In 2011 schreef ik een verhaaltje over het stekken van een kamerplant, de Schefflera. Ik vergeleek dat met klonen, het produceren van nakomelingen, zonder geslachtsverkeer. Maar bij planten noemen we dat doorgaans 'stekken'.
Ik zal misschien gedacht hebben aan het beroemde schaap Dolly, het eerste zoogdier ter wereld dat succesvol gekloond was. Bij Wikipedia lees ik dat Dolly gemaakt werd, met behulp van cellen, uit de uiers van een volwassen ooi. Ze werd Dolly genoemd naar de countryzangeres Dolly Parton, die niet alleen bekend is vanwege haar stem, maar ook door haar imposante boezem. Parton vierde dit jaar haar 80ste verjaardag, het schaap Dolly werd maar 6 jaar oud.
Maar terug naar de Schefflera. Voor wie hem niet kent, dat is een forse kamerplant, vergelijkbaar in formaat met een gatenplant. De Schefflera heeft geen grote bladeren met gaten, maar zogenaamde samengestelde bladeren, bladstelen waaraan meerdere kleine bladeren zitten. Ik noemde hem de 'handjesplant', omdat het daaraan doet denken, alleen heeft elk handje 6 tot 10 vingers. Er zijn veel bomen met samengestelde bladeren, bijvoorbeeld de kastanje, de walnoot en de lijsterbes.
De plant komt oorspronkelijk uit Nieuw Zeeland en groeit ook op eilanden in de Stille Oceaan. Hij is genoemd naar een Duitse plantkundige, uit de 19e eeuw, Jacob Christian Scheffler. Die werd geboren in Gdańsk, dat toen Danzig heette en deel uitmaakte van het Duitse rijk. Nu ligt de stad in Polen.
De Schefflera maakt stengels die wel 30 meter lang kunnen worden. Dat wij er een op de trap, voor de deur, hebben staan komt door een vroegere buurman, die hem daar achterliet. Nou is de trappenhal, op sommige plaatsen best hoog, maar 30 meter plant kun je er niet in kwijt.
Als je goed voor hem zorgt, af en toe nieuwe aarde geeft en wat plantenvoeding, dan kan de Schefflera zeker een halve meter per jaar groeien. Verwaarloos je hem dat doet hij het kalmer aan, maar groeien doet ie. Dus moet er zo nu en dan iets met de Schefflera gebeuren.
Toen ik dat vorige verhaaltje schreef was de buurman al een paar jaar verhuisd en dreigde zijn plant het plafond van de hal te bereiken. Ik sneed de top uit de plant, haalde daar de onderste bladeren af en zetten de steel in een kan met water. Na een aantal weken was er een aardig bosje wortels aan gegroeid en kon de plant in de aarde worden gezet.
In de tussenliggende 15 jaar heb ik dat nog een paar keer herhaald. Een jaar terug heb ik de plant in een grotere pot gezet, waarvoor hij mij bedankte met een flinke groeispurt. Deze winter werd wel duidelijk dat er opnieuw ingegrepen moest worden. Dus afgelopen week zette ik de zaag er weer in.
Nu hebben we weer een Schefflera, als stek, of kloon, in een vaas staan, in afwachting van wortels. Het stekken gaat net als bij kleinere planten. Breek een takje van een fuchsia af, of een lidcactus, zet dat in een glaasje water en na een poosje verschijnen er wortels. Bij de Schefflera is alleen het formaat anders, ik moest de grootste vaas nemen die we hadden om daar de tak van ruim een halve meter in te zetten.
De oude plant laat ik ook nog even staan. Ik las in mijn oude verhaal dat de kans groot is dat die opnieuw uitloopt. Daar ben ik dan ook wel benieuwd naar. Voor wie zich, na mijn beschrijving hierboven, nog niet voor kan stellen hoe een Schefflera eruit ziet, er staan foto's bij dat oude blogverhaal en bij een vervolg van een paar maanden later.
Het stekken van planten vergt wel wat geduld. Het kan een aantal weken duren voor de eerste worteltjes verschijnen. Maar als het zover is zal ik het melden.
Ondertussen verschijnen de eerste metselbijen op het balkon, staan de narcissen te bloeien in het plantsoen en tonen de pimpelmezen interesse in onze nestkastjes. De lente is begonnen.






