Ik droomde dat mijn vrouw en ik verhuisd waren naar een oud, middeleeuws, huisje, in een oud stadje. Het was geen groot huis, maar het had iets kasteelachtigs, met hoektorentjes, sfeervolle bakstenen muren en eikenhouten vloeren. We waren het nog een beetje aan het inrichten.
Er was een klein meisje bij ons, het zal een kleinkind zijn geweest. Toen ze 's avonds naar bed moest klaagde ze erover dat de ramen en deuren van haar kamertje niet goed sloten. 'Ja,' zei ik, 'het is een oud huisje. We moeten ons een beetje aanpassen.'
Even later ging ik wat eten in een restaurant, niet ver van ons nieuwe, oude, huis. Mijn vrouw zal andere bezigheden hebben gehad, want ik ging alleen. Het was niet ver lopen, wat verderop in het stadje en ik kende de eigenaren.
Ik at een voorgerecht dat uit verschillende, kleine hapjes bestond. Daarna liep ik even naar buiten, waar een terras was met tafeltjes. Naast het restaurant was een weiland waar schapen liepen. Dat grensde weer aan water, misschien een singel, of gracht. Langs de kant liepen ganzen en in de wei een groepje schapen.
Als de ganzen wat meer het land op kwamen, weken de schapen naar achteren. Wanneer de ganzen weer meer de waterkant opzochten, gingen de schapen ook die kant op. Zo golfde het heen en weer over dat weilandje.
Aan de tafeltjes op het terras zaten wat mannen en vrouwen die ik vaag leek te kennen. Het gesprek ging over relaties die zomaar ineens voorbij konden zijn. Ik zei dat ik niet snapte hoe je de ene dag, in goede verstandhouding, afscheid van iemand kon nemen en dat het dan ineens uit was, als je de volgende dag opbelde.
Een man aan een van de tafels stak daarop een verhaal af in het Frans, dat ik niet echt kon volgen. Maar de andere aanwezigen moesten er om lachen, dus lachte ik maar mee.
Ik raakte in gesprek met een vrouw over ons nieuwe huis. Het was heel leuk, zei ik, maar verbouwen mochten we niet, omdat het een monument was. 'Dat is goed', zei ze,'terwijl ze wegliep, 'ik zal het haar zeggen.'
Ik vroeg me af aan wie ze iets zou gaan zeggen, maar kon het haar niet meer vragen. Ik ging dus maar weer naar binnen, om een hoofdgerecht te bestellen. Ik wilde iets vegetarisch, maar wist niet meer of dat op de kaart stond. Van een tafeltje pakte ik een map met een menu. Er vielen allerlei papieren uit de map en terwijl ik daarmee aan het hannesen was werd ik wakker.


