Afgelopen week zag ik een fragment van een tenniswedstrijd waarin een boze speler, opzettelijk, drie rackets achter elkaar stuk sloeg. Ik heb in het verleden wel eens geklaagd en gemopperd op voetbalspelers, die zich aanstelden op het veld, maar tennissers kunnen er ook wat van.
Het is natuurlijk helemaal niet nodig om rackets kapot te slaan, of te schreeuwen en te schelden, als er eens iets niet naar wens gaat. Je spel wordt er echt niet beter van. Het is ook niet zo dat alle tennisspelers dat soort dingen doen en dat dat altijd al gebeurde, zolang als er getennist wordt.
Oude filmpjes van sportwedstrijden zijn altijd leuk om te bekijken. Je ziet dat het spel veranderd is, het uiterlijk van de spelers ook en de manier waarop ze zich op de baan, of het veld gedragen. Uitzinnig juichen en springen, na het scoren van een punt, of woest protesteren bij de scheidsrechter, dat kwam halverwege de vorige eeuw niet voor.
Het was een sensatie en iets waar de meeste liefhebbers schande over spraken, toen de Amerikaanse tennisser John McEnroe, in de jaren '70, ruzie begon te maken met de scheidsrechters. Zijn tegenstanders, zoals de koele Zweed Björn Borg, deden dat nooit. Inmiddels zijn er meer spelers die zich op de baan misdragen. Misschien ook omdat McEnroe uiteindelijk best een succesvolle en populaire speler werd.
Als ik dat soort dingen zie moet ik altijd denken aan snooker. Ook in dat spel worden kansen gemist en wordt de stressbestendigheid van de spelers op de proef gesteld. Het gaat er ook om veel geld, een gemiste bal kan zomaar tienduizenden euro's verschil uitmaken. Toch zie je nooit een speler zijn biljartkeu kapot slaan. De meesten zouden gruwelen bij het idee alleen al. Er zijn die hun hele loopbaan met dezelfde keu spelen.
Je ziet ook nooit een snookerspeler juichen en springen, na het scoren van een mooi punt. Een heel enkele keer wordt er wel eens een vreugdekreet geuit, of een arm in de lucht gestoken, na het winnen van een heel toernooi, maar dat is tamelijk zeldzaam.
Discussies met de scheidsrechter komen bij het snooker niet voor. Soms is een speler het niet eens met een actie van de wedstrijdleider en dan wordt er wel eens een beleefd woord gewisseld. Niet te vergelijken met de scheldpartijen op het voetbal- of tennisveld. Het is bij snooker ook gebruikelijk dat de spelers onmiddellijk toegeven wanneer zij een fout hebben gemaakt, vaak nog voor de scheidsrechter het ziet. Kom daar eens om bij andere sporten, waar vaak juist geprobeerd wordt de tegenstander overtredingen aan te smeren, die helemaal niet zijn begaan.
Snookerspelers moeten vaak lange tijd, op hun stoel zitten en toekijken hoe hun tegenstander gebruik maakt van de kansen die hij krijgt. Van binnen zal het dan best wel eens koken en voor de aandachtige toeschouwer is er wel eens wat emotie, teleurstelling, of frustratie bespeuren. Maar verder dan een zucht, of een starre blik, gaat het eigenlijk nooit.
De omgang tussen snookerspelers, onderling, is uiterst beleefd. Ik ken één voorval waarbij twee spelers elkaar met de schouders raakten, terwijl ze rond het biljart liepen. Daar wordt nu, jaren later nog over gesproken. Ik heb ook ooit een interview gezien waarin een speler toegaf dat hij, na een verloren wedstrijd en in de beslotenheid van zijn kleedkamer, zijn keu vernield had.
Het zijn echt wel mensen met gevoel en emoties. Er zijn snookerspelers die bekend staan als fuifnummers, die met hun maten de stad op stelten zetten. Maar tijdens de wedstrijd zijn ook die spelers rustig en beheerst.
Waarmee ik maar zeggen wil dat al die
heisa op tennis- en voetbalvelden aangeleerd gedrag is. Zoals de
snookerspelers geleerd hebben om hun emoties onder controle te
houden, is het bij andere sporten gewoon geworden om alle remmen los
te gooien. Ik weet wel wat ik prettiger vind om naar te kijken.



