Posts tonen met het label culturele vereniging. Alle posts tonen
Posts tonen met het label culturele vereniging. Alle posts tonen

zondag 5 november 2023

Het dorp en de sloopkogel


Deze week
kwam een oude vriend op bezoek. We zien elkaar niet heel vaak, maar we kennen elkaar wel al bijna 40 jaar, door ons vrijwilligerswerk bij de culturele dorpsvereniging. Hij was een van mijn voorgangers – als maker van het clubblad – en we waren alle twee lid van de filmhuis werkgroep.

Maar in de periode dat ik lid werd en steeds actiever deel ging nemen aan het verenigingsleven, nam hij juist wat meer afstand. Inmiddels kom ik er ook al lang niet meer zo frequent, waardoor we voornamelijk spraken over de goeie ouwe tijd. Dat gaf genoeg gespreksstof en heel wat 'o, ja, dat weet ik nog'-momenten. En ook vragen als: ken je die nog en weet je hoe het met die verder is gegaan ?

Hij is, net als ik, in ons dorp geboren, een paar jaar eerder, maar op dezelfde plaats, in het kraamkliniekje dat beheerd werd door de nonnetjes van Mariënburg. Die nonnetjes zijn vermoedelijk allang overleden, het kliniekje is gesloten, het gebouw afgebroken en vervangen door een verzorgingstehuis en ouderenwoningen.

Hij bracht een boek voor me mee, met oude foto's van ons dorp, vanaf 1900 tot 1999, toen het boek verscheen. Eén van de samenstellers, ik denk dat hij inmiddels overleden is, kwam ook wel eens bij onze vereniging. In dat boek staan mooie foto's, van soms heel mooie gebouwen, die helaas meestal gesloopt zijn.

De dag na zijn bezoek bladerde ik het eens rustig door. Naarmate ik vorderde zakte mijn opgetogen stemming langzaam af naar droefenis. Ons dorp was 100 jaar geleden een boerendorp, met een flink aantal mooie villa's. Het boek richt zich, begrijpelijkerwijs, vooral op wat er niet meer is. En dat is veel. 

Leuke woonhuisjes, mooie boerderijen, grote en weelderige buitenhuizen, schoolgebouwen, molens, kerken, dorpskroegen... de sloopkogel is er nietsontziend doorheen gegaan.

En wat er voor teruggekomen is... het is eigenlijk, zonder uitzondering, afschuwelijk lelijk. De ergste foto's zijn die van de eerste flatwijken, die in de jaren '60 en '70 gebouwd werden, in het hart van ons dorp. Boerenland verdween onder afschuwelijke hoogbouw. Ik mag het zeggen, want ik ben in zo'n flat opgegroeid. En hoewel het woonblok, waar ik nu in woon, tegenover een leuk park staat, is het ook een lelijk ding.

Dat de flats op een kaalgemaakt landbouwgebied werden gebouwd maakt de indruk, die ze op de foto's in het boek geven, nog akeliger. Rij je nu door die flatwijken, dan wordt de aanblik wat verzacht, door de bomen en struiken die er in de tussentijd gegroeid zijn. Maar, jongens, wat zag het er troosteloos uit, op die oude foto's.

Gek genoeg heb ik er helemaal geen slechte herinneringen aan. Mijn jeugd was best gelukkig. Maar ik wist toen niet hoe mooi en vredig het er daarvoor uitgezien had. Het lied van Wim Sonneveld kwam bij me op, over dat tuinpad van zijn vader – in mijn geval mijn grootvader – en met terugwerkende kracht voelde ik mee met de regels: 'Ik was een kind, hoe kon ik weten, dat dat voorgoed voorbij zou gaan...'

Je vraagt je af wat de bouwers en ontwerpers, van die flats, indertijd gedacht hebben ? En de bestuurders, die toestemming gaven voor de aanleg van die wijken. Zouden die echt gedacht hebben dat ze iets goeds deden voor de mensheid ? Het is jammer dat ik niet gelovig ben, want het zou een troostrijke gedachte zijn als er een hel voor architecten en projectontwikkelaars bestond.

Ps: 'Het Dorp' van Wim Sonneveld is van oorsprong een Frans lied, 'La Montagne' , geschreven door Jean Ferrat. De Nederlandse tekst is geschreven door Friso Wiegersma. Klik op de titel van het liedje voor een YouTube-filmpje.

Het boek '100 jaar Soest en Soesterberg in woord en beeld', door Henk Gerth en Joop Piekema, is alleen nog tweedehands verkrijgbaar. Ik vond op internet 1 exemplaar. Het is opmerkelijk dat ik bij het doorbladeren maar één keer de naam van onze culturele dorpsvereniging tegenkwam. Het gebouw, staat er wel in, maar wordt omschreven als Museum Oud Soest, terwijl die instelling er 20 jaar later bij kwam. In 1999 waren we, klaarblijkelijk, nog niet echt geaccepteerd. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman en wordt volgende week vervolgd. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 en deel 13 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 21 augustus 2022

We gaan ons boek presenteren


Ja, nog niet direct,
maar over ruim een maand, op 24 september. Die datum kunnen jullie alvast in je agenda zetten. Maar, voor wie het allemaal niet zo gevolgd heeft, even een terugblik.

We gaan naar 1996. Ik was al meer dan 10 jaar lid van onze culturele dorpsvereniging, Artishock, in Soest. Ik had ook al een jaar of 10 het verenigingsblad, de Artishockberichten, gemaakt en geprobeerd om daar een blad van te maken waar niet alleen de maandelijkse activiteiten in stonden, maar dat ook leuk was om te lezen.

Toen ik het blad overnam leverde elke werkgroep zijn pagina in, alles werd gestencild en gebundeld en dat was het dan. Bij sommige pagina's werd alleen per maand de datum veranderd, de rest bleef jarenlang hetzelfde. Ik vond dat het wel wat leuker kon en tekende strips, plaatjes en schreef verhaaltjes die ik tussen de informatie door plaatste. Daarnaast probeerde ik een mooie opmaak te maken en ontwierp ik een nieuw logo. Dat laatste wordt nog steeds door de vereniging gebruikt.

Na verloop van tijd werd het blad niet meer gestencild en met schaar en plakband in elkaar gezet, maar gingen we over op de computer en het kopieerapparaat. En op een zeker moment deed ik het blad over aan Pieter, een ervaren en actief verenigingslid, die samen met Hans, die werkzaam was in de grafische sector, de berichten op professionele wijze gingen vormgeven.

Ik gaf ze nog wel mijn stripjes en verhaaltjes, want die vonden ze wel leuk om erbij te houden. In 1996 leverde ik voor het eerst een verhaal in, met een tekening erbij, gemaakt door Gerard Kuit. Ik kende Gerard vooral als bezoeker van het filmhuis en van de jaarlijkse kunstmarkt waar hij met zijn pentekeningen aan deelnam.

We hadden een gezamenlijke interesse in geschiedenis en terwijl ik het leuk vond om uit te zoeken wat het verhaal was achter een dorp, een kasteel, of een oude molen, vond Gerard het leuk om daar een pentekening bij te maken. Zo reisden we bijna 25 jaar door het land, als een soort voorlopers van de Van Rossems. Niet met een cameraploeg, maar met een fototoestel en aantekenboekje.

We ontdekten niet alleen hoe mooi en interessant ons land is, maar ook hoe stil en verlaten het erbij ligt op zondagochtenden. Terwijl de bevolking nog op bed lag, of in de kerk zat, wandelen wij ongestoord rond en maakten foto's en notities. Ik zocht thuis, in boeken en later op internet, wat extra informatie en leverde mijn verhalen, onder de titel 'Mejander', met een scan van Gerards tekening, in bij Pieter.

Dat ging zo door tot 2018. Ondertussen had ik zodanige gezondheidsproblemen gekregen dat we een rolstoel mee moesten nemen voor de wat langere wandelingen. Pieter en Hans, die al die tijd de Artishockberichten hadden gemaakt, wilden het blad overdoen aan jongere verenigingsleden. Dat bleek nog niet zo eenvoudig, maar toen ze eenmaal iemand bereid gevonden hadden wilde die wel eens wat anders dan onze verhalen.

Dus stopte onze maandelijkse bijdrage aan de Artishockberichten. Ik had ondertussen een deel van de verhalen en tekeningen ook op een weblog, mejanderblog.blogspot.com, gepubliceerd en daar bleven we nog een tijdje nieuwe afleveringen plaatsen.

In 2021 realiseerde ik me dat Gerard en ik al 25 jaar samenwerkten aan onze Mejanderverhalen. Dat leek me een mooi moment, ook een beetje geholpen door het coronavirus dat andere activiteiten verhinderde, om eens te proberen om van onze verhalen en tekeningen een boek te maken. Voor Pieter en Hans, die al die jaren onze bijdragen in het clubblad hadden opgenomen, was het al te laat. Zij overleden beide in 2020. Nog langer wachten en we hielden misschien geen publiek meer over.

Nu is het boek af en wordt het officieel ten doop gehouden bij de viering van 55 jaar Artishock. Op het Mejanderblog kunnen jullie de aankondiging zien. 

We hebben in de loop der jaren een flink stuk van ons land afgereisd. Van de Veluwe, naar Zeeland, langs de Vecht en de oude kust van de Zuiderzee. Maar in dit eerste boek beperken we ons tot Soest en wijde omgeving. Dat wil zeggen dat we Baarn en Amersfoort uitgebreid behandelen, de omgeving van Hilversum beschrijven en een mooi uitstapje maken langs Zeist, Driebergen en de Langbroeker Wetering.

De rest van het land moet nog even wachten op de volgende delen. Eerst dit boek presenteren.

 

Meer informatie over de viering van 55 jaar Artishock is te vinden op de website . Daarop ook een aankondiging van onze boekpresentatie . 

 

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 en deel 2 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 en deel 12 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men
 

zondag 7 juni 2020

Pieter en hoe het verder ging


De culturele dorpsvereniging werd in de jaren '60 opgericht door de plaatselijke kunstenaars. Er was niet veel cultureels te beleven in het dorp, afgezien van een fanfare, de bibliotheek en de jaarlijkse gildefeesten. Maar die waren vooral voor het katholieke volksdeel. De kunstenaars wilden een modern alternatief, jazzmuziek, de kunst van nu.

Aanvankelijk was er een strenge ballotage. Je kon niet zomaar lid worden, je moest aantonen wat voor cultureels je bij zou kunnen dragen. Ik ken mensen, die later heel lang en actief lid van de vereniging zijn geweest, maar die in de beginjaren niet toegelaten werden. Zelf heb ik zoiets niet meer meegemaakt, de regels werden gaandeweg heel wat soepeler.

Pieter zag er best artistiek uit, met zijn donkere jasje, lange lokken en zomer en winter een sjaal. Maar hij was geen kunstschilder, geen schrijver, dichter of fotograaf. Ik heb hem wel eens in de weer gezien met een saxofoon, maar dat was geen succes. Hij werd bij het spelen gehinderd doordat hij zijn rechter ringvinger kwijt was. 'Met mijn trouwring aan een vrachtwagen blijven hangen', was het verhaal.

Hij had met zijn frisse rode kop en werkmanshanden meer weg van een Franse wijnboer. Ik vraag me af of hij niet ook een poosje met een pet rondliep ? In ieder geval had dat wel bij hem gepast. Wie weet als we geen culturele dorpsvereniging hadden gehad ? Een Frans kasteel opknappen moet wel wat voor hem zijn geweest, Chateau Pieter...

Maar om te zeggen dat Pieter geen artiest was is ook niet waar. Hij was in ieder geval creatief als het om verbouwingen ging en om het zoeken van oplossingen die weinig geld kostten. Hij was nu eenmaal praktisch ingesteld. 'Je moet nooit met lege handen naar de keuken lopen, zei mijn moeder altijd.' Waarmee hij bedoelde dat als je dan toch aan het lopen bent je net zo goed iets mee kunt nemen.

Hij vond dat hij voorwaarden moest scheppen waar andere, creatievere leden, gebruik van konden maken. Hij kon erg genieten van een geslaagde avond, met goeie live-muziek en een borrel achteraf. En met zijn daadkracht gaf hij de aanzet tot een professionelere aanpak van de activiteiten binnen de vereniging. Dat begon bij het filmhuis, de filmzaal en de projectieruimte, maar daarna nam hij de bar onder handen.

Van café de Rode Haan, dat gesloten werd en zou worden gesloopt, wist hij een deel van de tapkast en de tapinstallatie te bemachtigen. Voor het eerst kon er in de vereniging een vers getapt biertje worden genuttigd !

We hebben samen de door waterschade beschadigde gipsplaten van het plafond van de grote zaal gerepareerd. Pieter balancerend op de bovenste trede van de ladder, omdat ik liever op de begane grond bleef. En zo ging het door. Terwijl anderen nog zaten te vergaderen, over hoe een klus aangepakt zou moeten worden, had hij zijn mouwen al opgestroopt.

Naast het filmhuis en de soos behartigde Pieter ook de ledenadministratie en nam hij, toen ik het te druk kreeg met bestuurstaken, het clubblad van me over. Ook daar voerde hij vernieuwingen en verbeteringen door. Van een gestencild blaadje, dat in de opmaak-fase met plakbandjes aan elkaar geplakt werd, veranderde het blad in een keurig gedrukt periodiek, met computer gestuurde lay out.

Hij was een fan van mijn teken- en schrijfwerk. Ik was er ooit mee begonnen om het clubblad wat vrolijker te maken. Ook eens een verhaal dat niet te maken had met een verenigingsactiviteit. Pieter bleef mijn bijdragen plaatsen, jaren en jaren nadat ik mijn overige werkzaamheden had gestaakt. Er moeten op het laatst genoeg leden zijn geweest die zich afgevraagd hebben wat die Jan toch in hun verenigingsblad deed.

Maar ik dwaal af. Terug naar Pieter. Er zullen mensen zijn die zich overdonderd voelden, door al zijn daadkracht en misschien zelfs gepasseerd, omdat Pieter steeds het voortouw nam. Maar zoals hij zelf zei: 'Iemand moet de kar trekken.' En als Pieter er niet geweest was vraag ik me af wie de vereniging dan wel door de moeilijke jaren 80 en 90 had getrokken.

Rond de eeuwwisseling moest ik, door gezondheidsproblemen ophouden met het verenigingswerk. We hadden een aantal jaren weinig contact. Tot ik hem weer eens aan de telefoon sprak en hij vertelde dat hij ernstig ziek was geweest. Het had er een tijdje slecht uit gezien, maar uiteindelijk herstelde hij.

Hij was intussen verhuisd, met zijn tweede vrouw Corry, naar een ruime woning aan de Molenstraat. Daar moest wel flink verbouwd worden, natuurlijk. De weinige keren dat ik er kwam – ik kwam nergens meer zo vaak, maar dat lag aan mijn eigen lichamelijke toestand – was het altijd even gezellig en de omgang ouderwets vriendschappelijk.

Om één of andere reden heb ik zijn 60ste verjaardag gemist, of misschien was ik er wel bij, maar heb ik er niets van onthouden. Herinneringen zijn rare dingen. Bij zijn 70ste en 80ste waren Elly en ik in ieder geval van de partij. Gaandeweg moest Pieter stappen terugdoen en zijn activiteiten voor de culturele vereniging aan anderen overdragen. Het huis op de Molenstraat werd te groot, de tuin te bewerkelijk. Met Corry verhuisde hij naar een flat in het Veen.

Die nieuwe woning lieten ze verbouwen en in de tussentijd woonden ze een poosje in een huisje in een bungalowpark, in het buitengebied van Soest. Daar zijn Elly en ik een paar keer op de koffie geweest. Ook in de nieuwe flat hebben we ze nog bezocht, maar toen ging het met de gezondheid van Pieter al niet zo best.

De laatste keer dat ik hem zag kwam hij bij ons, met Corry, om naar het concert van Blöf in de tuin van Paleis Soestdijk te luisteren. Dat was redelijk te volgen als wij onze balkondeuren open zetten, maar we waren natuurlijk veel te druk in gesprek om er echt naar te luisteren.

Uiteindelijk moesten we hem uitzwaaien zonder echt afscheid te hebben kunnen nemen. Maar ik wil niet droevig eindigen, daarvoor hebben we teveel mooie tijden meegemaakt. En als er een hemel is voor ongelovigen dan heeft Pieter vast zijn mouwen al opgestroopt, want ook daar zijn waarschijnlijk wolken die hoognodig verbouwd moeten worden, of wel wat technische verbeteringen kunnen gebruiken. 

Dit verhaal is een vervolg op: Pieter en de goeie ouwe tijd



De Strip is gemaakt door de Stripman zelf

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 en deel 9 van het vorige verhaal. 

Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men


zondag 31 mei 2020

Pieter en de goeie ouwe tijd


Toen ik, halverwege de jaren '80, lid werd van onze culturele dorpsvereniging stortte ik me er ook meteen goed in. Ik ging naar de soosavond op vrijdag, naar de filmvoorstelling op donderdag, ik was bij iedere tentoonstelling die geopend werd en werd lid van de muziekwerkgroep, zodat ik bij elk concert aanwezig was.

Ik maakte snel vrienden, maar Pieter was daar aanvankelijk niet bij. Hij was coördinator van de film-werkgroep, maar ook bezig met een opleiding. Daardoor kwam hij soms, na afloop van de film, even binnen vallen, maar was hij verder niet zo erg aanwezig.

Dat veranderde toen hij klaar was met zijn studie. Er was een periode waarin hij werkeloos was – of tussen twee banen in – en ik problemen op mijn werk had. Om te voorkomen dat ik thuis met mijn kop tegen de muur ging zitten bonken ging ik vrijwel dagelijks naar het verenigingsgebouw, een 19e eeuws klooster, om Pieter te helpen met allerlei klussen.

Pieter was twintig jaar ouder dan ik, op de meeste vlakken veel meer ervaren, dus ik had er geen probleem mee dat hij de leiding nam. Ik gaf welgemoed het gereedschap aan, hield planken vast, terwijl hij stond te zagen of te boren en zette koffie, of haalde krentenbollen bij bakkerij van Senten, om de hoek.

Ik was erbij toen Pieter zijn 50ste verjaardag vierde. In het piepkleine huisje aan de Parklaan, vlakbij station Soest-Zuid. Een handige locatie want je kon je fiets in zijn tuin stallen, als je met de trein mee moest. Hij was op dat moment een gescheiden vader van drie dochters. Meestal vrijgezel, hoewel er wel eens een blonde vrouw om hem heen hing, die de hele dag met een hoedje op rondliep.

Pieter's woninkje bestond uit één kamer, met een puntdak erop. Onder dat dak, op zolder, was het slaapvertrek. De woonkamer had een houtkachel in de hoek. Aan één kant, met uitzicht op de helemaal dichtgegroeide tuin, was een serre aangebouwd, die hij als kantoortje gebruikte.

Aan de andere kant was een keukentje, ook in een aanbouw. Oorspronkelijk was er geen badkamer, Pieter had zelf een douche aangelegd. Hij had daarvoor de voordeur dichtgetimmerd, maar dat gaf niet, iedereen kwam toch binnen via de keuken.

Van zijn verjaardagsfeest herinner ik me niet heel veel, behalve dat het huis uitpuilde van de vrienden en familie en ik ergens in een hoekje op de grond zat, bij gebrek aan een stoel. Het hoogtepunt van het feest was de uitreiking van een wisseltrofee, die de mannelijke verenigingsleden aan elkaar doorgaven, als ze 50 jaar werden.

Omdat er meer van dat soort gezellige bijeenkomsten waren, waar wel eens wat meer gedronken werd dan verstandig was, bouwde Pieter een uitschuifbare slaapplaats, achterin zijn blauwe besteleend. 'Het was een Acadiane, Jan', hoor ik hem zeggen. Hoe dan ook, als hij er in wilde overnachten moest hij de deurtjes open laten, maar dat was goed voor de ventilatie.

Het zal rond 1990 zijn geweest dat Pieter besloot dat de filmzaal verbouwd moest worden. De rest van zijn werkgroep was daar niet ten volle van overtuigd, dus op een zeker moment ontdekte ik dat hij zo ongeveer in zijn eentje bezig was. Ik ging helpen en later kwamen er nog wat andere leden een handje toesteken.

Het was echt niet alleen zagen en timmeren en schilderen, er was ook tijd voor gezelligheid. Er werd eten gekookt, er was een glas wijn, een biertje, of voor Pieter een jonge klare – Ketel 1 – op zijn tijd, of we gingen eten bij de Griek aan de overkant. En er was ook zo nu en dan een serieus gesprek. Pieter rookte daar dan filtersigaretten bij die hij zelf maakte, door hulzen te vullen met een handig schuifapparaatje, uit een groot blik shagtabak.

En er waren uitstapjes. Weekenden in Gent, op de Veluwe en Goeree-Overflakkee, met andere leden van het filmhuis en de sooswerkgroep. En allerlei feestjes, verjaardagen en barbecues. Pieter was niet altijd overal aanwezig, maar als hij er was was hij een gezellige gast. Waar anderen nog wel eens uit de bocht vlogen, teveel dronken, of ruzie maakten, kan ik me van hem geen incident herinneren.

Het enige voorval dat me bijstaat was toen we, tegen het eind van de zomerstop, de soos in orde wilden maken en constateerden dat een deel van het meubilair, een aantal lage stoeltjes, verdwenen was. Pieter herinnerde zich dat C., één van de verenigingsleden, ze geleend had voor een kinderfeestje en vroeg mij om hem op te bellen.

Er ontstond een hilarisch telefoongesprek waarbij Pieter mij voorzei wat ik tegen C. moest zeggen. Ik gaf trouwhartig Pieters opmerkingen door, die steeds stekeliger werden, terwijl C., aan de andere kant, zich meer en meer beledigd voelde. Maar de stoeltjes kwamen niet meer terug, die hadden de hele zomer buiten in de regen gestaan.

Toen de filmzaal af was vormden Pieter en ikzelf, met Elly – die later mijn vrouw zou worden – en de inmiddels overleden Fred Schilder, de nieuwe filmhuis-werkgroep. Pieter leerde me hoe ik films moest projecteren en later ook monteren. Want bij een vernieuwde zaal hoorde ook een nieuwe projector, waarvoor hij een 'long player' bouwde.

Zo sleepten we het filmhuis door een moeilijke periode heen, want niet alleen de oude werkgroepleden gaven er de brui aan, het publiek bleef ook weg. Ik hoorde dat er nu, vanwege het coronavirus, 'maar 20 bezoekers' tot de filmvoorstellingen toegelaten worden. 20 man publiek ! Daar zouden we toen dolblij mee zijn geweest.


Wordt vervolgd...



De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 en deel 9 van dit verhaal. 

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 en deel 12 van het vorige verhaal.

Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men