende het ook. Ideaal weer om lekker thuis een boek te lezen. Dat doe ik trouwens ook als het weer wel mooi is, maar dat terzijde.

Ik schreef al eerder dat ik, via proef-abonnementen op een e-boekenclub, een hele reeks gratis e-boeken had verzameld. Omdat die maar stonden te verpieteren op mijn harde schijf, ben ik me er, een beetje met lange tanden, langzaam doorheen aan het werken.

Deze keer las ik van Tess Gerritsen 'Ik Heb Een Geheim'. Je zou bij zo'n titel en schrijversnaam misschien een romantisch verhaaltje verwachten, maar dat viel gelukkig mee. Het gaat om een politiethriller uit 2017. Het zou ook niet gek zijn als je dacht dat Gerritsen een Nederlandse was, maar dat is niet zo. Ze is in Amerika geboren, als dochter van Chinese immigranten en heet eigenlijk Terry Tom.

Hoewel ze al jong de wens had om schrijfster te worden liet ze zich, door haar familie, overtuigen om medicijnen te gaan studeren. Ze werkte een tijdje als arts en trouwde met een andere medicus, die Gerritsen heet en van Nederlandse afkomst is. Na de geboorte van haar eerste kind, besloot ze om het toch eens als schrijfster te proberen.

Gerritsen schreef een hele reeks thrillers. Het boek dat ik las is uit een reeks, over inspecteur Jane Rizzoli en patholoog Maura Isles. Oplettende TV-kijkers weten dat, over dit duo, ook een TV-serie is gemaakt. Ik heb daar nooit iets van gezien, wat bij het lezen wel zo prettig is, dan kun je je een eigen voorstelling maken van de personages.

Eerder schreef ik al dat die gratis boeken, bijna allemaal, vertaald zijn naar het Nederlands en dat ik vermoedde dat ze daar niet beter op zijn geworden. Dat idee had ik ook bij dit boek, maar het was niet zo erg dat het mijn leesplezier vergalde. Nee, dit was een spannend verhaal dat goed in elkaar zat. Voor het eerst, na toch al een flink aantal gratis boeken doorgewerkt te hebben, kreeg ik zin om meer van een auteur te gaan lezen. Maar dan wel in het Engels.

Na Tess Gerritsen las ik twee boeken, in het Engels, van een oudere schrijver, Freeman Wills Crofts. Die is bij ons misschien niet zo bekend, maar zijn boeken worden nog steeds herdrukt. Wills Crofts is van Ierse afkomst, hij werd in 1879 geboren in Dublin, en werkte lange tijd, als ingenieur, bij de Britse spoorwegen.

In 1919 was hij een poos, door gezondheidsproblemen, aan huis gekluisterd en om toch iets omhanden te hebben schreef hij een detectiveverhaal, 'The Cask'. Dat werd direct een succes en aansluitend schreef hij nog een 30-tal boeken. Hij woonde inmiddels in Engeland en werd lid van the Detection Club, een schrijversvereniging, die regelmatig bijeen kwam om over het schrijversvak te praten. Agatha Christie was ook lid van de Detection Club.

Ik zag dat een aantal e-boeken van Wills Crofts te koop was, voor slechts 99 cent per stuk, en besloot er eens een te proberen. Ik begon met 'Inspector French's Greatest Case', uit 1924. Dat gaat over een overval, op een diamantenhandelaar, waarbij een dodelijk slachtoffer valt. De hoofdpersoon, inspecteur French dus, reist een flink deel van Europa af om de dader te achterhalen.

Probleem met dit boek is dat er één hoofdstuk dubbel in staat en er een ander ontbreekt. Dat zet je als lezer op het verkeerde been, natuurlijk. Ondanks dat mankement werd toch wel duidelijk dat Wills Crofts een prettige schrijver is, die een ingenieus plot wist te verzinnen.

Dat komt nog beter uit de verf in het tweede boek dat ik las, 'The Cask', zijn debuut. Dit draait om een mysterieus houten vat, dat in Londen opduikt en waarin het lichaam van een dode vrouw blijkt te zitten.

Het opmerkelijke van dit boek is dat het eigenlijk geen hoofdpersoon heeft. We volgen aanvankelijk de naspeuringen van een inspecteur van Scotland Yard. Die steekt op een zeker moment het kanaal over om, samen met een Franse collega, in Parijs en omstreken, zijn onderzoek voort te zetten. Dat leidt tot het arresteren van een verdachte, maar daarmee is het verhaal nog niet afgelopen.

In het laatste deel van het boek komen de eerdere speurders niet meer voor. We volgen nu een privédetective die, in opdracht van de verdediging, probeert de onschuld van de verdachte aan te tonen. Je zou kunnen denken dat die verdachte dan misschien de hoofdpersoon is, maar die belandt in het eerste deel al snel, bewusteloos, in het ziekenhuis en zit in het tweede deel in de gevangenis.

Het draait in dit boek dus niet om de personen die er een rol in spelen, de hoofdrol is voor het raadsel dat opgelost moet worden. Wills Crofts beschrijft, nauwgezet en stap voor stap, hoe de politie en de privédetective het mysterie ontraadselen. Dat vergt veel reizen en navragen, in een tijd dat nog niet iedereen een telefoon had, er geen internet was en er meer met de trein en de boot gereisd werd, dan met de auto en het vliegtuig.

Het gaat dus allemaal redelijk traag en voor het geval de lezer het niet heeft kunnen volgen, wordt alles nog eens extra uitgelegd als de dader, uiteindelijk, zijn bekentenis doet. Maar echt hinderlijk is dat niet. Dit is een misdaadverhaal voor de lezer die geen haast heeft. Maar als je er de tijd voor neemt – en waarom zou je niet met dit pestweer – dan is het heel aangenaam om te lezen.


 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman en wordt volgende week vervolgd. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 - deel 16 - deel 17 - deel 18 - deel 19 - deel 20 en deel 21 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 26 november 2023

De coronapandemie als achtergrond


Soms heb ik het gevoel
dat de weken voorbij vliegen. Alweer een zondag, alweer een nieuw verhaal. Terwijl er ook dingen zijn waarvan ik denk: is dat nog maar zo kort geleden ? Nog maar een half jaar geleden dachten we dat Caroline van der Plas wel eens de nieuwe premier van ons land kon gaan worden. Een jaar eerder zaten we nog in de naweeën van de coronapandemie.

Afgelopen week las ik een spannend boek, dat speelt tijdens de eerste corona lockdown, in Engeland. Elly Griffiths laat in haar thriller, 'The Locked Room', de personages worstelen met mondmaskers, afstand houden, thuisonderwijs en de zorgen en onzekerheid, wanneer er toch een vriend of familielid op de intensive care belandt, vanwege het virus.

Ondertussen probeert de politie, in het schilderachtige, Engelse graafschap Norfolk, een reeks verdachte zelfmoorden op te helderen. Er wordt een verpleegster ontvoerd en er raken een paar studenten zoek. Er is een middeleeuws huis dat verbonden is met spookverhalen, over de pestepidemieën uit de middeleeuwen. Kortom, ingrediënten genoeg voor een aantal spannende verwikkelingen.

Griffiths maakt handig gebruik van de omstandigheden. Haar personages houden zich niet altijd even strikt aan de nieuwe omgangsregels. Het was maar een griepje, toch ? Premier Boris Johnson wordt aangehaald, ook omdat hij door het virus besmet wordt en in het ziekenhuis belandt. Er wordt geapplaudisseerd voor de zorgmedewerkers, gewandeld langs het verlaten strand en er zijn yogalessen via de laptop.

Elly Griffiths lijkt geen fan van Johnson, die uiteindelijk af moest treden omdat hij de coronamaatregelen, die hij oplegde, zelf niet naleefde. Maar daarover heeft ze het niet. Bij haar is de pandemie een complicerende factor, in de toch al kleurrijke levens van haar romanpersonages. De maatregelen voegen een extra dimensie toe. De vervreemding, de verlaten straten en hier en daar ook de discussies en complottheorieën.

In haar nawoord schrijft Griffiths dat ze wel getwijfeld heeft of ze de pandemie in haar boek zou gebruiken. Maar de hele reeks, over archeologe Ruth Galloway en inspecteur Harry Nelson, speelt zich af in het heden. Dus zou het vreemd zijn om de coronaperiode te negeren.

Wie zich afvraagt of de zelfmoorden toch misschien moorden waren, de ontvoerde verpleegster op tijd gevonden wordt, of de studenten er iets mee te maken hebben en of alle bijfiguren de pandemie overleven, moet het boek zelf maar lezen.

Wij moeten misschien blij zijn dat we (nog) geen hoogblonde leider hadden toen het virus om zich heen greep. Ik ben in ieder geval blij dat mijn familie en vrienden er goed doorheen gekomen zijn. Als je een, of meerdere, dierbaren verloren hebt aan corona lees je zo'n boek waarschijnlijk met andere ogen.

Er is momenteel in Groot-Brittannië een parlementair onderzoek gaande, naar de manier waarop de overheid de pandemie heeft aangepakt. Op sommige momenten is men te traag geweest met reageren, op ander momenten misschien weer te streng met voorschriften en verboden. Bepaalde maatregelen lijken achteraf weinig nut te hebben gehad.

Maar achteraf is het makkelijk oordelen. Ik kan me voorstellen dat wetenschappers en politici niet wisten wat er op hen afkwam. Je kunt moeilijk in de praktijk, terwijl er steeds meer mensen ziek worden, uitproberen of de ene maatregel beter werkt dan de andere. Bij teveel terughoudendheid vallen er direct duizenden slachtoffers. Dus schrijf je een flink pakket maatregelen voor, waarvan je hoopt dat er een paar bijzitten die werken.

Een thriller die ik wat eerder las, 'The Madness Of Crowds', van Louise Penny, heeft de periode van vlak na de pandemie als achtergrond. De vragen rondom de coronamaatregelen leiden daar tot heel andere verwikkelingen. Een Canadese wetenschapper heeft berekend, dat het voor iedereen voordeliger zou zijn, als we de gezonde bevolking niet lastig vallen met beperkende voorschriften. Ouderen, zieken en zwakkeren moet de overheid niet beschermen, maar euthanaseren.

Hoofdinspecteur Gamache is een fel tegenstander van dit extreme idee, maar wordt aangesteld om de omstreden wetenschapper te beveiligen. Actieve levensbeëindiging voor mensen die geen bijdrage meer kunnen leveren aan de maatschappij ? Het is economisch misschien te verdedigen, maar ik word ook niet vrolijk bij de gedachte. Dan liever wat overbodige maatregelen. Het is gelukkig maar fantasie en het wordt in het boek ook geen werkelijkheid.

Vergeleken met Louise Penny, is het boek van Elly Griffiths tamelijk lichte kost. Beide boeken laten zien dat de wereld er, in korte tijd, heel anders uit kan zien. Dat de mensheid redelijk eensgezind op kan trekken, in tijden van crisis. Het is jammer dat naderhand de oude ruzies weer de overhand lijken te krijgen.


 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman en wordt volgende week vervolgd. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 en deel 16 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 27 augustus 2023

De Brighton mysteries, weer een leuke serie misdaadromans


Een paar maanden geleden
vertelde ik iets over de boeken van Elly Griffiths. Ik had toen de eerste drie delen gelezen van haar thrillerserie over Ruth Galloway, een archeologe die bij toeval betrokken wordt bij een aantal moordzaken. Griffiths kwam op het idee, voor de reeks, nadat haar man zich omschoolde tot archeoloog.

Ik heb inmiddels acht boeken van die reeks gelezen en werd door mijn digitale boekverkoper nieuwsgierig gemaakt naar een andere serie van Griffiths, die zich afspeelt in Brighton, in de jaren '50 en '60. De schrijfster groeide op in de Zuid-Engelse badplaats en woont nog steeds in de buurt, dus ze kent de omgeving door en door.

Griffiths schrijft in hoog tempo. Van haar Galloway-boeken verschenen er vijftien, sinds 2009. Dat is iets meer dan één per jaar. Klaarblijkelijk had ze nog tijd over, want in 2014 begon ze aan die tweede reeks, The Brighton Mysteries, met als speurders rechercheur Edgar Stephens en illusionist Max Mephisto. Het idee om een illusionist, in haar Brighton-reeks, te gebruiken kwam door haar grootouders, die een verleden hadden in de theaterwereld.

De reeks begint in de jaren '50, als Engeland nog de naweeën ervaart van de 2e Wereldoorlog. Verschillende gebruiksartikelen zijn nog op de bon en het land herstelt zich maar langzaam van de oorlogsinspanningen. De hoofdpersonen hebben ook hun persoonlijke oorlogservaringen.

Stephens en Mephisto kennen elkaar van een speciale afdeling van de geheime dienst, The Magic Men, waar theatrale effecten werden ingezet om de vijand te misleiden. Dat verleden achtervolgt hen als blijkt, dat andere leden van die groep, het doelwit van een moordenaar zijn geworden.

Ook in de volgende delen speelt het variététheater een rol, maar anders dan je zou verwachten, heeft Max Mephisto geen grote rol bij het oplossen van de zaken. Hij is meer toeschouwer en bijna slachtoffer, dan meesterbrein. De serie is dus geen variant op de TV-serie 'Jonathan Creek', waarin een expert in goocheltrucs misdaden oplost.

Na het vierde deel neemt de schrijfster een sprong in de tijd. We landen in de jaren '60, The Beatles staan in de hitparade en Brighton is het toneel van rellen tussen Mods en Rockers. Inspecteur Stephens is inmiddels getrouwd en heeft drie kinderen. Max Mephisto is geëmigreerd naar Hollywood, om in een film te spelen en te trouwen met een actrice.

Het is een slimme zet, want na de sfeervolle beschrijvingen van de jaren '50, neemt de herkenbaarheid in de jaren '60 alleen maar toe. Het zijn toch al de omgeving en de kleurrijke bijfiguren die de sterkste kant vormen van deze boeken. Ondanks hun avontuurlijke achtergrond zijn Stephens en Mephisto geen helden waar je erg mee gaat meeleven.

Gelukkig zijn er een paar sterke, vrouwelijke, bijrollen. Inspecteur Emma Holmes, bijvoorbeeld, de latere mevrouw Stephens, die de eerste vrouwelijke rechercheur in Zuid-Engeland was. Zij begint later een detectivebureau, omdat het leven als huisvrouw haar toch te saai is. En Ruby French, die op haar 18e ontdekt dat Max Mephisto haar vader is – hij wist het tot dan toe ook niet – zij wordt een succesvolle TV-persoonlijkheid, met haar eigen goochelshow.

De teloorgang van het traditionele theater, met z'n danseressen, acrobaten, buiksprekers en goochelaars en de opkomst van de moderne techniek, de televisie, transcontinentale luchtvaart, het ontstaan van de tienercultuur en de veranderende verhoudingen tussen mannen en vrouwen, Elly Griffiths maakt er handig gebruik van.

De verhalen zitten goed in elkaar en lezen vlot weg. Maar, als ik moet kiezen, dan vind ik de eerste reeks, met archeologe Ruth Galloway, toch net iets leuker. Het scheelt wel dat van de Brighton Mysteries, voor de Engelstalige lezers, een heel voordelig e-book te koop is, met de eerste zes delen in één bestand. Toch een aanrader, want vervelen zul je je er niet mee.

Wie meer wil weten over Elly Griffiths en haar boeken kan terecht op de website van de schrijfster. 

  

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman en wordt volgende week vervolgd. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 7 mei 2023

Ruth Galloway, geknipt voor een TV-serie


De afgelopen weken
las ik een drietal misdaadromans van de Britse schrijfster Elly Griffiths. Jullie weten dat ik graag dat soort boeken lees. Ik schreef eerder, bijvoorbeeld, over de thrillers van de Canadese Louise Penny en de Schot Ian Rankin. Daarnaast las ik kortgeleden een boek van de Britse archeologe Alice Roberts.

Wat heeft dat allemaal met elkaar te maken ? Nou... de hoofdpersoon, van de boeken van Griffiths, is archeologe Ruth Galloway die, net als Alice Roberts, gespecialiseerd is in menselijke overblijfselen. Zij leest in de boeken zo nu en dan een thriller van Ian Rankin, als ze even afleiding zoekt voor alle spannende verwikkelingen. Het boek dat ik las – een voordelig geprijsd e-boek met de eerste drie romans uit de reeks – werd op de omslag bovendien aangeprezen door Louise Penny.

Zou er een hogere macht achter mijn boekenkeuze zitten ? Het algoritme van mijn e-boeken leverancier misschien ? En dan heb ik het er niet eens over dat mijn eigen vrouw ook Elly heet.

Maar dat terzijde. Toeval of slinkse opzet, het zijn heel aardige thrillers die Elly Griffiths schrijft. Ze werkte aanvankelijk bij een uitgeverij en schreef een paar boeken onder haar eigen naam, Domenica de Rosa, voor ze zich aan haar eerste misdaadroman waagde. Volgens Wikipedia kwam ze op het idee, om van haar heldin een archeologe te maken, toen haar man zijn kantoorbaan opgaf en zich omschoolde tot archeoloog.

De verhalen spelen zich af in Norfolk, aan de Engelse oostkust, een omgeving die Griffiths goed kent omdat ze er familie heeft wonen. Haar hoofdpersoon, Ruth Galloway, geeft er les aan de universiteit van King's Lynn en ze woont in een afgelegen, klein huisje, vlak bij de zee. Galloway wordt, bij toeval, bij een politieonderzoek betrokken als er, niet ver van haar huis, menselijke resten worden gevonden. Al snel blijkt dat het opgraven van oude botten aanleiding kan zijn voor nieuwe misdaden.

De opgegraven beenderen en het verband met actuele zaken, vormen een patroon, dat zich in de andere boeken herhaalt. Griffiths omschrijft haar heldin als een stevig gebouwde vrouw, die graag met haar kaplaarzen in de modder staat. Maar Galloway is geen overdreven stoer type, ze zit net zo graag met haar neus in de boeken en met haar katten op schoot.

Dat ze in de eerste drie boeken een paar keer, ternauwernood, aan de dood ontsnapt en tussendoor ook nog zwanger raakt en bevalt van een dochter, is niet in de eerste plaats aan haar avontuurlijke levenswandel te danken. Het overkomt haar en dat ze het allemaal overleeft is mede te danken aan de bijfiguren, zoals inspecteur Harry Nelson, de moderne druïde Cathbad en haar collega-vriendin Shona.

Ondertussen leert de lezer het een en ander over het opgraven, dateren en documenteren van oude beenderen. Ruth Galloway werkt ook aan een opgraving van een Romeinse nederzetting en komt, in een ander boek, in aanraking met de nasleep van de Tweede Wereldoorlog en de recentere oorlog in voormalig Joegoslavië.

De schilderachtige omgeving, de sympathieke heldin, de kleurrijke bijfiguren, plus een beetje wetenschap en geschiedenis, maken de serie zeer geschikt voor een TV-serie. Een mix van 'Bones', 'Vera' en 'Midsomer Murders', zonder dat de gelijkenis met één van die series er te dik bovenop ligt. Wie weet komt het nog eens zover.

Ondertussen kunnen we met de boeken nog wel even vooruit. Elly Griffiths schreef 15 romans over Ruth Galloway. Daarnaast publiceerde ze nog 10 andere boeken, met andere speurders in de hoofdrol. Ze zijn in Nederlandse vertaling verkrijgbaar, als traditioneel papieren boek, e-boek en luisterboek.

(Wie liever aan wil sluiten bij de actualiteit kan ook kiezen voor de boeken van S.J. Bennett, die een drietal thrillers schreef met de Britse koningin Elizabeth als speurder. Ze begon eraan toen de oude Queen nog volop in leven was en hoewel het ook deels een grap is, zijn het toch heel realistische verhalen, die een geloofwaardig beeld schetsen, van het leven achter de koninklijke schermen.

In het eerste boek komt Charles, toen nog prins, niet voor. Ik ben nu bezig aan deel twee, waar prins-gemaal Philip wel een rol in speelt. De schrijfster draagt het boek op aan de prins die, bij het ter perse gaan, net overleden was...) 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2  -  deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van dit verhaal.
  
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 5 februari 2023

King Kong en de kikvors


Misschien
dat de ouderen onder ons de naam Edgar Wallace kennen. Dat was een populaire schrijver van spannende boeken, uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Ik heb twee boeken van hem gelezen en waarschuw maar direct: zijn leven was interessanter dan zijn romans.

Wallace werd in 1875 geboren, als kind van een ongehuwde moeder. Direct na zijn geboorte werd de kleine Edgar, tegen betaling, ondergebracht bij een vishandelaar in de Londense wijk Billingate. Hij had daar een gelukkige jeugd. Toen zijn moeder ophield met het sturen van geld werd hij zelfs door zijn pleegfamilie geadopteerd.

Edgar ging van school, toen hij 12 was. Hij had allerlei baantjes tot hij, op zijn 19e, in het leger ging. In die periode begon hij met het schrijven van gedichten en liederen, met als voorbeeld Rudyard Kipling, die hij ontmoet had in Zuid-Afrika, waar hij verbleef tijdens de Boerenoorlog. Kipling kennen we natuurlijk allemaal als de schrijver van 'Jungle Book'.

Na zijn tijd in het leger bleef Wallace nog een paar jaar in Afrika, als journalist en oorlogscorrespondent. Hij trouwde er en werd vader van een dochtertje, dat jong overleed. Hij keerde, in 1903, met zijn vrouw terug naar Londen en schreef daar zijn eerste detectiveroman, voornamelijk omdat hij in geldnood zat.

Hij bleef daarnaast werkzaam als journalist en vertrok, in 1907, naar Congo waar hij verslag deed van de gruwelen, die daar gepleegd werden, onder het koloniale bewind van de Belgische koning Leopold II. Zijn gebundelde verslagen werden een bestseller. Dat was het begin van een bijzonder productieve periode, waarin Wallace een enorme reeks verhalenbundels en romans voortbracht.

Volgens Wikipedia schreef Wallace 18 toneelstukken, 957 korte verhalen en meer dan 170 romans, waarvan 12 alleen al in 1929. Er zijn minstens 160 films gemaakt naar verhalen van Wallace. Veel van zijn werk is inmiddels gratis, als e-boek, te downloaden, maar ik moet helaas melden dat ik er niet veel aan vind.

Het laatste dat ik las, de titel trok me aan ondanks een eerdere teleurstellende ervaring, was 'The Fellowship Of The Frog', het genootschap van de kikvors. Dat gaat over een dievenbende die geleid wordt door een mysterieuze figuur, die bekend staat als 'The Frog'. Het is geen saai boek. Er gebeurt van alles.

Willekeurige burgers worden aangevallen en mishandeld, er worden inbraken en overvallen gepleegd, er worden mensen ontvoerd en vermoord, er wordt een geheim overheidsdocument gestolen en weer teruggevonden – gek genoeg in de jaszak van een politieman – en er wordt een bomaanslag op een politiebureau gepleegd. Er worden misdadigers gevangen gezet, die dan weer ontsnappen. Een onschuldige jongeman wordt het slachtoffer van een complot en dreigt ter dood te worden gebracht.

Waarschijnlijk vergeet ik nog een paar voorvallen, maar wat in dit boek, bij alle drukte, ontbreekt is samenhang en een hoofdrolspeler waarmee de lezer zich kan identificeren. Wallace slaagt erin, om al die spectaculaire gebeurtenissen op te dissen, zonder dat het ooit een spannend en meeslepend verhaal wordt. Hij springt van de ene naar de andere figuur, maar geeft er niet een wat meer diepgang mee. Pas tegen het eind komt er één plotwending die verrassend is, maar daarna heeft de schrijver nog heel wat inkt nodig om alle losse eindjes, op een enigszins geloofwaardige manier, aan elkaar te knopen.

Het zal Wallace niet gehinderd hebben. Men zegt dat hij in drie dagen een roman van 70.000 woorden kon schrijven en vaak aan meerdere boeken tegelijk werkte. Hij schreef ook filmscripts en leverde het script voor de eerste verfilming van 'The Hound Of The Baskervilles', de beroemde Sherlock Holmes roman.

In 1931 verhuisde hij naar de VS, waar hij in Hollywood neerstreek, om daar voor filmstudio RKO te gaan werken. De bekendste project waar hij aan werkte was 'King Kong'. Wallace schreef het eerste script voor de film, maar voor de productie begon werd hij ziek. Hij overleed, in februari 1932, aan een combinatie van suikerziekte en een longontsteking.

Edgar Wallace werd maar 56 jaar oud en liet een immens oeuvre na, waarbij een paar projecten die heel beroemd zijn geworden. Hij bleef populair tot in de jaren '60, er werd zelfs enige tijd een tijdschrift uitgegeven, grotendeels gevuld met zijn verhalen. Volgens Wikipedia was er ook een Edgar Wallace Society, met leden in 20 landen. Ik heb niet kunnen achterhalen of die nog actief is.

Ik heb hier maar een deel van zijn turbulente leven beschreven, wie meer wil weten kan terecht op de Engelse Wikipedia. De Nederlandse versie heeft maar een kort verhaaltje.

'The Fellowship Of The Frog' is meermaals verfilmd en ook als toneelstuk uitgebracht. In 1959 was het het begin van een reeks Wallace-films, geproduceerd in Duitsland. Het is nu nog als boek en e-boek verkrijgbaar, voor wie durft...


 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf.  Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 - deel 16 - deel 17 en deel 18 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men