Posts tonen met het label tekening. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tekening. Alle posts tonen

donderdag 20 december 2012

Ik teken niet in opdracht



Het komt niet zo heel vaak voor, maar een paar keer per jaar wordt me gevraagd om een tekening te maken. Voor op een website, of de slaapkamer van een nichtje, of voor een actie, of een goed doel. Maar altijd moet ik de vragers teleurstellen. Ik teken niet in opdracht.

Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste kost het me al zoveel tijd en moeite om mijn eigen tekeningen te maken, dat er niets meer over schiet voor de verzoeken van anderen. Door mijn wankele gezondheid kan ik hooguit een uurtje per dag aan tekenwerk besteden. Een stripaflevering kost me zo twee weken. (Vroeger klaarde ik dat in een dag.)

De tweede reden is misschien nog wel belangrijker: Ik vind het heel erg vervelend om in opdracht te tekenen. De lol zit voor mij voornamelijk in het bedenken wat ik maken zal. Hoewel het best leuk kan zijn als een tekening goed lukt, is de uitvoering meestal een kwestie van zwoegen en doorbijten.

Als iemand anders bedenkt wat ik tekenen moet is er voor mij geen plezier meer aan te beleven. Alleen het zwoegen en doorbijten blijft dan immers over.

Soms probeert men me over te halen met een geldbedrag. Maar jongens, als ik serieus moet gaan berekenen wat het kost om mijn tijd en moeite (om niet te zeggen: weerzin) te vergoeden, dan hebben we het al gauw over duizenden euro's voor een tekeningetje. Mensen die er dat soort bedragen voor over hebben ben ik nog niet tegengekomen.

Iets anders is het wanneer iemand een oude tekening ergens voor gebruiken wil. Dat soort verzoeken bereiken me ook wel eens en daar doe ik doorgaans niet moeilijk over. Vraag het me netjes, dan vind ik het bijna altijd goed.




vrijdag 16 december 2011

Jonge houtduiven zouden een valhelm moeten dragen



Het moet haast wel aan het seizoen liggen. Het hele jaar is het niet voorgekomen, maar de afgelopen weken zijn we weer een paar keer opgeschrikt door een houtduif die tegen het raam aan vloog. Omdat het verenkleed van de duiven een poederachtige stof bevat, kun je de sporen ervan dagen later nog zien.

In 2009 maakte ik een tekening van 2 van zulke duif-afdrukken, met het gratis fotobewerkingsprogramma Gimp zette ik mijn tekeningen om in een negatief beeld. Zo lijkt het heel aardig op wat je in werkelijkheid op de ruit ziet. Ik schreef er indertijd onderstaande verhaal bij:


Het kan een rotklap geven als zo'n vogel, toch de grootste Europese duivensoort, zich in volle vaart op de dubbele beglazing stort. Bij de laatste, die tegen het glas van de gezamenlijke trappenhal stuiterde, zaten de kat en ik verstijfd op de bank. Als of er een deur ingetrapt werd.

Mijn theorie is dat het jonge vogels zijn. Je kunt die van de volwassen exemplaren onderscheiden door het ontbreken van de karakteristieke, witte, halsvlek. Maar zeker weet ik het niet, zo goed heb ik die brokkenpiloten nog niet kunnen observeren.

Houtduif op het balkon, vorige winter...
Vanuit de hoge bomen van het park, aan de overkant van de straat, komen ze aan gescheerd. En in plaats van over de flat te vliegen, denken ze door de spiegelende ruiten te kunnen. In de meeste gevallen overleven ze het gelukkig. Maar ik heb al eens een dode duif van het balkon geraapt.

Tegen mijn verschrikte kleinzoon, die toen nog een klein ventje was, vertelde ik dat het een jonkie was, die nog niet zo goed kon vliegen. 'O', zei hij, 'dan was hij nog aan het lessen...'.

Op de radio, bij het programma 'Vroege vogels', hoorde ik dat het niet zo goed gaat met de houtduivenstand. Bij ons in de buurt zitten ze nog in behoorlijk grote aantallen. En op de Engelse Wikipedia staat te lezen dat de houtduivenstand zich, in Groot-Brittannië, in de afgelopen paar jaar heeft verdubbeld.

Via de website www.natuurinformatie.nl kom ik op een citaat uit de flora- en faunawet waaruit blijkt dat er, bij ons, op de houtduif gejaagd mag worden. Een bedreigde soort zal het dan toch wel niet wezen.

Dat blijkt ook uit de informatie op de site van Vogelbescherming. De vogel staat niet op de rode lijst van bedreigde soorten, maar is in de afgelopen decennia wel in aantal achteruit gegaan. De laatste schatting is dat er tussen de 400.000 en 500.000 broedparen in ons land zijn.

Geen reden tot grote ongerustheid, dus. Maar valhelmpjes voor jonge houtduiven zou misschien geen slecht idee zijn.


Zie ook op Wikipedia: Houtduif en in het Engels Woodpigeon 

En op het forum van Vroege Vogels voor uitleg over duiven die tegen ramen vliegen.

Dit verhaal heeft in 2009 op het Volkskrantblog gestaan...


dinsdag 13 december 2011

Laten we die crisis nou eens positief bekijken



Het zal een beetje hersengymnastiek vergen voor sommigen onder ons, maar zelfs aan de financiële crisis zijn mooie kanten te ontdekken. In de media wordt er net gedaan alsof de wereld vergaat, maar geloof me dat gaat reuze meevallen. In 2008 schreef ik er al een stukje over. Toen was er ook een crisis en toen zijn we ook niet vergaan. Ik hoefde dat oude verhaal maar op een paar puntjes aan te passen...



Zoals bij elke crisis kondigt het kabinet ferme maatregelen aan, maar de bedoeling is zo snel mogelijk alles weer bij het oude te krijgen. Echt iets nieuws verzinnen, waardoor we in de toekomst van dit soort crises verschoond zullen blijven, is er niet bij.

Maar goed, positief kijken, dus. Wat de vorige keer meteen in het oog sprong was dat de olieprijzen daalden. Het klonk mij, als economische leek, een beetje vreemd in de oren, maar eigenlijk is het wel logisch. Bedrijven zijn minder bedrijvig, omdat ze bang zijn voor de komende terugval en dus gebruiken ze minder olie. Minder vraag zorgt voor lagere prijzen.

Dat klinkt vooral leuk voor de gewone burger, die aan de pomp minder hoeft te betalen en voor het gemiddelde huishouden dat, zodra de energieprijzen aan de gedaalde olieprijs gekoppeld zijn, minder voor stroom en gas zullen hoeven uitgeven.

Maar het heeft nog meer leuke kanten. Minder olieverbruik betekent immers ook minder uitstoot van nare stoffen en gassen. Dat is mooi voor het milieu ! Nog een paar jaartjes crisis en we halen die Kyoto-doelstelling op onze sloffen !

En… het is fijn voor de filerijders. Minder bedrijvigheid vertaalt zich ook in minder vrachtwagens op de weg en dus minder file’s ! Ik verzin dit niet, het was laatst al in het tv-journaal. Nog een paar jaar stevige recessie en de file’s zijn definitief opgelost. Nieuwe tunnels en snelwegen hoeven dan helemaal niet meer aangelegd te worden. Milieuorganisaties zullen dolblij zijn. En terecht.

En de crisis heeft nog meer goeds te bieden. We kunnen eerdaags weer lekker met de VUT ! Was het tot voor kort nog één en al geklaag over de komende vergrijzing en moesten oudere werknemers vrezen tot lang na hun 65ste door te moeten werken… Dat is nu allemaal van de baan.

Als de werkeloosheid stijgt is het weer werktijdverkorting al om. Nog even volhouden met die economische krimp en we kunnen allemaal weer stoppen met werken als we 55-plus zijn. Wat nog meer goed nieuws inhoudt voor de filerijders, want al die gepensioneerden en alle nieuwe werkelozen hoeven niet ’s ochtends in de ochtendspits te staan !

Het komt nog eens helemaal goed met ons land. Die crisis is een zegen !

En o, ja, in 2008 is het plaatje, dat (heel lang geleden) door mijzelf getekend is, gepikt door een medeblogger. Zonder mijn toestemming. Normaal gesproken doe ik nooit moeilijk en zeker niet in crisistijd. Maar vraag het even als je een illustratie wil gebruiken en zet er dan netjes bij dat ik hem gemaakt heb...

dinsdag 22 november 2011

Gratis films kijken op de website van IDFA



Even een filmtip tussendoor. De oplettende lezers zal het niet ontgaan zijn dat het International Documentary Film Festival Amsterdam vorige week van start is gegaan. In de media is er behoorlijk ruchtbaarheid aan gegeven. Met name tv-zender Nederland 2 heeft, in de middaguren, plaats ingeruimd voor het festival, met nieuws filmfragmenten en interviews.

Maar niet iedereen is in de gelegenheid om naar de bioscoop te gaan, om daar prachtige en boeiende documentaires te zien. Daarom geef ik graag als aanbeveling dewebsite van het IDFA door. Daarop zijn, onder de noemer IDFA-tv , een hele massa trailers, festivalcommercials, maar ook complete films te zien.

Ik heb er, vanuit de luie stoel, inmiddels twee bekeken: National Park, van regisseur Dragan Nikolic en Story of a beautiful country van Khalo Carlo Matabane.

In National Park neemt de Servische regisseur zijn moeder mee terug naar haar geboortedorp. Dat bestaat alleen nog uit verlaten ruïnes, die deel uit maken van een natuurpark. Naast jeugdherinneringen komen er ook sporen en verhalen naar boven van de gruwelen van de Balkanoorlog.

Story of a beautiful country speelt in Zuid-Afrika. De filmmakers rijden in een busje van het platteland naar Kaapstad. Onderweg interviewen ze mannen en vrouwen van verschillende leeftijden en etnische achtergrond. De vraaggesprekken vinden plaats achterin het busje en af en toe dwaalt de camera over het kale landschap.

De geïnterviewden zien er allemaal gezond en welvarend uit. De meesten zeggen dat ze Zuid-Afrika een prachtig land vinden. Maar uit vrijwel elk gesprek blijkt hoe er geworsteld wordt met verleden en heden. Toch is het geen zwaarmoedige film. Zelfs de blanke boer, die zegt bereid te zijn om met geweld het land van de zwarten terug te pakken, komt uiteindelijk aandoenlijk en bijna sympathiek over.

Mooie films ! En er zijn er nog tientallen meer, die voor de internetgebruiker gratis voor het grijpen zijn...


donderdag 3 november 2011

Hoe oud kunnen bomen eigenlijk worden ?



Een schetsje van de 'duizendjarige den' bij Wolfheze, op de Veluwe. 
Ik heb wel eens gemopperd op vandalen als Bonifatius die naar onze streken kwamen om onze heilige eiken om te hakken. Maar laten we eerlijk zijn, als ze dat niet hadden gedaan waren die bomen inmiddels al wel een natuurlijke dood gestorven. Want hoewel bomen oud kunnen worden, onsterfelijk zijn ze niet.

De oudste boom van ons dorp was lange tijd een linde achter de oude kerk. Omdat de stam hol was en de gemeente vreesde dat er takken af zouden vallen, is hij 10 jaar geleden gekapt. Onder protest, dat wel. Maar zelfs rechtszaken konden niet voorkomen, dat de 3 eeuwen oude boom omgehaald werd.

Wat momenteel de oudste boom van het dorp is zou ik niet weten. De grootste exemplaren in de buurt zijn vermoedelijk niet veel ouder dan 150 jaar. Restanten van de parkaanleg bij 19e eeuwse villa's langs de hoofdweg. Zoals het parkje tegenover ons huis. Maar sommige beuken en eiken beginnen daar al wat af te takelen. Dode takken, stukken schors die loslaten.

De oudste boom van ons land is waarschijnlijk de kroezeboom, bij het Overijsselse Fleringen. Die boom, een zomereik, wordt geschat op 400 tot 500 jaar. Een andere eik, de dikke boom van Verwolde, is vermoedelijk niet veel jonger.

Het probleem met dergelijke oude exemplaren is dat ze doorgaans hol zijn, waardoor de ouderdom niet precies meer vast te stellen is. Deze oude bomen worden met ijzeren stangen en kabels bij elkaar gehouden. Het is maar de vraag of ze er zonder hulp nog zouden staan.

In Europa zijn wel oudere bomen te vinden. Maar ook dat zijn doorgaans vervallen en holle giganten waarvan we de ouderdom alleen maar kunnen schatten. Een boom heet al gauw de duizendjarige, of de heilige, maar bomen die nog echt, in naam van Wodan, vereerd zijn zitten daar niet bij. Dergelijke namen zijn meestal veel later aan de bomen toegekend.

In het Poolse Bialowiezabos, een oorspronkelijk stukje Europees oerwoud, worden de oudste bomen op ongeveer 600 jaar geschat. Voor de in onze gematigde streken voorkomende soorten is dat waarschijnlijk de maximale, natuurlijke leeftijd.

Voor de oudste bomen ter wereld moeten we naar Noord-Amerika waar, in de Californische bergen, de Bristlecone Pine groeit. Men schat de leeftijd van sommige exemplaren op ongeveer 5000 jaar. Stel je daarbij geen honderd meter hoge gigant voor. De bristlecone wordt niet hoger dan een meter of 15 en groeit zeer langzaam.

Van een fijnspar in Zweden, die op de Engelse Wikipedia 'Old Tjikko' wordt genoemd, zegt men echter dat het wortelstelsel ruim 9000 jaar oud zou zijn. Dit is vastgesteld door middel van C14-datering. De stam zelf is maar een paar honderd jaar oud, maar is een uitloper, of kloon van een veel oudere wortelkluit.

Dat wordt weer in de schaduw gesteld door 'Pando' een gemeenschap van 'quaking aspentrees', een soort populieren, in de Amerikaanse staat Utah. Die zouden een wortelkluit delen die 80.000 jaar terug gaat ! En sommige wetenschappers vermoeden dat de wortelstelsels van andere boomgroepen, van dezelfde soort, bijna een miljoen jaar oud zouden kunnen zijn. Ook hier zijn de individuele stammen niet ouder dan een paar honderd jaar.

Je kunt je afvragen of een boom altijd een stam met wortels is, of ook een wortelkluit met uitlopers kan zijn. Bomen kunnen in ieder geval duizenden jaren oud worden. Hoe oud precies is niet vast te stellen, aangezien de oudste exemplaren nog elke dag ouder worden...

Links:

De Kroezeboom op de Fleringer es 

Website van Jeroen Philippona (secretaris, tevens contactpersoon voor de landelijke Bomenstichting) met informatie over oude bomen in Europa

Op Wikipedia Het Woud van Bialowieza 

Encyclopedia of Earth over Bialowieza 

Mooie Poolse (Engelstalige) website over Bialowieza 

Website over de bomen van Bialowieza 

Wikipedia over de Bristlecone pine over 'Old Tjikko' en over 'Pando' 

Bij de tekening: Deze boom is een paar geleden omgewaaid, maar ligt nog in het bos. Dus je kunt hem nog bewonderen. Ook deze 'duizendjarige' was vermoedelijk maar 450 jaar oud...

Ps.: Dit verhaal is eerder verschenen op het Volkskrantblog in 2010. Ik plaats het nu opnieuw naar aanleiding van een blog van collega-blogger Ivy: Koningsboom

dinsdag 11 oktober 2011

De bosuil met zijn legendarische roep



Sinds een paar dagen hoor ik 's nachts de bosuil weer roepen. Een roep die zo legendarisch is dat in elke film, bij een nachtelijke scene, het geluid van de Europese bosuil wordt afgespeeld. Of die uilensoort nou voorkomt, in de omgeving waar de film gemaakt is, of niet.

Uit de volksmond hoor je verschillende meningen als het om uilen gaat. De wijze uil, aan de ene kant en het domme uilskuiken aan de andere. Of zou er mee bedoeld worden dat wijsheid met de jaren komt ?

De uil is een mysterieus wezen, dat geluidloos door de nacht vliegt en alleen af en toe zijn beangstigende roep laat horen. Toch zijn er veel mensen die van uilen houden. Al jaren behoren ze bij de populairste vogels om per webcam te volgen.

Zou het door het menselijke gezicht van de uil komen ? Met zijn naar voren gerichte ogen en ronde kop ? Ik weet het niet. Misschien zijn het wel de aandoenlijke uilskuikens, in hun witte donspakje, die ons hart sneller doen kloppen. Ze kunnen in elk geval erg koddig om zich heen kijken en gaan al jong aan de wandel.

In deze tijd van het jaar zijn de jongen al uitgevlogen en maken vader en moeder zich op voor het volgende seizoen. Veel andere vogels doen dat in stilte. Die gaan hun veren ruien en proberen daarna, op hun gemakje, de winter door te komen.

De bosuil niet, die is juist nu druk bezig zijn territorium af te bakenen. Daarom kun je hem al in het najaar horen roepen. Het bekende langgerekt oeoeoeoeo, gevolgd door een korte stilte en dan oe-oehoeoe. Waarbij de laatste toon bibberend wegsterft. Ook hoor je mannetje en vrouwtje af en toe naar elkaar roepen. Dat klinkt dan meer als kwiejit, of kjiewit.

Gezien heb ik ze bij mijn huis nog nooit. Dus voor de tekening, die ik vorig jaar maakte, heb ik gebruik gemaakt van foto's. Als een bosje uilen bij elkaar zie je de oehoe bovenaan, daaronder links de kerkuil, rechts de bosuil en onderaan de steenuil. De tekening en delen van de tekst verschenen eerder op het VK-blog.

Meer informatie over de bosuil bij Vogelbescherming Nederland en Wikipedia  (de Engelse beschrijving op Wikipedia is veel uitgebreider...)

maandag 30 mei 2011

Beroerde foto's en heel redelijke tekeningen van de Grote Bonte Specht



Het zou best eens kunnen dat alleen doorgewinterde vogelkenners, in deze foto's, de vage contouren van een grote bonte specht herkennen. Het zijn heel beroerde foto's, dat geef ik toe. Maar ik schep nu al tijden op over de specht die op mijn balkon komt en ik probeer al bijna net zolang, vergeefs, om hem te fotograferen...

Dus eigenlijk ben ik best trots op deze waardeloze plaatjes. Alle voorgaande keren ben ik niet eens in de buurt gekomen van een foto met iets van een specht er op. Dus dit is helemaal nog niet zo gek. Ook al zit er horrengaas tussen en een tak, je kunt toch zien dat er een vogel zit.

Gelukkig heb ik vorig jaar een paar tekeningen gemaakt van de grote bonte specht. Uit frustratie, indertijd, omdat het maar niet lukte met die foto's. En ik durf best te zeggen dat, in vergelijking met de foto's van vandaag, die tekeningen er best mee door kunnen.


Hieronder een deel van de tekst die ik er toen bij schreef voor op het Volkskrantblog: 





Hebben alle spechten rood haar ?

Je zou het bijna zeggen, maar technisch gesproken hebben spechten natuurlijk geen haar, maar veren. Toch hebben vrijwel alle in Europa voorkomende spechten een rode vlek op hun kop. Tenminste de mannetjes en/of de jonge vogels.

Van de spechtensoorten, die je bij ons regelmatig tegen kunt komen, heb ik er drie ooit al eens gezien. De groene specht, die inderdaad overwegend groen gekleurd is met een veeg rood op zijn kruin. De imposante zwarte specht, een joekel van een vogel, helemaal zwart met uitzondering van zijn rode kuif. En de grote bonte specht.

De grote bonte is de meest voorkomende spechtensoort in ons land. Hij is zwart-wit gestreept, met een rode onderbuik. Het mannetje heeft een rode vlek op zijn achterhoofd. Jongen van deze soort hebben een helemaal rode kruin.

Dat kan verwarrend zijn omdat ze zo, van uit de verte, wel wat lijken op de middelst bonte specht. Maar die is vrij zeldzaam. Net als de kleine bonte specht, die een dwarsstreepje op zijn rug heeft en echt een flink stuk kleiner van gestalte is.

Om de verwarring kompleet te maken: er is ook nog een soort die de witrugspecht genoemd wordt. Die ziet er verdacht veel uit als een grote bonte, maar heeft een witte rug. Gelukkig komt die in ons land niet voor. Tenzij als dwaalgast.

Laatst hoorde ik een bons op het raam. Ik liep naar het balkon, maar zag geen zieltogende vogel. Ik stapte zelfs even op het balkon om over de railing te kijken. Niets te zien.

Even later hoorde ik gefladder. Achter de balkondeur zat een jonge specht ! Ik pakte mijn camera, maar voor ik hem aan kon zetten was het dier al naar de rand gehipt en weggevlogen.

Van verschillende kanten hoorde ik dat spechten verzot zijn op pindakaas. Ik mengde een eetlepel van het smeersel met wat zonnepitten en zette dat op een schotel in mijn voederhuisje. De daaropvolgende dag geen specht gezien. De koolmezen blijken ook best van pindakaas te houden. Ik heb er maar een bakje water naast gezet.

Een paar dagen later zat er toch ineens weer een specht op het voederhuisje. Voor de pindakaas noch het water toonde hij veel interesse. En weer een paar dagen daarna, in alle vroegte, hoorde ik getik op het balkon. De specht hing aan het pindakorfje. Ik kon hem net zien vanuit de slaapkamer. Na een paar seconden was ie weer weg...

Het gaat trouwens goed met de grote bonte spechten in Nederland. Volgens Sovon neemt het aantal broedparen de laatste jaren toe. Meer informatie over spechten vind je bij:



De EngelseWikipedia (een veel uitgebreider artikel met meer foto's)

Nog veel meer foto's en filmpjes, van alle spechtensoorten in de wereld, in TheInternet Bird Collection 

Zelf heb ik ooit een filmpje gemaakt van een grote bonte specht die aan de overkant van de straat in een boom zat:


maandag 18 april 2011

Pimpelmees en boomklever



Al jaren heb ik in de wintermaanden voer voor de vogels op mijn balkonnetje hangen. Sinds een jaar of drie hangt er ook een nestkastje. Met het park aan de overkant is er geen gebrek aan vogels en ik heb al een heel stel verschillende soorten mogen ontvangen.

Van houtduiven, tot grote bonte spechten, van kauwtjes tot sijsjes. Maar de hoofdmoot van de balkonvogels wordt toch in beslag genomen door de mezen. Pimpelmezen en koolmezen dan vooral, hoewel ik ook regelmatig glankoppen zie, af en toe staartmezen en één keer een zwarte mees.






De pimpelmezen maken ook gebruik van het nestkastje. Vorig jaar voor het eerst. Helaas liep dat niet goed af. Aanvankelijk leek een enkele volwassen mees nog aardig op weg om een hok vol jongen groot te brengen. Maar toen die ene dappere mees ook verdween, legden de overgebleven jongen helaas het loodje.






















Dit jaar ziet het er gunstiger uit. Twee mezen zijn al een hele poos druk in de weer rondom het nestkastje. Ze jagen andere vogels van het balkon, slepen nestmateriaal naar binnen en geven zich over aan het liefdesspel.


Afgelopen week werden ze daarbij enigszins gestoord door een boomklever. Niet dat die belangstelling heeft in de nestkast, maar wel in de laatste pinda's die nog op het balkon hangen. 


Leuk om de dit prachtige vogeltje weer te zien, dat nog liever op z'n kop lijkt te hangen, aan zijn krachtige klauwtjes, dan recht op. Als het pindakorfje leeg is zal hij ergens anders voedsel moeten zoeken en kunnen de pimpelmezen rustig aan de voortplanting werken.




De tekening is van vorig jaar, de foto's zijn in de afgelopen dagen gemaakt, het filmpje alweer een paar jaar geleden...




dinsdag 12 april 2011

De wonderbaarlijke hommel

Op het blog van Ramirezi staan foto's van het holletje van de Steenhommel. Leuk, dacht ik dan zal ik mijn oude hommel-bijdrage nog eens plaatsen. Bij het zoeken in de oude Volkskrantblog-bestanden bleek echter dat ik 4 bijdragen over hommels geschreven heb in de loop der jaren. Dat is een beetje veel. Dus plaats ik de laatste, uit 2008, met zelfgemaakte plaatjes vermengd met fragmenten uit de eerdere hommelverhalen...


Waag het niet om grappen te maken over de Hommel
 
Oppervlakkig bezien lijkt de hommel een gemoedelijke tante van de honingbij. Maar bij nadere beschouwing blijkt het een opmerkelijk beestje te zijn. Dankzij een aantal bijzondere eigenschappen is de hommel in staat te vliegen bij temperaturen die voor andere insecten te laag zijn. Daardoor kan zij zich handhaven op grotere hoogte dan andere insecten en is zij een van de eerste insecten die in het voorjaar actief is.

Desalniettemin is de hommel het onderwerp van domme grappen. Mij viel het op dat de grotere soorten, met hun geel-zwart-wit gestreepte lijven wel wat weg hebben van Engelse drop. Goedmoedige scherts, maar ik heb ook wel eens ergens gelezen dat hommels eigelijk te zwaar zijn om te kunnen vliegen, maar dat ze te dom zouden zijn om dat zelf te beseffen.

Lasterpraat ! Die opmerking kon alleen gemaakt worden omdat wetenschappers lange tijd te dom waren om te begrijpen hoe hommels zich, met hun zware lijf en relatief kleine vleugels, toch in de lucht konden verheffen. Inmiddels heeft men uitgevonden dat de hommelvleugels luchtwervelingen veroorzaken, die extra hefvermogen geven. Luchtvaartdeskundigen zijn nu aan het puzzelen hoe dit mechanisme toegepast kan worden op, bijvoorbeeld, helikopters. Een excuus aan de hommel lijkt me echter ook gepast.

In het vroege voorjaar zie je de koninginnen vliegen. Die maken een nestje waarin ze een tiental eitjes grootbrengen. De hommels die daar uit komen zijn vrouwelijke werksters. Die zie je daarna bijna de hele zomer druk in de weer met het grootbrengen van nog veel meer werksters.Uiteindelijk bestaan de meeste nesten uit enkele honderden hommels.

Pas aan het eind van het seizoen legt de koningin een paar eitjes waaruit mannetjes komen, hommeldarren, te herkennen aan hun lange voelsprieten. Dankzij speciale verzorging groeien een paar andere larfjes uit tot jonge koninginnen en kan er voor een volgende generatie gezorgd worden. De oude koningin en alle werksters en darren leggen in het najaar het loodje. De nieuwe koninginnen proberen te overwinteren, hoewel men zegt dat er maar een klein deel daarin ook echt slaagt. De overlevenden beginnen het volgende voorjaar weer helemaal opnieuw.

Door hun bescheiden omvang geven hommelnesten zelden overlast, maar zijn ze evenmin de moeite van het leeghalen waard. De hommel wordt niet geëxploiteerd voor de honingproductie, maar is voor de mens wel van economisch belang als bestuiver van gewassen. En door haar vermogen om te vliegen bij lagere temperaturen dan andere insecten, kan zij dat op meer plaatsen en tijdstippen doen dan andere insecten.

In navolging van Hans Dorrestijn, die in zijn vogelgids uitlegt dat de duif, de meeuw en de mees niet bestaan, zou ik op willen merken dat de hommel eigenlijk ook niet bestaat. Er zijn immers allerlei soorten en met alleen ‘hommel’ kan de kenner niet uit de voeten. Gelukkig heeft elke soort een eigen, gemakkelijk herkenbare, tekening zodat ook de leek, met behulp van plaatjes op het internet, al spoedig de verschillen in de gaten heeft.

Ons balkon werd de afgelopen jaren vooral bezocht door akkerhommels. Vrij kleine hommeltjes met een zwart lijf, een oranjebruin borststuk en een oranje puntje aan de staart. Dit jaar worden ze gezelschap gehouden door een aardhommel. Die is een slagje groter en heeft op zijn zwarte lichaam gele en witte strepen. Kijk maar op de plaatjes.

Insectenkenners spreken wel van het borststuk, als ze het bovenlijf van een insect bedoelen, maar bij de hommel zou je misschien beter van het rugstuk kunnen spreken. De rug komt doorgaans immers heel wat prominenter in beeld dan de borst. Maar laten we niet op elke slak zout leggen.

De hommel, die in noordelijke streken van groot belang is bij het bestuiven van gekweekte gewassen en door fruitkwekers ook ingezet wordt in plantenkassen, is dus een mooi en ook nog eens nuttig insect. 

De hommel is koudbloedig, zoals alle insecten. Koudbloedige dieren zijn afhankelijk van de omgevingstemperatuur. Als die laag is zijn ze niet actief, of gaat alles op een laag pitje. Veel koudbloedige dieren slepen zich dan naar een plekje in de zon en gaan daar zitten opwarmen. Eenmaal opgewarmd kunnen ze aan hun dagelijkse activiteiten beginnen.

Zo niet de hommel. Die is in staat om zichzelf op te warmen en dat is behoorlijk uniek. Een koude hommel gaat 's ochtends eerst even iets eten van de nectarvoorraad en zet vervolgens zijn vliegspieren aan het werk. Dat kan de hommel zonder daarbij z'n vleugels te bewegen. Zo is hij in staat om zijn lichaamstemperatuur op te drijven tot ongeveer 32 graden, terwijl de omgevingstemperatuur misschien maar een paar graden boven nul is. De dikke bontjas van de hommel zorgt er voor dat die temperatuur niet te snel weer daalt.

We kunnen dit fenomeen waarnemen in onze eigen tuin. Ga bij een bloeistengel van het vingerhoedskruid zitten, je kent ze wel die paars-wit-gevlekte kelkjes. Wacht geduldig tot er een dikke hommel aan komt vliegen en van de nectar begint te snoepen. Kijk en luister dan goed. Je hoort de hommel zoemen, terwijl hij in de bloem zit en je ziet dat hij zijn vleugels stil houdt ! De hommel houdt zo zijn vliegspieren warm en kan direct weer verder vliegen.

Zie ook dit leerzame Wikipedia-artikel


donderdag 7 april 2011

Het wordt weer balkonbloementijd



Als je niet zo vaak de straat op kunt moet je het thuis naar je zin maken. En op het balkon, natuurlijk. Want zoals ik laatst een wijze man hoorde zeggen: Je moet van het leven genieten dat je hebt en niet treuren om het leven dat je niet hebt.

Dus toen we laatst bij het tuincentrum waren heb ik wat spullen gekocht om het balkon nog wat vrolijker en aangenamer te maken. De buitenthermometer hebben jullie al gezien en de bloempot die we kochten is maar een gewone pot, daar is niet veel aan te zien.


korenbloem met zweefvlieg
Aan de zakjes bloemzaad die we kochten is eigenlijk ook niet veel bijzonders te zien. Maar als het allemaal goed gaat zullen ze er voor zorgen dat er over een poosje een fikse hoeveelheid balkonbloemen staan te bloeien en te geuren.

In het verleden heb ik al wat ervaring opgedaan met zaaigoed. Aanvankelijk gebruikte ik er het overgebleven vogelvoer voor. Dat zorgde voor zonnebloemen, gele mosterd, doperwten en vlas op het balkon. 


phacelia

De natuur zelf zaait trouwens mee. Zo kwamen er berkeboompjes, een es en kleinere plantjes als fijnstraal, akkerkool en kleefkruid aanwaaien. Mooi, maar na een paar jaar wou ik wel eens wat anders.

Dus kocht ik een zakje gemengde bloemzaden. Daar zat alweer gele mosterd in, maar ook leuke soorten als korenbloem, klaproos, phacelia, klaver en bolderik. Het laatste restje van deze zaden heb ik gisteren uitgezaaid in de wegberm voor ons huis.



Het voordeel van gemengde zaden is dat het telkens een verrassing is wat er opkomt. Een nadeel is dat je van de leukste plantjes maar een paar exemplaren per jaar krijgt.

Het tuinierbloed kruipt waar het niet gaan kan. Ondanks mijn relaxte laat-maar-aanwaaien instelling wilde ik toch meer controle op de uitkomst van mijn zaaierij. Dus gaan we het dit jaar proberen met gesorteerde met zorg gekweekte bloemzaden: lobelia, korenbloemen en slaapmutsjes. 



lobeliazaadjes

Eerst heb ik een bak ingezaaid met lobelia's. Microscopisch kleine zaadjes. Daarna een paar bloempotten gevuld met aarde en er de korenbloemen en slaapmutsjes in gezaaid.











De fuchsia en de dahlia hebben de winter ook overleefd, dus die kunnen weer naar buiten. Laat de zomer nu maar komen...!









Foto's en tekeningen: Jan de Stripman