Posts tonen met het label racefiets. Alle posts tonen
Posts tonen met het label racefiets. Alle posts tonen

zondag 15 februari 2026

Een tropische vakantie en een rijdende winkel


Na een paar weken
met sneeuw en vorst, gevolgd door dooi, mist en nattigheid, is het misschien niet vreemd dat ik droomde dat mijn vrouw en ik, van het ene op het andere moment, besloten om naar Curaçao te vliegen voor een weekje vakantie. Het is zeker 25 jaar geleden dat we voor het laatst in een vliegtuig zaten en naar de Antillen zijn we nooit geweest.

Daar zijn verschillende praktische redenen voor, maar als die er niet zouden zijn hoop ik dat we er ook vanaf zouden zien. We ergeren ons regelmatig aan de vliegtuigen en hun condensatiestrepen, boven ons hoofd. Vooral op mooie, zonnige dagen, als lieden, op weg naar warme landen, onze blauwe lucht verpesten. Er wordt veel te veel gevlogen, met kwalijke gevolgen voor de natuur, het klimaat en de omwonenden.

Maar goed, in mijn droom deden we het toch. Van de vliegreis zelf herinner ik me weinig. We waren al snel op onze tropische bestemming en ik besloot een eindje te gaan fietsen, terwijl mijn vrouw het appartement op orde bracht. Ik reed op een racefiets, over een zandpad.

In werkelijkheid is het ook al meer dan 25 jaar geleden dat ik nog eens op een racefiets zat. Ik had er een van het merk Peugeot, een zilvergrijze, waar ik een paar fijne fietsvakanties mee gedaan heb. Ik deed hem, toen fietsen door mijn verslechterende conditie niet meer ging, over aan een goede vriend. Die zette hem in Utrecht vast aan een lantaarnpaal om, een paar uur later, te ontdekken dat hij gestolen was.

Zou er nu nog steeds iemand tevreden rondrijden op mijn zilvergrijze, gestolen, Peugeot ? Ik vraag het me wel eens af. Hoe dan ook, in mijn droom hield ik halt bij een hoog hekwerk van metaalgaas. Daarachter was een uitgaansgelegenheid, waar een jonge vrouw wat aan het opruimen was. Ze riep me iets toe dat ik niet verstond, maar ik nam aan dat ze zich ergens over beklaagde.

Ik kon haar niet helpen, dus ik keerde mijn rijwiel en reed terug over het witte zandpad. Ik zag dat er sporen zichtbaar waren in het zand en ik herkende kattenpootjes. Wat verderop werd het pad donkerder van kleur. Ik zag andere fietsers voor me, die op hoge snelheid voortreden. Het verbaasde me dat ik ze vrij gemakkelijk kon volgen. Een keer moest ik scherp uitwijken, voor een vrouw met een kinderwagen, die me tegemoet kwam.

De weg werd smaller en voerde het hele fietserspeloton een gebouw in. Het plafond werd daar zo laag dat ik me moest bukken, maar ik reed door, zo goed en zo kwaad als dat ging. Ik verloor de andere fietsers uit het oog. De weg versmalde zich nog meer, tot ik een bocht om sloeg en me ineens in een woonkamer bevond. Ik was, met fiets en al, een lederen bankstel opgereden.

Iemand zei: 'Ja, hier kun je niet verder.' Dus ging ik maar naast mijn fiets zitten en haalde een pakje boterhammen tevoorschijn. Ik realiseerde me dat het zaterdag was en dat ik een verhaaltje moest schrijven voor de wekelijkse Stripmail. Wel een leuke afwisseling om dat eens te doen vanaf een tropisch eiland.

Ik werd wakker met gemengde gevoelens. Dat fietsen was best fijn geweest, maar het was afkeurenswaardig dat ik daarvoor helemaal naar Curaçao gevlogen was. In mijn volgende droom moet ik toch maar wat dichter bij huis blijven.


Een rijdende winkel

Een poosje later droomde ik dat mijn oude vriend J een rijdende winkel had. Ik had met hem afgesproken dat hij op een bepaalde tijd voor mijn huis zou staan en hij stond me al op de trap op te wachten toen ik naar buiten kwam. Ik gaf hem een van mijn boodschappentassen en hij ging naar beneden om daar mijn bestelling in te doen. Ik volgde hem met een andere tas, waar oud papier in zat. Die tas gaf ik, bij zijn wagen, aan het meisje dat hem hielp.

'Dat kost 70 cent', zei ze. Daar had ik niet op gerekend. Ik wist niet of ik wel los geld bij me had en zocht in mijn broekzak naar muntjes. Ik vond er een paar en betaalde haar met twee ouderwetse kwartjes en twee dubbeltjes.

Bij de winkel van J was het behoorlijk druk. Het leek meer op een rijdend winkelcentrum, want er was, naast het inleverpunt voor oud papier, ook een deel waar gefrituurde snacks verkocht werden en daar stond een rij klanten. Je kon er bovendien dagelijkse boodschappen halen en daar vulde J, op zijn gemak, mijn boodschappentas mee.

Het duurde allemaal erg lang en ik werd moe. Ik kreeg er bijna spijt van dat ik bij J mijn boodschappen besteld had. Maar ja, hij was wel een oude vriend. Zo werd ik wakker. Zonder boodschappen en 70 cent lichter. 

  

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 en deel 10 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

zondag 6 september 2020

Ooit fietste ik met witte schoenen


Best een mooie beginzin, maar er ontbreekt iets aan. Je zegt niet: 'Ik fietste op witte schoenen'. En 'met witte schoenen aan' lijkt minder mooi. Waar aan ? Aan mijn voeten, natuurlijk. Hoewel 'met witte schoenen in mijn hand' zou ook kunnen.

Is er iets bijzonders aan fietsen met witte schoenen ? Nou, heden ten dage niet. Het viel me op dat de meeste wielrenners in de Tour de France witte schoenen hebben. Maar vroeger waren wielrenschoenen zwart. Kijk maar naar oude foto's van Eddy Merckx en Joop Zoetemelk, die hadden zwarte schoenen.

Een jaar of wat geleden keek ik met kleine D naar het WK voetballen. De spelers droegen schoenen in alle kleuren van de regenboog. Geel, roze, blauw, rood, paars. 'Vroeger', zei ik, 'waren voetbalschoenen zwart, met een witte streep.'

Zo had ik zelf, in de jaren '60, gevoetbald. Met zwarte schoenen van het merk Quick en later op Puma's. Niks rare snoepgoedkleurtjes. Het zou ook best kunnen dat die Quick schoenen eerst van mijn oudere broer waren geweest. En dat ik proppen papier in neuzen deed zodat ze beter pasten.

Het is niet dat ik gefixeerd ben op schoenen, hoor. Ik loop al 20 jaar op hetzelfde paar zwarte sportschoenen, ooit gekocht in de uitverkoop. Ik ken mensen die 6 of 10 paar schoenen hebben, soms zelfs meer dan 20 ! Maar ik had er lange tijd maar 1, die zwarte. Inmiddels heb ik er een paar moonboots bij, voor op de scootmobiel, als het koud weer is.

Ik heb ook een paar sandalen, die ik het hele jaar door draag, in huis. En als het heel warm weer is ook wel eens buiten. Van grote D, hij is flink gegroeid inmiddels, kreeg ik een paar jaar geleden een paar blitse blauwe schoenen, die hij te klein gekocht had. Maar omdat ik, vanwege mijn wankele conditie, zo weinig loop raken die maar niet ingelopen.

Ooit droeg ik dus witte schoenen bij het fietsen. Ik was een jaar of 20, denk ik, toen ik een racefiets kocht. Ik had toen een vriend, die ook Jan heette, waarmee ik tochten maakte. Wij hadden geen speciale fietskleding, dat vonden we maar aanstellerij. Mannen in koersbroeken en fietsshirts lachten we uit. 'Outfitters !', vonden we.

Maar na verloop van tijd moest ik vaststellen dat lange afstanden fietsen, op gewone gympen, niet comfortabel was. Ik ontdekte dat de ideale fietsschoen een alternatief modelletje was, van het merk Roots. Ik had rond die tijd een wit paar aangeschaft, gewoon om op te lopen. Nou ja, gewoon...

Roots waren ongewone schoenen. Ze waren ontworpen met het idee dat de menselijke voet, op een zachte ondergrond, het meeste wegzakt bij de hiel. Dus de hak was zeer laag. Naar de tenen toe werd de zool dikker. Daar moest je even aan wennen, bij het lopen. Maar voor op de fiets waren ze geweldig. Dat dikke deel zorgde ervoor dat de pedaal nooit pijnlijk in je voet drukte.

Toen fietste de serieuze wielrenner met zwarte schoenen, waarin een metalen plaatje verwerkt was, om de druk van de pedalen op te vangen. Op racefietsen zaten toen nog 'toe clips', natuurlijk. Een soort metalen beugeltjes, bijna stijgijzers, die de voet vast op de pedaal hielden. Inmiddels is dat vervangen door een kliksysteem. Plaatjes onder de schoenen klikken in de pedalen.

Mooi. Maar als je van de fiets stapt ben je, op die moeilijk lopende schoenen, direct te herkennen als iemand die pretendeert een wielrenner te zijn. Daar had ik op mijn roots geen last van. Verder gewoon een afgeknipte spijkerbroek en een t-shirt. Niks geen pretenties.

Later ben ik wel overstag gegaan wat betreft broek en shirt. Zo'n fietsbroek met zeemleren kruis is toch wel erg comfortabel. En een shirt met een paar zakken op de rug is best handig. Dan hoef je niet telkens te stoppen om iets eetbaars uit je fietstas te halen. Maar de witte roots bleven, daar kon geen officiële fietsschoen tegenop.

Tegenwoordig fiets ik niet meer, maar toen was ik een trendsetter. Nu fietsen ze allemaal met witte schoenen... aan... hun voeten...

Ps: De strepen zien er anders uit dan ik me herinner, maar Quick voetbalschoenen worden nog steeds gemaakt. In zwart en blauw. 

Van Roots vond ik wel een Facebookpagina, met de originele modellen, maar op een website kan ik die niet vinden. De laatste mededeling op de pagina dateert van 2015: 'De webshop is gesloten. Laatste paren in maat 37 en 41 nog op voorraad. Aanvragen per mail naar rootsschoenen@gmail.com' 




De Strip is een gouwe ouwe van de Stripman

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.

Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men

zondag 30 augustus 2015

Mijn eerste en laatste fiets en alles daar tussenin


Vermoedelijk heb ik me voor het eerst op wielen voortbewogen, als kleuter, op een driewieler. Echt duidelijke herinneringen heb ik er niet aan. Hij zou wel eens rood kunnen zijn geweest en eerder gebruikt door mijn oudere broer en zus.

Het eerste fietsje met twee wielen, waar ik zelfstandig op reed, was zeker rood en had witte spatborden. Ook een tweede- of derdehandsje. Mijn eerste eigen, nieuwe fiets kreeg ik toen ik een jaar of 8 was. Een blauwe met een gebogen stang. Of had mijn broer daar toch eerder op gereden ?

Een soortgelijk model, maar dan wat groter, was een jaar of wat terug ineens populair als 'beach bike'. Ik heb het fietsje total loss gereden tegen een auto. Zelf lag ik 4 maanden in het ziekenhuis.

Toen ik weer lopen kon kochten mijn ouders een nieuwe fiets voor me, een sportief model, met racestuur en handremmen, maar zonder versnellingen. Weer blauw en van het merk Louison Bobet. Dat was een beroemde Franse wielrenner. Hij won de Tour in de jaren '50 drie keer achter elkaar. Een uitgebreide biografie staat op de Engelse Wikipedia. 

De fietsenmaker zal blij met ons geweest zijn want mijn ouders kochten er ook één voor mijn broer, met versnellingen, en voor mijn vader, ook met versnellingen, maar dan zonder racestuur.

De mijne heb ik mijn hele middelbare schooltijd gebruikt, al had ik hem op het laatst wel helemaal omgebouwd. Het stuur op z'n kop, het frame geschilderd in camouflage kleuren. Later een soort van brommerstuur en een ander achterwiel met terugtraprem.

Die fiets hebben we uiteindelijk bij het oud vuil gezet. Maar ik heb later nog eens iemand door het dorp zien rijden met mijn kettingkast, in camouflage kleuren, op z'n fiets.

Het laatste nieuwe rijwiel die ik van mijn ouders kreeg was een echte, oerdegelijke, zwarte herenfiets van het merk Fongers. Daar heb ik meer dan 20 jaar mee naar mijn werk en weer naar huis gefietst. Uiteindelijk heb ik hem aan een vriend cadeau gedaan. Wie weet rijd die er nu nog wel op ?

Ondertussen had ik er voor de vakanties en tochtjes tussendoor een racefiets bij. Eerst de oude Louison Bobet van mijn broer. Die ik helemaal opgeknapt had. De roest van het chroom gepoetst, het frame zwart geschilderd, alles uit elkaar geschroefd, tot en met het crankstel (waar de pedalen aan vast zitten) en het balhoofd (waar stuur en voorvork samenkomen) aan toe.

En daarna alles schoongemaakt, gesmeerd en weer in elkaar gezet. Alleen voor het versnellingsapparaat, de derailleur, heb ik hulp gevraagd van de fietsenmaker. Die was onder de indruk van mijn huisvlijt en repareerde het weigerende onderdeel gratis. En met een hamer.

Dat lijkt wat ruw, maar het was wel de juiste methode, want ik heb er nog jaren op rondgereden. Tot ik hem, op de laatste dag van een fietsvakantie in België, tegen een op het fietspad geparkeerde auto, aan barrels reed.

Daarna kocht ik een lichtgrijze Peugeot. Racefiets, hè, met een lugloos frame (zie Wikipedia) en verwisselbare tandwielen. Prima fietsje. Daar heb ik Engeland mee doorkruist. Toen ik teveel lichamelijk klachten kreeg om er nog op te rijden, heb ik hem verkocht aan een vriend. Die heeft er niet veel plezier van gehad, want één van de eerste keren dat hij ermee naar Utrecht ging is de fiets gestolen.

Ik had inmiddels, via het bedrijfsfietsenplan, een Lafree elektrische fiets gekocht, met trapondersteuning tot 25 kilometer per uur. Daar heb ik nog een jaartje mee naar mijn werk gefietst. Heerlijk rijden, maar ook dat werd te zwaar.

Op het laatst gebruikte ik hem alleen nog om mee naar de fysiotherapeut te gaan, twee straten verderop. Ik heb nog geprobeerd om hem te verkopen, maar de accu was stuk en niemand was geïnteresseerd, dus wilde ik hem weggooien. Een vriend die kwam helpen, om wat overtollige spullen naar het oud vuil te brengen, zag de fiets toch nog wel zitten en rijdt er nu mee rond. Zonder accu, want dat gaat ook best.

Sindsdien heb ik geen fiets meer. Maar wel een scootmobiel. Ook leuk !



De Strip: De strip van deze week is getekend door de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 en deel 2 en deel 3 van dit verhaal.

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van het vorige verhaal. 

Klik op de strip voor een grotere weergave. 

Kijk voor voorafgaande episodes van de Stripmannen-saga naar het Strip Jaaroverzicht van 2015 en het Strip Jaaroverzicht van 2014 , of nog verder terug naar het Strip Jaaroverzicht van 2011  -  het Strip-overzicht van 2012 en het Strip-jaaroverzicht van 2013 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men