Posts tonen met het label live concert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label live concert. Alle posts tonen

zondag 12 juli 2026

Verdronken vlinder


En zo
zijn we weer een, tamelijk koele, week verder. Onze mooie, nieuwe, grote torenventilator staat zich een beetje te vervelen, in een hoek van de slaapkamer. Het is zeker niet koud in huis, maar als je bij 25 graden al alles laat draaien en blazen, wat doe je dan als het echt warm wordt ?

Het warme weer komt er wel aan, is ons beloofd, maar niet zo hels als in andere delen van Europa. Gelukkig maar. Dit weekend zouden de temperaturen de 30 graden kunnen bereiken. Maar veel warmer gaat het waarschijnlijk, voorlopig, niet worden. Ik hou een slag om de arm, net als de voorspellingen dat doen.

Ondertussen zijn er nieuwe blaadjes verschenen, aan de stek van de Schefflera, de grote kamerplant waar ik eerder over schreef. Niet aan het uiteinde van de stengel, waar ik ze verwachtte, maar wat lager, in de oksels van oudere bladeren. Als dat het begin is van zijtakken dan zou dat mooi zijn. Een vertakte plant is leuker dan één zo'n lange stengel.

En terwijl al die spannende ontwikkelingen gaande waren konden we, 's avonds, luisteren naar de concerten in de voortuin van Paleis Soestdijk. Ik had de indruk dat het geluid wat zachter was dan de voorgaande jaren, maar dat kan ook zijn doordat we niet in de woonkamer zaten, bij de open balkondeur, maar in ons kleine TV-kamertje.

De programmeurs van Royal Park Live, zoals de concertenreeks genoemd wordt, mikken duidelijk op een wat ouder publiek. Of in ieder geval op oudere artiesten. Het geheel ging van start met een optreden van Level 42, met in het voorprogramma Matt Bianco. Namen die in de jaren '80 heel bekend waren, maar de jongere muziekliefhebbers niet veel zullen zeggen.

Het tweede concert was van de Nederlandse groep BLØF, die zijn eerste hits had aan het eind van de jaren '90. Daarna kwam het serieuze werk: Herman van Veen (81 jaar), Van Morrison (80 jaar) en Tom Jones (net 86 geworden). Zij traden aan op zaterdag, zondag en maandag. Met name Herman van Veen deed dat heel stilletjes. Van de andere twee konden we nog wel een enkel liedje herkennen.

Op dinsdag was er even pauze, waarna de reeks verder ging met een jong piepkuiken: Xavier Rudd, een Australische singer-songwriter van nog maar 48 lentes. Maar, geen paniek, mensen, het volgende optreden was voor Nile Rodgers, koning van de disco, met zijn band Chic. Nile wordt dit jaar 74 en had eind jaren '70 een paar wereldhits.

Op vrijdag hoorden we vage klanken van de Nederlandse band Racoon, die werd opgericht in 1997 en aan het begin van de eeuw zijn grootste successen had. Maar daarna wordt het programma dan toch iets actueler.

De laatste drie concerten zijn voor James Arthur (een Britse zanger die in 2012 een talentenjacht op TV won), Yves Berendse (een Nederlandstalige zanger en nog pas 32 jaar oud) en Suzan & Freek (een duo dat iedereen wel zal kennen, maar waarschijnlijk vooral vanwege hun persoonlijke wel en wee. Hun huwelijk, de ziekte van Freek, de geboorte van hun kind enz.)

In de Soester Courant zagen we foto's van volle tribunes en ook aan het gejuich, tussen de nummers door, konden we afleiden dat de optredens in een prima sfeer verliepen. Ik wil er ook absoluut niet over klagen. Okee, het was wat drukker in de straat, maar verder geen probleem.

Vanochtend moest ik wel terugdenken aan een andere oude artiest en een lied van lang geleden. In het drinkbakje van de vogels, op het balkon, dreef een kleine witte nachtvlinder. Redding kwam te laat. Boudewijn de Groot (dit jaar 82 geworden) zong er al in 1966 een liedje over, 'Verdronken Vlinder'. Het verscheen eerst als B-kantje van de single 'Onder Ons' (waar ik dan weer geen enkele herinnering aan heb), later nog eens als A-kant en ook op het album 'Voor de Overlevenden'.

'Zo te sterven op het water, met je vleugels van papier...'. Een tekst van Lennaert Nijgh, uiteraard.


Maar ik heb niet langer hinder

Van jaloersheid op een vlinder

Want ook vlinders moeten sterven

Laat ik niet mijn vreugd bederven


Ik kan zonder vliegen leven,

Wat zal ik nog langer geven,

Om een vlinder die verdronken is in mij ? (mei ?) 

Om te leven hoef ik echt geen vlinder meer te zijn.


Het eerste stuk wist ik uit mijn hoofd, het tweede heb ik, voor de zekerheid, even opgezocht. Mooi lied ! Al moet je tegenwoordig blij zijn als je af en toe een vlinder ziet en is zo'n dode vlinder toch jammer. Maar laat ik niet jullie zondag bederven...

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van dit verhaal. 
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van het vorige verhaal. 
 

 

zondag 20 oktober 2024

De simpele liedjes van Creedence Clearwater Revival


Ik mopper wel eens
op de popmuziek van tegenwoordig, dat het allemaal zo suf en simpel is, maar ik moet toegeven, ook in de jaren '60 waren er hits die uitblonken door eenvoud.

Afgelopen week zond NPO2-extra – een digitale zender, die wij kunnen zien dankzij onze glasvezelverbinding – de film 'Creedence Clearwater Revival – Travelin' Band' uit. Een documentaire uit 2022, die omschreven wordt als:

'Een film die het concert van Creedence Clearwater Revival in de Royal Albert Hall te Londen vastlegt tijdens hun Europese tournee in 1970. Verteld door Jeff Bridges.'

Nou ben ik best een fan van Creedence Clearwater Revival en hun zanger-gitarist John Fogerty en ook van acteur-zanger Jeff Bridges trouwens, maar die leende alleen zijn stem aan de film. Hij vertelt als inleiding over het ontstaan van de band. De leden, naast John ook zijn broer Tom Fogerty, bassist Stu Cook en drummer Doug Clifford, kenden elkaar uit hun schooltijd.

Aan het eind van de jaren '50 maakten ze hun eerste opnamen als begeleiders van Tom. Ze noemden zich aanvankelijk The Blue Velvets, daar maakte hun platenmaatschappij 'The Golliwogs' van toen ze, in 1964, hun eerste contract tekenden. John had inmiddels de leadzang van broer Tom overgenomen.

In 1966, de Vietnam-oorlog was inmiddels gaande, werd John opgeroepen voor dienst. Ook drummer Doug kreeg een oproep, maar ze werden geen van beiden naar het front gezonden. Na hun diensttijd kregen ze van hun platenbaas het aanbod om een album op te nemen. Ze grepen de gelegenheid aan om een nieuwe bandnaam te bedenken. Ze hadden een hekel aan 'The Golliwogs', afgeleid van de naam van een karikatuur van een zwarte man, gebruikt in 19e eeuwse kinderboeken.

Hun nieuwe naam was een combinatie van de naam van een kennis, Credence, een reclame voor bier waarin de term 'clear water' voorkwam en de behoefte om een nieuwe start te maken, een 'revival'. Het duurde tot 1968 voor hun eerste single, een cover van het rock-a-billy liedje 'Suzy Q', een hitje werd. Daarna ging het snel.

Ze scoorden van 1969 tot '71, een reeks van 9 top-10 hits in de Amerikaanse hitparade en maakten 5 albums die de top-10 van de albumlijst haalden. Daarnaast toerden ze door de VS en Europa en speelden ze op het legendarische Woodstock festival. Opnamen daarvan kwamen niet in de film, of op het live-album, terecht omdat John vond dat het een middelmatig optreden was.

Op het toppunt van hun succes kwamen ze naar Londen, voor dat concert in de deftige Royal Albert Hall, waar het in de documentaire om draait. In de film zijn ook interviews uit die tijd opgenomen, waarin de bandleden praten over hun muziek en leven. Maar het grootste deel wordt ingenomen door het concert zelf.

Daarbij vallen een paar dingen op, voor wie wel eens een recent popconcert heeft gezien. Ten eerste is het podium vrij klein, de bandleden hebben net genoeg plaats voor hun instrumenten en versterkers. Er is geen lichtshow en er zijn geen grote schermen waar iets op geprojecteerd kan worden. Er zijn geen blazers, geen zangeressen, geen gastmuzikanten. Alleen 4 jongens die hun hits staan te spelen. Het zou een optreden in een buurthuis kunnen zijn, van een plaatselijk bandje.

Verder viel mij op wat een supersimpele liedjes er voorbij kwamen. 'Proud Mary',  een van hun grootste hits, heeft een leuke instrumentale 'hook' tussen de coupletten, maar ook lange stukken waarin maar 1 akkoord wordt gespeeld.

Dat geldt in nog sterkere mate voor een liedje als 'Born On The Bayou', waar zelfs geen leuk tussenstukje in zit en helemaal voor de uitsmijter van de avond, 'Keep On Chooglin''. Dat laatste nummer, waarbij het de band uiteindelijk lukt om het nogal tamme publiek aan het dansen te krijgen, bestaat helemaal uit slechts 1 akkoord.

Nou is het best een kunst, om van een nummer met maar 1 akkoord, toch iets interessants te maken maar John Fogerty en zijn vrienden konden dat. Ze kregen, na hun concert in Londen, een ovationeel applaus dat een kwartier aanhield, vertelt Jeff Bridges in de film. Misschien was er, na de complexe muziek die The Beatles uitbrachten (die waren in 1970 net uit elkaar gedaan), ook wel behoefte aan iets eenvoudigers en voorzag C.C.R. in een sluimerende vraag.

Hoe dan ook, de voorspoed zou niet lang meer duren. John Fogerty was de grote man achter het succes van de groep. Hij schreef de liedjes en zong ze de hitparade in. De andere leden waren daar aan de ene kant best blij mee, maar begonnen na verloop van tijd ook wat te morren. Broer Tom had geen zin in ruzie en vertrok, maar bassist Stu en drummer Doug eisten meer inbreng.

Uiteindelijk namen ze in 1972 een album op, 'Mardi Gras', waarop de overgebleven 3 bandleden ieder een deel van de liedjes zong en schreef. Het was geen doorslaand succes. Bovendien kwam John er achter dat de platenmaatschappij hem een contract had laten tekenen, waarmee hij de rechten van zijn liedjes uit handen had gegeven.

De band ging met ruzie uit elkaar. John begon een rechtszaak tegen de platenmaatschappij en het kwam allemaal nooit meer goed. Nou ja, John had nog best succes als solo-artiest en Stu en Cook traden nog lange tijd op als Creedence Clearwater Revisited. Broer Tom overleed tamelijk jong. De andere 3 leven nog en zijn nu bijna 80 jaar oud, de kans dat ze ooit nog samen muziek gaan maken is miniem.

De documentaire 'Creedence Clearwater Revival – Travelin' Band' is voor de digitale TV-kijkers nog terug te zien en dat zou ook online moeten kunnen, via de website van de NPO. Anders zijn er op YouTube clips te vinden van het live-optreden in Londen en ook van Woodstock.

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 - deel 16 en deel 17 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 26 juni 2022

De oude Paul was nog best in vorm


Sorry,
als ik een beetje trager ben dan anders, maar ik ben nog aan het bijkomen van het concert dat Paul McCartney gisteren gaf op het popfestival van Glastonbury. Ik had het niet verwacht, van de oude Beatle, maar het was leuk en – bij vlagen – ontroerend en vrolijkmakend.

Hoopgevend ook, voor de oudere popliefhebber, om te zien hoe hij, met liedjes van soms meer dan 50 jaar oud, een jong festivalpubliek geboeid en enthousiast wist te maken en te houden. Eigenlijk overtrof het mijn verwachtingen. Op een enkel klein puntje na dan.

Ik viel er een beetje per ongeluk in, gisteravond. Ik wist dat McCartney op zou treden, maar dacht dat dat vandaag pas zou zijn. Om een uur of half elf, ik lag al op bed, zette ik toch de TV nog even aan en bleef hangen, bij Glastonbury, omdat ze het optreden lieten zijn van Noel Gallagher, voormalig voorman van de Britse band Oasis.

Noel is, voor mensen die opgroeiden in de jaren '90, net zoiets als Paul voor de muziekliefhebbers van mijn generatie. Oasis werd in hun tijd ook wel vergeleken met The Beatles, al hebben ze niet zo'n enorme invloed gehad en ook lang niet zoveel wereldhits gescoord.

Hoe dan ook, Gallagher was best leuk en omdat daarna het optreden van Paul werd aangekondigd, hielden we de ogen en oren nog even open. En we werden niet teleurgesteld. McCartney is pas 80 jaar oud geworden en is daarmee de oudste artiest die ooit de hoofdact mocht zijn op het festival. Maar een tamme show werd het niet.

Ik zag nog niet zolang geleden een recent optreden van hem dat opgenomen was in de Cavern Club, in Liverpool. Dat was, aan het begin van de jaren '60, de club waar The Beatles regelmatig live speelden en waar hun populariteit begon. De huidige Cavern is niet meer gevestigd in dezelfde kelder als toen, maar fans proberen er toch nog steeds de sfeer op te snuiven van die beginjaren.

Paul speelde er met dezelfde band als op Glastonbury. Allemaal mannen die een stuk jonger zijn dan hijzelf, maar goede muzikanten die zich soepel door zijn enorme repertoire bewegen. Dat bestaat uit oude Beatle-hits, successen die hij met zijn latere band Wings had – zoals het James Bond nummer 'Live And Let Die' – en nog latere solonummers.

Het is niet allemaal even baanbrekend en je kunt natuurlijk wel zien en horen dat Paul geen 20 meer is. Zijn stem fladdert een beetje, hoewel hij geen problemen heeft met de hoge noten en ook niet met stevig rockende liedjes. Op Glastonbury oogde en klonk hij alleen bij de klassieker 'Blackbird' een beetje breekbaar. Dat speelde hij dan ook helemaal solo, met alleen een akoestische gitaar, dan valt er niet veel te verbergen.

Een voordeel is dat Paul het nooit van de show heeft moeten hebben. Geen molenwiekende armen, of uitzinnige kostuums. Hij trok na een paar liedjes zijn jasje uit en zei daarbij dat dat de enige kostuumwisseling van de avond was. Verder stond hij er, ruim twee uur lang, gewoon in een wit overhemd en een zwart vestje.

Hij zat ook af en toe, achter de piano, wat misschien wel goed was voor de stramme benen. Maar waar andere oude popsterren nog wel eens potsierlijk overkomen, door zich net zo te blijven aanstellen als vroeger, bleef Paul gewoon zichzelf. En dat was overtuigend genoeg.

Geen enorme decorstukken, of andere opvallende aankleding op het podium, maar wel fraaie beelden, die geprojecteerd werden op de grote schermen achter en naast de band. Soms filmpjes die speciaal voor een lied gemaakt waren, of oude beelden van Paul met The Beatles, soms ook alleen maar lichteffecten.

In de eerste helft van zijn optreden waren er momenten dat het even wat minder boeide. Vooral bij de recentere liedjes. Maar het is begrijpelijk dat hij er geen avond met alleen maar grote hits van wilde maken. Die kwamen er toch nog voldoende voorbij. Tot genoegen van het publiek.

Indrukwekkend was het eerbetoon dat hij bracht aan de twee overleden Beatles, George Harrison en John Lennon. Ontroerend was zijn versie van 'Something', dat hij solo begon, heel eenvoudig, bijna lullig zelfs, met alleen een ukelele die hij ooit van George gekregen had. Het lied eindigde monumentaal, toen eenmaal de hele band inviel.

John Lennon werd opnieuw tot leven gewekt met behulp van beelden uit de documentaire 'Get Back'. Regisseur Peter Jackson had een fragment, van het beroemde optreden op het dak, zo bewerkt dat alleen de stem van Lennon te horen was, zodat McCartney en band, live, mee konden spelen.

Op het eind haalde Paul nog twee gasten op het podium die, speciaal voor de gelegenheid, uit de VS overgevlogen waren. Ik verwachte Ringo Starr, de andere nog levende Beatle, te zien verschijnen. Ringo heeft wat langer geleden zijn 80ste verjaardag gevierd, met een online manifestatie, en had het feest compleet kunnen maken. Maar we moesten het doen met Dave Grohl – bekend van Nirvana en The Foo Fighters – en Bruce Springsteen, bekend van zichzelf.

Het was het enige minpuntje dat ik kon bedenken. Maar misschien had Ringo geen zin, of had Paul geen zin om hem te vragen. Grohl en Springsteen sluiten wellicht ook beter aan bij het jongere publiek.

Het mocht de pret niet drukken. Paul McCartney bewees dat je ook als bejaarde muzikant een groot festival op zijn kop kunt zetten. Als zijn optreden nog eens herhaald wordt, of misschien te zien is op YouTube, zou ik dat zeer aanbevelen.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men
 

zondag 26 april 2020

Muziek vanuit de eigen woning


Voor veel mensen, die nu vanwege het virus noodgedwongen thuis zitten, is het een probleem hoe ze de dag door moeten komen. Het ligt er natuurlijk aan wat voor bezigheden en liefhebberijen je hebt. Er zullen er zijn die zich juist nu heerlijk uit kunnen leven, maar anderen zitten doelloos op de bank voor zich uit te staren.

Muzikanten hebben het makkelijk, die kunnen muziek maken. Dankzij de moderne techniek is het zelfs mogelijk om samen te musiceren, terwijl toch iedereen netjes thuis zit. Ik zag al filmpjes op YouTube van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, maar ook van beroemde bands als The Rolling Stones.

Veel artiesten houden het simpeler en zetten zich alleen, met hun gitaar of keyboard, voor de laptop. Om eerlijk te zijn levert dat vaak niet zulke geweldige filmpjes op. Zonder de hulpmiddelen, die een opnamestudio biedt, klinken veel zangers en zangeressen nogal gewoontjes.

Dan is een groep al gauw leuker. De best klinkende thuisfilmpjes die ik zag waren van de Britse band Elbow. Het kan zijn dat die betere apparatuur gebruiken, of handig zijn in het bewerken van hun opnames.

Ook erg leuk zijn de dagelijkse filmpjes van bassist Leland Sklar. Voor veel mensen zal hij niet direct bekend zijn, maar Sklar werkte mee aan honderden, zo niet duizenden, opnamen van allerlei bekende artiesten. Als je fan bent van James Taylor, Toto, of Phil Collins dan is de kans groot dat je het basgeluid van Sklar hebt gehoord. Maar hij is ook te vinden op albums van David Bowie, Graham Nash, Linda Ronstadt, Billy Cobham, Mike Oldfield, The Beach Boys, Lyle Lovett en vele anderen.

Leland is inmiddels 72 jaar en ziet er, met zijn lange witte baard en haren, uit als professor Dumbledor, uit de Harry Potter films. In één van zijn filmpjes vertelt hij dat hij, na de middelbare school, geen scheermes meer heeft aangeraakt en geen kapper meer heeft bezocht. Het gevolg was dat hij wel eens achter een gordijn heeft staan spelen, omdat de organisatoren van het optreden geen hippie op het podium wilden.

Maar hij is een geweldige bassist en hij vertelt leuk, over de omstandigheden waarin de liedjes die hij speelt opgenomen zijn en wat hij zoal meemaakte met zijn collega-muzikanten.

Afgelopen week plaatste hij een kort clipje waarin hij alleen zijn ongenoegen uitte over de manier waarop YouTube omgaat met copyrights. Een filmpje dat hij wilde plaatsen, waarin hij meespeelde met een liedje van James Taylor, was door YouTube geblokkeerd. En dat terwijl hij zelf op de originele opname te horen was.

Later plaatste hij hetzelfde liedje toch, met behulp van een live-opname, waaraan hij ook zelf meegedaan had. Nu kon het volgens YouTube wel door de beugel.

Dus als je je thuis zit te vervelen, ga naar YouTube en zoek naar recente filmpjes van je favoriete artiest.

Of volg het goede voorbeeld en probeer het zelf eens. Bekijk het filmpje maar dat jullie eigen Stripman laatst maakte, want ook amateurmuzikanten wagen zich aan thuisopnamen.  



De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman

Klik hier voor deel 1 , deel 2 , deel 3 en deel 4 van dit verhaal. 

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 en deel 12 van het vorige verhaal.

Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men

zondag 16 februari 2020

50 jaar Live At Leeds: De teringherrie valt best mee


Het is deze week 50 jaar geleden dat het beroemde album 'Live At Leeds', van de Britse rockband The Who, uitkwam. RollingStone.com heeft een mooi artikel over het maken van het album op hun website staan. Ze omschrijven het als één van de beste live-lp's uit de rockgeschiedenis.

Ik hoorde 'Live At Leeds' voor het eerst, ergens in de jaren '70, bij een schoolvriend. Om heel eerlijk te zijn vond ik het maar teringherrie. Ik was nog een jong ventje, natuurlijk. In later jaren ben ik The Who meer gaan waarderen en als ik die legendarische live-muziek nu hoor vind ik het behoorlijk indrukwekkend. Zoals RollingStone.com zegt: Een band op de top van zijn kunnen.

'Live At Leeds' was het eerste officiële live-album van The Who en het opnemen ging niet zonder problemen. Het plan was om een lp te vullen met opnamen van hun Amerikaanse tournee van 1969. Maar na afloop realiseerden ze zich dat ze geen logboek bij hadden gehouden en dus niet meer wisten welk optreden goed was, welk niet. Het zou een gigantische klus worden om achteraf, uit 30 concerten, de bruikbare delen te selecteren.

Er werd besloten om twee nog komende Britse shows, in Leeds en Hull, te gebruiken voor nieuwe opnamen. Gitarist Pete Townshend gaf zelfs opdracht om de banden met de Amerikaanse optredens te verbranden. Een beslissing waar hij, jaren later, enorme spijt van zei te hebben. Indertijd was hij bang geweest dat er illegale lp's, zogenaamde 'bootlegs', op de markt zouden komen. Hij kon zich toen ook niet voorstellen dat men, ooit nog eens, zoveel waarde aan die oude opnamen zou gaan hechten.

De nieuwe opnamen uit Leeds en Hull zouden echter ook problemen opleveren. Bij Leeds bleek dat de achtergrondzang niet goed te horen was, bij Hull stond bij een aantal nummers de basgitaar niet op de band. Die laatste show werd daarom opzij geschoven.

Townshend boekte, om het project te redden, een dag in de studio en zong met bassist John Entwistle de achtergrondkoortjes opnieuw in. Tientallen jaren later bleek dat, bij de opnamen van Hull, alleen in de eerste paar nummers een probleem met de basgitaar was. Met moderne technieken werden de baspartijen van Leeds in de opnamen van Hull geplakt en het concert alsnog op CD uitgebracht.

Bij het concert in Leeds werden 33 nummers gespeeld. Daarvan stonden er maar 6 op de oorspronkelijke lp. In de loop der jaren verschenen er allerlei, uitgebreidere, versies van het album. De verzamelaarswebsite Discogs.com noemt er maar liefst 212. Bij het 40-jarig jubileum, in 2010, werd een CD-box uitgegeven met daarin het volledige concert uit Leeds en het gerestaureerde optreden uit Hull.

De liefhebbers moeten wel diep in de beurs tasten om die luxe heruitgaven aan te schaffen. Ik zag de CD-box op internet staan voor 600 euro. Het is goedkoper om op YouTube te zoeken, daar is ook veel te vinden.



De Strip: Het stripje maakte ik in 2002.

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 en deel 12 van het vorige verhaal.

Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men






zondag 30 december 2018

Fijne jaarwisseling !


Ik ga het kort houden, vandaag. Het was te verwachten dat ik na ons optreden, van vorige week vrijdag, een paar dagen uitgeteld op bed zou liggen. Maar ik kreeg er ook nog een fikse verkoudheid bij, dus met de kerst was ik een snotterend en hoestend wrak.

Inmiddels gaat het weer wat beter en zijn me twee dingen te binnen geschoten die ik bij ons concert vergeten ben. Ik heb er niet aan gedacht om de leden van de band voor te stellen. Sorry, meisjes en jongens, daar is nu niet veel meer aan te doen.

Ik ben ook vergeten om het publiek met een positieve boodschap naar huis te sturen. Boodschappen had ik genoeg, maar die gingen vooral over wat er in de afgelopen 35 jaar allemaal verkeerd is gegaan.

Uiteindelijk eindigde ik met: 'Het concert is afgelopen, jullie kunnen nu wel ophoepelen.'

Nou ja,niet precies zo. Maar wat ik had willen zeggen was iets dat ik eerder gelezen had in een recensie, op de website van het beroemde muziekmagazine Rolling Stone. Daar werd opgemerkt dat, in plaats van alle strijdkreten en politieke leuzen, er eigenlijk maar één ding op al die baseballpetjes en t-shirts zou moeten staan: 'Be Kind To Each Other'.

Dus: Gelukkig Nieuwjaar ! En wees aardig voor elkaar.




De Strip: De Nieuwjaarswens is getekend door de Geheimzinnige Hulpman en de Stripman samen. 

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 en deel 12 van het voorgaande verhaal. 

Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men


zondag 20 augustus 2017

Een ode aan Joe Cocker door de Tedeschi Trucks Band


Susan Tedeschi is een zangeres met een stem die het midden houdt tussen Bonnie Raitt en Janis Joplin. Ze mist gelukkig de hysterie van Janis en ook wel wat van de fijne frasering van Bonnie, maar ze zingt toch indrukwekkend.

Een aantal jaren geleden trouwde ze met gitarist Derek Trucks, een telg uit de Allman Brothers clan. Derek was een wonderkind dat slidegitaar speelde in de legendarische countryrockband waar zijn oom Butch Trucks ooit drummer was.

Toen hij 13 was trad Derek op met gitaarheld Buddy Guy en voor zijn 20ste had hij op het podium gestaan met Bob Dylan, Joe Walsh en Stephen Stills. Daarna was hij een paar jaar vaste gitarist bij de Allman Brothers Band en toerde hij de wereld over met zijn eigen groep.

In 2010 vormde hij met zijn vrouw de Tedeschi Trucks Band. In een interview met het muziekblad Rolling Stone vertellen ze dat ze geïnspireerd waren door de concertfilm 'Mad Dogs & Englishmen'. Onder die naam maakte Joe Cocker in 1970 een tournee door de VS, bijgestaan door een grote band, met zangers en blazers, onder leiding van Leon Russell.

Zo'n muzikaal spektakel leek ze wel wat en na verloop van tijd ontstond het idee om de legendarische live-lp, met Joe Cocker en Leon Russell, opnieuw uit te voeren. Russell zag er wel wat in, hoewel hij niet geloofde dat Tedeschi en Trucks de organisatie voor elkaar zouden krijgen. Joe Cocker hield de boot af.

De Mad Dogs & Englishmen tour was indertijd uit nood geboren. Cocker was aan het eind van zijn latijn, na een paar jaar continu touren. Hij had zijn eigen begeleiders, de Grease Band, al naar huis gestuurd toen hem duidelijk werd gemaakt dat hij een aantal concerten in de VS moest geven, omdat hij anders zijn werkvergunning voor de komende jaren kwijt zou raken.

In een week tijd zette Leon Russell, die door het management van Cocker te hulp was geroepen, een band in elkaar. De groep, met vrienden, vriendinnen en andere aanhang, deed in een paar maanden 48 optredens in 48 verschillende steden. Cocker hield zich op de been met drank en pillen, maar het resultaat was toch een enorm succes. De dubbel-lp werd goud en haalde de top 10 in de VS, Nederland en Australië.

Nu, na al die jaren, leek Joe er niet veel zin in te hebben die oude geschiedenis nog eens op te rakelen. Maar achteraf zal zijn slechte gezondheid hem misschien nog het meest dwars hebben gezeten. Voor Tedeschi en Trucks de kans hadden het plan nog eens met hem door te spreken overleed hij.

Na een moment van bezinning besloot het duo hun 'Mad Dogs & Englishmen'-revival concert toch door te zetten, maar nu als ode aan Joe Cocker. Ze kregen hulp van vrienden en collega's, zoals Dave Mason, Allman Brothers gitarist Warren Haynes en voormalig zanger van de Black Crows, Chris Robinson. Ze wisten een paar leden van de oorspronkelijke Mad Dogs, waarbij toetsenist Chris Stainton, zangeressen Rita Coolidge en Claudia Lennear en zangers Daniel en Matthew Moore, over te halen en ook Leon Russell schoof aan.

Het resultaat is te bekijken op YouTube. De zangers kunnen niet aan Joe Cocker tippen, maar hun enthousiasme is aanstekelijk. Susan Tedeschi zingt de sterren van de hemel en Derek Trucks speelt smaakvolle solo's. Al met al een hartverwarmende ode aan een legendarisch moment in de rockgeschiedenis.

Voor wie van het langere werk houdt is er een film van anderhalf uur. 

Voor wie het liever bij een paar hoogtepunten houdt:
The Letter een paar maanden voor het concert 

Space Captain met Chris Robinson 

Delta Lady met John Bell 

Something met Doyle Bramhall II 

En lees het artikel op de website van Rolling Stone 


Ps: Dit is mijn 750ste bericht op dit blog...


De Strip: De strip van deze week is gemaakt door de Stripman zelf . 

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van dit verhaal. 

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 en deel 11 van het vorige verhaal. 

Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men


zondag 23 april 2017

De WEW viert 50 jaar Artishock


Afgelopen weken schreef ik over de Werkgroep Eigen Werk, een muzikale groep leden van de vereniging Artishock in Soest. De WEW verzorgde een paar avondvullende voorstellingen in het verenigingsgebouw, maar trad ook op bij demonstraties en feesten op andere locaties.

Eind jaren '80 kwam er langzamerhand een eind aan de Werkgroep Eigen Werk. Ik kan me geen moment herinneren waarop de werkgroep officieel opgeheven werd. Sommige leden hadden er geen zin meer in. Anderen begonnen een eigen bandje. Zo was er een vroege afsplitsing die aan de weg timmerde met Nederlandstalige popmuziek, onder de naam MaJaPa.

Een nieuwe groep, met een paar andere oud WEW-ers, waaronder ikzelf, trad een paar keer in en buiten Artishock op, met Engelstalige rock- en bluescovers, onder de naam No Complaints Department.

Eind jaren '90 verscheen een, in eigen beheer gemaakte, CD met demo's en liedjes voor en van de Werkgroep Eigen Werk. Van de eerste twee avonden in Artishock zijn video-opnamen bewaard gebleven en er zijn foto's van verschillende optredens.

Ik heb ook nog jaren de kartonnen ezelskop bewaard die ik droeg bij de kerstshow. Op een gegeven moment heb ik het gehavende ding toch maar weggegooid. De WEW was een gesloten boek.

Tot er vorig jaar plannen gemaakt werden voor de viering van 50 jaar Artishock. Het bleek dat de Werkgroep Eigen Werk nog niet helemaal vergeten was. Via mijn broer kreeg ik de vraag of het mogelijk zou zijn om, met een aantal oud-WEW-leden, wat muziek te maken op een feestelijke avond in Artishock.

Mijn broer hoorde ook bij die oudleden, hij speelde basgitaar bij de groep, maar had in de tussenliggende jaren geen snaar meer aangeraakt. Hij zou een nieuw instrument moeten kopen en weer moeten leren spelen. Ik had mijn gitaar nog wel, maar veel had ik er de afgelopen 15 jaar niet meer op gespeeld. Het was voor mij ook de vraag of ik het lichamelijk wel aan zou kunnen.

Toen we wat rondbelden en mailden, naar andere voormalige WEW-ers, bleek dat ik niet de enige was met gezondheidsproblemen. We zijn allemaal 30 jaar ouder geworden en dat is te merken. Toch lukte het vrij snel om een groep oudleden, aangevuld met een paar sympathisanten, bij elkaar te krijgen.

Na een voorzichtige start blijkt dat we het musiceren nog niet helemaal verleerd zijn. Een professionele, strak spelende band zullen we niet meer worden. Maar dachten we aanvankelijk misschien een paar liedjes te gaan spelen, op een avond die verder gevuld zou worden met andere activiteiten, nu gaan we voor een echt concert.

En met behulp van oude beelden en verhalen moet het gaan lukken om de sfeer van de jaren '80 weer op te roepen.

Voor wie het nu nog niet in zijn agenda heeft staan: Zondag 21 mei, 20:00 uur, 'Werkgroep Eigen Werk viert 50 jaar Artishock'.




De Strip: Geen strip deze week, maar een passende illustratie van meer dan 30 jaar geleden... 

De vorige strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman, klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van dat verhaal.. 

Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Kijk voor voorafgaande episodes van de Stripmannen-saga naar het Strip Jaaroverzicht van 2015 en het Strip Jaaroverzicht van 2014 , of nog verder terug naar het Strip Jaaroverzicht van 2011  -  het Strip-overzicht van 2012 en het Strip-jaaroverzicht van 2013 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men


zondag 27 maart 2011

J.C.Tans & the Rockets – Fantastisch, energiek, spetterend en gemeen scheurend



Afgelopen week werd ik herinnerd aan een grote mislukking, die tegelijkertijd een van de positieve hoogtepunten uit mijn leven is. Het klinkt misschien gek, maar soms kunnen dat soort dingen samenvallen. Laat me het uitleggen.

Onlangs kocht ik een USB-adapter waarmee ik mijn stereo-installatie aan kan sluiten op mijn laptop. Nu kan ik muziek van lp's en cassettebandjes omzetten in MP3'tjes. Het eerste bandje dat ik uit de la opdiepte was een, van de radio opgenomen, liveconcert van J.C.Tans & the Rockets.

Fantastische, energieke, spetterende, gemeen scheurende en opzwepende jazz uit de jaren '80. Al zou het me niet verbazen als de meeste lezers er nog nooit van gehoord hebben. Toch was tenorsaxofonist Jan Cees Tans enige tijd een grote naam in de Nederlandse Jazz.

In 1987 won hij de Boy Edgar prijs, de belangrijkste jazz-onderscheiding in ons land. Daarvoor maakte hij al een jaar of twintig de podia onveilig met verschillende bands, waaronder 'Stichting Amsterdams Tenoren Onderzoek', het 'J.C.Tans Orchstra' en zelfs de Haagse popband 'Gruppo Sportivo'.

Begin jaren '80 leidde hij The Rockets, een 10-koppige band, waarmee hij stevig swingende jazz-arrangementen van nummers van The Rolling Stones en Dr. John speelde, maar ook fijnzinnige jazzstukken, gecomponeerd door de bandleden zelf.

Het was een grote band, naast drums, bas, piano en gitaar ook nog zes blazers: twee trompetten, drie saxofoons en een trombone. En de muziek die ze maakten was niet te vergelijken met het gebruikelijke, gladde bigband repertoire. En ook heel anders dan de hard-bop die je veel jazzmusici toen hoorde spelen. De critici noemden het Jump-jazz en schreven dat er invloeden van de rhythm & blues in te horen waren.

De band was een paar maal te zien, in het VPRO tv-programma Reiziger in Muziek. En ze hebben een keer opgetreden in mijn eigen dorp, bij mijn eigen club, de vereniging Artishock. Ik heb mogen helpen bij de organisatie van dat concert. Het was een onvergetelijke avond, dat begrijp je al.

Ik had van de radio, kort daarvoor, dat live optreden opgenomen en was daar zo enthousiast over dat ik iedereen die ik zag de kop gek zeurde over het komende concert. Ik had zelfs een reclamespot opgenomen op een cassettebandje om op drukke verenigingsavonden te draaien. Ik had posters opgeplakt en persberichten verstuurd.

Maar de naam, The Rockets, zorgde voor verwarring. Sommige jazzliefhebbers, die de band nog nooit gezien of gehoord hadden, dachten dat ze rockabilly speelden. Misschien heeft dat kan ons indertijd parten gespeeld.

Bij het optreden in Soest zat uiteindelijk maar een man of tien in de zaal, met de leden van de werkgroep erbij, maar net meer dan er muzikanten op het podium stonden. Het maakte de avond niet minder gedenkwaardig. Een van de beste live-optredens die ik ooit meemaakte. Maar als medeorganisator ook de grootste sof.

Voor de muzikanten maakte het weinig uit. Het concert was geweldig, the Rockets gingen tekeer alsof ze in een uitverkocht Bimhuis stonden. De ritmes waren snel en avontuurlijk en vooral de elektrische gitaar, van Piet de Vries, was bepalend voor de sfeer. Hij speelde niet alleen ritmepartijen, maar schrok ook niet terug voor een scheurende solo.

Bij het optreden in Artishock bemoeiden de trompettisten zich daarbij met de gitaarversterker, een oude Vox. Door aan alle knoppen te draaien zorgden ze voor onverwachte en humoristische geluidseffecten. Later hoorde ik dat ze dat bij elk optreden deden. Een zeker showelement hoorde dus ook bij de band.

Een fantastisch optreden, maar nauwelijks publiek, wellicht dat de band daarom, in de jaren daarna, tamelijk geruisloos van het toneel is verdwenen. J.C. Tans zelf hebben we later nog eens terug gezien met een trio en ook andere bandleden, zoals trombonist Wolter Wierbos en bassist Ernst Glerum, in verschillende kleinere groepen. Saxofonist Sean Bergin, een rossige reus oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Afrika, heb ik nog verschillende keren zien spelen.

Gitarist Piet de Vries kwam jaren later zomaar bij Artishock binnenlopen, na afloop van een filmvoorstelling. Hij was in de buurt en herinnerde zich dat hij bij ons gespeeld had. We hebben gezellig een biertje gedronken en wat gebabbeld, waarbij hij overigens meer interesse toonde voor mijn vrouw dan voor mij, maar ja, dat moet je voor de kunst over hebben...

Op internet is niet veel over Tans of zijn Rockets te vinden. Een piepklein stukje op Wikipedia, maar niets op YouTube. Op het jazzlabel BV Haast wordt wel een tweetal cd's te koop aangeboden. De oplage is beperkt, dus nieuwsgierige jazzliefhebbers moeten zich haasten.


De Strip: Dit deel van het Stripmannen-vervolgverhaal is gemaakt door Jan de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 -  deel 3 en deel 4 van dit verhaal. Lees ook de vorige hoofdstukken De Wind - Snuf de Hond - Muzikale Droom - Theo en Francien - Motorfietsen en Sportwagens - De Klaveet - Hot City - en Teringhond

Wordt vervolgd...

Klik op de strip voor een grotere weergave...