zondag 8 februari 2026

De Tuinvogeltelling, de Olympische Spelen en Paul McCartney

Vorig weekend vroeg ik me nog af of de Nationale Tuinvogeltelling wel genoeg aandacht kreeg. Ik had er weinig over gezien op TV en internet. Maar mijn zorgen waren overbodig, het was een recordtelling. Vogelbescherming schrijft dat er 136.903 tellers meededen en dat die 1.898.916 vogels geteld hebben.

En er is een nieuwe nummer 1, in de lijst van meestgetelde vogels: de koolmees. Dat was op ons balkon al jaren zo. De huismus, die tot nu toe altijd de lijst aanvoerde, zag ik maar zelden. Grappig genoeg kwamen er afgelopen jaar meer mussen op ons balkon, maar tijdens mijn eigen telling won de koolmees met 3 – 1.

Je kunt op de site van Vogelbescherming, naast de landelijke resultaten, ook zien hoe het in je provincie, dorp, of straat gesteld was. In de provincie won de koolmees, maar bij ons in het dorp en in de straat waren er meer huismussen. In de landelijke top 25 staat, op de 16e plaats, ook nog de halsbandparkiet (die we hier niet hebben), vlak boven de grote bonte specht (die we hier weer horen roffelen, maar die deze winter niet vaak op het balkon kwam).

Ondertussen bloeien er krokussen in het grasveld en hoorde ik vanochtend een pimpelmees roepen, bij het nieuwe nestkastje op het balkon. De lente zit alweer in de lucht.


De Olympische Winterspelen

Mijn vrouw klaagt dat haar favoriete TV-programma's worden verdrongen door de Olympische Winterspelen. Zelf vind ik dat niet zo heel erg. Veel van het gedoe in de sneeuw en op het ijs, interesseert me niet, maar er zijn ook best leuke wintersporten. Schaatsen, natuurlijk, maar ook bobsleeën en curling zijn best grappig. En eens in de 4 jaar naar een ijshockeywedstrijd kijken is ook best te doen.

De openingsceremonie hebben we grotendeels overgeslagen. Al dat vlagvertoon en geparadeer heeft weinig met sporten te maken. Maar we keken gisterenmiddag wel naar de 3000 meter schaatsen voor de vrouwen. De Nederlandse favorieten grepen naast de prijzen, maar daar stond een mooie winnares tegenover, de Italiaanse Francesca Lollobrigida. Ja, voor de ouderen onder ons, dat is het nichtje van Gina. Zoek die maar eens op, jongelui.


Paul McCartney

Ondertussen heb ik de dikke biografie, die Philip Norman schreef over Paul McCartney, uitgelezen. Tussendoor heb ik geprobeerd om de albums die de oude Beatle uitbracht, met zijn band Wings en solo, nog eens te beluisteren. Dat is nog niet helemaal gelukt, maar dat komt nog wel.

Norman had zich, vlak na het uit elkaar gaan van The Beatles, zeer kritisch uitgelaten over Paul. Maar de biografie die hij 45 jaar later schreef is veel milder van toon. Het scheelt ook dat de hoofdpersoon nog leeft. Veel andere biografieën eindigen in mineur, met het overlijden van de held van het verhaal. Maar hier kan het boek worden afgesloten met een vluchtige ontmoeting, met Paul, vlak voor een mooi live-optreden.

Er worden in het boek ook wel wat kritische noten gekraakt, maar overeind blijft dat McCartney een zeer getalenteerd en succesvol muzikant is. Wat ook duidelijk wordt is dat hij het best functioneert als hij andere muzikanten om zich heen heeft.

Bij The Beatles had hij het geluk dat er twee andere goede liedjesschrijvers in de band zaten. Vooral met John Lennon had hij een vruchtbare samenwerking. Ze vulden elkaar aan en corrigeerden elkaar. En ze kregen ruzie, al werd dat uiteindelijk ook weer bijgelegd.

In zijn sololoopbaan bleef Paul daarna zoeken naar een gelijkwaardige, muzikale partner. Hij was in staat om helemaal alleen een album vol te schrijven en te spelen. Maar de paar keer dat hij dat deed leverde het niet de beste muziek op.

Hij moet dat zelf ook beseft hebben want hij probeerde, met Wings, eenzelfde band op te richten als The Beatles. Later ging hij een samenwerking aan met Eric Stewart (van de band 10 CC) en daarna Elvis Costello. Met wisselend succes, maar daaruit blijkt wel dat hij muziek ziet als iets dat je met andere muzikanten maakt. Dat zal ook de drijfveer zijn achter zijn drang om live te blijven spelen.

The Beatles hadden het optreden voor publiek opgegeven. Het was teveel gedoe en hysterie van fans, ze trokken zich liever terug in de studio. Maar Paul ging, met Wings, meteen weer de podia op. Nog voor ze een behoorlijk repertoire hadden zelfs. Beatlesliedjes wilde hij niet spelen en de eigen hits waren er aanvankelijk nog nauwelijks.

Dat werd later wel anders en de Beatlesliedjes kwamen ook terug op het repertoire. Daarnaast schreef hij, samen met geschoolde componisten, een aantal werken voor klassiek orkest en koor. Hij probeerde ook films te maken, maar dat bleek niet zijn beste idee. Hij was wel heel succesvol als muziekuitgever en verwierf de rechten op de muziek van enkele van zijn jeugdhelden.

Uiteraard wordt ook zijn zeer gelukkige huwelijk, met Linda Eastman, beschreven en zijn rampzalige tweede huwelijk, met Heather Mills. Maar Paul overleefde ook dat en is nu weer gelukkig met zijn 3e vrouw, Nancy Shevell. Wie de opzienbarende details wil weten moet zelf het boek maar lezen.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 en deel 9 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 1 februari 2026

Daar is ie weer: De Nationale Tuinvogeltelling


Het kan zijn
dat jullie het gemist hebben, want ik heb de indruk dat het evenement wat minder prominent in het nieuws was dan de voorgaande jaren. Misschien heb ik zelf ook minder goed opgelet, maar ik zag, bijvoorbeeld, geen mailtjes van Vogelbescherming, die anders de telling al weken van te voren aankondigden.

Ik heb ook geen berichten gezien in de TV-journaals en de krant. Maar dat kan aan mij gelegen hebben. Als ik 'tuinvogeltelling' invoer bij Google krijg ik wel vermeldingen bij de NOS en een aantal grotere en kleinere kranten. Maar gek genoeg, bij de veelgestelde vragen en zoeksuggesties, voornamelijk verwijzingen naar de telling van 2025.

Misschien is het grootste burger-science evenement, dit jaar, een beetje weggedrukt door de vorming van het nieuwe kabinet en de drukte rondom Donald Trump. (Zelf volgde ik de afgelopen week vooral de prestaties van die andere Trump, de sympathieke snookerspeler Judd.)

En er is concurrentie van andere tellingen. Er is tegenwoordig ook een vlindertelling, een bijentelling, een mollentelling, een vleermuizentelling, een winterbloementelling en waarschijnlijk vergeet ik er dan nog een paar. Maar daarom mogen we de Tuinvogeltelling, die al gehouden wordt sinds 2003 en de moeder is van alle tellingen, niet vergeten.

Want, om mezelf te citeren: 'Het Tuinvogeltellen is ook een soort demonstratie, we laten zien dat we nog niet helemaal de weg kwijt zijn. We laten ons het hoofd niet op hol brengen door politici, maatregelen en problemen. We houden oog voor de natuur en vogels om ons heen.'

Dus: ik doe dit jaar uiteraard weer mee, zoals ik dat al zolang doe als ik me herinneren kan. En omdat we geen tuin hebben, tel ik op het balkon. We hebben een echte Hollandse kwakkelwinter. Afgelopen donderdag lag er nog sneeuw, vrijdag hadden we regen en vanochtend vallen er ook wat druppels. Ik vroeg me dus af of er veel vogels zouden komen toen ik, vrijdagochtend, nieuw vogelvoer op het balkon legde.

Het is maar een klein balkonnetje, zoals de trouwe lezers weten, maar er is een voederhuisje waar ik strooivoer in leg, er hangt een pindasilo en een, zelfgemaakte, vogelpindakaashouder. Aan het raam hangt, met zuignappen, een bakje met zonnebloempitten en ik strooi ook wat vogelzaadjes op de balkonvloer.

Toen ik dat allemaal gedaan had ging ik eerst wat andere huiselijke bezigheden doen. Het eigenlijke tellen wilde ik uitstellen tot na het ontbijt. Maar vanuit mijn ooghoek zag ik dat het al behoorlijk druk was op het balkon. Dus noteerde ik toch maar wat er voorbij kwam: drie koolmezen, vier kauwtjes, een houtduif, een holenduif, een merel, een boomklever, een huismus en een pimpelmees.

Dat zijn acht verschillende vogelsoorten en dertien vogels. Zoveel heb ik er maar zelden geteld ! De volgende dag telde ik nog eens. Zeven soorten en twaalf individuen, de boomklever bleef deze keer weg. Tussendoor zag ik ook nog een ekster, een roodborst en een heggenmus op het balkon. Maar die kwamen buiten het, voor de telling vastgestelde, halve uur.

Er zijn jaren geweest dat ik maar vier of vijf vogels telde. Vorig jaar waren het er negen, het jaar daarvoor tien. Moeten we daar conclusies aan verbinden ? Gaat het steeds beter met de vogels op Soestdijk ? Of kunnen ze moeilijker voedsel vinden en komen ze daardoor op ons balkon ? Ik weet het niet.

Laat ik nog even kijken naar de landelijke resultaten tot nu toe. Er hebben, met nog een dag te gaan, bijna 50.000 mensen een telling ingeleverd. Er zijn bijna 750.000 vogels geteld en de koolmees gaat aan kop. Dat is een verrassing want meestal is de huismus de meestgetelde vogel. Verder verschillen de aantallen niet veel van de voorgaande jaren.

Wie nog mee wil doen: Het kan vandaag nog de hele dag. Tellingen kun je nog invoeren tot maandagmiddag 12:00 uur. Zie voor meer informatie de website van Vogelbescherming.

Wie de foto's wil zien, die ik tussen het tellen door maakte, moet naar Bluesky of Facebook. Mijn Twitteraccount heb ik opgezegd, toen die mafkees van een Musk het overnam en mijn Instagramaccount staat op non actief, als protest tegen Trump (Donald). 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 25 januari 2026

Aksiegroep Spellingvereenvaudiging


Inmiddels
heb ik op Bluesky meer dan 540 volgers. Dat heb ik vooral te danken aan mijn foto's van zonsopkomsten en balkonvogels, maar bij elke foto staat ook een kort tekstje. Een van de Bluesky-gebruikers, die ik terug volg, is een mevrouw die geboren is in Zwitserland, maar al lange tijd in ons land woont. Ze schrijft haar bijdragen in het Nederlands, Duits en Engels en zegt daarbij dat ze in al die talen spelfouten maakt.

Zelf heb ik al genoeg moeite met de correcte spelling van één taal, het Nederlands. Ik heb weinig moeite met Engels lezen, maar vind het een onmogelijke taal om in te schrijven. Duits en Frans beheers ik nog minder. Gelukkig zijn er spellingscontroles en vertaalhulpen beschikbaar op computer en internet.

Om het, voor simpele zielen als ik, nog moeilijker te maken heeft men, in het Nederlandse taalgebied, de gewoonte om de spelling regelmatig te herzien. Ik leerde schrijven in de jaren '60 en zat op de middelbare school in de jaren '70, maar nadien zijn de regels veranderd. Ik schrijf dus nog wel eens 'kadootje', terwijl dat tegenwoordig 'cadeautje' moet zijn.

Wikipedia heeft een prachtig artikel over de Geschiedenis van de Nederlandse spelling. Het blijkt dat er tot in de 19e eeuw geen standaardspelling was. Er waren wel pogingen gedaan, maar algemeen geaccepteerd werden die niet.

Halverwege de 19e eeuw sloegen Nederlanders en Vlamingen de handen ineen en werd besloten om een Woordenboek der Nederlandse Taal samen te stellen, met een uniforme spelling, opgesteld door taalgeleerden De Vries en Te Winkel. Ze wilden een richtlijn geven, maar hun uitgangspunt was behoorlijk tolerant:

'De Vries en Te Winkel stelden onder meer dat aan eenieder die van mening is dat een woord anders zou moeten worden gespeld dan hun woordenboek voorschreef, het vrij moest staan dat dan ook te doen en dat woord op een afwijkende eigen wijze te schrijven, mits diegene die andere schrijfwijze maar kon beredeneren en er dan ook consequent in was.' (Wikipedia)

De Belgen voerden die nieuwe spelling in 1866 in, de Nederlandse overheid volgde wat later, in 1883 en 5 jaar later werd het ook de officiële spelling in Zuid-Afrika, waar toen het Nederlands nog de staatstaal was. Maar algemene tevredenheid was er niet. Al in 1891 kwam er een artikel, van taalkundige R. A. Kollewijn, waarin een vereenvoudiging bepleit werd. Alleen de Zuid-Afrikanen namen dat over.

In 1916 werd er een commissie aangesteld om te zien of er een compromis gevonden kon worden tussen De Vries / Te Winkel en Kollewijn. Na lang vergaderen werd door onderwijsminister Marchant, in 1934, een nieuwe spelling ingevoerd. Belangrijke veranderingen waren het verdwijnen van dubbele klinkers in veel woorden – een veelgebruikt instructieboekje heette 'Niet zoo, maar zo' – en het schrappen van de 'ch' in woorden als 'mensch' en 'visch'.

Er volgden nog meer wijziging in 1947 en '54, maar voor sommigen ging dat allemaal niet ver genoeg. Er werd toen ook al geklaagd dat schoolkinderen niet behoorlijk leerden spellen en de ingewikkelde regels niet begrepen. In de jaren '70, toen ik op school zat, volgde een ware spellingstrijd. Het meest radikaal waren de voorstellen van de Aksiegroep Spellingvereenvaudiging.

Zij stelden onder meer voor om een keuze te maken tussen 'ou' en 'au' en 'ei' en 'ij'. Niemand hoort immers het verschil, dus 'ou' en 'ei' kun je best schrappen. Een kip legde, volgens dat voorstel, dus een ij en stond 's winters in de kau. In veel woorden zou de 'c' moeten worden vervangen door een 'k', of 's'. Bijvoorbeeld 'vakantie' in plaats van 'vacantie', 'oktober' i.p.v. 'october' en dus 'aksie' i.p.v. 'actie'.

D's en t's in werkwoorden konden ook flink weggesnoeid worden. Er verscheen een brochure met de titel 'Ik hoop dat de spelling verandert wort'. 'De stelregel moest zijn "Waar men bij het uitspreken van het woord een t hoort, schrijve men dat woord met een t".' Dus 'hij wert gek' en 'zij wert gestoort'. Daarmee zou de geschreven taal beter aansluiten bij het gesproken woord.

Uiteraard kwam daar flink wat verzet tegen, hoewel ik het indertijd wel fijne plannen vond. De meeste van die voorstellen hebben het niet gehaald. Maar er is een periode geweest waarin voor veel woorden meerdere spellingswijzen geaccepteerd werden, al was er een officiële voorkeurspelling. In 1995 kwam er weer een wijziging en in 2006 nog een. De meeste vernieuwingen uit de jaren '70 werden daarmee teruggedraaid.

Ondertussen mag je best stellen dat er bij mij enige spellingverwarring is ontstaan. Ik doe er maar een gooi naar, laat mijn teksten lezen door mijn vrouw en haal ze door de spellingscontrole (of spellingcontrole, dat mag volgens Wikipedia ook) voor ik ze de wereld in stuur. Maar fouten zal ik altijd wel blijven maken.


 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 en deel 7 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 18 januari 2026

Ik had misschien een virtuoos trompettist kunnen worden


Met een goede vriend
had ik het er laatst over dat mensen misschien verborgen talenten hebben waarvan ze het bestaan nooit ontdekken. Als 60-plusser vroeg mijn vriend zich af waarom hij eigenlijk nooit een muziekinstrument had leren bespelen. Wie weet wat een virtuoos hij had kunnen worden ?

Het is iets dat ik me ook wel eens afvraag, bijvoorbeeld als ik naar sportwedstrijden zit te kijken. Is het geen toeval dat de wereldkampioen schaatsen juist in die sport uitblinkt ? Wat als hij in een warm land geboren was, waar nooit geschaatst wordt, of zoals ik, gewoon nooit had leren schaatsen ? Was hij dan wereldkampioen geworden in een andere sport ?

Lopen er ergens anders op de wereld misschien mensen rond die een enorm schaatstalent hebben, maar nooit op het idee gekomen zijn om te gaan schaatsen ? Dat geldt natuurlijk ook voor allerlei andere bezigheden. Een mens kan niet alles uitproberen en de meeste mensen blijven hangen bij dingen die ze toevallig leuk vinden, of waarvan hun omgeving zegt dat ze er goed in zijn. Of die hun vader en moeder, broers en zusters deden.

Ik heb zelf van alles gedaan. Getekend, geschilderd, gitaar gespeeld en gezongen. Vaak werd ik erom geprezen, maar het is geen valse bescheidenheid als ik zeg dat ik nooit een wereldtopper was. Een welgesteld artiest ben ik dan ook niet geworden. Maar misschien had ik zelf niet door waar mijn grootste talent zat ? Misschien had ik wel een virtuoos trompettist kunnen worden ? Of een toonaangevend architect ?

Als ik in een ander land geboren was had ik misschien een geweldig doedelzakspeler kunnen worden, of van wezenlijk belang kunnen zijn geweest voor de ontwikkeling van de Calypso muziek. Ik heb wel eens met iemand gesproken die dacht dat hij van mij een operazanger kon maken. Dat heb ik vriendelijk afgewezen, maar misschien was dat een enorme vergissing ?

Misschien heb ik het ook teveel in de artistieke hoek gezocht ? Het zou best kunnen dat ik, als ik er mijn best voor had gedaan, een heel goede politicus had kunnen zijn. Een topdiplomaat, een wereldleider die de mensheid naar een betere toekomst voerde. Of misschien had ik een computerspel kunnen bedenken waar miljoenen mensen aan verslaafd zouden zijn geworden.

Of een wetenschapper die grootse ontdekkingen deed. Okee, ik was op school geen enorme hoogvlieger, maar dat was Albert Einstein ook niet. Wie weet wat ik had kunnen bereiken als ik me niet had laten afleiden door tekenpennen en gitaarsnaren ?

Zo geredeneerd is de zorgelijke toestand van de wereld, grotendeels, te danken aan mijn slechte loopbaankeuzes. Al hadden sommige andere mensen misschien ook beter een ander pad kunnen kiezen. Het is natuurlijk ook te simpel gedacht. Niet iedereen kan zomaar alles worden wat hij, of zij, wil. Dat is de Amerikaanse droom: Als je maar goed je best doet...

Maar misschien zijn er echt wel mensen met een verborgen talent ? Zolang dat verborgen blijft zullen we het nooit weten. Maar, om eerlijk te zijn, ben ik best tevreden met mijn bescheiden talenten en de gematigde successen die ze mij opgeleverd hebben. Om nu nog een heel andere richting in te slaan... Nee, teveel gedoe.

Mijn vriend dacht erover om een drumstel te kopen. Misschien zou hij zo een verborgen talent ontdekken en als drummer alsnog beroemd worden. Het zou kunnen. Je weet maar nooit. Maar misschien moet hij iets proberen dat minder lawaai maakt, met het oog op de buren. Er bestaan ook elektronische drumstellen, met een hoofdtelefoonaansluiting. Wellicht is dat een idee ?

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 11 januari 2026

Sneeuwpret en winterproblemen


Het is nog steeds winter
en er ligt sneeuw op de wegen. Je zou denken dat dat een probleem is voor iemand die zich verplaatst op een scootmobiel. Maar dat valt erg mee, zulke voertuigjes zijn opmerkelijk stabiel. Omvallen kun je haast niet en slippen doe je ook niet snel. Vooral als de sneeuw al wat aangereden is, door het verkeer, kun je er prima overheen.

Vrijdag door een sneeuwbui naar de supermarkt, maar de straten waren toen nog schoon. In het weekeinde viel er wat sneeuw bij, maar maandag was het geen probleem om bij de winkel te komen. Op de terugweg dacht ik: misschien kan ik beter langs de hoofdweg rijden, op de binnenwegen door de wijk lag best veel sneeuw, op het fietspad langs de hoofdweg is waarschijnlijk pekel gestrooid.

Dat was geen goed plan. Er was inderdaad gestrooid maar, omdat het weekend was en kerstvakantie, was er daarna nauwelijks overheen gereden. De halfgesmolten sneeuw was weer bevroren en dus hobbelde en bobbelde ik naar huis, terwijl het rijden over de ongepekelde sneeuw, op de heenweg, best soepel was gegaan.

Dinsdag viel er nog veel meer winterse neerslag. De kinderen uit de buurt maakten er 2 poppen van, op het grasveld. Ik begon me zorgen te maken. Ik zag hoe de benedenbuurvrouw de grootste moeite had om met haar auto weg te komen. 

De wielen slipten in de sneeuw die zich rond haar voertuig had opgehoopt. Er kwam een buurman helpen en later nog twee. Met z'n vieren schepten ze sneeuw weg en probeerden de auto op gang te duwen. Ze kwamen een paar meter ver, maar de mannen gaven het op. Die moesten zelf naar hun werk.

Er kwam een andere buurvrouw haar huis uit en de twee vrouwen schepten en schoven nog meer sneeuw aan de kant. Na een half uur lukte het toch. Maar na een paar meter stopte het autootje. De behulpzame buurvrouw riep nog: doorrijden. Maar de opgeluchte chauffeuse stapte uit om eerst haar redster te omhelzen. Buurvrouw kon op weg, maar haar problemen waren niet definitief voorbij.

Zou ik er de volgende dag nog wel door kunnen om boodschappen te doen ? Misschien was het verstandiger om ze thuis te laten bezorgen ? Een goed idee. Dat zullen meer mensen gedacht hebben, want toen ik op de website keek zag ik dat de bezorgdienst tot zaterdag volgeboekt was. Ik zou er dus weer zelf op uit moeten, of hulp vragen aan familie of vrienden.

We besloten dat ik het eerst zelf zou proberen en maakten een lijstje met genoeg etenswaren tot en met zondag. Ik las bij mijn internetvrienden dat de bezorgdiensten met dit weer ook niet erg betrouwbaar zijn. De een schreef dat hij niets ontvangen had. Een ander had bij 2 verschillende besteld, omdat ze dacht dat de een niet zou kunnen komen. Uiteindelijk bezorgden ze alle 2, maar wel veel later dan beloofd.

Ondertussen was het aantal sneeuwpoppen aangegroeid tot 5. Voor woensdag was heel veel sneeuw voorspeld. Vanaf 3 hoog was niet goed te zien hoe begaanbaar de weg was, maar het bleek erg mee te vallen. In de nacht was er niet veel bij gekomen en het sneeuwde maar licht toen ik om 7 uur op weg ging. Ik bereikte de Supermarkt zonder grote problemen en met maar een kleine omweg.

Ik stond, onder de luifel voor de ingang, de sneeuw van mijn jas en de scootmobiel te kloppen, toen een vrouwelijke klant me passeerde. 'Het lijkt wel Siberië', grapte ze in het voorbijgaan. Ik reed naar binnen en deed mijn boodschappen. In de nieuwsberichten was verteld dat er winkels waren met lege schappen, omdat er problemen waren met het bevoorraden. Ook dat viel mee, het was wel wat leger dan anders, maar ik kon alles krijgen wat ik wilde.

Opgelucht kwam ik een kwartiertje later weer thuis. Het was ondertussen harder gaan sneeuwen en er was een fikse wind opgestoken die wolken sneeuw van het dak blies. Op het balkon was het een komen en gaan van mezen, roodborsten, boomklevers, vinken, heggenmussen, kauwtjes, houtduiven en holenduiven. Ik probeerde het vogelvoer regelmatig aan te vullen en kreeg daarbij één keer een lading sneeuw, van het dak, in mijn nek.

De kinderen uit de wijk bouwden ondertussen een heuvel van sneeuw op het grasveld waar ze met hun sleetjes vanaf konden glijden. Van twee kleinere sneeuwpoppen waren sneeuwreuzen gemaakt, van wel 2 meter hoog. Donderdag dooide het en rolden de hoofden van de reuzen er af.

Vrijdagochtend was er regen en nog meer dooi. Ik zag voetgangers voorzichtig over de stoep glibberen en auto's stapvoets door de straat rijden. Toen ik weer een auto hoorde slippen en toeren maken bleek dat de buurvrouw weer vast stond. Dit keer was ze wel, van haar parkeerplek, de weg opgekomen maar daar vastgelopen in de halfgesmolten sneeuw. Er kwam een wit bestelbusje de bocht om, dat moest stoppen omdat ze de weg versperde. De chauffeur stapte uit en probeerde haar te helpen.

Even later kwamen er 3 buren naar buiten, met sneeuwschuivers en scheppen, maar verder dan een meter of 10 kregen ze de auto niet vooruit. Uiteindelijk wisten ze een parkeerplek wat verder in de straat vrij te maken en kon de onfortuinlijke buurvrouw daar haar auto parkeren.

Later belde een buurman of hij misschien boodschappen voor ons moest halen. Heel vriendelijk, maar we hadden onze maatregelen al getroffen en de dochter des huizes ingeschakeld. Vrijdagnacht meer sneeuw, zaterdag en zondag vorst (-9 vanochtend vroeg).

Maandag schijnt de winter voorbij te zijn...

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 4 januari 2026

Mijn naam werd omgeroepen


Het is winter.
Er ligt sneeuw op Soestdijk en het is koud. Met de scootmobiel boodschappen doen gaat nog best, maar lange wandelingen maken zit er niet in. Het zal geen toeval zijn dat ik van uitstapjes naar andere streken droomde.

In mijn droom waren we dus op vakantie. Mijn vrouw was mee, mijn broer, mijn vader en nog wat vagere vrienden en familieleden. We gingen een wandeling maken, maar als snel raakten mijn vrouw en ik de rest van de groep kwijt.

We wandelden door een golvend landschap, een vriendelijke mevrouw wees ons de weg naar het stadje dat we als einddoel hadden. De lucht was donker en in de verte hoorden we het donderen. Waar wij liepen bleef het gelukkig droog.

Even later waren we in het stadje. We wandelden wat rond en keken op de terrasjes of we onze reisgenoten zagen. In de verte zagen we een haventje waar een aantal antieke schepen lag. 17e eeuwse oorlogsschepen leken het, maar ik dacht dat het wel replica's zouden zijn, zoals de Batavia, bij Lelystad.

Op een pleintje vonden we een deel van ons reisgezelschap terug, op het terras van een café dat 'The Green Lady' heette, of misschien 'The Green Minnow'. De naam stond op de gevel, in groene neonletters. Het terras was vol, maar ik zag mijn vader niet. 'Die is vast naar die schepen toe', zei ik tegen mijn vrouw. 'Bestel jij wat te drinken, dan ga ik kijken of ik hem zie.'

Om bij het haventje te komen moest ik door een modern winkelcentrum. Ik zag een bordje dat me de goede richting op wees en ik kwam heelhuids aan de andere kant. Daar hoorde ik mijn vader praten met mijn ex-zwager J. Ze stonden achter een informatiebord. Ik liep er heen en zei dat die schepen er mooi uitzagen.

'Ja', zei mijn vader, 'maar het evenement is eigenlijk al afgelopen. Je kunt nog wel meevaren, als bemanningslid.'

Een van de schepen voer langzaam de haven uit, maar ik had niet veel zin om mee te gaan. Ik gaf mijn vader een arm en samen liepen we terug naar het café waar de rest van de groep zat. Het terras was nu helemaal leeg, op de ene tafel na, waar onze familie en vrienden zaten.

Het was even schuiven met stoelen en doorgeven van drankjes. Ik had tonic besteld, de persoon naast me een Belgisch biertje. Hij wilde er een schijfje citroen in een sneed een stuk af van de citroen die ik bij mijn tonic had gekregen.

Ik bedacht dat als de brouwers van dat bier hadden gewild, dat het naar citroen smaakte, ze daar bij het brouwen wel voor gezorgd zouden hebben. Daarna werd ik wakker.


Een paar weken later, een andere vakantiedroom.

We waren opnieuw op pad met een aantal familieleden. We verbleven in een stadje aan zee, of aan een rivier. In ieder geval aan het water, want mijn vrouw en ik gingen varen in een roeiboot. Na een tijdje legden we aan, bij een rotsige kust waar een wandelpad langs was.

Het was prachtig zonnig weer. We liepen een stuk, maar het was erg druk en ik raakte mijn vrouw kwijt tussen alle andere wandelaars. De omgeving was prachtig. Het pad was op sommige plaatsen overdekt, als een galerij, met overal uitzicht over het water.

Er vlogen exotisch gekleurd vogels rond en ik zag een kleine jongen die een muis gevangen had. Het was een mooie bruine muis met een witte donzige buik en een pluizig behaarde staart. Ik maakte me even zorgen over wat de jongen met het diertje zou doen, maar hij liet het vrij tussen de wilde planten langs het pad.

Mijn vrouw belde me op en vroeg of ik, op de terugweg, een zak ijsklontjes mee wou nemen. Ik baande me een weg tussen de vele toeristen en liep langs drukke terrassen en door eetzalen, tot ik bij een ruimte kwam waar, aan verschillende tafels, mijn familieleden zaten.

Over de intercom werd mijn naam omgeroepen. Of ik de roeiboot, die ik gehuurd had, terug wou brengen naar het beginpunt. Ik gaf de spullen die ik bij me had, de zak ijsklontjes en de tas van mijn vrouw, aan mijn familie en vroeg of mijn broer zolang op mijn rugzak wilde passen.

Daar had hij geen zin in. Ik schold hem uit maar dat kwam me op een bestraffende blik van mijn moeder te staan. Ik zei dat het maar een grapje was en ging, met rugzak, op weg naar de plek waar we de roeiboot achter hadden gelaten.

Natuurlijk liep ik eerst verkeerd. Ik werd wakker voor ik hem teruggevonden had. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.