Posts tonen met het label amersfoort. Alle posts tonen
Posts tonen met het label amersfoort. Alle posts tonen

zondag 5 mei 2019

Eeuwenoude heftrucks en shovels


Onze koning bezocht op zijn verjaardag Amersfoort. Ik niet, ik zat rustig thuis voor de buis. Maar het leuke was dat hij het gedeelte van de stad bezocht waar ik 20 jaar gewerkt heb. Hij stapte uit bij het middeleeuwse klooster Mariënhof, waar op de verdieping de tekenkamer van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek was. Mijn tekentafel stond een poosje bij het raam schuin boven de ingang.

De koninklijke familie wandelde, langs de eeuwenoude singel, naar het moderne stadhuis. Daar tegenover was één van de locaties waar ik later voor een marktonderzoekbureau werkte. De twee andere werkplekken zijn er op een steenworp vandaan.

Amersfoort is een prachtige middeleeuwse stad. Maar als je over de schouders van de Oranjes keek zag je vooral 19e en 20e eeuwse architectuur. Hier en daar stond een echt oud gebouw, maar dat was dan meestal flink gerestaureerd of, zoals de beroemde koppelpoort, fantasievol verbouwd.

Ik las eens over een Nederlandse historicus die de Engelse universiteitsstad Oxford bezocht en tegenover een plaatselijke collega zijn bewondering uitsprak, voor de mooie middeleeuwse gebouwen die hij daar zag. Ja, zei die collega, alleen dateren de meeste uit de 19e eeuw.

Dat deed me ineens denken aan die zogenaamd eeuwenoude tradities, waar veel mensen zich aan vastklampen en waar anderen kritiek op hebben. Die zijn net als die oude steden. Als je de plattegrond van Amersfoort bekijkt, met zijn ronde singels en rechte hoofdstraat, die ook nu nog de belangrijkste winkelstraat is, dan is die middeleeuws en heel oud. Maar kijk je naar de huizen, dan zijn de meeste tamelijk nieuw.

Kijk je naar de paasvuren, die landgenoten langs de oostgrens zo graag aansteken, dan gaat die liefhebberij waarschijnlijk eeuwen terug. Maar het, alsof het een wedstrijd is, steeds maar grotere brandstapels bouwen is vrij nieuw. In de middeleeuwen hadden ze nog geen heftrucks en shovels. De middeleeuwers vonden waarschijnlijk een berg hout van twee meter hoog ook al een heel mooie brandstapel.

Zo is het ook met de goedheiligman uit Spanje. Ja, die is gebaseerd op heel oude voorbeelden. Sommigen zeggen zelfs dat de Germaanse god Wodan, met zijn paard Sleipnir, model hebben gestaan. Maar die oude sint kwam niet met een stoomboot vol zwarte knechtjes uit Spanje. De Germanen hadden immers geen stoomboten, of negerslaven.

Als er vervolgens mensen zijn die kritiek hebben op de moderne invulling, van deze oude tradities, dan proberen ze daarmee niet het fundament onder de samenleving weg te slaan. Ze willen ons niet ons geliefde kinderfeest en ons gezellige vreugdevuur afpakken. Ze zeggen alleen: kijk nou eens naar wat het geworden is, die oude traditie is een tikje ontspoord.

Gebruik nou even je verstand. Een vreugdevuur hoeft niet zo'n enorm inferno te worden dat scheel Heveningen een vlooi der prammen dreigt te worden. Ik bedoel heel Scheveningen... enzovoort. Een beetje minder is ook nog best leuk.

En de Sint kan ook best per trein komen, of in een Jeep, zoals ik als kind ooit meemaakte. Zijn knecht Piet kan allerlei leuke kleurtjes hebben en de pakjes kunnen ook, heel prima, bij de radiator van de centrale verwarming neergelegd worden.

Dat vinden de kleine gelovigen helemaal niet erg. Dan vergaat de wereld niet en hou je de wat kritischer ingestelde landgenoten ook tevreden.



De Strip: De strip - die los staat van het geschreven bericht - is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit verhaal. 

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal. 

Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men

zondag 22 april 2018

De rode lijst en de Maya's


Zeker 30 jaar heb ik heen en weer gefietst tussen Soest en Amersfoort. Eerst reed ik naar school, meestal over de Eng, waar in het voorjaar, hoog boven mijn hoofd, de leeuweriken zongen. Later naar mijn werk, langs de rand van de Eempolder, waar toen nog grutto's en tureluurs broedden. Boven de wegberm zag ik regelmatig torenvalken bidden, toen nog de meest voorkomende roofvogel van ons land.

Afgelopen week kwam het verenigingsblad van Vogelbescherming binnen, dat gewijd was aan de Rode Lijst. Dat is de lijst van vogels, dieren en planten die in ons land bedreigd worden. De leeuwerik, grutto, tureluur en torenvalk staan er allemaal op.

Als je nu over de Eng, of door de Eempolder tussen Amersfoort en Soest, fietst kom je ze ook niet meer tegen. Oorzaak: de moderne landbouw waardoor er voor vogels niet veel meer te eten is.

Is het alleen maar slecht nieuws ? Nee, met sommige vogels gaat het beter. Het moderne agrarische landschap blijkt heel geschikt voor grote groepen ganzen, die nu ook meer in ons land blijven broeden dan vroeger. Met sommige roofvogels gaat het ook goed. In de jaren '80 viel ik bijna van mijn fiets toen ik, op vakantie in de Ardennen, een buizerd boven de bossen zag cirkelen. Nu zie ik elke week buizerds, gewoon vanuit mijn huis. Vorige week zag ik er zelfs 4 tegelijk rondjes draaien boven het Baarnse bos.

De buizerd is dus niet afhankelijk van de hoeveelheid grutto's en andere weidevogels. En omdat bepaalde landbouwgiffen niet meer gebruikt worden heeft de de buizerdstand zich kunnen herstellen. Dat is het grotere, goede nieuws: De mens kan de boel verpesten, maar als we ons beter gaan gedragen herstelt de natuur zich weer.

Wat dat betreft hoorde ik een leuk bericht op de radio. Wetenschappers hebben sporen van ruïnes ontdekt in de jungle van Guatemala. Er blijken daar, verborgen onder regenwoud, grote gebieden te zijn die zo'n duizend jaar geleden bebouwd waren.

Leuk voor archeologen, maar ook hoopvol voor natuurliefhebbers. Wat wij aanzagen voor ongerept regenwoud, blijkt ooit cultuurlandschap met wegen dorpen en steden te zijn geweest. Toen, om nog onbekende redenen, de mensen daar wegtrokken, heeft de natuur zich weer in al haar glorie hersteld.

Nog mooier zou het zijn als we met ons handelen wat meer rekening zouden houden met de natuur. Zodat die niet eerst verwoest wordt en zich dan weer moet herstellen.

De Rode Lijst bij Vogelbescherming 

Maya ruïnes ontdekt in Guatemala op de website van de NOS 



De Strip: De strip van deze week is gemaakt door de Stripman zelf. 

Klik hier voor deel 1 van dit verhaal.

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 en deel 10 van het vorige verhaal. 

Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men

zondag 21 februari 2016

Theater 'Het Valkje', buurttuin 'De Valkhof'


Toevallig kwam ik er afgelopen week achter dat voormalig theater 'Het Valkje', aan de Valkestraat in Amersfoort gesloopt is. Dat is al een jaar of 10 geleden gebeurd, maar ik kom niet zo vaak meer in de Amersfoortse binnenstad en de periode dat ik er voor mijn werk kwam is nog veel langer geleden.

Meer dan 25 jaar terug is dat al weer en toen was het theater al lang niet meer als zodanig in gebruik. Veel Amersfoorters zullen het zich niet herinneren, maar er werden dansavonden gegeven, films gedraaid en bruiloften gevierd. Dat was in de eerste helft van de 20ste eeuw. Ik kwam er, in de jaren '80, omdat de restauratie-afdeling van de Oudheidkundige Dienst er was gevestigd.

De Valkestraat is een onopvallende straatje tussen de Langestraat, de centrale winkelstraat van Amersfoort en de Muurhuizen, die mooie, middeleeuwse ring van huizen, langs de oude stadsmuur. Het Valkje was een, niet erg opvallend gebouw, dat toen 'De Valkhof' werd genoemd. Je kwam er binnen door een zij-ingang, via een binnenplaatsje. De eigenlijke hoofdingang, aan de Stovestraat, werd nooit gebruikt.

De hoofdvestiging van de Oudheidkundige Dienst was in het voormalige klooster De Mariënhof, aan de Stadsring. Daar zat ik, normaal gesproken, op de eerste verdieping, aan een tekentafel opgegraven spulletjes, kaarten en plattegronden te tekenen.

Naar de restauratie-afdeling ging je niet vaak, tenzij er iets getekend moest worden dat te groot was, of te kwetsbaar, om naar onze tekenkamer te vervoeren. In mijn geval was het eerder te klein. Ik heb er een tijdje prehistorische graankorrels getekend, met behulp van een microscoop. Die stond daar op de archeo-botanische afdeling.

Ik heb de publicatie waar mijn tekeningen voor bedoeld waren nooit gezien, maar ik neem aan dat men zo kon aantonen wat voor graansoorten er door de prehistorische bewoners van ons land gegeten werden. Een foto vanmijn werkplek en mijn toenmalige opdrachtgeefster vond ik op internet, bij Archief Eemland. 

Het lab was gesitueerd op het podium van het voormalige theater. Daar was overigens niets meer van te herkennen, de zaal was opgedeeld in kleinere ruimtes waar verschillende restauratoren hun atelier hadden. Het gebouw puilde uit van de stellingen, met dozen vol opgegraven potten en gebruiksvoorwerpen.

Razendknap werk deden ze daar. Uit losse scherven werden middeleeuwse vazen en Romeinse flessen weer in elkaar gelijmd. Ontbrekende delen werden bijgemaakt, in afwijkende kleuren, zodat je kon zien wat er van het originele voorwerp over was.

Bijna vergane voorwerpen van leer werden kunstig geconserveerd, van onherkenbare roestklompen werden riddersporen, olielampjes, messen en zwaarden gemaakt. En alles in een gezellige, ontspannen sfeer. Er was bijvoorbeeld ook tijd en plaats om zelf bier te brouwen en wijn te maken. En de koffie werd altijd gezamenlijk gedronken, op het binnenpleintje.

Goed, dat was dus 30 jaar geleden. Rond 1990 is de hele Archeologische Dienst verhuisd naar een nieuw gebouw, wat verderop in de stad. Inmiddels zijn ze ook daar alweer weg en ik betwijfel of er nog veel van mijn oude collega's werkzaam zijn, in het nieuwe gebouw van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, achter het gemeentehuis.

In het klooster Mariënhof was een tijdje een restaurant gevestigd en een culinair museum. Nu is het in gebruik als congrescentrum en trouwlocatie. Het Valkje is dus gesloopt.

Er is niets nieuws voor in de plaats gebouwd, hoewel er wel plannen waren. Die zijn tot nu toe tegengehouden door omwonenden, die er een parkje van hebben gemaakt, 'Buurttuin De Valkhof', één van de weinige, groene, open ruimten in de binnenstad. Ook daarvan is een foto te vinden bij Archief Eemland. 

Het loont de moeite om op de websitevan Archief Eemland te zoeken naar foto's van Het Valkje of De Valkhof. Ik vond bijvoorbeeld deze foto uit de eerste wereldoorlog: 'Voeldseluitdeling aan Belgische burgervluchtelingen in 't Valkje, een sociëteit aan de Valkestraat.' 

Een foto van de gevel in 1988, rechts de poort waardoor je naar binnen ging.

Binnenplaats van 't Valkje, Stovestraat 9 / Valkestraat 14: vestiging van de restauratie-afdeling van de ROB. 



De Strip: De strip van deze week is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. 

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van dit verhaal.

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige  verhaal.

Klik op de strip voor een grotere weergave. 

Kijk voor voorafgaande episodes van de Stripmannen-saga naar het Strip Jaaroverzicht van 2015 en het Strip Jaaroverzicht van 2014 , of nog verder terug naar het Strip Jaaroverzicht van 2011  -  het Strip-overzicht van 2012 en het Strip-jaaroverzicht van 2013 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men


zondag 9 augustus 2015

Wordt het niet tijd dat we die mensen gaan helpen ?


Een tijdje terug was ik met mijn goede vriend Gerard in Nunspeet. We bekeken er de dorpskerk en één van de laatste locomotiefhuisjes, waar ooit de eenvoudige landbouwers, dagloners en eekschillers woonden.

Daarna bezochten we de oude begraafplaats. Naast de gebruikelijke grafstenen vielen twee veldjes op, waar rijen kleine, gietijzeren graftekens stonden. Volgens het informatiebord bij de ingang ging het hier om kinderen van vluchtelingen, die in het kamp aan besmettelijke ziekten gestorven zijn.

Vluchtelingen in een kamp bij Nunspeet ? Ja, zo'n honderd jaar geleden had je die ook al. Toen woedde de 1e wereldoorlog. Ons land was neutraal. Dat betekende niet alleen dat we wapens konden verkopen, aan beide partijen, maar ook dat we vluchtelingen opnamen.

Vooral veel Belgen. Op de begraafplaats van Nunspeet staat ook een klein bakstenen monument dat daaraan herinnert. Een veel groter en behoorlijk indrukwekkend gedenkteken, staat aan de rand van Amersfoort. Een vierkante toren, met een carillon, geflankeerd door monumentale trappen en lagere torens.

Volgens Wikipedia is het het grootste monument van Nederland. Maar naar schatting vluchtten er, aan het begin van de oorlog, dan ook meer dan een miljoen Belgen naar ons land. Tussen Zeist en Soest werd een kamp uit de grond gestampt met 26 barakken. In elke barak huisden 250 vluchtelingen. In een tweede kamp, in de buurt, verbleven nog eens 6000 Belgen.

Aanvankelijk waren de omstandigheden slecht en na enige tijd brak er een opstand uit onder de kampbewoners, die zwaar bewaakt achter prikkeldraad zaten terwijl er in hun verblijven een rattenplaag heerste. Onder druk van de publieke opinie verbeterden de omstandigheden.

Dat enorme Belgenmonument bij Amersfoort is uiteindelijk door de kampbewoners gebouwd, als dank voor de opvang. 'Het werk aan het monument werd uitgevoerd door geïnterneerde Belgische soldaten, leerlingen van de werkscholen in de kampen,' schrijft Wikipedia.

Er woonden tussen de 6 en 7 miljoen Nederlanders in ons land, ten tijde van de 1e wereldoorlog. Door de oorlog waren er meer dan miljoen vluchtelingen, dat is dus 1 op 7.

Er is nu ook weer oorlog in de wereld en er zijn weer vluchtelingen. Maar ruimhartig opvang daar doen we niet meer aan. Nu worstelen we met de vraag hoe we die mensen hier weghouden.

Is dat niet een beetje kleinzielig ? Wordt het geen tijd dat we die mensen eens gaan helpen ? Onze overgrootouders konden dat wel. En die waren met veel minder en ze hadden het een stuk armer dan wij nu...



De Strip: De strip van deze week is getekend door de Stripman zelf.

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van het vorige verhaal. 

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van het verhaal daar weer voor.

Klik op de strip voor een grotere weergave. 

Kijk voor voorafgaande episodes van de Stripmannen-saga naar het Strip Jaaroverzicht van 2015 en het Strip Jaaroverzicht van 2014 , of nog verder terug naar het Strip Jaaroverzicht van 2011  -  het Strip-overzicht van 2012 en het Strip-jaaroverzicht van 2013 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men





woensdag 13 juli 2011

Stadsbrouwerij 'De Drie Ringen' in Amersfoort



Veel bierbrouwers lijden aan de historische ziekte. Ze prijzen hun bieren aan met kreten als 'ambachtelijk gebrouwen, volgens eeuwenoud recept' en zetten spectaculaire jaartallen op hun etiketten en reclamemateriaal. Hoe ouder hoe beter lijkt het motto.

In werkelijkheid dateren vrijwel alle Nederlandse en Belgische brouwerijen van eind 19e, begin 20ste eeuw. Inclusief de trappisten. Want, hoewel ook die bogen op oeroude tradities, zijn hun kloosters na de Franse revolutie ontruimd en vaak verwoest en pas in de 19e eeuw weer bevolkt.

En zelfs de nieuwkomers kunnen het niet laten. 'Sinds 1626' lees ik op een foldertje van brouwerij 'De Drie Ringen', uit Amersfoort. Maar dat is wat al te enthousiast. Er was in de 17e eeuw wel een brouwerij in de stad met die naam, maar het enige verband met de huidige biermakers is een toevallig gevonden gevelsteen.

Van de 100-en brouwerijtjes uit de stad was er in de 20ste eeuw nog maar 1 over, de Phoenix brouwerij. Die stond, tot 1969, op de plaats van de huidige parkeergarage met dezelfde naam, naast het politiebureau.

Twintig jaar nadat ook de Phoenix zijn deuren had gesloten leek het de voormalige directeuren leuk om een ambachtelijk brouwerijtje te beginnen. Ze hadden nog die ouwe gevelsteen liggen en er werd een pandje gevonden, vlak achter de koppelpoort, waar weer op kleine schaal bier gebrouwen kon gaan worden. Niet sinds 1626, dus, maar sinds 1989.

De Geheimzinnige Hulpman bracht laatst wat biertjes van de Drie ringen mee. Een aantal jaren geleden was ik voor het laatst in het proeflokaal geweest en van dat bezoek had ik nog een paar glazen in de kast staan. Daarop een nostalgisch wapenschildje met het embleem van de brouwerij.

De etiketten van de huidige flesjes vormen daarmee een opvallend contrast. Felle kleuren en strakke letters. Van de historische ziekte schijnen ze genezen. Het bier smaakt er niet minder om:

Amersfoorts Blond – Het basisbier van de Drie ringen. Ziet er uit als pils, maar dan een heel klein beetje troebel. Is dan ook bier van hoge gisting. De brouwerij noemt het 'kölsch', zoals het bier uit Keulen, dus. Moutiger dan doorsnee pils, met een ietsje zoet in de afdronk, door het gebruik van mout van tarwe en gerst . 5 % alcohol dus licht om te drinken.

Amersfoorts Wit – Een tarwebier in navolging van het beroemde witbier van Hoegaarden. Het ziet er prima uit, troebelgeel, mooie schuimkraag. En de smaak is ook goed, niet te zoet, eerder aan de bittere kant. 5 % alcohol, lekker zomeravond bier.

Amersfoorts Tripel – Voor een tripel een tamelijk licht bier, 6.8 %, met veel hop en mout in de smaak. Net als de vorige bieren ietsje troebel.

Alles bij elkaar een smakelijk assortiment. En dan heb ik nog niet eens alles geproefd. De 3/4 literfles bokbier bewaar ik nog even voor een feestelijke gelegenheid.

Kijk voor meer informatie op de website van de Drie Ringen 
 

woensdag 22 juni 2011

De mara of patagonische haas – Een bezoek aan de dierentuin


'Komt u hier voor het eerst ?', vroeg het vriendelijke meisje, op het pleintje vlak achter de ingang van Dierenpark Amersfoort. Ze maakte een foto van ons, die we dan, als we weer naar huis gingen, konden kopen als souvenir.

'Nee, hoor,' antwoordde ik, 'als kind kwam ik hier al en dat is toch al gauw 45 jaar geleden.' Thuis gekomen heb ik in mijn foto-album de foto's van toen opgezocht. Je ziet een klein stripmannetje, aan de hand van zijn moeder, wat verlegen om zich heen kijken.


Mijn oudere broer staat op het punt om zelfverzekerd op pad te gaan, een zak pinda's in de hand, om aan de dieren te voeren. Mijn oudste zus bestudeert haar zakje pinda's, naast haar staat mijn oma met mijn jongere zusje aan de hand. Vader staat niet op de foto, waarschijnlijk omdat hij de camera vast hield.

Het park is vlak na de oorlog opgericht. De dieren waren aanvankelijk een middel om publiek naar het restaurant te trekken. Later werd het allemaal een stuk professioneler. Maar hoewel sommige dieren er, in de jaren '60 en '70 al, goed bij stonden, in redelijk ruime verblijven, waren er ook nogal wat die het met akelig kleine hokjes moesten doen.


Een mara, of Patagonische haas
Het dier was vooral een tentoonstellingsobject, of een gebruiksartikel. Er was, bijvoorbeeld, een groepje tamelijk treurige ezeltjes, waar de kinderen een rondje op konden rijden. En het leeuwenverblijf leek verdacht veel op een circus-arena.

Dat is inmiddels verleden tijd. De dieren worden beter verzorgd en leven, vrijwel zonder uitzondering, in grote ruimtes, omgeven door veel groen. Ook het gooien van pinda's, naar de apen en beren, is afgelopen. Dierentuindieren staan op dieet.




Giraffen en een zebra
Desalniettemin gaat dierentuinbezoek gepaard aan gemengde gevoelens. Het is een mogelijkheid om prachtige, exotische dieren van zeer dichtbij te zien. Maar die olifanten, giraffen, tijgers en chimpansees zijn daarvoor wel uit hun natuurlijke omgeving gehaald en van hun vrijheid beroofd.

Voor de oude situatie, met wolven in sombere hokken die op middeleeuwse gevangenissen leken, klein, donker en vuil, ging dat nog veel sterker op. Tegenwoordig halen dierenparken hun bewoners niet meer uit het wild. Het is eerder andersom, vanuit dierentuinen worden dieren weer in hun oorspronkelijke leefwereld teruggezet.


Flamingo's
Voor sommige soorten kan de dierentuin wel eens het laatste redmiddel zijn. Mocht de tijger en de neushoorn in het wild uitgeroeid worden dan hebben we gelukkig nog een populatie in gevangenschap.

Ondanks deze serieuze bedenkingen hebben we ons prima geamuseerd, gisteren. Het begon al met een onverwachte meevaller. Omdat ik in mijn rolstoel kwam mocht dochter E. gratis naar binnen, als mijn begeleidster. Dat zijn dan weer de voordelen die bij de nadelen horen...




Op de website van Dierenpark Amersfoort vindt je alle informatie en een webcam waarmee je in het binnenverblijf van de olifanten kunt kijken. Een prachtige ruimte, met douche ! Desalniettemin zijn de olifanten overdag meestal buiten, de webcam is dus vooral 's avonds interessant.