zondag 3 juli 2022

Atoomenergie ? Nee, bedankt !


'Nuclear Power ?
No Thanks !' 'Atomkraft ? Nej Tak !' 'Nuklearra ? Es Eskerrik Asko !'

Voor een van onze optredens had ik, een jaar of drie geleden, een stel buttons aangeschaft. Tegen kernenergie. Dat leek me leuk, nostalgisch. We keken immers, als muzikaal protestgroepje, terug op de jaren '80.

Maar wat zag ik gisteren op het TV-journaal ? De olijk glimlachende minister, van energie en klimaat, die aankondigde dat het kabinet 2 nieuwe kerncentrales wil bouwen. Zijn we ineens 40 jaar terug in de tijd ? Het lijkt er veel op.

Het bouwen van kerncentrales is altijd al een liberale droom geweest. Vooral VVD-politici kwamen telkens weer met plannen in die richting. Deze minister is van D'66, maar vergis je niet, dat is ook een liberale partij, ook al doen ze af en toe net alsof ze progressief zijn.

Het enige nieuwe argument is dat hij het klimaat erbij haalt. Om de doelstellingen te halen hebben we kernenergie nodig, zegt hij. Wat niet echt een sterk argument is, want het zal nog heel wat jaren duren voor er nieuwe, werkende kerncentrales in ons land zouden kunnen staan. Om de klimaatdoelen te halen komen die dan te laat. Daarvoor moeten er nu maatregelen worden genomen.

En verder ? Kernenergie is schoon, zeggen de voorstanders. Het afval, dat duizenden jaren veilig opgeslagen moet worden, negeren ze dan maar even. Kernenergie is goedkoop ? Dat valt ook tegen als je de bouw van de centrales, wat miljarden kost, en de opslag en bewaking van het afval meerekent. Het zijn de kosten die, tot nu toe, de bouw van een nieuwe centrale in ons land hebben tegengehouden. Geen energiemaatschappij is er in geïnteresseerd.

Kernenergie is veilig ? Dat zou ik misschien willen geloven als er plannen waren om die twee centrales in de randstad te bouwen. Geloof mij, dat gaat niet gebeuren. Als ze er komen dan worden ze zo dicht mogelijk bij de Belgische of Duitse grens gebouwd. In de hoop dat, bij een kernramp, de wind goed staat.

Kernenergie is een schijnbeweging. Een reden om geen andere, ingrijpende, maatregelen te nemen. Als de minister zich serieus in wil zetten voor het klimaat dan zal hij moeten streven naar het gebruik van andere, echt duurzame, energiebronnen. En vooral het stoppen van de groei. We zullen minder energie moeten gaan gebruiken. Wij allemaal, als burgers, maar vooral de industrie.

'Nuclear Power ? No Thanks !' 'Atomkraft ? Nej Tak !' 'Nuklearra ? Es Eskerrik Asko !' De buttons en stickers zijn, in allerlei talen, via internet te koop. Zelfs in het Baskisch...

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 en deel 7 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men
 

zondag 26 juni 2022

De oude Paul was nog best in vorm


Sorry,
als ik een beetje trager ben dan anders, maar ik ben nog aan het bijkomen van het concert dat Paul McCartney gisteren gaf op het popfestival van Glastonbury. Ik had het niet verwacht, van de oude Beatle, maar het was leuk en – bij vlagen – ontroerend en vrolijkmakend.

Hoopgevend ook, voor de oudere popliefhebber, om te zien hoe hij, met liedjes van soms meer dan 50 jaar oud, een jong festivalpubliek geboeid en enthousiast wist te maken en te houden. Eigenlijk overtrof het mijn verwachtingen. Op een enkel klein puntje na dan.

Ik viel er een beetje per ongeluk in, gisteravond. Ik wist dat McCartney op zou treden, maar dacht dat dat vandaag pas zou zijn. Om een uur of half elf, ik lag al op bed, zette ik toch de TV nog even aan en bleef hangen, bij Glastonbury, omdat ze het optreden lieten zijn van Noel Gallagher, voormalig voorman van de Britse band Oasis.

Noel is, voor mensen die opgroeiden in de jaren '90, net zoiets als Paul voor de muziekliefhebbers van mijn generatie. Oasis werd in hun tijd ook wel vergeleken met The Beatles, al hebben ze niet zo'n enorme invloed gehad en ook lang niet zoveel wereldhits gescoord.

Hoe dan ook, Gallagher was best leuk en omdat daarna het optreden van Paul werd aangekondigd, hielden we de ogen en oren nog even open. En we werden niet teleurgesteld. McCartney is pas 80 jaar oud geworden en is daarmee de oudste artiest die ooit de hoofdact mocht zijn op het festival. Maar een tamme show werd het niet.

Ik zag nog niet zolang geleden een recent optreden van hem dat opgenomen was in de Cavern Club, in Liverpool. Dat was, aan het begin van de jaren '60, de club waar The Beatles regelmatig live speelden en waar hun populariteit begon. De huidige Cavern is niet meer gevestigd in dezelfde kelder als toen, maar fans proberen er toch nog steeds de sfeer op te snuiven van die beginjaren.

Paul speelde er met dezelfde band als op Glastonbury. Allemaal mannen die een stuk jonger zijn dan hijzelf, maar goede muzikanten die zich soepel door zijn enorme repertoire bewegen. Dat bestaat uit oude Beatle-hits, successen die hij met zijn latere band Wings had – zoals het James Bond nummer 'Live And Let Die' – en nog latere solonummers.

Het is niet allemaal even baanbrekend en je kunt natuurlijk wel zien en horen dat Paul geen 20 meer is. Zijn stem fladdert een beetje, hoewel hij geen problemen heeft met de hoge noten en ook niet met stevig rockende liedjes. Op Glastonbury oogde en klonk hij alleen bij de klassieker 'Blackbird' een beetje breekbaar. Dat speelde hij dan ook helemaal solo, met alleen een akoestische gitaar, dan valt er niet veel te verbergen.

Een voordeel is dat Paul het nooit van de show heeft moeten hebben. Geen molenwiekende armen, of uitzinnige kostuums. Hij trok na een paar liedjes zijn jasje uit en zei daarbij dat dat de enige kostuumwisseling van de avond was. Verder stond hij er, ruim twee uur lang, gewoon in een wit overhemd en een zwart vestje.

Hij zat ook af en toe, achter de piano, wat misschien wel goed was voor de stramme benen. Maar waar andere oude popsterren nog wel eens potsierlijk overkomen, door zich net zo te blijven aanstellen als vroeger, bleef Paul gewoon zichzelf. En dat was overtuigend genoeg.

Geen enorme decorstukken, of andere opvallende aankleding op het podium, maar wel fraaie beelden, die geprojecteerd werden op de grote schermen achter en naast de band. Soms filmpjes die speciaal voor een lied gemaakt waren, of oude beelden van Paul met The Beatles, soms ook alleen maar lichteffecten.

In de eerste helft van zijn optreden waren er momenten dat het even wat minder boeide. Vooral bij de recentere liedjes. Maar het is begrijpelijk dat hij er geen avond met alleen maar grote hits van wilde maken. Die kwamen er toch nog voldoende voorbij. Tot genoegen van het publiek.

Indrukwekkend was het eerbetoon dat hij bracht aan de twee overleden Beatles, George Harrison en John Lennon. Ontroerend was zijn versie van 'Something', dat hij solo begon, heel eenvoudig, bijna lullig zelfs, met alleen een ukelele die hij ooit van George gekregen had. Het lied eindigde monumentaal, toen eenmaal de hele band inviel.

John Lennon werd opnieuw tot leven gewekt met behulp van beelden uit de documentaire 'Get Back'. Regisseur Peter Jackson had een fragment, van het beroemde optreden op het dak, zo bewerkt dat alleen de stem van Lennon te horen was, zodat McCartney en band, live, mee konden spelen.

Op het eind haalde Paul nog twee gasten op het podium die, speciaal voor de gelegenheid, uit de VS overgevlogen waren. Ik verwachte Ringo Starr, de andere nog levende Beatle, te zien verschijnen. Ringo heeft wat langer geleden zijn 80ste verjaardag gevierd, met een online manifestatie, en had het feest compleet kunnen maken. Maar we moesten het doen met Dave Grohl – bekend van Nirvana en The Foo Fighters – en Bruce Springsteen, bekend van zichzelf.

Het was het enige minpuntje dat ik kon bedenken. Maar misschien had Ringo geen zin, of had Paul geen zin om hem te vragen. Grohl en Springsteen sluiten wellicht ook beter aan bij het jongere publiek.

Het mocht de pret niet drukken. Paul McCartney bewees dat je ook als bejaarde muzikant een groot festival op zijn kop kunt zetten. Als zijn optreden nog eens herhaald wordt, of misschien te zien is op YouTube, zou ik dat zeer aanbevelen.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men
 

zondag 19 juni 2022

Dat onkruid is de biodiversiteit


Misschien helpt het
als ik het nog een keer rustig uitleg ? Een tijdje terug schreef ik over de grasvelden in onze straat, die elke week kaalgemaaid werden en de bloembedden waar het onkruid uitgeschoffeld werd, terwijl ze toch aangelegd zijn om de biodiversiteit te stimuleren. Kort gezegd: dorre, kale grasvelden zijn niet goed voor de insecten en vogels, die hebben dan weer wel baat bij bloeiend onkruid. Dus maai minder en laat de schoffel staan.

Ik liet mijn verhaal achter op de website van de gemeente, omdat die verantwoordelijk is voor het onderhoud van het openbaar groen. Daar hadden ze veel tijd nodig om mijn ideeën te verwerken, of geen tijd om ze te lezen, want ik kreeg, na een week of 6, een antwoord terug om somber van te worden.

Er zijn wegbermen en groenstroken in ons dorp waar minder gemaaid wordt, schrijven ze en die ingezaaid zijn met bloemenmengsels. Maar bij ons in de straat houden de mensen van een strakgemaaid grasveld dus gaan ze er elke week met de maaier overheen. Dat onkruid halen ze weg uit de bloembedden omdat het anders misschien de overhand krijgt.

Tsja...

Ik realiseer me dat ik voor een moeilijke taak sta. Het groenbeheer is in handen van mensen die denken dat ze behoorlijk goed bezig zijn. Ze zijn lekker aan het tuinieren, maaien, snoeien, schoffelen, zaaien en planten.

En daar kom ik. Een oude zeur die de hele dag ontevreden naar dat plantsoen zit te staren. En ik probeer ze aan het verstand te brengen dat ze misschien de beste bedoelingen hebben, maar dat ze veel beter de boel een beetje kunnen laten versloffen. Minder is meer !

Ja, hoor ik ze al denken, meer onkruid en te lang gras. O, wat zal dat er slordig uitzien.

Goed, nog eens, maar dan langzaam: Biodiversiteit is alles wat er van nature op een plaats leven wil. Insecten, vogels, zoogdieren, maar ook planten, want daar leven veel van die dieren van. Je helpt de dieren, die op een bepaalde plaats leven, dus het beste door de planten, die op die bepaalde plaats van nature horen te groeien, de ruimte te geven.

Als je het gras minder vaak maait... Ho ! Ik zeg niet dat het een meter hoog moet worden ! Maar als je het nu eens elke 2 weken zou maaien, in plaats van iedere week. Onderzoek heeft uitgewezen – ik stuurde een link mee met mijn eerste verhaal, maar wil hem best nog eens plaatsen – dat minder maaien meer dierenleven oplevert in het gazon.

En dan blijft het nog steeds een redelijk kort grasveld. Sterker nog: het blijft een groener grasveld, want dat elke week maaien zorgt ervoor dat, ondanks de regen van de afgelopen maanden, het gras nu geel is en kale plekken vertoont.

Het inzaaien van bermen en beplanten van perken, met planten van buiten het gebied, helpt niet echt. Het verdringt de wilde flora, het laat minder ruimte voor bloeiend onkruid, het is dus niet goed voor de biodiversiteit. Want het onkruid, dat is de biodiversiteit ! Dat zijn de superplanten waar de insecten – en alle dieren die insecten eten – het meest aan hebben.

Stel je eens voor: Grasvelden met groen gras – van misschien wel 10 centimeter hoog ! – met daartussen bloeiende madeliefjes, paardenbloemen, klaver en allerlei andere soorten, die je er niet hoeft te zaaien want ze groeien daar helemaal vanzelf ! En bloemperken waar ook wilde planten staan te bloeien, waar wilde bijtjes, hommels en vlinders dankbaar en vrolijk rondvliegen. Als die bijen duimpjes hadden dan zouden ze die enthousiast omhoog steken.

En het kost helemaal geen moeite – zelfs minder werk ! – om die mooie toestand te bereiken. Wie kan daar nu iets tegen hebben ? 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men
 

zondag 12 juni 2022

Rebus en Lupin


Een paar weken geleden
beloofde ik om terug te komen op de boeken over inspecteur Rebus en meesterinbreker Arsène Lupin. De twee hebben niets met elkaar te maken, ze zijn in verschillende talen geschreven, door schrijvers uit verschillende generaties en de ene reeks verscheen honderd jaar na de andere. Toevallig las ik ze vlak na elkaar.

Over de Rebus-thrillers, geschreven door de Schotse schrijver Ian Rankin, kan ik kort zijn. Dat zijn prima boeken, smeuïg geschreven, met de nodige spanning en humor. De meeste verhalen spelen in Edinburgh, in een recent verleden. Inspecteur John Rebus is een knorrige hoofdpersoon, die soms onverwachte ingevingen volgt en in de eerste paar delen worstelt met onverwerkte trauma's. Allemaal niet heel baanbrekend.

Voor de heruitgaven van de eerste delen schreef Rankin inleidingen, waarin hij vertelt, dat hij aanvankelijk nauwelijks wist waar hij mee bezig was. Hij had een paar romans geschreven, die weinig weerklank vonden en wilde het eens met een thriller proberen. Zijn kennis over politiewerk haalde hij uit TV-series en detectiveromans. Gaandeweg kreeg hij hulp van echte vakmensen en zo ontstond een heel succesvolle reeks, die deels ook omgezet is in een TV-serie.

Toen Maurice LeBlanc, een Fransman die in zijn jeugd een tijdje in Schotland verbleef, zijn verhalen over Arsène Lupin schreef bestond de televisie nog niet. LeBlanc werkte aanvankelijk als journalist, in Parijs, en schreef een paar succesvolle romans. In 1905 werd hij gevraagd om een verhaal te schrijven in de trant van de Raffles avonturen van E.W.Hornung. Raffles is een Britse gentleman-inbreker, die in de hoogste kringen verkeert, overdag cricket speelt en 's nachts juwelen steelt. Leuke verhalen, ik schreef er eerder al eens over. 

LeBlanc bedacht zijn eigen variant, Arsène Lupin, een inbreker die de politie telkenmale te slim af is en gerenommeerde detectives voor gek zet. Als hij gearresteerd wordt, weet hij op spectaculaire wijze te ontsnappen en als hij met zijn inbraken een aardige juffrouw teleurstelt, brengt hij de gestolen spullen weer netjes terug.

De verhalen van LeBlanc zijn direct een enorm succes. In een tweede reeks laat hij zijn hoofdpersoon in het strijdperk treden tegen Sherlock Holmes. Uiteraard is Lupin zijn stijve Britse tegenstrever te slim af. Na protesten van Arthur Conan Doyle, de schrijver van Sherlock Holmes, verandert LeBlanc de naam in zijn boeken in Herlock Sholmes en later Homlock Shears. De assistent van de Brit noemt hij Wilson, in plaats van Watson en hij maakt er een slaafse domkop van.

Na twee bundels korte verhalen, waagt LeBlanc zich aan een langere roman, 'L’Aiguille creuse', in het Engels – waarin ik het lees – 'The Hollow Needle', die verschijnt in 1907. Ook hier stapelt hij de ene spannende gebeurtenis op de volgende spectaculaire ontsnapping. Een inbraak, een moord, een verdwijning, een eeuwenoud mysterie, een verborgen schat. Het wordt op het laatst wat veel van het goede.

Wat niet helpt is dat Arsène Lupin geen sympathiek personage is. Het is een man met talenten, dat wel, maar ook een opschepper en een ijdeltuit. En het is een echte misdadiger, die niet schroomt om zijn slachtoffers af te persen, te kidnappen en te mishandelen. De lezer krijgt niet veel kans om zich in hem in te leven want in de meeste verhalen blijft hij op de achtergrond. We zien vooral anderen, meestal zonder succes, achter Lupin aanhollen.

LeBlanc wisselt zo nu en dan van vertelperspectief. De ene keer volgen we een speurder, of een bestolen, of bedrogen slachtoffer. De ander keer beschrijft hij hoe hij zelf bezoek krijgt van Lupin en die aan hem zijn sterke staaltjes vertelt. Bij één verhaal wordt de verteller overvallen in een treincoupé en blijkt, na enige tijd, dat de ik-figuur Lupin zelf is die zich heeft laten verrassen. Dat hij ook dan weer weet te ontsnappen is geen verrassing.

Desondanks is het allemaal best leuk om te lezen. LeBlanc verdoet niet veel tijd aan beschrijvingen van personages, huizen en landschappen en dat geeft de verhalen veel vaart. Maar ik moet toegeven dat ik, bij 'The Hollow Needle' wel begon te verlangen naar het eind van het boek. Een paar verwikkelingen minder had best gemogen.

Arsène Lupin is nog steeds populair. In Frankrijk is een genootschap dat uitstapjes organiseert, naar de plekken die in de boeken beschreven worden. Lupin was de inspiratie voor stripverhalen en films en nog onlangs verscheen er, op Netflix, een splinternieuwe TV-serie die losjes is gebaseerd op zijn avonturen. De boeken zijn nog volop verkrijgbaar, ook in het Nederlands. Voor de e-reader is de complete Lupin, in het Engels, te koop voor slechts 99 cent.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men
 

zondag 5 juni 2022

Pinksteren komt zomaar uit de lucht vallen


Het schijnt Pinksteren te zijn.
Ik had daar niet zo bij stilgestaan. We hebben dan ook geen pinksterboom opgetuigd en we eten geen pinkstereitjes bij het ontbijt. We geven elkaar geen cadeautjes en we maken ook geen gedichtjes. Er is eigenlijk niets, van al die aardige tradities, dat gekoppeld is aan Pinksteren. Behalve Pinkpop dan, maar dat hou ik de laatste jaren ook niet meer zo bij.

Pinksteren is maar een raar feest. Dat komt misschien omdat het een door en door christelijk feest is. Kerstmis en Pasen zijn, van oorsprong, oude Germaanse feesten die verchristelijkt zijn. Dat kun je ook nog zien aan de symbolen die erbij horen.

De kerstboom, die in de winter nog groen is, gaf de oude heidenen hoop op nieuw leven en dat de winter voor de helft voorbij was werd gevierd met een midwinterfeest. Dat hebben de christenen ingepikt en er de geboorte van Jezus aan gekoppeld. De eieren met Pasen zijn oude vruchtbaarheidssymbolen. Dat is om de lente te vieren, het seizoen waarin alles weer groeit en bloeit. Ook dat heeft een christelijk sausje gekregen.

Maar Pinksteren ? Dat komt zomaar uit de lucht vallen. Zelfs veel gelovige christenen weten niet wat er dan eigenlijk gevierd wordt. Iets met de Heilige Geest, of zo. Ik heb de indruk dat de achterliggende gedachte tegenwoordig niet meer zo leeft. Wat is die Heilige Geest eigenlijk voor een type ? Geen idee.

Misschien kunnen we afspreken dat we met Pinksteren vieren dat de jonge vogels uitvliegen ? Op mijn balkon zag ik deze week de eerste jonge koolmezen en pimpelmezen. Niet uit ons eigen nestkastje, helaas, dat broedsel is definitief mislukt.

Ik heb het kastje een paar dagen geleden leeggehaald. Er zat een keurig nestje in, met 10 eitjes. Maar dat was een week of drie geleden ook al zo. Pimpelmezen hebben een broedtijd van ruim twee weken, dus als er nog mezen aan het broeden waren dan hadden we nu jonge meesjes van een week oud moeten hebben. Maar zo was het dus niet.

Op het balkon, aan de andere kant van het huis, zijn de tronkenbijtjes wakker geworden. Hele kleine metselbijtjes zijn dat, die al jaren in mijn insectenhotel nestelen. Ik zie ook af en toe een zweefvlieg en een wesp voorbijvliegen. In een van mijn bloempotten heeft een jonge struiksprinkhaan flink zitten knabbelen aan de blaadjes van een zomeraster. Gelukkig zijn er nog wel wat insecten.

Terwijl ik dit schrijf zie ik gierzwaluwen door de lucht zwieren. Die leven op een dieet van alleen maar insecten, dus dat is ook een goed teken voor de biodiversiteit. Pinksteren... jonge vogels, metselbijtjes en gierzwaluwen. 

Laten we dat dan maar vieren. Dus voer de vogels ! Er zijn er nu meer dan in elke andere tijd van het jaar. Maai het gras niet ! Laat het onkruid bloeien, dat is goed voor de insecten. Pinksteren, het biodiversiteitsfeest !

Ps: Bij Wikipedia lees ik dat Pinksteren eigenlijk ook een tweedehands feestdag is. Het is overgenomen van de Joden die 'Sjavoeot', het oogstfeest, vierden. Dat werd gehouden na de eerste tarweoogst.

En Pinkpop is pas over 14 dagen.

 

De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men
 

zondag 29 mei 2022

Nog meer spannende boeken


En heb je nog wat
leuks gelezen, de laatste tijd ? Jazeker, maar ik moet bekennen dat het vrijwel alleen maar thrillers en detectives waren. Op de e-reader, uiteraard, dat spaart een heleboel ruimte uit in de boekenkast en is verbazend goedkoop.

Tussendoor ben ik ook nog bezig geweest met een e-versie maken van ons eigen boek. Je kunt dat, met het gratis programma Calibre, heel aardig zelf doen. Vooral als je boek alleen uit tekst bestaat. Bij ons zitten er ook de fraaie tekeningen van Gerard Kuit bij en dat maakte het wat ingewikkelder.

Maar na een paar weken uitproberen, vallen en opstaan, heb ik nu een acceptabele versie klaar. Voor de moderne lezer zijn wij dus eerdaags ook digitaal beschikbaar, al is het papieren boek wel mooier als je optimaal van de tekeningen wil genieten.

Maar goed, terug naar de thrillers en detectives. Ik las laatst wat het verschil is tussen beide genres. Ik had daar zelf nooit zo bij stilgestaan, maar een detective is een boek waarin een misdaad wordt opgelost. Bij een thriller probeert de hoofdpersoon een (volgende) misdaad te voorkomen.

Sherlock Holmes is een klassieke detective. Er is een probleem, Sherlock verschijnt en lost het op. Zo gaat het ook bij de Father Brown verhalen van G.K.Chesterton. Ik heb ze onlangs alle 53 gelezen en telkens komt de onopvallende, maar o zo scherpzinnige, geestelijke aan het eind naar voren met een keurige oplossing voor de misdaad.

Na een aantal verhalen valt het wel op dat er, bij Chesterton, vrijwel altijd sprake is van een persoonsverwisseling. Het slachtoffer blijkt iemand anders te zijn, dan iedereen denkt. Of de misdadiger doet zich voor als een ander. Of, en dat was één van de aardigste verhalen, meerdere getuigen beschrijven de dader, op heel uiteenlopende wijze en blijken dan hun eigen silhouet in een spiegel te hebben gezien.

Kortom, best leuk en inventief, maar niet altijd even spannend en geen aanrader om, in één ruk, achter elkaar te lezen.

Tussendoor las ik daarom ook andere spannende boeken. Een verhalenbundel van Dashiell Hammett, bijvoorbeeld. Die was best sfeervol en daarom kocht ik, voor een habbekrats, zijn beroemde boek 'The Maltese Falcon'. Helaas viel dat een beetje tegen.

Hoofdpersoon Sam Spade is een zogenaamde 'hard boiled detective'. Dat wil zeggen dat het een stoere vent is, die niet te beroerd is om geweld te gebruiken en die regelmatig een stevig glas drinkt. Zijn relaties met vrouwen zijn moeizaam, want hij hangt natuurlijk voortdurend de macho uit.

Het boek is geschreven in 1930 en dat moet je bij het lezen wel in gedachten houden. Toen was de samenleving een stuk minder geëmancipeerd dan nu en werden stoere mannen nog bewonderd, terwijl van vrouwen werd verwacht dat ze lief en hulpeloos waren.

Niet dat alle vrouwen in 'The Maltese Falcon' zo lief en aardig zijn. Er zijn er ook die niet deugen. Dat geeft het boek een deel van zijn spanning. Het verhaal, waarin iedereen de boel bedondert, is ook niet slecht. Wat ik op den duur wel een beetje ergerlijk vond is de manier waarop Hammett zijn figuren beschrijft.

Als er in het boek iemand aan het woord is dan heeft die gele lichtjes in zijn ogen. Of juist bloeddoorlopen ogen, of ijskoude en staalharde, of slaperige. En dat vaak allemaal achter elkaar, in een kort tijdsbestek. De schrijver zal geprobeerd hebben om duidelijk te maken dat er veel in zo'n persoon omgaat, maar het komt wat lachwekkend over.

Ondertussen ben ik alweer aan twee andere schrijvers begonnen. Een moderne, Ian Rankin, bekend van zijn Inspecteur Rebus serie en een oudere, Maurice Leblanc, die een hele reeks boeken en verhalen schreef over meesterinbreker Arsène Lupin.

Behoorlijk leuk, hoor, Rankin schrijft goeie thrillers en Leblanc wordt beschouwd als de Franse tegenhanger van Conan Doyle. Maar Arsène Lupin is geen detective, wat de verhalen een origineel perspectief geeft, vergelijkbaar met zijn tijdgenoot Raffles, de 'gentleman thief'.


Een volgende keer vertel ik er meer over.

 

De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 en deel 2 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men
 

zondag 22 mei 2022

Een kunstmatig versleten gitaar ?


Lang geleden,
toen ik als schooljongen mijn eerste spijkerbroek kreeg, was die egaal donkerblauw van kleur. Hoe langer je zo'n broek droeg en hoe vaker hij gewassen werd, des te lichter werd de kleur. De plekken waar hij het hardste sleet waren op het laatst bijna wit.

Als er dan een gat of scheur in kwam zette mijn moeder er een stuk op. Zo maakte ze uit drie kapotte spijkerbroeken weer twee hele. Op het laatst vonden we het prachtig om met zo'n opgelapte broek naar school te gaan. Ik tekende er zelfs patronen en strepen op met viltstift.

Later kwamen er spijkerbroeken op de markt die al voorgebleekt waren. 'Stone washed', heette dat. Gewassen in een machine met stenen erin, zodat de stof al slijtageplekken vertoonde nog voor iemand de broek gedragen had. Een beetje raar was dat wel, maar het werd zo populair dat je bijna geen broeken meer kon kopen in de oorspronkelijke donkerblauwe tint.

Je ziet wel vaker nieuwe dingen in de verkoop die al vooraf versleten zijn. Ik zag onlangs een bericht over, op die manier bewerkte, gymschoenen. Ze waren nog erg duur ook.

Ik kan me moeilijk voorstellen dat zoiets ooit in de mode komt voor, bijvoorbeeld, auto's. Dat je naar de dealer gaat voor het nieuwste model en dat de fabrikant er dan al deuken en roestplekken in heeft gemaakt.

Maar, gek genoeg, gebeurt dat wel met gitaren. Met stijgende verbazing heb ik het de afgelopen jaren aangezien. Het begon met gitaarfans die een gitaar van een beroemde gitarist na wilden maken. Bijvoorbeeld van Rory Gallagher. Die speelde decennia lang op een Fender Stratocaster waar, na vele uren op warme en zweterige podia, bijna geen lak meer opzat.

Bewonderaars van de gitaarheld hebben toen het uiterlijk van die oude gitaar zorgvuldig nagemaakt, door een nieuwe gitaar te lijf te gaan met staalborstels en schuurpapier.

Moet kunnen, zou je zeggen, maar het ging daarna nog een stap verder. Hobbyisten begonnen met het zogenaamde 'relic'-en van gitaren. Meestal waren dat tamelijk goedkope modellen die, op allerlei manieren, het uiterlijk kregen van instrumenten die een zwaar en beproefd leven achter de rug hadden. Een romantisch sausje met behulp van verfbranders en zuurbaden.

Persoonlijk vind ik het zonde van een goed instrument, maar het kan nog gekker. Je kunt inmiddels van Fender, een van de grootste gitaarmerken ter wereld, splinternieuwe, 'gerelicte' gitaren kopen. En die zijn bepaald niet goedkoop. Ook andere grote merken komen er al mee.

Heel vreemd ! Als ik een nieuwe gitaar zou willen kopen, dan zou ik goed opletten dat er geen krasje op de lak zat. Deze gitaren zijn juist voor een groot deel van hun lak ontdaan. Grote, kunstmatige, slijtageplekken op voor- en achterkant, de hals bijna helemaal kaal en de metalen delen bewerkt met zuur, zodat ze er verkleurd en een beetje pokdalig uitzien.

Okee, als je een instrument van 30 of 40 jaar oud koopt, dan verwacht je wat gebruikssporen. Maar zelfs dan zou ik niet willen dat het eruit zag alsof iemand er een paar uur met een schuurmachine op heeft staan raggen. Als dat wel het geval was zou ik flink afdingen op de prijs. Maar ik zal wel een uitzondering zijn want Fender vraagt voor deze, speciaal bewerkte, gitaren bedragen van 4000 tot 6000 euro !

Voor zulke prijzen kun je wel drie, of vier, perfecte, nieuwe gitaren kopen. Of een aantal tweedehandsjes, die wat authentieke gebruikssporen vertonen. Of een heeeele mooie, dure, waar nog geen krasje opzit. Ik zou het wel weten.

En moet je je voorstellen dat je voor Fender werkt. Dat je een keurige gitaar hebt gemaakt, van uitstekend materiaal en vakkundig afgewerkt. En dat je dan gevraagd wordt om die fraaie afwerking te verpesten, met schuurmiddelen, staalwol en wie weet wat nog meer. Misschien zijn ze daarom zo duur ? Omdat ze hun medewerkers eerst om moet kopen, voor ze zoiets tegennatuurlijks willen doen.

Voor wie het niet geloven kan een paar voorbeelden: Een splinternieuw 'versleten' Fender Stratocaster voor een heleboel geld. 

Een mooie, klassieke, tweedehandsStratocaster, uit 1983, die minder dan een kwart van de prijs is. 

Een splinternieuwe Stratocaster, waar de lak nog, zonder enig slijtplekje, opzit. En die ook lang zo duur niet is als het kunstmatig verouderde exemplaar. 


De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men