Posts tonen met het label vakantieherinnering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakantieherinnering. Alle posts tonen

zondag 30 augustus 2026

Kastelengekte speelt weer even op


Een oude interesse
heeft niet veel nodig om weer opnieuw op te leven. Een flink deel van mijn jeugd was ik behoorlijk kastelengek. De Nederlandse, middeleeuwse kastelen wist ik allemaal te staan, een flink deel had ik bezocht, of op zijn minst van de buitenkant bekeken.

Op vakantie, meestal met de fiets, had ik een voorkeur voor een route langs versterkingen en burchten, met als hoogtepunt een fietstocht, van 3 weken, door het midden van Engeland en het noorden van Wales. Het is dus niet zo gek dat ik verheugd opveerde toen we, afgelopen week, een aflevering van de misdaadserie Death Valley aanzetten en die begon met beelden van een heel mooie kasteelruïne.

Na wat zoeken bleek het om Raglan Castle te gaan, in de serie heette het anders, maar het internet was behulpzaam. Een joekel van een kasteel is het, met een indrukwekkend poortgebouw, een enorme, vrijstaande hoofdtoren en nog een heel stel andere, vervallen, torens en bouwdelen. Het staat in het zuiden van Wales, dus niet op mijn route van lang geleden.

Je kunt tegenwoordig alles, over heel veel burchten en kastelen, vinden op het internet. In mijn jonge jaren was dat wel anders. Voor mijn tocht naar Engeland en Wales kopieerde ik halve boekwerken, uit de bibliotheek van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, waar ik toen werkte. En die kopieën gingen mee in de fietstas. Het internet stond, eind jaren '80, nog in de kinderschoenen en mobiele telefoons waren er nog nauwelijks.

Je kunt het je misschien niet voorstellen, maar ik ging, in mijn dooie eentje, drie weken fietsen en belde in die tijd niet één keer naar huis. Okee, ik had geen relatie, woonde alleen, maar het kwam ook niet in me op om naar mijn ouders te bellen, om te laten weten dat het goed met me ging. Ik stuurde wel kaartjes, maar vanuit Engeland deden die er tamelijk lang over om aan te komen.

Tegenwoordig wil toch iedereen voortdurend weten waar iedereen is. Toen dus niet. Ik was volledig afgesneden van familie, vrienden en kennissen. Maar ik had best veel leuke ontmoetingen onderweg. De Britten waren, 40 jaar geleden in ieder geval, een vriendelijk en behulpzaam volk. Ik kon nergens lang stil staan of er kwam wel iemand vragen of ze me ergens mee konden helpen.

Als je alleen en voor wat langere tijd onderweg bent, wordt het ook makkelijker om met wildvreemde mensen een praatje te maken. Op campings onderweg raakte ik aan de praat met een jong echtpaar, bij het washok, ik ging met twee Duitse jongens de kroeg in en dronk een fles wijn leeg met twee Engelse meisjes.

Die laatste twee ontmoette ik in het mooie kasteel van Conway. Ook dat is een ruïne. Het was al in de middeleeuwen bijna onmogelijk om kastelen in tiptop staat van onderhoud te houden en dat werd in latere tijden niet veel beter. Conway castle is een groot kasteel, waar geen dak of vloer meer intact is, maar je kunt er wel naar boven klimmen, via traptorentjes, om rond te wandelen op de weermuren.

Ik heb hoogtevrees, maar in dat soort gevallen wist ik dat aardig te overwinnen. Ik stond dus, bovenop die ruïne, van het uitzicht te genieten toen ik aangesproken werd door twee meisjes. Ze waren samen op vakantie en maakten, op schilderachtige plekken, foto's van elkaar. Maar aangezien de een, of de ander, telkens de camera vast moest houden hadden ze geen foto's waar ze samen opstonden.

Natuurlijk maakte ik die foto en bleef nog wat babbelen. Ze heetten Denise en Kay, lees ik in het reisdagboekje dat ik indertijd maakte, ze waren 19 jaar oud en kwamen uit een plaatsje vlak bij Manchester. Het bleek dat ze op dezelfde camping stonden als ik en later kwamen we elkaar daar weer tegen.

Ze vroegen of ik mee wilde naar de plaatselijk discotheek. Het waren leuke meiden, maar ik moest de volgende dag verder, ik zat al in de laatste dagen van mijn vakantie. Een late avond, met wie weet wat voor onvoorziene gevolgen, leek me niet verstandig.

Dus dronken we een flesje goedkope bubbelwijn leeg en gaf ik ze de eieren die ik eerder gekocht had, maar niet kon koken of bakken, omdat ik geen brandstof voor mijn kooktoestelletje meer had. Ze zeiden dat ik de eerste aardige persoon was die ze op hun vakantie tegen waren gekomen en achteraf heb ik me meermaals afgevraagd waarom ik toch zo verdomd verstandig was.

Het zal zo zijn geweest dat ik op dat moment meer geïnteresseerd was in kastelen dan in meisjes. Helemaal normaal klinkt dat niet...

Hoe dan ook. Na het zien van Raglan Castle, in die TV-serie, vroeg ik me af of er ook e-boeken zouden zijn over kastelen. Die zijn er best veel. Uiteindelijk belandde ik bij 'Castles of Ireland: Some Fortress Histories and Legends', uit 1904, geschreven door Constance Louisa Adams. Gratis te downloaden bij Project Gutenberg en ook online te lezen bij Archive.org.

Ik ben nooit in Ierland geweest, maar wat zou leuker zijn ? Lezen over kastelen die ik nooit gezien heb en waarschijnlijk ook nooit meer zal bezoeken ? Of lezen over plekken die ik wel ken ? We zullen het zien. 

  

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 en deel 13 van dit verhaal. 
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van het vorige verhaal. 
 

 

zondag 30 juli 2017

Een goede kop thee


De plaatselijke delicatessenwinkel heeft onlangs zijn deuren definitief gesloten. Het was een oud familiebedrijf, ooit een gewone kruidenier, waar mijn oma haar bakmeel, suiker, zeep en soda kocht, maar er was geen opvolger meer te vinden om de zaak voort te zetten.

Ik kwam er niet vaak. Eigenlijk het enige dat ik er wel eens kocht was thee. Dat kun je bij de supermarkt ook krijgen, maar die verkoopt vrijwel uitsluitend thee met toegevoegde, zoetige smaakjes. Gewone thee die alleen maar naar thee smaakt, dat willen de mensen niet meer.

Op zoek naar een goede kop thee, voel ik me bijna als de hoofdpersoon in het eerste seizoen van de TV-serie 'Death In Paradise'. Dat is een door en door Britse inspecteur, die naar een tropisch eiland gezonden wordt om een moord op te lossen. Puffend en zwetend, in zijn driedelig kostuum, loopt hij tussen de schaars geklede eilanders en toeristen, mopperend dat er nergens een behoorlijke kop thee te krijgen is.

Ik was ooit, meer dan 30 jaar geleden, in Engeland op vakantie en ik weet wat ze er toen onder een goede kop thee verstonden. Ik verbleef een nacht in een bed & breakfast in Harwich. Bij het ontbijt zette de eigenaar een klein theepotje voor me neer. Even laten staan, zei hij, dan omroeren, dan is het goed.

Ik keek na een paar minuten eens in het potje. Daar dreven vier theezakjes in, van een formaat dat ik nog nooit gezien had, zeker 6 bij 8 centimeter. Touwtjes om ze mee uit de thee te hijsen ontbraken. Ik begreep ineens waarom de Engelsen sloten melk en scheppen suiker in hun thee gooien.

Er zijn nog wel andere winkels, in ons dorp, die thee verkopen. Eén is van het soort waar je een enorm assortiment aan artikelen vindt. Van geurkaarsen, tot geborduurde kussens, tuinstoelen, lampenkappen en serviesgoed. Ze hebben een flinke stelling vol met pakjes theezakjes, in allerlei vrolijke kleuren.

Bij nadere inspectie blijkt er niet één alleen maar thee te bevatten. Overal is iets aan toegevoegd. Munt, kaneel, citroen, aardbei, banaan, meloen, je kunt het zo gek niet verzinnen...

Ze verkochten ook thee-eieren, van die metalen bolletjes, met gaatjes, waar je losse thee in kunt doen. Maar in het schap was geen losse thee te vinden, gek genoeg. Die bestelde ik uiteindelijk via internet. Twee pakjes van elk 50 gram. De prijs was heel redelijk, samen nog geen 5 euro. Daar kwam wel 4 euro verzendkosten bij. Je moet wat over hebben voor een goede kop thee... 



De Strip: De strip van deze week is gemaakt door de Stripman zelf . 

Klik hier voor deel 1 en deel 2 van dit verhaal. 

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 en deel 11 van het vorige verhaal. 

Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men



zondag 1 november 2015

Wij Nederlanders zijn een warm en gastvrij volk


Je zou het misschien niet zeggen als je de nieuwsberichten leest de laatste tijd. Als het over de komst van vluchtelingen gaat lijkt het alsof we helemaal niet gastvrij zijn. Voorlichtings-avonden worden gebruikt om gastvrije geluiden te overschreeuwen. Spandoeken, vuurwerkbommen, bedreigingen, er worden zelfs auto's in brand gestoken om voorstanders te intimideren en te terroriseren.

Dan lijken wij Nederlanders meer op dorpelingen die vreemdelingen met argwaan tegemoet treden. Want ze pikken onze huizen en banen is, onze dochters kunnen niet meer veilig over straat en het zijn allemaal terroristen.

Maar toch is dat een vals beeld. Ik denk aan de fietsvakanties die ik vroeger deed. Ik zag er nogal alternatief uit, lang haar, gescheurde boek, paarse trui. Dan kwam het wel eens voor dat ik ergens een dorpskroeg binnen stapte en dat de vaste klanten een beetje stuurs reageerden. Er werden wel eens opmerkingen gemaakt, het barpersoneel reageerde wat kortaf.

Als eenling vormde ik geen bedreiging, natuurlijk, maar wat als ik met een groep andere vreemde vogels binnen was gekomen en als één van ons iets lolligs had gezegd tegen een plaatselijke schone ?

Aan de andere kant is het ook herhaaldelijk voorgekomen dat ik – en mijn vrouw, of vrienden – onmiddellijk opgenomen werden in de kring. We kregen drankjes aangeboden er werden liederen gezongen, er werd gedanst. We moesten de volgende dag terugkomen, ,we werden op het ontbijt, of de lunch uitgenodigd door wildvreemden.

Eén keer ben ik met mijn vrouw, in alle vroegte, van een camping gevlucht omdat het ons teveel werd, al die onverwachte gastvrijheid. Na een dolle avond in de kantine konden we het even niet meer aan. We waren met vakantie omdat we rust aan ons hoofd wilden.

Okee, dat is dus allemaal een beetje extreem. Maar zo zijn wij Nederlanders, extremistisch. Je hoort er direct helemaal bij, of je wordt met pek en veren het dorp uitgejaagd.

En om nog wat tegenwicht te bieden aan de negatieve reacties op de komst van vluchtelingen: Ik hoorde dat er bij sommige opvangcentra een overschot aan vrijwilligers is. Er zijn wachtlijsten, zoveel hulp wordt er spontaan aangeboden.

En bij dat grote opvangkamp, in Nijmegen, worden allerlei leuke acties georganiseerd om vluchteling en dorpeling met elkaar in contact te brengen. Zo gaan Nijmeegse koks, samen met vluchtelingen uit het kamp, in een kerk in de stad, een exotische maaltijd bereiden.

Er zijn in korte tijd 800 boeken opgehaald, in het Arabisch, Engels en prentenboeken voor de kinderen. De kledingbank is overvol. Een Nijmeegse DJ nam zijn draaitafel mee naar het kamp en zette de jeugd aan het dansen. Enzovoort, enzovoort...

Want zo zijn wij, Nederlanders...


Al deze acties – en meer – zijn terug te vinden op de Facebook-pagina Welcome To Nijmegen



De Strip: De strip van deze week is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van dit verhaal.

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.

Klik op de strip voor een grotere weergave. 

Kijk voor voorafgaande episodes van de Stripmannen-saga naar het Strip Jaaroverzicht van 2015 en het Strip Jaaroverzicht van 2014 , of nog verder terug naar het Strip Jaaroverzicht van 2011  -  het Strip-overzicht van 2012 en het Strip-jaaroverzicht van 2013 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men





zondag 30 september 2012

Daar herinner ik me niets van. Of misschien toch...?



Ik droomde dat ik een pakje naar een andere stad moest brengen. Ik reed op mijn fiets, over een pad langs een kanaal. Er speelden kinderen in het gras. Even later reed ik een onbekende stad binnen. Ik zocht een rustig plekje om even te telefoneren, want ik wist het adres niet meer waar ik moest zijn. Uiteindelijk stopte ik bij een winkelcentrum, waar ik mijn fiets neerzette en in mijn tas zocht naar mijn telefoon.

Wonderlijk toch hoe je, terwijl je slaapt, hele landschappen en steden kunt verzinnen die je nog nooit eerder gezien hebt. De hierboven beschreven omgeving kwam me in ieder geval niet bekend voor. Hoewel ik het in mijn droom heel gedetailleerd zag, leek het niet op de plaatsen waar ik regelmatig kom, of waar ik in het verleden ooit geweest ben.

Maar misschien speelt ons brein hier wel een spelletje met ons. Het zou kunnen dat we in onze dromen uit herinneringen putten die, op andere momenten, onbereikbaar zijn. Er is tenslotte heel veel dat we wel gezien hebben, maar inmiddels vergeten zijn.

Neem nou dat reisverslag, uit 1987, waar ik onlangs een paar keer over schreef. Op internet heb ik een aantal plaatsen die ik beschreven heb opgezocht. Met Google Streetview heb ik in dorpjes rondgekeken en stukjes weg opnieuw, maar dan virtueel, 'gereden'.

Als ik van te voren aan een route dacht, of een plaats, of kasteel, dan kon ik doorgaans maar vage beelden oproepen. In werkelijkheid zag het er dan ook vaak heel anders uit. Het is wonderlijk hoe weinig ik me echt herinnerde.

Okee, er kan het een en ander veranderd zijn, in 25 jaar. Maar als ik de beelden bekijk van de Menai Bridge, bijvoorbeeld, waar ik volgens mijn verslag 2 keer overheen gefietst ben, herken ik er niets van. En het is toch een mooie 19e eeuwse hangbrug, met prachtige uitzichten over de bergen van Snowdonia en het eiland Anglesey.

Soms dacht ik ook dingen wel te herkennen, maar kwam ik er later achter dat ik me vergiste. Op de weg naar Caernarfon, bijvoorbeeld, zag ik met Streetview een lange, hoge muur langs de weg. O, ja, dacht ik, dat hoort bij een groot landhuis. Even verderop is een poort. Dat bleek te kloppen, maar deze klassiek vormgegeven doorgang, met een stenen leeuw erboven, herinnerde ik me dan weer niet.

In mijn aantekeningen staat dat ik een paar dagen later, aan de andere kant van Caernarfon, langs Gwrych Castle gereden ben. Een neogotisch bouwwerk waar '...ons Haarzuilens wel een paar keer in past...'.

Als ik dat opzoek blijkt ook daar een lange, hoge muur langs de weg te staan. En een poort ! Deze lijkt ook niet precies op wat ik me dacht te herinneren, maar komt toch meer in de buurt dan de vorige. En dat kasteel, dat je alleen van een flinke afstand kunt zien, is inderdaad enorm, terwijl dat vorige landhuis helemaal niet waarneembaar is, vanaf de doorgaande weg.

Na verloop van tijd duizelt het me. Al die wegen, dorpen en steden, rivieren en kanalen, waar ik langs gefietst ben. Ergens zitten ze in mijn hoofd en soms denk ik dat ik me er iets van herinner. Ook al blijkt die herinnering vaag en onbetrouwbaar. Dat is vast waar ik het in mijn dromen vandaan haal...

Zie ook op Wikipedia: Menai Bridge en Gwrych Castle 



De Strip: Deze aflevering van het Stripmannen-vervolgverhaal is weer gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 en deel 7 van dit hoofdstuk.

Klik op de strip voor een grotere weergave. Ga voor eerdere hoofdstukken naar het Strip Jaaroverzicht van 2011  en  het Strip-overzicht van dit jaar

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men

woensdag 26 september 2012

Llyn Celyn – Of nog een vergissing in mijn reisverslag



Het is ontzettend leuk, zo'n reisverslag van 25 jaar geleden. Zorgeloos genieten en mijmeren, zou je zeggen. Maar ik kan het niet laten om uit te zoeken hoe ik toen precies gereden ben. En daarbij kom ik af en toe vreemde vergissingen tegen.



In het schrift is, links op de foto, een ansichtkaart geplakt van de Hirnant Pass, met de opmerking erbij dat ik twee maal over deze mooie weg gefietst zou zijn.

Bij nader inzien is dat een vergissing. Ik stond een paar dagen op een camping, aan het meer van Bala, In Noord-Wales. Vandaar ben ik naar Harlech Castle gereden (te zien op de andere ansichtkaart) en later richting Caernarfon. Langs die Hirnant Pass en het stuwmeer Llyn Vyrnwy zou een enorm eind om zijn.

In mijn verhaal schrijf ik over de weg van Bala naar Ffestiniog die '… klimt tot een hoogte van 450 meter. Langs het hoogst gelegen benzinestation van Wales, naar een van de mooiste uitzichten die ik tot nu toe genoten heb.'

Als ik met streetview ga kijken bij dat eerste stuwmeer, dan herken ik niets van de toch opvallende stuwdam. Terwijl het benzinestation en ook het uitzicht iets verderop, precies aansluit bij mijn beschrijving, alleen ligt dat aan een heel andere weg.

Op internet vind ik dat benzinestation, bij de kruising van de B4391 en de B4407, hoewel inmiddels de pompen zijn verdwenen en het kleine witte huisje in gebruik is als café. Die B4391 vertrekt uit Bala, naar het noorden en komt langs een ander stuwmeer, het Llyn Celyn.

Het landschap daar lijkt als twee druppels water op dat van de ansichtkaart, dus wat dat betreft is het geen vreemde vergissing. Aan de andere kant moet ik indertijd mijn wegenkaart op z'n kop hebben gehouden, want de weg die ik dacht te hebben genomen gaat naar het zuiden...

De aanleg van het stuwmeer van Llyn Celyn, in de jaren '60, heeft een controverse veroorzaakt die 40 jaar later nog na sudderde. In het dal dat ervoor onder water werd gezet lag namelijk het dorpje Capel Celyn, volgens Wikipedia een bolwerk van Welshe cultuur en taal.

De bevolking was tegen de verdwijning van het dorp. In het Britse parlement, dat over de aanleg van de dam moest stemmen, waren ook alle afgevaardigden uit Wales tegen het plan. Maar het werd toch doorgezet, omdat de Engelsen de watertoevoer voor de stad Liverpool wilden verzekeren.

Er waren protestacties en de nationalistische partij van Wales won flink wat stemmen in de daarop volgende verkiezingen. Maar toen was het kwaad al geschied. Uiteindelijk heeft het gemeentebestuur van Liverpool, in 2005, excuses aangeboden voor de gang van zaken. Zie op Wikipedia: LlynCelyn 

Wat niet wegneemt dat het een wonderschoon landschap is. Ik beschreef het zo:
'Van een hoogte van 300 meter kijk je op de woest stromende Afon Cynfal, gevoed door allerlei watervallende en stroomversnellende beekjes. Op vlakke stukjes grazen schapen en paarden, terwijl boven de dennenbossen, wat verder naar het dal van Ffestiniog, een buizerd zijn rondjes draait.' 

- Kastelen in Wales – Bescherming en overheersing

zondag 23 september 2012

Kastelen in Wales – Bescherming en overheersing



Vanaf de oudheid tot in de huidige tijd hebben machthebbers gebruik gemaakt van indrukwekkende architectuur, om hun status te benadrukken. Van Farao's tot groot-industriëlen, van koningen tot kerkleiders. Het is dus niet vreemd dat de belangrijkste overblijfselen uit de middeleeuwen de kerken en kastelen zijn, de zetels van geestelijke- en wereldlijke macht.

Erg kerkelijk ben ik nooit geweest, maar van jongs af aan was ik wel gefascineerd door kastelen. Mijn eerste grote fietstocht was naar het Muiderslot en later plande ik de langste fietsvakantie die ik ondernam, naar de kastelen van koning Edward I, in Noord-Wales.

Een kasteel of burcht werd gebouwd om een landstreek te beschermen. De omwonenden konden zich er terug trekken in tijden van gevaar. Maar vanuit een versterking kon je ook de omgeving overheersen en terroriseren. In veel gevallen zal beide zijn gebeurd. Je kon bescherming krijgen, maar tegen een prijs. Een soort middeleeuwse maffia.

Koning Edward, die regeerde van 1272 tot 1307, bouwde kastelen in Wales om het land aan zich te onderwerpen. In korte tijd liet hij een reeks nieuwe burchten bouwen, de belangrijkste in Caernarfon, Conwy, Harlech en Beaumaris, met versterkte stadjes erbij. Die bevolkte hij met Engelse immigranten.

De Welshmen, die er van oorsprong woonden, kregen maar zeer beperkt toegang en werden zo, ook op economisch gebied, aan banden gelegd. Erg blij waren ze daar niet mee en dus kwamen ze een aantal malen in opstand. Zonder succes. Uiteindelijk leidden Edwards inspanningen en die van zijn opvolgers, er toe dat Wales definitief opgenomen werd in het Verenigd Koninkrijk.

Een dergelijke militaire bouwcampagne is natuurlijk enorm kostbaar. In 20 jaar tijd begon Edward aan de bouw van 10 kastelen. Het bracht hem in financiële problemen en voor zijn nazaten bleek het onmogelijk om al die bouwwerken in goede conditie te houden.

Hoe ingenieus de versterkingen indertijd ook gebouwd zijn, onder leiding van meester-metselaar James of St George, na verloop tijd verloren ze hun militaire waarde. De kanonnen werden steeds groter, dat vergde heel andere beschermingsmaatregelen en de bedreigingen kwamen niet langer van oproerige inlanders.

Het gevolg is dat de kastelen er nu als ruïnes bij staan. Het kasteel van Beaumaris, op het eiland Anglesey, is zelfs nooit helemaal afgebouwd. Maar desondanks is het bijzonder indrukwekkend. In mijn reisverslag uit 1987 noem ik het een sprookje:

'Met een dubbele rij torens en weermuren, met daarin uitgespaarde gangen en twee gigantische poortgebouwen. De bovenste weergang is een leuke voor mensen met hoogtevrees. Zo'n 2 meter breed en (bij een restauratie) in de vorige eeuw geplaveid met grote kiezelstenen. Aan weerskanten is een richeltje van 10 tot 50 cm hoog. Alleen langs de smalste stukken staan hekken. Ik heb verscheidene mensen ontmoet die helemaal niet naar boven durfden. Ik hield me groot en wandelde kalm rond de transen, alsof ik geen 20 meter boven de grond liep...'

Er werd 35 jaar aan het kasteel gewerkt, op een zeker moment met meer dan 3000 man tegelijk. Een versterkte haven werd aangelegd zodat Beaumaris direct vanuit zee kon worden bevoorraad. De inheemse nederzetting Llanfaes werd zelfs een aantal kilometers verplaatst, om ruimte te maken voor de nieuwbouw.

Hoewel het kasteel nooit helemaal is voltooid moet het indertijd bijna onneembaar zijn geweest. Door zijn imposante omvang was het voor de omgeving een niet mis te verstaan teken van macht. Het is gebouwd om te overheersen, maar gezien alle verdedigingsmaatregelen waren de overheersers ook erg bezorgd over hun eigen veiligheid.

Zo geeft een kasteel toch een dubbele boodschap: Kijk eens hoe machtig ik ben, maar ook hoe de machthebber angstvallig achter dikke muren zit. Agressief en bang...

Veel informatie over de kastelen in Wales is te vinden op www.castlewales.com

De genoemde kastelen zijn ook terug te vinden op Wikipedia: Beaumaris – Caernarfon  – Conwy en Harlech

De vier kastelen en stadjes samen zijn opgenomen in de werelderfgoedlijst van Unesco


De Strip: Deze aflevering van het Stripmannen-vervolgverhaal is weer gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van dit hoofdstuk.

Klik op de strip voor een grotere weergave. Ga voor eerdere hoofdstukken naar het Strip Jaaroverzicht van 2011  en  het Strip-overzicht van dit jaar

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men


donderdag 20 september 2012

Van oud papier naar digitale techniek



Wees maar niet bang, ik ga niet het hele reisverslag van mijn fietsvakantie uit 1987 op het blog zetten. Maar ik heb er afgelopen zondag uit geciteerd en ik ga dat eerdaags waarschijnlijk nog wel eens doen. Dus is het misschien ook wel leuk om te laten zien hoe het er uit ziet.

Een ouderwets schrift is het, met harde kaft. Op de omslag wat stickers die ik onderweg oppikte en een plakplaatje uit de Sunday Times. Een cricketspeler van lang geleden. Niet dat ik verstand heb van cricket, maar indertijd vond ik dat grappig.

Aan de binnenkant uiteraard een verhaal voor bijna elke dag van de reis, tickets, bonnetjes en ansichtkaarten. Een fototoestel had ik niet mee. Wel een pakje blanco correspondentiekaarten, potlood en een fineliner. De tekeningen die ik daarmee maakte stuurde ik naar familie en vrienden. Ik heb er zelf niet één meer.

Maar dankzij het internet kan ik nu opzoeken waar ik geweest ben. En ik heb de afgelopen dagen heel wat lol gehad met Google Maps en Streetview. Je zou kunnen zeggen dat ik vanaf de bank een deel van mijn vakantie opnieuw gedaan heb. De campings waar ik heb overnacht, de pub waar ik mijn eerste Engelse biertje dronk en natuurlijk de kastelen en andere bezienswaardigheden.

Niet dat ik alles weer herken, daarvoor is het toch te lang geleden, maar met behulp van mijn reisverslag kom ik toch een heel eind. Soms kan ik ook constateren dat dingen veranderd zijn. De Village Store van het dorpje Monyash is bijvorbeeld gesloten en vlak naast Flint Castle, in Noord-Wales, is een nieuw bedrijventerrein aangelegd.

Een heel enkele keer moet ik tot de conclusie komen dat ik, 25 jaar geleden, naar de verkeerde plek ben gereden, of de verkeerde steenhoop heb bekeken. In mijn verslag beschrijf ik bijvoorbeeld een zoektocht naar de Nine Ladies Stone Circle, een prehistorisch monument, op een heuvel in het Peak District.

'Prachtig uitzicht daarboven en een heel stel grote stenen in een onoverzichtelijke opstelling,' schreef ik. Maar op internet zie ik dat het juist tamelijk bescheiden steentjes zijn, die keurig in een kringetje staan. Ter verdediging kan ik aanvoeren dat er in die buurt meerdere overblijfselen uit de oudheid zijn. Een vergissing is snel gemaakt.

Bij de grotere bouwwerken was het makkelijker, daar stonden ook toen al bordjes bij. Maar daarover later meer...

zondag 16 september 2012

Kastelen, een koning en kamperen



Aanvankelijk was ik van plan om iets te schrijven over mijn jeugdliefde voor kastelen. Die bereikte een hoogtepunt toen ik in 1987 op fietsvakantie ging in Engeland en Wales. Daar wilde ik de kastelen bekijken die Edward I had laten bouwen om de Welshmen er onder te houden. Ik geloof niet dat ik me toen erg verdiept had in het leven van die middeleeuwse koning, maar nu lijkt het me wel leuk om daar iets meer over te weten te komen.

Bij Wikipedia is zijn levensverhaal uitgebreid te lezen, hier even in het kort: Edward werd geboren in 1239 en stierf in 1307. In de tussentijd ging hij op kruistocht, trouwde 2 keer, verwekte minstens 17 kinderen, veroverde Wales en versloeg de Schotten.

Hij wordt over het algemeen beschouwd als een succesvolle vorst, die in zijn tijd gerespecteerd en gevreesd werd. Hij voerde belangrijke veranderingen door in de rechtspraak, het belastingstelsel en het parlementaire systeem en behaalde de nodige overwinningen op het slagveld.

Maar hij had ook voortdurend financiële problemen en trad bruut op tegen de Joden, die in het bankwezen belangrijke posities innamen. In 1290 besloot hij uiteindelijk alle Joden uit Engeland te zetten en al hun bezittingen in beslag te nemen. Andere Europese vorsten waren hem daar overigens in voorgegaan.

Een interessant en roerig leven dus, dat tot op de dag van vandaag gevolgen heeft. Bijvoorbeeld, dat de Engelse kroonprins nog steeds tot Prince of Wales wordt gekroond, in het kasteel dat Edward bouwde in Caernarfon.

Ik pakte het schrift erbij, waarin ik indertijd het verslag van mijn fietstocht naar Edwards kastelen heb opgeschreven. Al snel zat ik me te verbazen over de energie die ik toen aan de dag legde. Dagtochten van 70 tot 100 kilometer, tegen de wind in, met volle fietstassen. Daarna een camping zoeken, tent opzetten, boodschappen doen, eten koken, afwassen. En de volgende dag meteen weer op pad.

Alleen de boottocht al, een bijna doorwaakte nacht op de pont, in een 'reclining chair', na een uur of 6 fietsen door de regen. Tegenwoordig zou ik daar een week van uit moeten rusten ! Aan de ene kant is het jammer dat mijn lichamelijke toestand zulke inspanningen niet meer toe laat. Aan de andere kant is het mooi dat ik het toen toch maar gedaan heb. Er zijn genoeg mensen die dat soort dingen uitstellen tot na hun pensioen.

Het is ook maar goed dat ik er zo'n uitgebreid verslag van geschreven heb. Want mijn herinneringen zijn, 25 jaar later, toch wel erg vervaagd. Zo duurde het geruime tijd voor ik enig beeld op kon roepen van de tweede camping waar ik verbleef. Volgens mijn notities was het erg mooi gelegen, het Greenhills Caravan Park in Bakewell, in het Peakdistrict.

'Tussen de heuvels, met naar drie kanten prachtige vergezichten over door lage muurtjes uit elkaar gehouden weiden en velden. Een groepje boerderijen, aan één kant in de diepte, en hier en daar wat bos.'

Op internet heb ik wel eens gezocht naar plaatjes van een prehistorische steencirkel die ik, vlakbij Bakewell, bezocht. Wat ik vond leek niet veel op wat ik me meende te herinneren.

In mijn verslag noem ik ook Haddon Hall, een kasteel-achtig landhuis dat niet ver van die steencirkel staat. Als ik dat opzoek vraag ik me af waarom ik daar indertijd zo achteloos langs gefietst ben. Wat een indrukwekkend bouwwerk !

Maar goed, ik was een rare snijboon. Een beetje in je eentje naar Wales fietsen om naar middeleeuwse kastelen te gaan kijken... Over die kastelen hebben we het ondertussen nog helemaal niet gehad. Dat moet dan maar een volgende keer.




De Strip: Deze aflevering van het Stripmannen-vervolgverhaal is weer gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van dit hoofdstuk.


Klik op de strip voor een grotere weergave. Ga voor eerdere hoofdstukken naar het Strip Jaaroverzicht van 2011  en  het Strip-overzicht van dit jaar

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men

donderdag 24 maart 2011

Over Rodenbach en de Oude Geuze van Boon

Nog een bierverhaal uit het Stripblog-archief. Dit heeft in mei 2010 op het Volkskrantblog gestaan...


We gaan het eens over zuur bier hebben. Nee, niet Suurbier, de oude rechtsachter van Ajax en het Nederlands elftal, maar bier dat zuur smaakt. Dat zal vreemd klinken voor mensen die bier alleen kennen als het, licht bittere, helder gele, bruisende vocht, dat in Nederland uit de doorsnee biertap komt.

Dat is pils en dat heeft weinig smaak, maar als je je over dat nadeel heen zet kun je er toch flink dronken van worden. Pils moet je niet drinken als het zuur is geworden, dan is het bedorven. Maar er zijn biersoorten waar met opzet een zure smaak aan gegeven wordt.

In de Belgische tv-serie Tournée Générale (zie dit blog), waarin een rondreis langs allerlei heerlijke bieren wordt gemaakt, vertelt men dat ten westen van de Schelde minder hop bij het bier wordt gedaan. Hop zorgt voor een bittere smaak en is een natuurlijk conserveermiddel. Om het bier zonder hop toch houdbaar te maken wordt ouder, verzuurd bier toegevoegd.

Een paar weken geleden kreeg ik een mail van collega-blogger Martin Broek. Hij was van plan een fietstocht te maken en zou daarbij door Soest rijden, dus als ik het leuk vond kwam hij even langs. Omdat ik als eens iets over bier geschreven had stelde hij voor om een paar speciale biertjes mee te brengen.

Ontzettend aardig, natuurlijk. Op de vraag welk bier ik lekker vond was Rodenbach het eerste dat me te binnen schoot. Aan dat bier zit een vakantieherinnering vast.

Lang geleden fietste ik met mijn broer en een gezamenlijke vriend door de Belgische Ardennen. De cafés en restaurants waar we stopten hadden allerlei onbekende bieren op de kaart staan en telkens probeerden we iets anders.

Bestoft en verwaaid, van een hele dag fietsen, kwamen we aan in het plaatsje Poupehan en besloten iets te gaan eten in een restaurant. Het personeel bestond uit een moeder en dochter. Het meisje vond ons er erg komisch uitzien, met onze lange haren, woeste baarden en gescheurde spijkerbroeken, en terwijl haar moeder ons met professionele gelijkmoedigheid bediende, kon zij haar lachen maar met moeite onderdrukken.

Toen we ook nog 'trois Rodenbach' bestelden schoot ze gierend van de lach de keuken in. Wij snapten er niets van, maar het bier dat ze daarop bracht was wel bijzonder lekker. Roodbruin van kleur en zacht, zoetzuur en fruitig van smaak. Zeer verfrissend.

Rodenbach bier, uit het Belgische Roeselare, laat men rijpen in enorme, rechtopstaande, eikenhouten vaten, de zogenaamde foeders. Voor het bottelen wordt jong bier vermengd met ouder, verzuurd, bier.

Martin bracht er maar liefst drie verschillende varianten van mee. Het gewone Rodenbach, de Grand Cru en de Vin de Céréale. De laatste is 100%, 3 jaar lang gerijpt bier uit één speciaal vat. Het bevat weinig koolzuur, 10% alcohol en is behoorlijk zuur van smaak. Niet echt om dagelijks te drinken.

Nee, geef mij dan maar de Rodenbach Grand Cru. Voor 2/3 bier dat twee jaar op vat gerijpt heeft, gemengd met 1/3 jong bier. Heerlijke, volle smaak. Met inderdaad zure componenten, maar ook iets zoet en moutigs.

Martin had ook een flesje Oude Geuze van Boon bij zich. Zijn favoriete bier. Ook een heerlijk, fris, zuur bier, met een heel speciale brouwwijze. Het geheim zit hem hier in de gisting die spontaan ontstaat, door het brouwsel in een open bak te laten staan.
 
Ook Geuze wordt op eiken vaten gelagerd en er worden, voor het bottelen in kleine champagneflessen, bieren van verschillende jaargangen met elkaar vermengd. Het bier is daarna zeer lang houdbaar. Wel 20 jaar, als je zo lang kunt wachten.

Zowel Rodenbach als Boon maken heden ten dage deel uit van het Palm-concern. Uitgebreide informatie over beide bieren is te vinden op deze website. 

Op de website van de Vlaamse zender Canvas is een fragment te zien over de brouwerij van Rodenbach.

Foto's: De Stripman. Helaas had ik niet voor elk bier het juiste glas...