Posts tonen met het label egypte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label egypte. Alle posts tonen

zondag 9 augustus 2026

De gebroken neuzen van Egyptische beelden


Al lezend
in dat interessante boek – 'History of Egypt, Chaldea, Syria, Babylonia, and Assyria in the Light of Recent Discovery', van de Britse archeologen Leonard King en Henry Hall – waar ik vorige week over schreef, vind ik het leuk om af en toe wat aanvullende informatie te zoeken op het internet.

Als er een belangrijke vindplaats, een tempelruïne, een pyramide, of een gevonden beeld, genoemd wordt is het prettig om ook te kunnen zien hoe dat eruitziet. Toen ik dus op zoek ging naar farao Senusret III, de 5e koning uit de 12e dynastie, die overleed in 1839 voor Christus, vond ik op Wikipedia een hele reeks foto's van beelden.

Senusret, die onder andere een zonnetempel liet bouwen in Abydos, had een regeerperiode van bijna 40 jaar. Hij was dus vaak als standbeeld vereeuwigd. Maar van alle beelden die van hem teruggevonden zijn is er maar één met een ongeschonden neus. Bij alle andere is de neus afgebroken.

Je zou kunnen denken dat dat toeval is. De neus, als uitstekend lichaamsdeel, kan makkelijk beschadigd raken, zeker bij een beeld dat al een paar duizend jaar oud is. Maar andere delen, zoals oren, vingers, tenen en knieën, zijn meestal nog wel intact. En die gebroken neuzen zie je vaker bij Egyptische beelden.

Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk de grote Sphinx van Giza. Striplezers zouden kunnen denken dat Asterix en Obelix daar verantwoordelijk voor zijn (zie deze strippagina). Er is ook een legende dat de troepen van Napoleon de neus van het beeld afgeschoten zouden hebben, met een kanon. Maar in werkelijkheid weten we niet hoe het beeld beschadigd raakte. Wat wel duidelijk lijkt is dat het met opzet gebeurde.

Ik ging op zoek naar het waarom van die kapotte neuzen en vond, bij de Vlaamse omroep VRT, een artikel over een tentoonstelling, in het Pulitzer Museum in het Amerikaanse St. Louis, uit 2019, 'Striking Power: Iconoclasm in Ancient Egypt', waarbij een reeks beschadigde beelden werd getoond. Op het blog 'Travellers 2 Egypt' vond ik een uitgebreide uitleg over de expositie.

De samensteller, curator Edward Bleiberg, vertelt dat veel mensen hem vroegen waarom al die neuzen toch gebroken waren. Hij legt uit dat, voor de oude Egyptenaren, beelden van goden en koningen bezield waren met sterke krachten. Als je zo'n beeld onschadelijk wilde maken dan was het verwijderen van de neus heel effectief, want dan kon het beeld niet meer ademen en zou de geest die erin huisde dus stikken.

Hij zegt dat er aanwijzingen zijn dat, speciaal opgeleide, handwerkslieden eropuit gestuurd werden, om bepaalde beelden van hun neuzen te ontdoen. Dat gebeurde in opdracht van de heersende Farao, die op die manier de nagedachtenis van eerdere heersers wilde uitwissen. Daarbij werden niet alleen standbeelden, maar ook reliëfs onder handen genomen. De nalatenschappen van de koninginnen Hatsjepsoet en Nefertiti zijn op die manier zelfs bijna volledig vernietigd.

Dat klinkt allemaal nogal vreemd en barbaars, vooral omdat wij die beelden en reliëfs als prachtige kunstwerken zien, waar je zuinig op zou moeten zijn. Maar ook in recentere tijden vind je voorbeelden van dit gedrag. In ons eigen land is er, in de 16e eeuw, een beeldenstorm geweest waarbij katholieke beelden en kunstwerken werden vernield. 

En nog korter geleden, in 2001, werden de beroemde boeddhabeelden van Bamyan, in Afghanistan, door de Taliban verwoest. Ook werden en worden er nog regelmatig standbeelden van verdreven tirannen, of voormalige slavenhandelaren, van hun sokkels getrokken.

In de Britse stad Bristol werd, in 2020, het 19e eeuwse standbeeld van Edward Colston in de haven gegooid. Het beeld was, al sinds de jaren '90, omstreden want Colston was een vooraanstaand slavenhandelaar. Het beeld werd wel weer uit het water gevist en, besmeurd en al, tentoongesteld. De demonstranten die het beeld te grazen namen werden door een jury vrijgesproken.

In ons eigen land, in de stad Hoorn, is er al jaren een verhitte discussie over een standbeeld van Jan Pieterszoon Coen, die onder meer gouverneur generaal was van de VOC. Door zijn bloederige optreden kreeg hij de bijnaam 'de slachter van Banda'. Sinds 2012 is er op de sokkel van zijn standbeeld een tekst geplaatst die de kwalijke kanten van zijn optreden weergeeft. In 2023 en '24 werd er opnieuw geprotesteerd tegen het standbeeld. Voorlopig staat het er nog.

Nog steeds een heel gedoe om beelden dus. In het oude Egypte hadden Colston en Coen gewoon hun neus verloren. Zo gek is het verminken van standbeelden dus niet, ze worden nog steeds gezien als krachtige symbolen. Maar jammer is het soms wel, want de paar antieke Egyptische beelden met neus zien er toch veel beter uit.

  

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 en deel 10 van dit verhaal. 
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van het vorige verhaal. 
 

 

zondag 2 augustus 2026

Nog een jaar langer Windows 10 en dan snel over naar het oude Egypte

Gisteren kreeg ik een mail waarin Microsoft aankondigde dat de beveiliging van Windows 10 voor nog een jaar verlengd is. Mooi ! Ik was al voorzichtig aan het nadenken over een vervanger van mijn huidige, tweedehands, laptop, maar dat kan ik nu dus een jaar uitstellen. Andere optie is het overstappen van Windows, naar Linux, als besturingssysteem. Maar daarover kan ik dus ook nog een jaar langer nadenken.


Ondertussen
was ik op zoek naar een ander onderwerp, om eens iets over te lezen. Ik schreef al eerder over de boeken van historica Kate Norgate – gratis te downloaden als e-book – die heel mooi schreef over de Engelse koning Richard Leeuwenhart en zijn familie. Nu had ik bedacht dat ik wat meer wilde weten over het oude Egypte.

Ik ging naar de website van het ProjectGutenberg en typte 'History Of Egypt' in als zoekopdracht. Direct mooie resultaten, zoals de boeken van de Franse archeoloog Gaston Maspero, met zijn History of Egypt, Chaldæa, Syria, Babylonia, and Assyria (12 delen), verschenen in 1903 en '04.

Ik zocht hem op bij Wikipedia en Maspero blijkt een zeer gerespecteerd egyptoloog te zijn geweest. Hij was van bescheiden afkomst, het kind van een ongehuwde moeder, maar dat weerhield hem er niet van om al jong indruk te maken. Als student vestigde hij de aandacht op zich met het vertalen van hiëroglyfen, een bezigheid die toen nog in de kinderschoenen stond.

Later werd hij leraar Egyptische taal en geschiedenis en nog voor zijn 40ste werd hij beschouwd als een toonaangevende expert. Hij werd door de Franse regering naar Egypte gestuurd, om daar onderzoek te doen. Hij was enige tijd directeur van het museum van oudheden in Caïro en publiceerde een hele reeks boeken.

Maar ja... 12 delen !

Gelukkig was er tussen de zoekresultaten bij Gutenberg.org ook een wat bescheidener uitgave, 'History of Egypt, Chaldea, Syria, Babylonia, and Assyria in the Light of Recent Discovery', door de Britse archeologen Leonard King en Henry Hall, uit 1907. Een aanvulling, zo blijkt uit het voorwoord, op het 12-delig standaardwerk van Maspero. Daar ben ik dus aan begonnen en het is een heel interessant boek.

Egypte stond, aan het eind van de 19e en het begin van de 20ste eeuw, in het middelpunt van de belangstelling, als het om archeologie ging. Na de aanleg van het Suezkanaal, dat open ging in 1869, was het bovendien van groot economisch belang voor de westerse wereld. Het wemelde dus van de Franse, Engelse, Duitse en ook Amerikaanse onderzoekers, aan de oevers van de Nijl.

King en Hall zijn vol lof over de boeken van Maspero, maar als je verder leest blijkt dat er, bij de oudheidkundigen, ook sprake was van concurrentie en kinnesinne. De Franse archeologen, zo schrijven King en Hall, blonken uit door grootse theorieën en mooi geïllustreerde publicaties. Maar ze gingen niet erg zorgvuldig te werk en het ontbrak vaak aan een gedegen onderbouwing, bij hun interpretaties.

Als voorbeeld noemen ze de opgravingen bij de oude stad Abydos. De Franse archeoloog Émile Amélineau had daar de tombe opgegraven van farao Den, een koning uit de eerste dynastie, die regeerde in de periode van 2970 tot ongeveer 2930 voor Christus.

Amélineau had toestemming gekregen van Maspero om opgravingen te doen, van 1894 tot '98. Maar toen Maspero het resultaat zag was hij woedend. Amélineau had nauwelijks bijgehouden wat hij deed, waar hij welke vondsten had gedaan en had aardewerk vernietigd dat hij oninteressant vond en houten overblijfselen zelfs verbrand. De Britse archeoloog Flinders Petrie vond later, tussen de afvalhopen van Amélineau, belangrijke aanwijzingen voor het identificeren en dateren van de vondsten.

Een van de missers van Amélineau was dat hij een van de tombes aanzag voor die van de god Osiris, in zijn ogen een prehistorische koning die later heilig verklaard zou zijn. In werkelijkheid was het een heiligdom gewijd aan Osiris, dat al tijdens de eerste dynastie een soort bedevaartsoord was.

Dat wil niet zeggen dat King en Hall, bij voortduring, bezig zijn hun voorgangers te bekritiseren. Ze benadrukken dat de wetenschap nu eenmaal voort gaat en nieuwe ontdekkingen tot nieuwe inzichten leiden. Maar ook dat archeologen heel nauwkeurig te werk moeten gaan en alles netjes moeten fotograferen en beschrijven, voor ze met conclusies komen.

Er wordt wel gezegd dat de Europese onderzoekers, van die tijd, eigenlijk schatgravers waren die kostbaarheden roofden en naar musea en verzamelaars in hun thuisland transporteerden. Dat was deels waar, maar ze zagen het zelf als het redden van de oudheden. Door de belangstelling uit Europa en Amerika was er namelijk een drukke handel ontstaan in archeologische vondsten en werd er door de plaatselijke bevolking veel illegaal opgegraven en vernield.

Zo beschrijft het boek niet alleen de geschiedenis van Egypte, maar ook die van de archeologie. Dat maakt het extra boeiend om te lezen. 

De genoemde archeologen en vindplaatsen zijn te vinden op Wikipedia.  

Lees hier meer over de Windows 10 beveiliging

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 en deel 9 van dit verhaal. 
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van het vorige verhaal.