Posts tonen met het label ziekenhuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ziekenhuis. Alle posts tonen

zondag 15 juni 2025

Een douche in een grot


Ik droomde
dat ik op bezoek wilde bij mijn zuster in Utrecht. Ik wou er naartoe fietsen, dat is in een een uurtje goed te doen. Voor ik op pad ging wilde ik eerst nog douchen, maar de douche was niet in het zelfde gebouw als waar ik woonde. Dus stapte ik met mijn handdoek en toilettas op de fiets.

Ik kwam op een aardig pleintje, met een kerk, waar mijn douche zich tegenover bevond, in een rijtje ouderwetse huizen. Ik parkeerde mijn fiets en zag een paar familieleden, in een optocht van mensen, die naar de kerk ging. Ik zwaaide, maar liet me niet afleiden van mijn doel: de douche.

Ik liet een deel van mijn spullen en kleren bij mijn fiets achter en deed de deur van het pandje open, waar mijn douche moest zijn. Ik liep een trap op en zag bovenaan twee deuren. De rechter gaf toegang tot een keuken, daar moest ik niet wezen. Maar ik onthield het voor later. Altijd handig als ik iets te eten zou willen maken.

Ik ging de andere deur binnen en kwam in een grot terecht. Dat was wel gek, zo bovenaan een trap. De vloer was van ruwe steen en hobbelig, boven me was het plafond ook uit ruwe rotsen gehouwen. Het was een grote ruimte, maar donker en vochtig. Ik liep naar binnen want ik wist dat, ergens achterin, mijn douche moest zijn.

Ik kwam bij een ravijn, waar een groep miniatuur meeuwen voor me wegvloog. Ze verdwenen in een opening aan de rechterkant. Het ravijn bleek niet al te breed. Ik kon er makkelijk overheen stappen. Daarachter zag ik iets dat op een douchegelegenheid leek. Maar voor ik me kon gaan wassen werd ik wakker.


Een andere droom

We zouden gaan optreden met onze oude muziekgroep, maar de bassist, mijn broer B., liet op zich wachten. Het publiek begon een beetje te morren, dus dacht ik: laat ik vast een lied zingen. Mijn keuze zal iedereen verrast hebben, inclusief mezelf.

Klik hier voor het lied in de uitvoering van een bekend orkest.

'Adieu mein kleiner Gardeoffizier' is een lied dat gecomponeerd is door Robert Stolz, de koning van de Weense operette. Het komt uit 'Die lustige Weiber von Wien', uit 1908 en werd aanvankelijk bekend door de uitvoering van Richard Tauber. Maar de meeste mensen zullen het kennen van André Rieu.


Dan nog iets dat een nachtmerrie had kunnen worden.

Jullie weten waarschijnlijk dat ik eind vorig jaar geopereerd ben. Geen zorgen, ik ga geen details geven. Maar in samenhang daarmee moest ik een paar keer mijn bloed laten controleren. Ik had een verhoogd PSA-gehalte en dat zou kunnen duiden op iets kwaadaardigs.

Bij alle andere onderzoeken was nooit iets gevonden, maar dat verhoogde PSA kon niet genegeerd worden. De specialist vond dat ik 4 maanden na de operatie nog eens mijn bloed moest laten checken, dus dat deed ik een paar weken geleden. Hij zou me bellen als iets aan de hand was.

Een paar weken na het bloedprikken had ik nog niets gehoord, dus ging ik eens kijken op de website van het ziekenhuis. Daar kun je zelf de uitslagen van onderzoeken inzien. Mijn PSA-waarde was, bij de laatste controle, 4.7. Op internet had ik gezien dat de normale waarde, voor mijn leeftijd, tussen de 3 en 6 is. Prima, dus.

Ik was benieuwd hoe hoog de waarde was geweest, dus bladerde ik op de ziekenhuis-site verder terug. Daar vond ik een bloedtest van begin november, vorig jaar, vlak voor mijn operatie. Toen was mijn PSA-gehalte 95.0. Na de operatie was het dus gedaald van een torenhoge 95, naar een heel acceptabele 4.7.

Benieuwd naar nog oudere waarden ging ik op zoek naar een uitslag die ik ooit, een aantal jaren geleden, na een eerder bezoek aan de specialist, had gekregen. Het duurde even voor ik hem vond, het bleek alweer 8 jaar geleden, in 2017. Toen was mijn PSA-gehalte 6.1.

Het is normaal dat de PSA-waarde in je bloed stijgt bij het ouder worden. Bij mij is hij nu lager dan 8 jaar geleden. Dat zijn cijfers om van te dromen. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf.
 
Klik hier voor deel 1 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 16 februari 2025

Je wordt nooit meer de oude


Inmiddels
zijn er bijna 3 maanden verstreken na de operatie aan mijn prostaat. Ik voel me over het algemeen best goed, maar merk ook dat er iets veranderd is in mijn lichaam. Na de operatie aan mijn galblaas, bijna 30 jaar geleden, kwam ik, net uit het ziekenhuis, onze benedenbuurvrouw tegen op de trap. Zij had van mijn operatie gehoord en vertelde dat zij het zelf ook mee had gemaakt. Met een stralende lach zei ze: 'Je wordt nooit meer helemaal de oude, hoor !'

Ik vond dat toen een nogal komische opmerking, maar ze had wel gelijk. Een operatie laat littekens na, in mijn geval 6, aan de buitenkant. Maar van binnen is er ook wat veranderd en dat merk je. Er zijn momenten dat ik nog wat pijn voel, maar dat is telkens maar even. Het is als spierpijn, na een ongebruikelijke activiteit. En vreemd is dat niet, op die 6 plekken is men wel, door huid, spieren en zenuwen heen, mijn buik binnen gegaan. Dat ik daar, af en toe, nog iets van voel is logisch. Het lichaam moet herstellen en dat heeft tijd nodig.

Op internet las ik dat littekens na maanden nog kunnen jeuken of wat pijn kunnen geven. Dat komt vooral doordat zenuwbanen zich maar langzaam herstellen. Het kan ook zijn dat die plekken juist wat gevoelloos zijn en aanvoelen alsof ze slapen. Allemaal heel normaal. Er is pas iets mis als er langdurige hevige pijn is. Dat is bij mij zeker niet zo.

Het belangrijkste is dat ik weer goed kan plassen. Ik was bijna vergeten hoe dat is. Na jaren met langzaam toenemende plasklachten – mictieklachten noemen de medici dat – en een paar maanden met een katheter, daarna de operatie en de totale verstopping als complicatie, is het gewoon wennen aan 'normaal' plassen.

Omdat er van binnen iets weggenomen is voelt het anders, niet zoals ik het me van vroeger herinner. Er zijn momenten dat ik aandrang heb, maar weet dat er weinig urine in mijn blaas zal zitten. Dan weet ik inmiddels dat ik het beter even uit kan stellen. Het fijnst gaat het als de blaas goed vol zit. Overdag is dat zo eens in de 3 uur.

Een grote verandering zijn de nachten. Ik ben nog niet terug naar de situatie uit een ver verleden, waarin ik 8 uur, of wel langer, aan 1 stuk kon slapen. Maar een uur of 5, soms zelfs 6, is geen probleem meer. Dat heb ik lang niet meegemaakt.

Bij het laatste gesprek met de uroloog vertelde hij dat het weefsel, dat bij de operatie weggenomen is, ook onderzocht is op kwaadaardige cellen. Ik had daar helemaal niet bij stilgestaan. Na alle echo's, scans en biopten was ik er van uit gegaan dat alles wel in orde zou zijn. Dat was het ook, verzekerde hij me, er was niets kwalijks gevonden.

Maar, bij de laatste controle van mijn bloed – afgenomen bij mijn 2e opname – was er wel weer een verhoogde PSA-waarde geconstateerd. Dat kon veroorzaakt zijn door de katheter, die ik toen weer in mijn lijf had. Maar mijn prostaat is niet helemaal verwijderd en het deel dat er nog zit moet in de gaten worden gehouden. Hij stelde voor om over 4 maanden nog eens de PSA te meten.

Wat dat betreft zijn we weer terug bij af. Hoge PSA-waarde, maar geen oorzaak gevonden. Het kan zijn dat er zich toch nog ergens een klein, kwaadaardig, stukje weefsel verstopt, dat tot nu toe ontsnapt is aan alle onderzoeken. Het kan zijn dat de toestand zich nog moet herstellen en dat de waarden vanzelf terug zullen lopen. Het kan ook zijn dat er geen aanwijsbare oorzaak is voor de hoge waarden. We zullen zien.

Dat er doorgezocht wordt naar eventuele kwaadaardige cellen is op zich niet vreemd. Prostaatkanker is momenteel de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. In sommige landen is het zelfs de meest voorkomende vorm van kanker in de hele bevolking. Dat komt omdat mensen, en dus ook mannen, steeds ouder worden. Een flink deel van de oudere mannen – als ik het google vind ik zelfs 70% – krijgt op latere leeftijd prostaatklachten.

Volgens de website van het UMC krijgen, in ons land, bijna 12.000 mannen per jaar prostaatkanker. Daarvan overlijden er 3000. Dat zijn geen kleine aantallen. Maar dat zijn alleen de mannen die zich bij de arts melden met klachten. Er zullen er nog veel meer zijn die er mee rondlopen zonder het te weten.

Het UMC schat dat van alle mannen, die op hoge leeftijd overlijden, zo'n 80% prostaatkanker had. Maar het aantal mannen dat dóór prostaatkanker overlijdt, ligt veel lager: rond de 5 procent. 'Dat weten we dankzij onderzoek dat pathologen soms na het overlijden uitvoeren. Zij vinden bij het grootste deel van de oudere mannen prostaatkanker. Die prostaatkanker is dan alleen niet de doodsoorzaak. Een groot deel van de mannen heeft het dus nooit opgemerkt en er dus helemaal geen last van gehad.' (umcutrecht.nl)

Je zou kunnen zeggen: Als ik nu nog geen prostaatkanker heb, dan krijg ik het later waarschijnlijk wel. Al heb ik inmiddels wel veel minder prostaatweefsel, dus je zou denken dat de kans kleiner is geworden. Het is iets waar ik me nu niet teveel zorgen over maak. Maar misschien krijgt dit verhaal toch weer een vervolg.


Ps: Het hardnekkige idee, dat prostaatklachten verband zouden houden met de hoeveelheid seks die een man heeft, is een fabeltje. Waarom iemand prostaatklachten krijgt is niet precies bekend, maar leeftijd en erfelijkheid spelen vast een rol. Seks heeft er niets mee te maken.

Dat is net zoiets als de bewering dat rode wijn goed zou zijn voor hart en bloedvaten. Dat is niet zo, al zouden veel mensen willen dat het wel zo was.


 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 en deel 9 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van het vorige (gezamenlijke) verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 2 februari 2025

Twee dromen

1 – Een paar vierkante meters kunstgras


Ik droomde dat ik wakker werd, maar niet thuis. Het leek meer op een ziekenhuis. Ik wilde onder de douche en zocht schone kleren bij elkaar en toiletspullen. Sommige van de shirts en onderbroeken, die ik bij me had, waren veel te groot, maar ik vond een passend setje, stopte alles in een tas en liep de gang op.

De gang was leeg en kaal, hier en daar versterkt met metaal, om beschadiging van het pleisterwerk te voorkomen. Er liep verder niemand. Na een aantal afslagen belandde ik in een heel andere omgeving. De kale ziekenhuisgangen waren veranderd in een winkelcentrum. Eerst liep ik langs schappen gevuld met lampen, daarna zag ik een toonbank, meer een eiland, waar kunstgras verkocht werd. Een vrouw stond er, met veel misbaar, een bestelling af te handelen.

Ik wachtte mijn beurt af en kocht een paar vierkante meter van het groene spul. Ik denk dat ik het thuis in de keuken wilde leggen. Maar ondertussen had ik ook die tas met kleren en toiletartikelen nog bij me. Het werd een heel gesjouw.

Na het winkelcentrum kwam ik op een beurs, waar allerlei landen hun planten en dieren tentoonstelden. Ik dwaalde wat tussen grote foto's van oerwouden en bakken met tropische vissen. Uiteindelijk raakte ik aan de praat met een jongeman. Ik vroeg hem waar de uitgang was en vertelde dat ik eigenlijk op zoek was naar een toilet- of doucheruimte.

Hij nam me mee naar een hoek van de hal, waar een metalen schuif was, met daarachter een glijbaan. Het leek op een stortkoker, waar je je vuilniszakken in moet doen, maar hij deed de schuif open en zei dat ik er maar in moest klimmen, met mijn voeten naar voren. Maar wel oppassen voor het plafond, want dat bewoog en ik zou me er eraan kunnen bezeren.

Ik deed wat me aangeraden was en zoefde even later naar beneden. Na een tijdje kwam ik tot stilstand, maar ik was nog niet aan het einde van de glijbaan. Er bleek een opstopping te zijn en ik moest wachten, tot de mensen voor me uitgestapt waren. Ondertussen maakte ik me een beetje zorgen over de persoon die na mij zou komen en of ik niet, door hem of haar, in mijn nek geraakt zou worden.

Gelukkig werd ik op tijd wakker en deze keer wel in mijn eigen bed.


2 – Mijn oude jas

Van mijn vrouw kreeg ik, lang geleden, zeker 25 jaar, een jas cadeau voor mijn verjaardag. Het was en is – ik draag hem nog steeds wel eens – een dure jas, van het merk Tenson. Van buiten is hij gebroken wit, van binnen mosgroen en hij is voorzien van allerlei zakken, vakjes en ritsen. De capuchon kun je oprollen en in de kraag verstoppen. Heel handig.

De jas lijkt veel op de jassen die inspecteur Schimanski droeg, in de oude afleveringen van Tatort, uit de jaren '70. Mijn vrouw was, in haar jonge jaren, een fan van Schimanski, vandaar. Voor mij is het een halflange jas. Maar ik werkte ooit samen met een jongeman, die twee koppen groter was dan ik en die net zo'n jas had. Voor hem was het een jack.

Vannacht droomde ik over die jas. Ik had ontdekt dat de jas oorspronkelijk bedoeld was voor een robot en van het bedrijf waar ik voor werkte, had ik de opdracht gekregen om uit te zoeken hoe dat precies zat.

Ik had inmiddels 4 gelijksoortige jassen gevonden en dacht dat er in de kraag een label moest zitten, dat verwees naar de robot waar de jas bij hoorde. Ik was met 2 jassen op weg naar het bedrijf, dat gevestigd was in een glazen gebouw, op een tamelijk kaal industrieterrein. Voor het bedrijfspand was een weg, met in de middenberm een bushalte en een paar schriele boompjes.

Daar had ik de jassen even aan een paaltje gehangen. Toen ik ze op wilde gaan halen stak er een enorme windvlaag op. Er kwam een man voorbij gerend, helemaal in het zwart gekleed, met een dun snorretje, een masker en een zwarte sombrero. Een beetje als Zorro, maar dan wat corpulenter. Hij werd door de wind voorbij de bushalte geblazen. Daar kwam hij, met een ontstelde uitdrukking op het gelaat, netjes op zijn voeten terecht.

Toen het wat rustiger was wilde ik mijn jassen gaan pakken, maar die waren weg. Had de wind ze weggeblazen ? Nee, wat verderop was, langs de weg, een modderige plas waar ik een man in de weer zag, met 1 van de jassen. Hij stampte erop, tilde hem op en hield hem in de lucht, om hem dan weer in de modder te smijten en er op te stampen.

Ik liep er naar toe om mijn jas terug te vragen en verwachtte wel enige tegenstand. Maar toen ik dichterbij kwam zag ik dat het geen man was, maar een slordig geklede vrouw. Ze gaf me, zonder morren, de jas en bleek ook de 2e te hebben, die ze heel klein had opgevouwen.

Daarna werd ik wakker.

Voor wie dacht dat ik het over het liedje van Dorus ging hebben (en meneer Cor Steyn, de beroemde organist) hier een link naar YouTube, met bewegende beelden. 

Voor wie niet weet wie Dorus en Cor Steyn waren, of Schimanski, is er altijd Wikipedia.


 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 en deel 7 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van het vorige (gezamenlijke) verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 22 december 2024

De verlegen holbewoner


Mensen zijn holbewoners
. De oudste sporen van menselijke aanwezigheid zijn gevonden in grotten. Of dit echt zo is, zou ik nog eens op moeten zoeken, maar de beschilderde grotten van Lascaux en Altamira zijn wereldberoemd en heel oud.

In ons land zijn geen bergen en alleen in het heuvelland van Limburg en de Achterhoek zouden misschien een paar holen geschikt gemaakt kunnen worden voor menselijke bewoning. Lang niet genoeg voor de hele bevolking natuurlijk.

Maar dat geeft niet, we hebben inmiddels geleerd om onze eigen grotten te bouwen. Huizen noemen we die. Daar maken we het gezellig met onze eigen spulletjes en sluiten we 's avonds de rest van de wereld buiten, door de gordijnen te sluiten en met een dekentje op de bank te kruipen.

Ik moest daaraan denken toen ik in het ziekenhuis lag. Elke avond kwam er een verpleegkundige langs om de gordijnen dicht te doen en om te vragen of de deur naar de gang ook dicht moest. Ik had dat liever niet. Voor een grotbewoner hou ik er, misschien ongewoon veel, van om een beetje naar buiten te kunnen kijken.

Van mij mag het gordijn best wat open blijven en de deur ook. Met alles potdicht voel ik me opgesloten. Ik zie graag de lichtjes van straatlantaarns en de verlichte vensters van de huizen in de buurt. Als er rumoer is op de gang, dan vind ik het wel fijn om te kunnen zien wat er aan de hand is.

Ik stel me voor dat ik, als ik in de steentijd had geleefd en in een land met bewoonbare grotten, ik een plekje dicht bij de ingang had gezocht. Zodat ik de sterren kon zien en de dieren kon horen, als die 's nachts door de omgeving rondscharrelden.

Zo'n voorkeur voor openheid en uitzicht heeft voordelen en nadelen. Stel dat er een overstroming aankwam, dan zou ik die als eerste merken, vlakbij de ingang van de grot. Ik zou de andere bewoners, wat verder naar binnen, kunnen waarschuwen en gauw een hoger gelegen plekje kunnen zoeken.

Zou er een holenbeer of een sabeltandtijger aankomen, dan zou ik die als eerste zien, maar zij mij ook. Ik zou het gevaar lopen om opgegeten te worden, maar mijn vrienden en familie zouden, ook nu weer, een goed heenkomen kunnen zoeken, of mij kunnen redden. Als ze me de moeite van het redden waard vonden.

Het is een beetje zoals bij de koolmezen, waar ik een tijd terug over las. Uit onderzoek was gebleken dat die heel verschillend reageerden op nieuwe objecten, die in hun leefomgeving werden geplaatst. Je had schuchtere mezen, die afstand hielden en eerst zeker wilden weten of het nieuwe ding geen kwaad kon.

Maar er waren ook brutale mezen, die direct op onderzoek gingen. Zij vlogen naar het nieuwe ding toe, probeerden of het eetbaar was, of op een andere manier nuttig. Als het inderdaad om een nieuwe voedselbron ging dan waren de brutale mezen in het voordeel. Zij konden als eerste hun buikje vol eten.

Maar het zou ook kunnen dat het een gevaarlijk object was. Misschien juist neergezet om een nieuwsgierige mees te lokken en te grazen te nemen. Dan zou de brutale mees het haasje zijn en had de schuchtere mees de juiste strategie gekozen. Je ziet, in beide gevallen kan een bepaalde karaktertrek een voordeel zijn.

In mijn geval was ik als eerste op de hoogte toen het met een oudere heer, in de aangrenzende kamer, niet goed ging. Ik kon precies volgen hou benauwd hij het had en hoe de verpleging haar best deed om daar verbetering in aan te brengen. Ik hoorde dat er een arts bij geroepen werd en ook hoe de patiënt, al rochelend en kuchend, vertelde dat hij al eerder last van zijn luchtwegen had gehad. Ook dat hij lange tijd in Frankrijk had gewoond, trouwens, maar voor zover ik kon opmaken niet in een grot.

Dat dit alles zich afspeelde om 3 uur 's nachts was voor mij niet echt voordelig, want ik werd erdoor uit mijn slaap gehouden. Ik schoot er sowieso weinig mee op. Ook als er iets gebeurd was dat mij direct aanging had ik niet veel kunnen doen, aangezien ik niet erg mobiel was, met mijn spoelkatheter, verbonden aan een standaard met een infuuszak van 3 liter.

Kortom, mijn voorkeur voor open deuren had niet veel nut, in dit geval. Het open gordijn trouwens ook niet toen ik de volgende ochtend, bevrijd van mijn katheter, onder de douche uitkwam en in mijn nakie langs het raam moest om bij mijn schone kleren te komen. Niet dat ik daar heel erg mee zat. Het ziekenhuis staat niet aan een drukke weg en ik had al aanstootgevender momenten meegemaakt in de voorafgaande dagen.

Met de oudere heer kwam het gelukkig weer goed. En met mij gaat het inmiddels ook weer een stuk beter. Ik ben nu weer thuis, in mijn eigen grot op 3 hoog, zonder katheter of infuus en met de gordijnen op een kiertje.

 

 
Deze Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige (gezamenlijke) verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 1 december 2024

Mijn leven is veranderd

Dat is een uitspraak die je niet elke dag doet, hoewel het best zou kunnen, want eigenlijk verandert ons leven voortdurend. Maar je zegt zoiets meestal pas bij een grote, opmerkelijke verandering, zoals bij mij. Er zijn twee redenen voor: 1 – ik heb een smartphone gekocht. En 2 – ik kan weer plassen als een jongeling. Gek genoeg hebben die twee, de telefoon en het plassen, met elkaar te maken. Laat ik het kort uitleggen.

(Waarschuwing aan de lezer: Ik ga nu vertellen over de lichamelijke problemen, die ik de afgelopen maanden had en de medische oplossing daarvan. Ik zal de meest intieme en bloederige details proberen te vermijden. Maar als je het liever niet leest, ga dan door naar de laatste alinea's van dit verhaal.)

Eind augustus kreeg ik ineens last van hevige pijn in mijn linkerzij. Het was zo heftig dat ik naar de huisarts ging. Zij dacht dat het misschien nierstenen waren, die me dwarszaten en liet een collega een echo maken. Daarmee werden geen stenen gevonden en op een röntgenfoto van mijn buik ook niet. Wel een heel volle blaas. Daar had ik zelf niet bij stil gestaan. Okee, ik moest vaak plassen, maar op zich ging dat best en zonder pijn. Na telefonisch overleg, met een uroloog, werd aangeraden een katheter aan te brengen. De huisarts probeerde dat, het mislukte en ik moest ervoor naar de Eerste Hulp.

Dat inbrengen van een katheter, een plastic slang, door je plasser, naar de blaas, is op zich niet plezierig, maar het effect was dat wel. Er kwam bijna een liter urine naar buiten en ik was direct van de pijn af. Ik kreeg een doos urinezakken mee naar huis en instructies.

Inmiddels waren we 10 dagen verder. De katheter zou voorlopig moeten blijven, tot uitgezocht was waardoor er zich zoveel urine in mijn blaas op kon hopen. De oudere mannen onder ons weten de uitkomst al: Een vergrote prostaat. Dat ik zoiets had wist ik al, ik was er eerder voor bij de uroloog geweest, maar ik had er niet veel hinder van. Tot nu.

Het blijkt dat 1 op de 3 mannen, van boven de 50, last heeft van plasklachten door een vergrote prostaat. Dat zijn miljoenen Nederlanders. Toch hoor je er niet veel over. Lees daarom rustig verder.

De uroloog, een opgewekte, rossige jongeman, met een stoppelbaardje, maakte opnieuw een echo en liet daarna een MRI-scan doen. Het beeld was wat rommelig, zei hij en om duidelijkheid te krijgen nam hij 10 biopten. (Ik bespaar jullie de details, maar dat was geen pretje.)

Iedereen kon en kan opgelucht ademhalen: Er werden geen kwaadaardige cellen gevonden. Maar wat nu ? Het leven met een katheter is niet de hel op aarde, maar ideaal is het ook niet. Daarom stelde hij een operatie voor, een snee in de buik, met als doel een verkleining van de prostaat.

Inmiddels schrijven we begin november. De wachttijd was 4 tot 6 weken, zei hij. Er was trouwens een alternatief, met een laser door de plasbuis gaan, maar daarvoor was de wachttijd 6 tot 9 maanden en dat vond ik te lang. De dag na het gesprek met de uroloog werd ik gebeld door het ziekenhuis: ik kon 2 weken later al terecht.

En zo, beste lezers, als jullie nog niet afgehaakt zijn, belandde ik vorige week in het ziekenhuis. Na maanden in een langzaam voortboemelend stoptreintje gezeten te hebben, was ik nu in een sneltrein beland. Mijn familie had me nog maar net op de verpleegafdeling afgeleverd of daar stak een verpleegkundige haar hoofd om de hoek: 'Meneer kan direct door naar de operatiekamer.'

Wat ? Nu al ? De planning was pas over 2 uur !

Ja, er was een operatie uitgevallen, dus ik kon sneller geholpen worden. Ik mocht me nog wel even in een blauw operatiehemd hullen en twee tabletjes nemen. Kalmerend, misschien ? Veel tijd om erover na te denken kreeg ik niet.

In de voorbereidingsruimte kwam de uroloog naar me toe. Nu er wat meer tijd was kon hij gebruik maken van een robot. Het voordeel daarvan was dat hij veel preciezer zou kunnen werken, er minder 'schade' zou zijn en ik sneller naar huis zou kunnen. Vond ik dat een goed idee ? Ik vond van wel.

Kort daarop werd ik wakker, ergens in een andere ruimte. De herinneringen zijn vaag en worden pas wat helderder weer terug op de verpleegafdeling. Over het verblijf daar schrijf ik later misschien wat meer. Kort samengevat: de verpleegkundigen zijn geweldig goed, maar het eten is verschrikkelijk slecht. Op dag twee kreeg ik, van één van die meisjes, een plak ontbijtkoek en die sleepte me de dag door. Jullie begrijpen dat ik, ondanks de prima verzorging, blij was dat ik na 3 dagen weer naar huis mocht. Er stond 4 tot 6 dagen voor het eerste herstel. Dus, dankzij de robot, minstens een dag eerder.

Hoe gaat het nu met me ? Nou, eigenlijk heel goed. Ik voel nog best dat ik anderhalve week geleden geopereerd ben (mijn buik ziet eruit alsof ik ruzie heb gehad met een hooivork en daarna gerepareerd ben met een nietmachine), maar ik heb heel weinig pijn. Van de 8 pijnstillers, die ik dagelijks in het ziekenhuis kreeg, ben ik terug naar 1 à 2 per dag. Daar voel ik me prima bij.

Ik ben wat extra moe, mijn hoofd is soms nog wazig, maar verder is het me dik meegevallen. Want – en daar was het allemaal om te doen – ik kan weer plassen als een jonge god. Ik was bang dat ik elk kwartier naar de WC zou moeten rennen. 'U heeft aanvankelijk weinig controle over uw blaas.' staat er in de folder. Maar in de praktijk hoef ik maar zo eens in de 2 of 3 uur. Dat geldt ook voor 's nachts, maar dat is niet erger dan hoe het voor de operatie was. Het grote verschil is overdag. Vroeger moest ik dan vaak meerdere keren per uur !

De verwachting is dat de toestand alleen nog maar zal verbeteren, in de komende weken. Er is zoveel zelfvertrouwen bij de medici dat er pas in januari een telefonisch evaluatiegesprek is gepland.

Nee, jongens, leuk en gezellig was het misschien niet, de afgelopen maanden. Maar het was het wel waard. Ik voel me nu, in zekere zin, bevrijd. Ik stond toch een beetje in de overlevingsstand. 'Je kunt bijna alles doen met een katheter', las ik ergens. Maar het vloerbedekking leggen in de woonkamer had ik toch maar even op de lange baan geschoven. Nu denk ik dat dat, over een paar maanden, best zal gaan lukken. Kijk, ik maak weer plannen !

En, o, ja, die smartphone. Ik leende die wel eens van mijn vrouw. Maar nu ik het ziekenhuis in moest leek het ons een stuk makkelijker als ik er zelf ook een had. Ik kon hem voordelig kopen en behoor nu dus tot het leger van de telefoonverslaafden.

Nou, nee, niet echt. Maar voor sommige dingen is hij echt wel makkelijk. Je kunt er bijvoorbeeld e-boeken op lezen, of de krant. Of 's avonds nog even Facebook checken, zonder direct je laptop op te hoeven starten. Voor serieuze foto's vind ik het niks, maar daar heb ik een fijn cameraatje voor. De smartphone maakt niets overbodig, de meeste dingen gaan toch een stuk prettiger op de laptop, maar het is best een handige aanvulling. 

Je kunt er zelfs mee telefoneren !

 

 
Deze Strip is gemaakt door de Stripmannen samen. Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit gezamenlijke verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 - deel 16 - deel 17 - deel 18 - deel 19 en deel 20 van het vorige verhaal.
 
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 11 juni 2017

Nieuw ziekenhuis met te smalle deuren


Afgelopen week moest ik in het ziekenhuis zijn voor een controle. Het gaat goed met me, hoor, de bloedwaarden waren geruststellend, ik hoef ze pas over een jaar opnieuw te laten nakijken. Maar toch was er op het ziekenhuisbezoek wel wat aan te merken.

Het is een nieuw ziekenhuis, pas een paar jaar in gebruik en het is een kwartiertje rijden van ons huis. Prima, dus. Maar, omdat het wel een eind lopen is, van de parkeerplaats naar de afdeling, namen we voor mij een rolstoel. Die staan, als supermarktwagentjes aan elkaar geschakeld, klaar bij de ingang.

Kost een euro, maar die krijg je terug als je hem bij vertrek weer aan zijn soortgenoten koppelt, net als bij de boodschappenkarretjes. Het parkeren van de auto kostte ook een euro en die krijg je niet meer terug. Best vreemd dat een ziekenhuis parkeergeld vraagt.

Maar goed. Mijn vrouw duwde me het ziekenhuis binnen. Daar moesten we met de lift, een verdieping omhoog. De parkeergarage is op straatniveau, maar volgens de lift is dat niet de begane grond. Die is één verdieping hoger. Een enorme hal, waar mensen lopen, schoonmakers bezig zijn, bankjes staan en grote bloembakken.

Het is vanaf de lift niet al te ver naar de afdeling waar ik me moest melden. Daarvoor moet je een tamelijk smalle gang door en een dubbele deur. Ja, hoe leg ik dat goed uit ? Twee deuren die samen de gang afsluiten. Openslaande deuren. Halve deuren, die elkaar ontmoeten in het midden van de deuropening.

Vanuit mijn rolstoel kon ik er één opendoen. Maar toen bleek dat de doorgang net niet breed genoeg was. Mijn vrouw, die achter me liep, noch ik waren in staat om ook de tweede deur te openen. Gelukkig kwam er net iemand aan die naar buiten wilde. Na wat gehannes, en dankzij hulp van die toevallige passant, raakten we er doorheen.

Een parkeerplaats waar je als patiënt, die toch niet voor z'n lol naar zo'n ziekenhuis gaat, moet betalen. Een begane grond die dat niet is. Het zijn details waar je je over verbaast, maar uiteindelijk je schouders over ophaalt. Maar deuren die te smal zijn om een rolstoel door te laten en die je zonder hulp niet open krijgt. Wie bedenkt zoiets ?

Na het doktersbezoek herhaalde het tafereel zich. Ook nu raakten we alleen naar buiten dankzij de hulp van voorbijgangers. Heel merkwaardig. Het is maar goed dat de mens zo'n hulpvaardig wezen is...



De Strip: De strip van deze week is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van dit verhaal. 

Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Kijk voor voorafgaande episodes van de Stripmannen-saga naar het Strip Jaaroverzicht van 2015 en het Strip Jaaroverzicht van 2014 , of nog verder terug naar het Strip Jaaroverzicht van 2011  -  het Strip-overzicht van 2012 en het Strip-jaaroverzicht van 2013 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men