Ik was misschien een beetje kortaf, tegen de twee mannen die vorige week, plotseling, voor de deur stonden. Maar dat was niet zonder reden. Om te beginnen had ik net een paar vervelende e-mails verwerkt van een oude kennis, die maar blijft proberen om mij te betrekken bij zijn vage kunstprojecten.
Ik zal niet in details treden, maar dit duurde nu al jaren en ik had er echt tabak van. Ik had hem net in drie zinnen uitgelegd dat ik echt, helemaal, absoluut geen zin had om aan zijn nieuwste idee mee te werken. Hij hoefde geen contact meer op te nemen, ik had werkelijk geen enkele interesse. Dat had ik hem al wel vaker gezegd en ik betwijfelde of de boodschap nu wel aan zou komen.
Laten we eerlijk zijn, ik ben een chronisch zieke 65-plusser. Maar mijn probleem is niet dat ik me thuis zit te vervelen. Ik verveel me nooit ! Als ik al een probleem heb dan is het dat ik niet genoeg energie en tijd heb om al mijn eigen plannen uit te voeren.
En dan heb ik het niet over malle dingen als het kanaal over zwemmen, een marathon lopen, of een berg beklimmen. Mijn dagen zijn boordevol als ik af en toe een tekening maak, een verhaaltje schrijf, een paar foto's op internet zet en een beetje gitaar speel. Ik heb geen behoefte aan ideeën en projecten van iemand anders.
Dus, terwijl ik zo nog een beetje door aan het sudderen was, ging de deurbel. Via de intercom vroeg ik wie er was. 'Wij komen de balkons controleren,' was het antwoord. Ja, sorry, daar wist ik niets van. 'Wie bent u dan ? En waarom hebben we daar geen bericht over ontvangen ?' vroeg ik dus.
Dat wist de man aan de voordeur niet. Ik drukte maar op het knopje en even later kwamen er twee werklieden de trap op gestommeld, met grote koffers vol gereedschap. Het deed me ineens denken aan een sketch van Koot & Bie die, als louche mannen, aanbelden bij een oud vrouwtje en aankondigden dat ze de tuin winterklaar kwamen maken. ('U heeft scheurgras, mevrouw.')
'Ja, hoor eens', zei ik, 'Ik weet niet of ik jullie wel binnen moet laten.' Ik verwachtte uitleg, misschien een poging om mij over te halen, maar de voorste man zei: 'Als u niet wilt dan doen we het niet.' In dat geval wilde ik niet moeilijk doen. 'Okee', zei ik dus, 'Dan niet. Goeiedag.'
Ik deed de deur dicht en de mannen stommelden weer naar beneden. Mijn vrouw vond aanvankelijk dat ik wel erg kortaf was geweest, maar later vond ze het toch ook een raar verhaal. De balkons controleren ? Dat kan iedereen wel roepen. Je hoort zulke gekke verhalen, tegenwoordig. Nepagenten met babbeltrucs. Misschien waren dit wel nepwerklieden ? Goed dat ik ze niet binnen gelaten had.
Wat later die dag zei mijn vrouw dat ik buurman G. eens moest bellen. Die was doorgaans goed op de hoogte van wat er in de flat gebeurde, wat onderhoud betreft. Dus even later zat ik aan de telefoon met G. En ja, dat van die balkons, dat klopte.
Hij vertelde over de grote flat in Zeist, waarvan de galerijen en balkons niet veilig waren. En dat de gemeente had besloten dat daarom, in ons dorp, alle balkons moesten worden gecontroleerd op veiligheid. 'Maar ik begrijp dat jullie de brief daarover niet gekregen hebben ?'
Inderdaad, die hadden we niet ontvangen. Het bleek weer een gevalletje 'kopers en huurders' te zijn. De meeste appartementen in onze flat die, oorspronkelijk, 60 jaar geleden, gebouwd is voor de verhuur, zijn inmiddels verkocht. De eigenaren waren netjes door de gemeente op de hoogte gesteld. Maar onze brief was, omdat wij nog huren, naar onze verhuurder gegaan.
Zoiets hebben we wel vaker meegemaakt. Ik werd eens gebeld door een mevrouw die zei dat ze de houtwormen wilde komen bestrijden. 'Sorry', antwoordde ik, 'We hebben geen houtwormen.' En ik verbrak de verbinding. Ze belde meteen terug. 'Meneer, meneer, niet ophangen !'
Het bleek dat het bedrijf, waarvoor ze werkte, ingehuurd was om houtwormen te bestrijden, in de garagebox die we op dat moment huurden. Er was een brief gestuurd, maar die ontvingen we pas een paar dagen later, via onze verhuurder.
Dat zal nu ook wel gebeuren, alleen of die mannen nog eens terugkomen ?






