Posts tonen met het label geheugen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geheugen. Alle posts tonen

zondag 17 juli 2011

De Kapellekensbaan en de zegen van een slecht geheugen



Met de vergeet-functie van mijn geheugen zit het wel goed. Men zegt dat je lang niet alles kunt onthouden wat je meemaakt. En dat is maar goed ook. De enkelingen die dat wel kunnen trekken zich na verloop van tijd terug in een donkere, stille kamer. Stapelgek worden ze van al die herinneringen.

Daar heb ik dus geen last van. Laatst nog werd op tv een oude Franse film uitgezonden, 'Le mari de la coiffeuse', met Jean Rochefort in de hoofdrol. Indertijd, de film dateert uit 1990, heb ik hem zelf gedraaid in het plaatselijke filmhuis. Je zou dus zeggen dat ik er, vanachter de projector, een goede indruk van gekregen moet hebben.

Het enige dat ik me nog herinnerde was dat het over een man ging die met een kapster trouwde, dat hij grappig danste op Arabische muziek en dat het treurig afliep. Dat klopt allemaal. Maar nu ik hem opnieuw zag was ik toch verbaasd dat ik zo weinig details onthouden had.

Het is een prachtige film, dus was het helemaal geen straf om hem nog eens te zien. Een goede reden om de andere films die ik in die periode gedraaid, of gezien, heb weer opnieuw te bekijken. Als de gelegenheid zich voordoet.

Het was dus zonder schroom dat ik laatst een boek kocht dat ik gelezen heb als tiener en toen prachtig vond: 'De kapellekensbaan' van Louis Paul Boon. Ik wist nog dat het over een meisje ging, Ondine, dat opgroeide in een fabrieksstadje. Maar ook dat het verhaal over Ondine afgewisseld werd met allerlei andere verhalen.

Dat klopt precies. Ondine is de dochter van een timmerman in een kleine stad met twee fabrieken. Het zijn onzekere tijden van beginnende modernisering en opkomend socialisme. Maar al lezende ondervond ik dat ik van de belevenissen van Ondine vrijwel niets onthouden had.

Noch van alle andere verhalen die Boon er doorheen geweven heeft. Want Ondine, de we gepresenteerd krijgen in korte stukjes van nauwelijks een pagina lang, wisselt hij af met zijn eigen gedachten tijdens het schrijven. En met het commentaar dat een hele reeks van bijfiguren, of misschien alter-ego's, op zijn verhaal geven en de verhalen die zij weer aandragen.

Van monsieur Colson van 'tminnesterie' tot de kantieke schoolmeester, van schilderes Tippetotje tot Johan Janssens, de dichter, die stukjes in de krant schrijft over Reinaert de vos. Het maakt van het boek een caleidoscopisch geheel, dat toch vaart heeft en meeslepend is.

Achteraf verwondert het me wel dat ik het als 16- of 17-jarige zo goed vond. Want heel gemakkelijk is het nu ook weer niet geschreven. Boon hanteert hier en daar een eigen spelling, gebruikt uiteraard Vlaamse uitdrukkingen en heeft een heel eigen kijk op zinsbouw en hoofdlettergebruik.

Ik moet toen al doorgehad hebben dat het een meesterwerk is. Nadien las ik nog een hele reeks boeken van hem. Tot en met zijn latere, nogal zware, historische romans aan toe.

Louis Paul Boon leefde van 1912 tot '79 en was, in de jaren '70, een serieuze kandidaat voor de Nobelprijs voor literatuur. Die heeft hij niet gekregen. Wel de Constantijn Huygensprijs in 1966. En dat terwijl zijn eerste boeken zo weinig succesvol waren dat de Kapellekensbaan, aanvankelijk, door zijn Vlaamse uitgeefster geweigerd werd.

Zie voor meer biografische details de website van het Louis Paul Boon Genootschap 


De Strip: Ter afwisseling van het Stripmannen vervolgverhaal een aflevering van 'Wachten op Eduard', gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Meer afleveringen zijn te zien op zijn website: www.palymptoot.nl

Aan een vervolg van het vervolgverhaal wordt gewerkt...