Naar aanleiding van het boek over de kastelen van Ierland, waar ik eerder over schreef, ontdekte ik dat de beroemde gitarist, Eric Clapton, enige tijd de eigenaar was van Barberstown Castle. Dat is een groot gebouw, met middeleeuwse gedeelten en latere toevoegingen, niet ver van Dublin, dat in de jaren '70 ingericht werd als hotel. Clapton kocht het in 1979, toen hij op de toppen van zijn roem was, na hit-albums met verschillende bands en successen als solo-artiest.
Het zette mij ertoe aan om de biografie te kopen, die Philip Norman over Clapton schreef en die, als e-boek, voor een paar euro te koop is. Van dezelfde schrijver las ik eerder een prima biografie over Paul McCartney. Norman schreef ook boeken over John Lennon, Mick jagger en Elton John, die ik dan weer niet gelezen heb.
Eigenlijk was ik ook niet direct van plan om de biografie over Clapton te kopen. Uiteraard heb ik bewondering voor hem, als gitarist, maar zijn persoonlijkheid leek mij minder uitnodigend. Dat is iets dat ook Philip Norman aanhaalt, in zijn inleiding. Clapton blijft, onlangs zijn grote populariteit, nogal gesloten en ongrijpbaar.
Hij had de nodige problemen met drank en drugs, zoals veel van zijn collega's, maar raakte nooit betrokken bij grote schandalen. Hij versleet een heleboel vriendinnen, het meest spraakmakend was zijn affaire met Patty Boyd, de vrouw van George Harrison. Maar hij is de afgelopen 40 jaar van de drank af en de laatste 25 jaar ook gelukkig getrouwd.
In het boek van Norman lees ik dat de jeugd van Clapton, die aanvankelijk Rick genoemd werd, niet zonder problemen was. Hij werd geboren in 1945, in het dorp Ripley, dat 35 km ten zuiden van Londen ligt, aan de weg naar Portsmouth. Hij werd opgevoed door Rose en Jack Clapp. Jack was de tweede echtgenoot van Rose. Clapton was de achternaam van haar eerste man, die overleed voor de geboorte van de kleine Rick.
Als kind kwam hij er, door opmerkingen van familieleden, achter dat Rose eigenlijk zijn oma was en Jack zijn stief-opa. Zijn zus Patricia, die als 15-jarige zwanger was geraakt van een, in Engeland gelegerde, Canadese soldaat, was zijn echte moeder. Een paar jaar na zijn geboorte vertrok zij, met een andere soldaat, naar Canada.
Het was een schokkende onthulling en het werd er niet beter op toen Patricia, bij de schaarse familiebezoeken, niet veel belangstelling voor de kleine Rick toonde. Het bezorgde hem een trauma waar hij, decennia later, nog mee worstelde. Hij was, volgens vrienden en latere collegamuzikanten, vriendelijk in de omgang, maar kon zich ook terugtrekken en zich voor zijn omgeving afsluiten.
Zelf verklaarde hij lang onzeker te zijn geweest, bang om mensen teleur te stellen en om afgewezen te worden. Conflicten ging hij liever uit de weg, letterlijk door weg te lopen, als de situatie hem boven het hoofd ging. Tegelijkertijd waren er altijd mensen om hem heen die zich over hem ontfermden. Aanvankelijk waren dat zijn grootouders Rose en Jack, die hem in de watten legden.
Later werd hij, bijvoorbeeld, in huis genomen door John Mayall, de bandleider van The Bluesbreakers, waarvan Eric de gitarist was. Hij logeerde op zolder en werd verzorgd door de vrouw van Mayall, die hem heel attent vond. Eric bracht regelmatig cadeautjes mee voor het jonge dochtertje van het stel.
Het lag niet direct in de verwachtingen dat de jonge Clapton professioneel muzikant zou worden. Aanvankelijk had hij meer belangstelling voor tekenen en schilderen. Na de lagere school ging hij naar 'art school', waarschijnlijk het best te vergelijken met onze vroegere kunstnijverheidsschool. Daar leerde hij letters tekenen en glas-in-loodramen ontwerpen.
Ondertussen had hij ook belangstelling gekregen voor de bluesmuziek, die begin jaren '60 populair werd in Engeland. Zijn schoolopleiding mislukte en hij werkte een paar weken als hulp in de bouw, naast stief-opa Jack, die stukadoor was. Toen hij het aanbod kreeg om professioneel gitarist te worden, bij The Yardbirds, greep hij dat met beide handen aan.
Hij bleef 2 jaar bij de band, maar stapte op toen ze overgingen naar een meer poppy geluid. Op hun eerste grote hit, 'For Your Love' is hij niet te horen. Wel op de instrumentale B-kant, 'Got To Hurry', die ervoor zorgde dat hij gevraagd werd door John Mayall, van The Bluesbreakers.
Als je de vroege opnamen van Clapton hoort, dan is er een enorme ontwikkeling, van de eerste aarzelende solo's naar zelfverzekerd en toonaangevend gitaarspel. Van de sukkel die uit de Yardbirds stapte, net toen die een hitsingle hadden opgenomen, naar 'Clapton Is God', zoals een enthousiaste fan op een muur kalkte. Waar Eric zelf zich dan weer voor schaamde.
De enige LP die hij maakte met John Mayall doet mij enorm denken aan onze eigen Cuby & The Blizzards, die de plaat waarschijnlijk grijsgedraaid hebben voor ze, een paar jaar later, hun eigen 'Groeten Uit Grollo' opnamen.
Ik ben inmiddels halverwege het boek van Philip Norman. Clapton heeft dan, tegen het eind van de jaren '60, megasuccessen beleefd met de band Cream, waardoor zijn banktegoed ook tot grote hoogte is gestegen. Hij heeft een landhuis gekocht, niet ver van het ouderlijk huis in Ripley en een cottage voor oma Rose en opa Jack.
Maar het kasteel in Ierland is nog niet in zicht. Bij Wikipedia las ik dat hij het in 1985 weer verkocht. Misschien verbleef hij er maar zelden, want in die periode kampte hij met alcoholproblemen. Je kunt er logeren, als je zou willen. De nieuwe eigenaren hebben het flink uitgebreid en opgeknapt. Kijk maar op de website.
'Slowhand', het boek van Philip Norman, verscheen in 2020. Dat Clapton zich, op zijn oude dag, tegen coronamaatregelen en vaccinaties keerde, heeft hij dus niet op kunnen nemen. Daar staat tegenover dat Clapton zich onlangs inzette voor de kinderen in de zo zwaar getroffen Gazastrook. Als ik in het tweede deel nog opmerkelijke dingen lees, kom ik er misschien op terug.






