Gisteren kreeg ik een mail waarin Microsoft aankondigde dat de beveiliging van Windows 10 voor nog een jaar verlengd is. Mooi ! Ik was al voorzichtig aan het nadenken over een vervanger van mijn huidige, tweedehands, laptop, maar dat kan ik nu dus een jaar uitstellen. Andere optie is het overstappen van Windows, naar Linux, als besturingssysteem. Maar daarover kan ik dus ook nog een jaar langer nadenken.
Ondertussen was ik op zoek naar een ander onderwerp, om eens iets over te lezen. Ik schreef al eerder over de boeken van historica Kate Norgate – gratis te downloaden als e-book – die heel mooi schreef over de Engelse koning Richard Leeuwenhart en zijn familie. Nu had ik bedacht dat ik wat meer wilde weten over het oude Egypte.
Ik ging naar de website van het ProjectGutenberg en typte 'History Of Egypt' in als zoekopdracht. Direct mooie resultaten, zoals de boeken van de Franse archeoloog Gaston Maspero, met zijn History of Egypt, Chaldæa, Syria, Babylonia, and Assyria (12 delen), verschenen in 1903 en '04.
Ik zocht hem op bij Wikipedia en Maspero blijkt een zeer gerespecteerd egyptoloog te zijn geweest. Hij was van bescheiden afkomst, het kind van een ongehuwde moeder, maar dat weerhield hem er niet van om al jong indruk te maken. Als student vestigde hij de aandacht op zich met het vertalen van hiëroglyfen, een bezigheid die toen nog in de kinderschoenen stond.
Later werd hij leraar Egyptische taal en geschiedenis en nog voor zijn 40ste werd hij beschouwd als een toonaangevende expert. Hij werd door de Franse regering naar Egypte gestuurd, om daar onderzoek te doen. Hij was enige tijd directeur van het museum van oudheden in Caïro en publiceerde een hele reeks boeken.
Maar ja... 12 delen !
Gelukkig was er tussen de zoekresultaten bij Gutenberg.org ook een wat bescheidener uitgave, 'History of Egypt, Chaldea, Syria, Babylonia, and Assyria in the Light of Recent Discovery', door de Britse archeologen Leonard King en Henry Hall, uit 1907. Een aanvulling, zo blijkt uit het voorwoord, op het 12-delig standaardwerk van Maspero. Daar ben ik dus aan begonnen en het is een heel interessant boek.
Egypte stond, aan het eind van de 19e en het begin van de 20ste eeuw, in het middelpunt van de belangstelling, als het om archeologie ging. Na de aanleg van het Suezkanaal, dat open ging in 1869, was het bovendien van groot economisch belang voor de westerse wereld. Het wemelde dus van de Franse, Engelse, Duitse en ook Amerikaanse onderzoekers, aan de oevers van de Nijl.
King en Hall zijn vol lof over de boeken van Maspero, maar als je verder leest blijkt dat er, bij de oudheidkundigen, ook sprake was van concurrentie en kinnesinne. De Franse archeologen, zo schrijven King en Hall, blonken uit door grootse theorieën en mooi geïllustreerde publicaties. Maar ze gingen niet erg zorgvuldig te werk en het ontbrak vaak aan een gedegen onderbouwing, bij hun interpretaties.
Als voorbeeld noemen ze de opgravingen bij de oude stad Abydos. De Franse archeoloog Émile Amélineau had daar de tombe opgegraven van farao Den, een koning uit de eerste dynastie, die regeerde in de periode van 2970 tot ongeveer 2930 voor Christus.
Amélineau had toestemming gekregen van Maspero om opgravingen te doen, van 1894 tot '98. Maar toen Maspero het resultaat zag was hij woedend. Amélineau had nauwelijks bijgehouden wat hij deed, waar hij welke vondsten had gedaan en had aardewerk vernietigd dat hij oninteressant vond en houten overblijfselen zelfs verbrand. De Britse archeoloog Flinders Petrie vond later, tussen de afvalhopen van Amélineau, belangrijke aanwijzingen voor het identificeren en dateren van de vondsten.
Een van de missers van Amélineau was dat hij een van de tombes aanzag voor die van de god Osiris, in zijn ogen een prehistorische koning die later heilig verklaard zou zijn. In werkelijkheid was het een heiligdom gewijd aan Osiris, dat al tijdens de eerste dynastie een soort bedevaartsoord was.
Dat wil niet zeggen dat King en Hall, bij voortduring, bezig zijn hun voorgangers te bekritiseren. Ze benadrukken dat de wetenschap nu eenmaal voort gaat en nieuwe ontdekkingen tot nieuwe inzichten leiden. Maar ook dat archeologen heel nauwkeurig te werk moeten gaan en alles netjes moeten fotograferen en beschrijven, voor ze met conclusies komen.
Er wordt wel gezegd dat de Europese onderzoekers, van die tijd, eigenlijk schatgravers waren die kostbaarheden roofden en naar musea en verzamelaars in hun thuisland transporteerden. Dat was deels waar, maar ze zagen het zelf als het redden van de oudheden. Door de belangstelling uit Europa en Amerika was er namelijk een drukke handel ontstaan in archeologische vondsten en werd er door de plaatselijke bevolking veel illegaal opgegraven en vernield.
Zo beschrijft het boek niet alleen de geschiedenis van Egypte, maar ook die van de archeologie. Dat maakt het extra boeiend om te lezen.
De genoemde archeologen en vindplaatsen zijn te vinden op Wikipedia.
Lees hier meer over de Windows 10 beveiliging
