Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen

zondag 4 oktober 2026

Eric Clapton is geen voorbeeldig mens. Of toch wel ?


Artiesten zijn ook maar mensen.
Gitarist Eric Clapton is geen God, zoals we vorige week al konden vaststellen. Hij zou het daar zelf waarschijnlijk helemaal mee eens zijn. Maar moeten artiesten voorbeeldige mensen zijn ? Er zijn genoeg voorbeelden te vinden van beroemde muzikanten, acteurs, schrijvers enzovoort, die misstappen hebben begaan.

Drummer Jim Gordon, waarmee Clapton in de jaren '60 samenwerkte – onder andere op het legendarische album 'Layla And Other Assorted Love Songs' – vermoordde later, in een vlaag van waanzin, zijn eigen moeder. Gail Collins, die liedjes schreef voor Eric's band Cream, schoot later haar man, Felix Pappalardi dood. Pappalardi was de producer van een paar albums van Cream en speelde er ook op mee. En hij was de bassist van de band Mountain.

Daarmee vergeleken is Clapton een brave borst. Maar toch kreeg ik een hekel aan hem, toen ik de tweede helft van 'Slowhand' las, de biografie die Philip Norman over hem schreef. Na de opname van 'Layla' raakte Clapton verslaafd aan de heroïne. Hij trok zich terug op zijn landgoed en kwam pas na 3 jaar weer tevoorschijn.

Toen hij afgekickt was, van de heroïne, stortte hij zich op de alcohol. De heroïne werkte verlammend, met de drank kon hij wel weer aan de slag. Maar hoewel de muziek die hij voortbracht nog best te genieten was, was hij dat zelf veel minder. Zijn omgeving moest het geregeld ontgelden.

Hij had altijd al een voorkeur gehad voor 'grappen' ten koste van anderen, nu leken er geen grenzen meer te zijn. Een medewerker werd bijvoorbeeld, midden in de nacht, half naakt en onder de blauwe verf, achtergelaten op een goederenstation, ergens in Duitsland. Lachen !

Clapton was geregeld te beschonken om op te treden. Een dieptepunt was een concert, in het Engelse Birmingham, in 1976, waar hij een dronken tirade afstak tegen de buitenlanders. Immigratie was ook in de jaren '70 al een onderwerp van discussie.

Het voorval werd niet gefilmd, of op een andere manier vastgelegd, maar een aanwezige journalist deed er verslag van. Het werd een rel en het hielp niet dat Clapton zich nauwelijks verdedigde, of verontschuldigde. Dat hij dat soort dingen had geroepen, terwijl zijn hele loopbaan was gebaseerd op zwarte muziek, werd hem nog lang verweten.

Clapton was er ondertussen in geslaagd om Pattie Boyd los te weken van haar echtgenoot, George Harrison, oud-Beatle en goede vriend van Clapton. Maar terwijl Pattie vergeefs probeerde zwanger van hem te raken, door middel van IVF, verwekte hij 2 buitenechtelijke kinderen. Van de geboorte van zijn zoon Conor – de moeder was een Italiaanse die hij ontmoet had bij een live-optreden – deed hij Pattie ook nog uitgebreid verslag. Geen wonder dat ze hem uiteindelijk verliet.

Ik noem hier maar een paar van de vele voorvallen waar de gitarist een negatieve rol in speelde. Voor de lezers van de biografie is het doorbijten. Maar uiteindelijk weet hij zijn leven op orde te krijgen. Omdat hij een goede vader wil zijn voor Conor stopt hij met drinken. Als het jongetje tragisch komt te overlijden, stort hij zich niet opnieuw in de drank.

Na decennia van wangedrag wordt Clapton eindelijk volwassen. Hij neemt de verantwoording voor zijn leven, gaat in therapie en zet zich, als ervaringsdeskundige, in bij de begeleiding van andere alcoholisten. Hij sticht zelfs een afkickcentrum, op het eiland Antigua.

Rijke westerlingen kunnen zich daar laten behandelen, maar het centrum biedt ook gratis hulp aan eilandbewoners met verslavingsproblemen. Om het draaiend te houden geeft Clapton benefietconcerten en verkoopt hij een aantal van zijn gitaren. Hij werkt ook mee aan een documentaire waarin hij openhartig zijn levensverhaal vertelt. Geen heldenportret, maar een eerlijk verslag van een leven vol hoogte- en dieptepunten.

Zo krijgt de biografie toch nog een positief slot. Eric Clapton was een ongelukkig kind, werd een terecht bejubelde rockgitarist, gleed af door drugs en drank, maar overleefde en kreeg zichzelf weer op de rails. Misschien is hij zo toch een voorbeeldig mens geworden.

Lang niet alles wat hij deed is het navolgen waard, maar dat zou je kunnen zien als een afschrikwekkend voorbeeld. Dat je na een lange reeks misstappen toch nog een positieve bijdrage aan de samenleving kunt geven is ook mooi. Maar dat kun je dan beter doen zonder eerst die misstappen te maken.

Wat overblijft is de muziek. Ik heb lang niet alles beluisterd, maar de vroegste albums, met The Yardbirds en John Mayall zijn de moeite waard. De platen met Cream zijn geregeld briljant. Van de vele soloplaten, hij maakte er tientallen, ken ik er maar een paar. Daar zitten mooie momenten tussen en eigenlijk maar weinig echt slechte.

Clapton is nu 81, heeft wat gezondheidsproblemen, maar bracht in 2024 nog een album uit.

(En dan nog dat kasteel in Ierland. Het blijkt dat het al een hotel was voor hij het kocht. Hij kwam er terecht na een optreden en kocht een aandeel van 50%, omdat hij het wel een fijne plek vond om drinkgelagen te houden, met zijn vrienden, zonder te hoeven betalen. Hij verkocht zijn aandeel toen hij zijn drankprobleem overwonnen had.)

De biografie van Philip Norman, 'Slowhand – The Life and Music of Eric Clapton', is verkrijgbaar als boek, e-boek en luisterboek. De Nederlandse vertaling, die kortweg 'Clapton' heet, kost maar een tientje. Maar het e-boek is meer dan de helft goedkoper.

(Het is vandaag trouwens (Eet Geen) Dierendag ! Wij eten ovenbroodjes met vegetarische vulling.)

   

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik op het plaatje voor een grotere weergave. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 en deel 14 van het vorige verhaal. 
 

 

zondag 27 september 2026

Het Ierse kasteel van Eric Clapton


Naar aanleiding van
het boek over de kastelen van Ierland, waar ik eerder over schreef, ontdekte ik dat de beroemde gitarist, Eric Clapton, enige tijd de eigenaar was van Barberstown Castle. Dat is een groot gebouw, met middeleeuwse gedeelten en latere toevoegingen, niet ver van Dublin, dat in de jaren '70 ingericht werd als hotel. Clapton kocht het in 1979, toen hij op de toppen van zijn roem was, na hit-albums met verschillende bands en successen als solo-artiest.

Het zette mij ertoe aan om de biografie te kopen, die Philip Norman over Clapton schreef en die, als e-boek, voor een paar euro te koop is. Van dezelfde schrijver las ik eerder een prima biografie over Paul McCartney. Norman schreef ook boeken over John Lennon, Mick jagger en Elton John, die ik dan weer niet gelezen heb.

Eigenlijk was ik ook niet direct van plan om de biografie over Clapton te kopen. Uiteraard heb ik bewondering voor hem, als gitarist, maar zijn persoonlijkheid leek mij minder uitnodigend. Dat is iets dat ook Philip Norman aanhaalt, in zijn inleiding. Clapton blijft, onlangs zijn grote populariteit, nogal gesloten en ongrijpbaar.

Hij had de nodige problemen met drank en drugs, zoals veel van zijn collega's, maar raakte nooit betrokken bij grote schandalen. Hij versleet een heleboel vriendinnen, het meest spraakmakend was zijn affaire met Patty Boyd, de vrouw van George Harrison. Maar hij is de afgelopen 40 jaar van de drank af en de laatste 25 jaar ook gelukkig getrouwd.

In het boek van Norman lees ik dat de jeugd van Clapton, die aanvankelijk Rick genoemd werd, niet zonder problemen was. Hij werd geboren in 1945, in het dorp Ripley, dat 35 km ten zuiden van Londen ligt, aan de weg naar Portsmouth. Hij werd opgevoed door Rose en Jack Clapp. Jack was de tweede echtgenoot van Rose. Clapton was de achternaam van haar eerste man, die overleed voor de geboorte van de kleine Rick.

Als kind kwam hij er, door opmerkingen van familieleden, achter dat Rose eigenlijk zijn oma was en Jack zijn stief-opa. Zijn zus Patricia, die als 15-jarige zwanger was geraakt van een, in Engeland gelegerde, Canadese soldaat, was zijn echte moeder. Een paar jaar na zijn geboorte vertrok zij, met een andere soldaat, naar Canada.

Het was een schokkende onthulling en het werd er niet beter op toen Patricia, bij de schaarse familiebezoeken, niet veel belangstelling voor de kleine Rick toonde. Het bezorgde hem een trauma waar hij, decennia later, nog mee worstelde. Hij was, volgens vrienden en latere collegamuzikanten, vriendelijk in de omgang, maar kon zich ook terugtrekken en zich voor zijn omgeving afsluiten.

Zelf verklaarde hij lang onzeker te zijn geweest, bang om mensen teleur te stellen en om afgewezen te worden. Conflicten ging hij liever uit de weg, letterlijk door weg te lopen, als de situatie hem boven het hoofd ging. Tegelijkertijd waren er altijd mensen om hem heen die zich over hem ontfermden. Aanvankelijk waren dat zijn grootouders Rose en Jack, die hem in de watten legden.

Later werd hij, bijvoorbeeld, in huis genomen door John Mayall, de bandleider van The Bluesbreakers, waarvan Eric de gitarist was. Hij logeerde op zolder en werd verzorgd door de vrouw van Mayall, die hem heel attent vond. Eric bracht regelmatig cadeautjes mee voor het jonge dochtertje van het stel.

Het lag niet direct in de verwachtingen dat de jonge Clapton professioneel muzikant zou worden. Aanvankelijk had hij meer belangstelling voor tekenen en schilderen. Na de lagere school ging hij naar 'art school', waarschijnlijk het best te vergelijken met onze vroegere kunstnijverheidsschool. Daar leerde hij letters tekenen en glas-in-loodramen ontwerpen.

Ondertussen had hij ook belangstelling gekregen voor de bluesmuziek, die begin jaren '60 populair werd in Engeland. Zijn schoolopleiding mislukte en hij werkte een paar weken als hulp in de bouw, naast stief-opa Jack, die stukadoor was. Toen hij het aanbod kreeg om professioneel gitarist te worden, bij The Yardbirds, greep hij dat met beide handen aan.

Hij bleef 2 jaar bij de band, maar stapte op toen ze overgingen naar een meer poppy geluid. Op hun eerste grote hit, 'For Your Love' is hij niet te horen. Wel op de instrumentale B-kant, 'Got To Hurry', die ervoor zorgde dat hij gevraagd werd door John Mayall, van The Bluesbreakers.

Als je de vroege opnamen van Clapton hoort, dan is er een enorme ontwikkeling, van de eerste aarzelende solo's naar zelfverzekerd en toonaangevend gitaarspel. Van de sukkel die uit de Yardbirds stapte, net toen die een hitsingle hadden opgenomen, naar 'Clapton Is God', zoals een enthousiaste fan op een muur kalkte. Waar Eric zelf zich dan weer voor schaamde.

De enige LP die hij maakte met John Mayall doet mij enorm denken aan onze eigen Cuby & The Blizzards, die de plaat waarschijnlijk grijsgedraaid hebben voor ze, een paar jaar later, hun eigen 'Groeten Uit Grollo' opnamen.

Ik ben inmiddels halverwege het boek van Philip Norman. Clapton heeft dan, tegen het eind van de jaren '60, megasuccessen beleefd met de band Cream, waardoor zijn banktegoed ook tot grote hoogte is gestegen. Hij heeft een landhuis gekocht, niet ver van het ouderlijk huis in Ripley en een cottage voor oma Rose en opa Jack.

Maar het kasteel in Ierland is nog niet in zicht. Bij Wikipedia las ik dat hij het in 1985 weer verkocht. Misschien verbleef hij er maar zelden, want in die periode kampte hij met alcoholproblemen. Je kunt er logeren, als je zou willen. De nieuwe eigenaren hebben het flink uitgebreid en opgeknapt. Kijk maar op de website.

'Slowhand', het boek van Philip Norman, verscheen in 2020. Dat Clapton zich, op zijn oude dag, tegen coronamaatregelen en vaccinaties keerde, heeft hij dus niet op kunnen nemen. Daar staat tegenover dat Clapton zich onlangs inzette voor de kinderen in de zo zwaar getroffen Gazastrook. Als ik in het tweede deel nog opmerkelijke dingen lees, kom ik er misschien op terug.

  

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik op het plaatje voor een grotere weergave. Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 en deel 14 van het vorige verhaal. 
 

 

 

zondag 12 juli 2026

Verdronken vlinder


En zo
zijn we weer een, tamelijk koele, week verder. Onze mooie, nieuwe, grote torenventilator staat zich een beetje te vervelen, in een hoek van de slaapkamer. Het is zeker niet koud in huis, maar als je bij 25 graden al alles laat draaien en blazen, wat doe je dan als het echt warm wordt ?

Het warme weer komt er wel aan, is ons beloofd, maar niet zo hels als in andere delen van Europa. Gelukkig maar. Dit weekend zouden de temperaturen de 30 graden kunnen bereiken. Maar veel warmer gaat het waarschijnlijk, voorlopig, niet worden. Ik hou een slag om de arm, net als de voorspellingen dat doen.

Ondertussen zijn er nieuwe blaadjes verschenen, aan de stek van de Schefflera, de grote kamerplant waar ik eerder over schreef. Niet aan het uiteinde van de stengel, waar ik ze verwachtte, maar wat lager, in de oksels van oudere bladeren. Als dat het begin is van zijtakken dan zou dat mooi zijn. Een vertakte plant is leuker dan één zo'n lange stengel.

En terwijl al die spannende ontwikkelingen gaande waren konden we, 's avonds, luisteren naar de concerten in de voortuin van Paleis Soestdijk. Ik had de indruk dat het geluid wat zachter was dan de voorgaande jaren, maar dat kan ook zijn doordat we niet in de woonkamer zaten, bij de open balkondeur, maar in ons kleine TV-kamertje.

De programmeurs van Royal Park Live, zoals de concertenreeks genoemd wordt, mikken duidelijk op een wat ouder publiek. Of in ieder geval op oudere artiesten. Het geheel ging van start met een optreden van Level 42, met in het voorprogramma Matt Bianco. Namen die in de jaren '80 heel bekend waren, maar de jongere muziekliefhebbers niet veel zullen zeggen.

Het tweede concert was van de Nederlandse groep BLØF, die zijn eerste hits had aan het eind van de jaren '90. Daarna kwam het serieuze werk: Herman van Veen (81 jaar), Van Morrison (80 jaar) en Tom Jones (net 86 geworden). Zij traden aan op zaterdag, zondag en maandag. Met name Herman van Veen deed dat heel stilletjes. Van de andere twee konden we nog wel een enkel liedje herkennen.

Op dinsdag was er even pauze, waarna de reeks verder ging met een jong piepkuiken: Xavier Rudd, een Australische singer-songwriter van nog maar 48 lentes. Maar, geen paniek, mensen, het volgende optreden was voor Nile Rodgers, koning van de disco, met zijn band Chic. Nile wordt dit jaar 74 en had eind jaren '70 een paar wereldhits.

Op vrijdag hoorden we vage klanken van de Nederlandse band Racoon, die werd opgericht in 1997 en aan het begin van de eeuw zijn grootste successen had. Maar daarna wordt het programma dan toch iets actueler.

De laatste drie concerten zijn voor James Arthur (een Britse zanger die in 2012 een talentenjacht op TV won), Yves Berendse (een Nederlandstalige zanger en nog pas 32 jaar oud) en Suzan & Freek (een duo dat iedereen wel zal kennen, maar waarschijnlijk vooral vanwege hun persoonlijke wel en wee. Hun huwelijk, de ziekte van Freek, de geboorte van hun kind enz.)

In de Soester Courant zagen we foto's van volle tribunes en ook aan het gejuich, tussen de nummers door, konden we afleiden dat de optredens in een prima sfeer verliepen. Ik wil er ook absoluut niet over klagen. Okee, het was wat drukker in de straat, maar verder geen probleem.

Vanochtend moest ik wel terugdenken aan een andere oude artiest en een lied van lang geleden. In het drinkbakje van de vogels, op het balkon, dreef een kleine witte nachtvlinder. Redding kwam te laat. Boudewijn de Groot (dit jaar 82 geworden) zong er al in 1966 een liedje over, 'Verdronken Vlinder'. Het verscheen eerst als B-kantje van de single 'Onder Ons' (waar ik dan weer geen enkele herinnering aan heb), later nog eens als A-kant en ook op het album 'Voor de Overlevenden'.

'Zo te sterven op het water, met je vleugels van papier...'. Een tekst van Lennaert Nijgh, uiteraard.


Maar ik heb niet langer hinder

Van jaloersheid op een vlinder

Want ook vlinders moeten sterven

Laat ik niet mijn vreugd bederven


Ik kan zonder vliegen leven,

Wat zal ik nog langer geven,

Om een vlinder die verdronken is in mij ? (mei ?) 

Om te leven hoef ik echt geen vlinder meer te zijn.


Het eerste stuk wist ik uit mijn hoofd, het tweede heb ik, voor de zekerheid, even opgezocht. Mooi lied ! Al moet je tegenwoordig blij zijn als je af en toe een vlinder ziet en is zo'n dode vlinder toch jammer. Maar laat ik niet jullie zondag bederven...

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van dit verhaal. 
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van het vorige verhaal. 
 

 

zondag 26 april 2026

Colonel Tom Parker, de legendarische manager van Elvis


In een bundel
met muzikale verhalen van journalist David Hepworth las ik, een paar jaar terug, een pleidooi voor de manager. Meestal komen managers er slecht vanaf, in biografieën van muzikanten, maar Hepworth probeert dat beeld bij te stellen. Okee, er zijn genoeg voorbeelden van artiesten die door hun managers opgelicht zijn, maar dat is niet het hele verhaal.

Volgens Hepworth zijn er veel meer voorbeelden te vinden van managers, vaak familieleden, of vrienden van muzikanten die, zonder er zelf beter van te worden, enorm veel tijd en geld in een beginnend bandje staken. Die hulpvaardige liefhebbers, vaak meer fans dan zaakwaarnemers, die met apparatuur liepen te sjouwen, een busje kochten, advertenties plaatsten, drukwerk lieten maken enzovoort, om hun muzikanten vooruit te stuwen, op hun weg naar succes en beroemdheid.

Ik las ooit over Bill Fehilly, de manager van Alex Harvey, een Schotse rockzanger en een van mijn favorieten, die zelf een platenmaatschappij oprichtte voor Alex en zijn band. De platenmaatschappij bracht albums uit, organiseerde tournees, waarvan achteraf bleek dat ze gefinancierd werden door de firma van de manager.

Toen Fehilly verongelukte – hij vloog met zijn vliegtuig tegen een berg aan, ironisch want de naam van zijn platenmaatschappij was 'Mountain Records' – bleek dat de band met al die activiteiten helemaal niets verdiend had. De verkoop van platen en concerttickets had minder opgeleverd dan wat de manager er aan uitgegeven had.

Op dit moment ben ik aan het lezen in 'The Colonel and the King ', een biografie over Colonel Tom Parker, de manager van Elvis Presley, geschreven door Peter Guralnick. We kennen de schrijver door zijn omvangrijke, tweedelige, biografie van Elvis en zijn eerdere boeken over Sam Cooke en Sam Phillips. Ik ben een fan van Guralnick en schreef al eerder over hem.

Colonel Parker wordt vaak afgeschilderd als een schurk, een oplichter, die helemaal geen kolonel was en ook geen Tom Parker heette. Dat laatste klopt, hij heette eigenlijk Dries van Kuijk, was geboren in ons eigen Brabantse Breda en vluchtte als jongen naar Amerika, waar hij nooit officieel staatsburger werd.

Dat 'colonel' was een soort van bijnaam hoewel hij wel, door zijn inzet voor een succesvolle verkiezingscampagne, van de gouverneur van Louisiana de eretitel van kolonel kreeg, in de Louisiana State Guard. Maar verder is het portret, dat Guralnick van hem schetst, best positief.

De kleine Dries van Kuijk was een onrustige jongen, die circusvoorstellingen organiseerde voor de kinderen in de buurt. Zijn vader trad met harde hand op en Dries was blij het ouderlijk huis te kunnen ontvluchten, toen hij een baantje kreeg aangeboden, in het transportbedrijf van een oom, in Rotterdam.

Daar ontstond het idee om naar Amerika te gaan. Dat mislukte bij de eerste poging, Dries werd terug op een boot naar Nederland gezet. Maar de tweede keer ging het wel goed. Na wat omzwervingen vond Dries werk bij een rondtrekkende kermis. Daar ontwikkelde hij zich van klusjesman tot publiciteitsmedewerker.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog meldde hij zich, als Tom Parker, aan bij het Amerikaanse leger. Hij nam nooit deel aan gevechtshandelingen, maar was een wel tijdje gestationeerd op Hawaii. Hij werd, na de oorlog, ontslagen vanwege mentale problemen.

Een paar jaar later was hij de succesvolle manager van zangers Eddy Arnold en Hank Snow. Hij zag Elvis Presley optreden, toen nog een tamelijk onbekend talent. Hij zag mogelijkheden in de jongeman, vooral door de reacties van het publiek. Hij hielp Presley aan een contract bij een grote platenmaatschappij en bezorgde hem filmcontracten.

Voor veel muziekliefhebbers was Parker de man die Elvis veranderde, van een opwindende rock & rollzanger in een, zoetige liedjes kwelende en matig acterende, filmster. Maar dat is onterecht. Parker regelde alleen de financiën en de publiciteit. Met de keuze van liedjes, of de inhoud van de films bemoeide hij zich niet. Als we daar iemand de schuld van moeten geven dan is het Elvis zelf en de producers van zijn platen en films.

Er wordt Parker ook verweten dat hij zoveel geld in eigen zak stak. Maar zelf was hij daar heel open over. Ze hadden een contract waarbij Parker een flink deel incasseerde, maar hij bedong voor Elvis ook voorwaarden die voor andere artiesten ongekend waren. Het is maar de vraag of de zanger, met een minder gewiekste manager, meer verdiend had.

Parker kon niet voorzien dat Elvis zo'n wereldwijd succes zou worden. De meeste populaire zangers beleefden immers maar een korte periode van succes. Het was bij platenmaatschappijen de gewoonte om zo vlug mogelijk, zo veel mogelijk, muziek uit te brengen van hun sterren. Snel incasseren, want het kon ook snel weer voorbij zijn. Parker verzette zich daartegen en vond dat je de markt niet moest overspoelen. Bij Elvis werkte dat. Maar het had ook anders kunnen lopen.

Het boek van Peter Guralnick beschrijft de jeugd en jonge jaren van Dries van Kuijk / Tom Parker. Zijn successen met Elvis en de wat moeilijkere jaren, na de dood van de zanger. Colonel Tom worstelde met een gokverslaving en met rechtszaken omtrent de nalatenschap van Elvis.

Guralnick ontmoette hem toen hij bezig was aan zijn Elvis-biografie. Ze raakten bevriend en Parker gaf te kennen een boek te willen schrijven over zijn eigen leven. Hij had al een titel: 'How Much Does It Cost If It's Free ?'. Guralnick raadde hem aan zijn brieven te publiceren, Parker schreef er duizenden en had een uitgebreid archief, maar dat kwam er allemaal niet van.

Na de dood van Parker kreeg Guralnick toegang tot het archief en dat bracht hem er uiteindelijk toe om zelf een boek over Parker te schrijven. In de eerste helft vertelt hij het verhaal van diens leven, in de tweede helft doet hij een greep in zijn correspondentie. Zo lees je veel verhalen twee keer, maar dat hindert niet. Het blijft interessant en het boek is een mooie aanvulling op de biografie van Elvis Presley.

Was Colonel Parker een goede, of een slechte manager ? Het is een genuanceerd verhaal, dus een zwart-wit antwoord is er niet. Hij was in ieder geval een kleurrijke persoonlijkheid en werd gewaardeerd door collega's en zakenpartners. Een harde onderhandelaar, maar geen doortrapte schurk. Wel een man met veel gevoel voor humor, die zijn brieven doorspekte met grappen en sterke verhalen.

De boeken van Peter Guralnick zijn helaas niet in het Nederlands vertaald. De Engelse uitgaven zijn op papier en als E-book te verkrijgen.

     

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 - deel 16 - deel 17 - deel 18 - deel 19 en deel 20 van het vorige verhaal.  
 
 
 

zondag 8 februari 2026

De Tuinvogeltelling, de Olympische Spelen en Paul McCartney

Vorig weekend vroeg ik me nog af of de Nationale Tuinvogeltelling wel genoeg aandacht kreeg. Ik had er weinig over gezien op TV en internet. Maar mijn zorgen waren overbodig, het was een recordtelling. Vogelbescherming schrijft dat er 136.903 tellers meededen en dat die 1.898.916 vogels geteld hebben.

En er is een nieuwe nummer 1, in de lijst van meestgetelde vogels: de koolmees. Dat was op ons balkon al jaren zo. De huismus, die tot nu toe altijd de lijst aanvoerde, zag ik maar zelden. Grappig genoeg kwamen er afgelopen jaar meer mussen op ons balkon, maar tijdens mijn eigen telling won de koolmees met 3 – 1.

Je kunt op de site van Vogelbescherming, naast de landelijke resultaten, ook zien hoe het in je provincie, dorp, of straat gesteld was. In de provincie won de koolmees, maar bij ons in het dorp en in de straat waren er meer huismussen. In de landelijke top 25 staat, op de 16e plaats, ook nog de halsbandparkiet (die we hier niet hebben), vlak boven de grote bonte specht (die we hier weer horen roffelen, maar die deze winter niet vaak op het balkon kwam).

Ondertussen bloeien er krokussen in het grasveld en hoorde ik vanochtend een pimpelmees roepen, bij het nieuwe nestkastje op het balkon. De lente zit alweer in de lucht.


De Olympische Winterspelen

Mijn vrouw klaagt dat haar favoriete TV-programma's worden verdrongen door de Olympische Winterspelen. Zelf vind ik dat niet zo heel erg. Veel van het gedoe in de sneeuw en op het ijs, interesseert me niet, maar er zijn ook best leuke wintersporten. Schaatsen, natuurlijk, maar ook bobsleeën en curling zijn best grappig. En eens in de 4 jaar naar een ijshockeywedstrijd kijken is ook best te doen.

De openingsceremonie hebben we grotendeels overgeslagen. Al dat vlagvertoon en geparadeer heeft weinig met sporten te maken. Maar we keken gisterenmiddag wel naar de 3000 meter schaatsen voor de vrouwen. De Nederlandse favorieten grepen naast de prijzen, maar daar stond een mooie winnares tegenover, de Italiaanse Francesca Lollobrigida. Ja, voor de ouderen onder ons, dat is het nichtje van Gina. Zoek die maar eens op, jongelui.


Paul McCartney

Ondertussen heb ik de dikke biografie, die Philip Norman schreef over Paul McCartney, uitgelezen. Tussendoor heb ik geprobeerd om de albums die de oude Beatle uitbracht, met zijn band Wings en solo, nog eens te beluisteren. Dat is nog niet helemaal gelukt, maar dat komt nog wel.

Norman had zich, vlak na het uit elkaar gaan van The Beatles, zeer kritisch uitgelaten over Paul. Maar de biografie die hij 45 jaar later schreef is veel milder van toon. Het scheelt ook dat de hoofdpersoon nog leeft. Veel andere biografieën eindigen in mineur, met het overlijden van de held van het verhaal. Maar hier kan het boek worden afgesloten met een vluchtige ontmoeting, met Paul, vlak voor een mooi live-optreden.

Er worden in het boek ook wel wat kritische noten gekraakt, maar overeind blijft dat McCartney een zeer getalenteerd en succesvol muzikant is. Wat ook duidelijk wordt is dat hij het best functioneert als hij andere muzikanten om zich heen heeft.

Bij The Beatles had hij het geluk dat er twee andere goede liedjesschrijvers in de band zaten. Vooral met John Lennon had hij een vruchtbare samenwerking. Ze vulden elkaar aan en corrigeerden elkaar. En ze kregen ruzie, al werd dat uiteindelijk ook weer bijgelegd.

In zijn sololoopbaan bleef Paul daarna zoeken naar een gelijkwaardige, muzikale partner. Hij was in staat om helemaal alleen een album vol te schrijven en te spelen. Maar de paar keer dat hij dat deed leverde het niet de beste muziek op.

Hij moet dat zelf ook beseft hebben want hij probeerde, met Wings, eenzelfde band op te richten als The Beatles. Later ging hij een samenwerking aan met Eric Stewart (van de band 10 CC) en daarna Elvis Costello. Met wisselend succes, maar daaruit blijkt wel dat hij muziek ziet als iets dat je met andere muzikanten maakt. Dat zal ook de drijfveer zijn achter zijn drang om live te blijven spelen.

The Beatles hadden het optreden voor publiek opgegeven. Het was teveel gedoe en hysterie van fans, ze trokken zich liever terug in de studio. Maar Paul ging, met Wings, meteen weer de podia op. Nog voor ze een behoorlijk repertoire hadden zelfs. Beatlesliedjes wilde hij niet spelen en de eigen hits waren er aanvankelijk nog nauwelijks.

Dat werd later wel anders en de Beatlesliedjes kwamen ook terug op het repertoire. Daarnaast schreef hij, samen met geschoolde componisten, een aantal werken voor klassiek orkest en koor. Hij probeerde ook films te maken, maar dat bleek niet zijn beste idee. Hij was wel heel succesvol als muziekuitgever en verwierf de rechten op de muziek van enkele van zijn jeugdhelden.

Uiteraard wordt ook zijn zeer gelukkige huwelijk, met Linda Eastman, beschreven en zijn rampzalige tweede huwelijk, met Heather Mills. Maar Paul overleefde ook dat en is nu weer gelukkig met zijn 3e vrouw, Nancy Shevell. Wie de opzienbarende details wil weten moet zelf het boek maar lezen.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 en deel 9 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 28 december 2025

Nog een boek over Paul McCartney ?


Je zou denken
dat ik na het lezen van 'Wings', het boek over Paul McCartney in de eerste 10 jaar na het uit elkaar gaan van The Beatles, wel even genoeg gelezen had over de voormalige Beatle. Maar ja, het algoritme van mijn digitale boekverkoper weet ook dat ik dat boek gelezen heb en algoritmes geven je altijd meer van hetzelfde.

Dus kreeg ik een mail over het boek 'Paul McCartney – The Biography', geschreven door Philip Norman. Ik had me daar niets van aan kunnen trekken, maar de boekverkoper wilde voor de e-boek versie maar 3 euro hebben. Ik twijfelde. Iedereen kan wel boeken over The Beatles schrijven. Wie was die Norman nou helemaal ?

Het blijkt dat Philip Norman een muziekjournalist is met nogal een reputatie. Hij schreef lange tijd artikelen voor het respectabele Engelse dagblad The Times en daarnaast een hele reeks biografieën. The Rolling Stones, Buddy Holly, Elton John, John Lennon, Mick Jagger en Eric Clapton waren onderwerp van zijn publicaties. En voor de krant schreef hij, onder meer, over James Brown, Little Richard, the Beach Boys, Fleetwood Mac, Rod Stewart en the Everly Brothers.

Zijn eerste boek ging over The Beatles en hoewel niet onomstreden, was het wel een groot succes. 'Shout ! – The Beatles in Their Generation', dat verscheen in 1981, was een bestseller en wordt omschreven als een zeer gedegen portret van de band en de jaren '60. Het wordt ook bekritiseerd vanwege de slechte rol die Paul McCartney er in krijgt toebedeeld.

Volgens Norman was John Lennon het grote genie achter de groep en was de inbreng van McCartney van veel minder belang geweest. Voor het uiteenvallen van de band wijst hij Paul juist aan als schuldige. Nadat ik dat gelezen had was ik toch benieuwd hoe hij McCartney zou behandelen in een lijvige biografie. Zou het een boek zijn waarin hij Paul er flink van langs geeft ? Dat zou nogal een contrast zijn met 'Wings', waarbij de muzikant zelf nauw betrokken was en waarin hij juist in een behoorlijk positief licht wordt gezet.

Okee, Paul komt in zijn eigen boek naar voren als een nogal impulsief persoon, die bandleden, vrouwen, kinderen en huisdieren meesleepte op tournee. Die plaatopnamen wilde maken op exotische locaties als Nigeria en de Maagden Eilanden. Die verschillende keren aangehouden werd, met flinke hoeveelheden marihuana in zijn bagage en daardoor zelfs in een Japanse gevangenis belandde. Maar dat vergeef je hem allemaal, vanwege zijn charmante persoonlijkheid en zijn werklust. En natuurlijk ook vanwege de leuke muziek die hij tussendoor maakte.

Gaat die Norman daar in zijn boek nou allemaal brandhout van maken ? Jullie begrijpen dat ik het e-boek kocht. Direct in het eerste hoofdstuk werden mijn gespannen verwachtingen flink getemperd. De schrijver begint met verklaren dat hij van jongs af aan een enorme fan was van The Beatles en dat, van de vier groepsleden, Paul McCartney zijn grootste idool was.

Paul, die vriendelijke jongen, met het onschuldige gezicht en de trouwe hondenogen en die leuke vriendin. Norman bekent dat hij lange tijd wilde dat hijzelf Paul McCartney was. Hij vertelt hoe hij, aan het eind van de jaren '60, als aankomend verslaggever eens, met een paar collega's, in de kleedkamer van The Beatles belandde. Die waren bezig aan hun allerlaatste, Britse tournee en de jonge Norman was er op af gestuurd om te proberen wat vragen te stellen.

Dat lukte wonderwel. Hij was blij verrast door de vriendelijke en ontspannen ontvangst. Hij babbelde wat met John Lennon en Paul McCartney en mocht zelfs even de basgitaar van Paul vasthouden. Uiteindelijk werd hij, door de chauffeur van de groep, de kleedkamer uitgezet. Maar die ontmoeting was een herinnering om te koesteren.

Hoe hij dan toch zo negatief over Paul had kunnen schrijven legt hij ook uit. Hij was enorm teleurgesteld toen The Beatles ermee stopten. McCartney had bovendien zijn leuke vriendin, de actrice Jane Asher, aan de dijk gezet en zich, met de nogal kleurloze Linda Eastman, teruggetrokken op zijn Schotse schapenboerderij.

Het algemeen geaccepteerde verhaal, in die jaren, was dat Paul de stekker uit de groep getrokken had en dat het hem vooral om het geld te doen was. Zijn ruzie met John Lennon werd, in de pers, flink uitvergroot en Philip Norman ging daarin mee. In zijn boek over Paul geeft hij ruiterlijk toe dat het allemaal een stuk genuanceerder was gegaan dan hij indertijd dacht.

Toen hij in 2008 bezig was aan zijn boek over John Lennon zocht hij, met enige schroom, contact met McCartney. Hij zat met een paar vragen, maar aarzelde, omdat hij wist dat Paul niet blij was geweest met de manier waarop hij in dat eerdere boek, 'Shout !', beschreven werd. Het leidde tot een mailwisseling waarin hij, zonder problemen, de informatie kreeg waarom hij vroeg.

Dat gaf Norman de moed om, een paar jaar later, McCartney opnieuw te benaderen. Hij vond dat er, in eerdere biografieën, teveel nadruk was gelegd op Pauls periode in The Beatles en dat zijn sololoopbaan, die op dat moment al 40 jaar duurde en heel succesvol was, er maar bekaaid vanaf kwam. Tot zijn verrassing belde Paul hem op en hadden ze een prettig gesprek, waarin Paul niet direct zijn medewerking toezegde, maar wel toestemming gaf om mensen uit zijn omgeving te interviewen.

Zo begint de biografie, die verscheen in 2013, op een veel vriendelijkere manier dan ik verwachtte. In de hoofdstukken die erop volgen wordt het leven in Liverpool, van vlak na Wereld Oorlog II, liefdevol omschreven. Mij benieuwen of er verderop nog kritische noten gekraakt gaan worden. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 7 december 2025

Mijn weekjournaal ?

Afgelopen week kreeg ik een compliment voor mijn leuke weekjournaal. Zo had ik zelf mijn schrijfsels nog niet bekeken. Een andere lezer noemde het ooit mijn 'zondagse preek', maar die was gelovig opgevoed. Hoe dan ook, deze keer een aantal gebeurtenissen van afgelopen week. Een soort van weekjournaal, dus.


Hoi, Pap !

Ik kreeg een sms op mijn smartphone: 'Hoi, Pap ! Ik heb een nieuw telefoonnummer gekregen, kun je me een app sturen op nummer …'

Uiteraard kreeg ik meteen argwaan, niemand noemt mij ooit 'Pap', zelfs de dochter des huizes niet. Ik heb er wel de leeftijd voor, misschien dat de anonieme afzender daarom dacht dat hij/zij me voor de gek kon houden ?

'Ze weten alles van je', hoor je wel eens, als het over de digitale wereld gaat. Maar deze grappenmaker wist toch niet zo heel veel.

Het deed me denken aan een mail die ik ooit kreeg van een oude vriend. Hij was gestrand op een eiland in de Middellandse Zee, stond er. Zijn geld en papieren waren gestolen, of ik wat over kon maken zodat hij thuis kon komen.

Nou ben ik altijd bereid om iemand in nood een helpende hand toe te steken, maar dit leek me een raar verhaal. Via een andere weg kwam ik erachter dat zijn email-account gekraakt was en dat al zijn contacten zo'n bedelmail hadden ontvangen.


Eenzame fiets

Al de hele week staat er een fiets geparkeerd op de stoep, naast het plantsoen, tussen onze flat en de volgende. Het viel me op omdat het zo'n gekke plek is om je fiets neer te zetten. Als je ergens op bezoek gaat zet je je rijwiel toch gewoon voor de deur ? Niet tussen twee flatblokken in.

Het is een damesmodel, maar redelijk klein, een meisjesfiets, dus. Was er misschien iets akeligs gebeurd ? Een meisje van haar fiets gesleurd en in een auto gedwongen ? Maar dan zet je die fiets toch niet zo netjes, op de standaard, naast dat plantsoen ?

Toen ik boodschappen deed zag ik dat de achterband van de fiets lek was. Was hij daarom achtergelaten ? Ook gek. Een fiets met een lekke band neem je toch mee ? Of, als je op weg bent naar school en je kunt bij een vriendin achterop springen, dan haal je die fiets toch later op ?

Het is trouwens niet de eerste keer dat er een meisjesfiets in onze straat achtergelaten wordt. Eerder stond er lange tijd, een knal oranje exemplaar, bij het bruggetje naar het park. Die veranderde soms van standplaats en verdween, na een paar weken, spoorloos.

Een andere fiets werd achtergelaten aan de kant van de sloot. Gemeentewerkers zetten hem bij ons voor de deur toen er gemaaid moest worden. Onze schoonzoon heeft hem toen maar naar Spullenhulp gebracht.


Bassist Herman Deinum overleden

Op Sinterklaasdag is Herman Deinum overleden, de bassist van Cuby & The Blizzards, zoals alle persberichten meldden. Hij was inderdaad, in verschillende perioden lid van die band, maar ik ken hem vooral als de melodieuze en lichtvoetige bassist van Sweet d' Buster.

Volgens Wikipedia was de piano het eerste instrument dat Deinum bespeelde, als 10-jarige. Niet lang daarna stapte hij over op gitaar, daarna orgel en weer gitaar. In 1967 speelde hij basgitaar in de band Blues Dimension, uit Zwolle, waarin zijn jeugdvriend Hans Lafaille de drummer was. Met Lafaille werd hij in 1969 lid van Cuby & The Blizzards.

Tussen 1976 en '81 was het duo te vinden bij Sweet d' Buster, met toetsenist Robert-Jan Stips, gitarist Paul Smeenk en zanger-saxofonist Bertus Borgers. De albumverkoop was wisselend voor de band, maar ze hadden een goede live-reputatie. Daarvan heeft YouTube een mooi voorbeeld, een optreden voor Vara's Popkaravaan, uit 1979. Het duurt 45 minuten maar, als je dat te lang vindt, kijk dan alleen het begin want Herman Deinum speelt direct een indrukwekkend intro voor het eerste nummer.

(De oplettende kijker zal opmerken dat Hans Lafaille, in 1979, plaatsgemaakt had voor Pierre v.d. Linden, ooit de drummer van Focus. Lafaille en Deinum zouden later weer samen bij Cuby en in andere formaties spelen.) 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

zondag 30 november 2025

Een betaald abonnement


Het is heel normaal
om een betaald abonnement te hebben, op de krant, bijvoorbeeld, of een tijdschrift, of de bibliotheek. Tenminste dat was het vroeger. Voor veel mensen is het niet meer zo normaal om te betalen voor nieuws, muziek, films, of boeken. Via internet is er van alles te lezen, te zien en te beluisteren en heel veel daarvan is 'gratis' beschikbaar.

Mijn vrouw en ik zijn van de oude stempel, dus wij hebben nog een abonnement op de krant. Het is een zaterdag-plus-internet abonnement, zodat we niet elke dag de trap af hoeven, om de krant uit de brievenbus te halen. We gaan echt wel met onze tijd mee.

We hebben ook een abonnement op de TV-gids, omdat mijn vrouw dat prettig vindt. Ikzelf kijk meestal online wat er te zien is, of via de gids van onze glasvezelprovider. Maar dat is omdat het gemakkelijker is, niet omdat het geen geld kost.

Ik vind het helemaal niet erg om voor sommige diensten te betalen en ik doe ook wel eens een vrijwillige bijdrage. Voor Wikipedia, bijvoorbeeld, dat ik vrijwel dagelijks bezoek. Of voor het e-mailprogramma Thunderbird, dat ik elke dag gebruik. Wat dat betreft zou het dus ook niet gek moeten zijn dat ik nu een abonnement heb op YouTube. Maar het voelt wel een beetje vreemd.

Ik gebruik YouTube al heel lang. Om zelf af en toe een filmpje op te zetten en om muziek te zoeken voor de Top 200.000. Ik heb ook vrij lang, ongehinderd door reclameboodschappen, van die muziek kunnen genieten. Maar de laatste jaren is YouTube, wat dat betreft, strenger geworden. Als je een advertentieblocker gebruikt krijg je geen filmpjes meer te zien. Toch wel een beetje hinderlijk.

Wat uiteindelijk de doorslag gaf was het verzoek om, tijdens een vrolijke familie-bijeenkomst, een YouTube playlist af te spelen. Op zich geen probleem, maar zonder abonnement betekent dat, na elk liedje een reclameboodschap. En, als het een lang liedje is, zelfs het risico dat het onderbroken wordt voor reclame.

Ik nam dus een gratis proefabonnement, voor een maand, met het plan om het daarna misschien nog een maand door te laten lopen en dan op te zeggen. Een maandje betalen leek me wel billijk. Ik heb zolang gratis geluisterd en gekeken. Maar we zijn nu anderhalve maand verder en ik overweeg ernstig om het abonnement voorlopig door te laten lopen.

Goedkoop is het niet, 14 euro per maand, maar wel verdomd prettig. Een nummer van de live-lp Yessongs, dat bijna een kwartier duurt, te kunnen beluisteren zonder onderbrekingen. Alle albums van Paul McCartney en Wings, zonder reclameboodschappen, plus alle bonustracks en singles die niet op albums zijn verschenen.

We hebben geen platenspeler meer, geen mogelijkheid om cassettes af te spelen en CD's alleen met een paar kunstgrepen. Ik heb wel veel muziek omgezet naar MP3-formaat, dat ik via de laptop af kan spelen. Maar die verzameling verbleekt bij wat YouTube tegenwoordig te bieden heeft.

Vroeger was het wel eens zo dat je bepaalde, wat minder bekende, groepen of artiesten, niet kon vinden op YouTube, maar dat komt tegenwoordig nog maar heel sporadisch voor. Zelfs obscure blueszangers en jazzorkestjes, uit de jaren 20, zijn vrijwel allemaal beschikbaar.

Dus toen ik ontdekte dat we 2 loten in de postcodeloterij hadden besloot ik om 1 daarvan op te zeggen en mijn YouTube-abonnement, voorlopig, door te laten lopen. Het kan zijn dat we eerdaags een paar miljoen hadden kunnen winnen en dat we nu genoegen moeten nemen met de helft daarvan. Maar dat is een risico dat ik wel wil nemen voor ongestoord muziekplezier.

Ps voor de jongere lezers: 'Yessongs' is een driedubbel live-album, van de Britse rockgroep Yes, uit 1973. Langspeelplaten en muziekcassettes waren gangbaar in de tweede helft van de vorige eeuw, je had speciale apparatuur nodig om de muziek die erop stond te horen.

Tot mijn verrassing zie ik dat moderne artiesten nog steeds muziek uitbrengen op cassettes. Dus vergeet wat ik hierboven schreef en geniet van Taylor Swift , of The Foo Fighters, op je ouderwetse walkman.

  

 
De Strip is gemaakt door de de Stripman zelf.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van dit stripverhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8  - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 en deel 15 van het vorige stripverhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.  
 

zondag 16 november 2025

Paul McCartney en zijn Wings


Johan, mijn mederedacteur
van de Top 200.000, wees me op een nieuw boek over en met Paul McCartney. Het boek heet 'Wings', naar zijn band uit de jaren '70, maar begint met het moeilijke laatste jaar van The Beatles. In 1969 had John Lennon aangegeven uit de band te willen stappen. Hij sprak met de anderen af dat ze het geheim zouden houden, want er stonden twee albums op het punt van verschijnen, 'Abbey Road' en 'Let It Be'. Van dat laatste zou ook een film uitkomen.

Paul was er kapot van dat de band uiteen viel en trok zich met zijn nieuwe gezin – hij was pas getrouwd met Linda Eastman en hun dochter was net geboren – terug op een afgelegen boerderij in Schotland. Aanvankelijk probeerde hij zijn verdriet te verdrinken maar, na verloop van tijd en aangemoedigd door Linda, begon hij weer liedjes te schrijven.

Terug in Londen besloot hij zijn probeersels, in een geïmproviseerde thuisstudio, op te nemen. Linda zong hier en daar een stukje mee. Het resultaat was het solo-album 'McCartney', waarop Paul alle instrumenten zelf bespeelde.

In een interview, bij het verschijnen van het album, zei hij dat hij niet wist of The Beatles ooit nog nieuwe muziek op zouden nemen. Die uitspraak werd door de pers opgepikt en overal verscheen het bericht dat Paul uit de Beatles wilde stappen. Het resultaat was dat hij de schuld kreeg van de breuk. De toestand werd er niet beter op toen hij, om zich aan de zakelijke banden met de overige Beatles te ontworstelen, een proces aanspande.

Het ging hem vooral om de nieuw manager, Allen Klein, die op voorspraak van John Lennon aangenomen was. Paul was tegen geweest en verdacht Klein van mismanagement. Uiteindelijk kreeg hij gelijk, maar voor de buitenwereld was hij de kwaaie pier. Zijn eerste solo-album werd dan ook afgemaakt door de critici. De fans dachten er anders over en er werden miljoenen exemplaren van verkocht.

Ondanks het succes trok McCartney zich de kritiek nogal aan en besloot hij het voor zijn volgende album, 'Ram', anders aan te pakken. Het gezin vertrok naar New York, waar hij een drietal sessiemuzikanten om zich heen verzamelde en ook Beatles-producer George Martin inschakelde, om een paar nummers van orkestrale begeleiding te voorzien.

'Ram', werd uitgebracht als een plaat van Paul en Linda samen, maar was eigenlijk een eerste poging om weer met een groep muziek te maken. Linda maakte de hoesfoto, waarop Paul te zien is met het mannetjesschaap, de ram, uit zijn eigen Schotse schaapskudde. Ook 'Ram' werd door de kritiek slecht ontvangen maar door de fans gretig gekocht.

(McCartney maakte van het album ook nog een instrumentale bigband-versie, die onder de schuilnaam Percy "Thrills" Thrillington, 6 jaar later werd uitgebracht. Paul gaf pas in 1989 toe dat hij de maker was.)

Terug in Schotland nodigden Paul en Linda twee muzikanten uit de 'Ram'-opnamesessies, drummer Denny Seiwell en gitarist Hugh McCracken, uit om te praten over het oprichten van een nieuwe band. McCracken haakte af, maar Paul vond een vervanger in, voormalig Moodie Blues muzikant, Denny Laine. Linda leerde de eerste beginselen van het pianospelen en zo ontstond de nieuwe groep Wings.

Het boek waarin deze geschiedenis verteld wordt is anders dan de meeste muzikantenbiografieën. Niet elke muzikant is ook een goede schrijver, dus meestal wordt er hulp gezocht bij het neerpennen van het levensverhaal. Dat is niets vreemds. 'Life', de veelgeprezen autobiografie van Keith Richards, gitarist van The Rolling Stones, is voortgekomen uit een paar lange interviews met journalist James Fox. Die heeft daar later een boek van gemaakt.

'Wings' gaat nog een stap verder, het bestaat bijna helemaal uit interviewfragmenten en niet alleen van Paul, maar van iedereen die in het verhaal een rol speelt. De betrokkenen spreken je dus zelf toe. Van wanneer de fragmenten dateren staat er niet bij, maar het zal grotendeels uit de jaren '70 zijn, een groot deel van de geïnterviewden is immers ondertussen overleden. De delen van McCartney zelf lijken me recenter, net als de bijdragen van zijn kinderen en van Shean Ono Lennon, die spreekt namens zijn vader John en moeder Yoko.

In elk hoofdstuk wordt een album behandeld, eerst van Paul alleen, dan met de band Wings. Dat wordt aangevuld met lijstjes van de belangrijkste en populairste albums van het betreffende jaar en van de meest opvallende gebeurtenissen in de wereld (en daarbuiten want ook de maanlanding wordt vermeld). De samensteller, Ted Widmer, heeft wat verbindende teksten geschreven zodat er toch een logisch verhaal ontstaat.

Die aanpak geeft aanvankelijk een nogal verbrokkelde indruk, maar gaandeweg raak je er aan gewend. Het is in zekere zin een voordeel dat je het verhaal kunt lezen in de woorden van de muzikanten en aanhangers die het meegemaakt hebben. Ook persberichten en recensies worden geciteerd, dus een eenzijdig verhaal is het niet. 

Een nadeel is dat je hetzelfde voorval soms een paar keer achter elkaar krijgt voorgeschoteld, in de woorden van alle betrokkenen afzonderlijk. Het boek lijkt zo op het script van een documentaire, waarin je alle ooggetuigen pratend in beeld ziet.

De opzet van het boek buiten beschouwing gelaten is het een mooi verhaal, dat genoeg elementen bevat waar ik – net als ongetwijfeld menig andere muziekliefhebber – geen weet van had. De wat ouderen zullen wel een paar hits van Wings kennen, maar het duurde een paar jaar, een drietal albums en een paar redelijk chaotische tours, voor de band echt op poten stond.

Wie wil weten hoe dat precies ging moet het boek lezen en vooral de muziek beluisteren, bijvoorbeeld op YouTube. Er viel voor mij veel te ontdekken. 

Het boek verscheen in het Engels, als papieren boek, e-book en luisterboek. In het Nederlands is het als papieren boek en e-boek verkrijgbaar.

Ps: De Top 200.000 is een Facebookpagina met oude en nieuwe muziek, die inmiddels meer dan 42.000 liedjes bevat, vaak voorzien van commentaar en uitleg. In de afgelopen week plaatste ik er een reeks nummers van Paul McCartney & Wings. 

  

 
De Strip is gemaakt door de de Stripman zelf.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit stripverhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8  - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 en deel 15 van het vorige stripverhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.