Posts tonen met het label snuf de hond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label snuf de hond. Alle posts tonen

zondag 20 oktober 2024

De simpele liedjes van Creedence Clearwater Revival


Ik mopper wel eens
op de popmuziek van tegenwoordig, dat het allemaal zo suf en simpel is, maar ik moet toegeven, ook in de jaren '60 waren er hits die uitblonken door eenvoud.

Afgelopen week zond NPO2-extra – een digitale zender, die wij kunnen zien dankzij onze glasvezelverbinding – de film 'Creedence Clearwater Revival – Travelin' Band' uit. Een documentaire uit 2022, die omschreven wordt als:

'Een film die het concert van Creedence Clearwater Revival in de Royal Albert Hall te Londen vastlegt tijdens hun Europese tournee in 1970. Verteld door Jeff Bridges.'

Nou ben ik best een fan van Creedence Clearwater Revival en hun zanger-gitarist John Fogerty en ook van acteur-zanger Jeff Bridges trouwens, maar die leende alleen zijn stem aan de film. Hij vertelt als inleiding over het ontstaan van de band. De leden, naast John ook zijn broer Tom Fogerty, bassist Stu Cook en drummer Doug Clifford, kenden elkaar uit hun schooltijd.

Aan het eind van de jaren '50 maakten ze hun eerste opnamen als begeleiders van Tom. Ze noemden zich aanvankelijk The Blue Velvets, daar maakte hun platenmaatschappij 'The Golliwogs' van toen ze, in 1964, hun eerste contract tekenden. John had inmiddels de leadzang van broer Tom overgenomen.

In 1966, de Vietnam-oorlog was inmiddels gaande, werd John opgeroepen voor dienst. Ook drummer Doug kreeg een oproep, maar ze werden geen van beiden naar het front gezonden. Na hun diensttijd kregen ze van hun platenbaas het aanbod om een album op te nemen. Ze grepen de gelegenheid aan om een nieuwe bandnaam te bedenken. Ze hadden een hekel aan 'The Golliwogs', afgeleid van de naam van een karikatuur van een zwarte man, gebruikt in 19e eeuwse kinderboeken.

Hun nieuwe naam was een combinatie van de naam van een kennis, Credence, een reclame voor bier waarin de term 'clear water' voorkwam en de behoefte om een nieuwe start te maken, een 'revival'. Het duurde tot 1968 voor hun eerste single, een cover van het rock-a-billy liedje 'Suzy Q', een hitje werd. Daarna ging het snel.

Ze scoorden van 1969 tot '71, een reeks van 9 top-10 hits in de Amerikaanse hitparade en maakten 5 albums die de top-10 van de albumlijst haalden. Daarnaast toerden ze door de VS en Europa en speelden ze op het legendarische Woodstock festival. Opnamen daarvan kwamen niet in de film, of op het live-album, terecht omdat John vond dat het een middelmatig optreden was.

Op het toppunt van hun succes kwamen ze naar Londen, voor dat concert in de deftige Royal Albert Hall, waar het in de documentaire om draait. In de film zijn ook interviews uit die tijd opgenomen, waarin de bandleden praten over hun muziek en leven. Maar het grootste deel wordt ingenomen door het concert zelf.

Daarbij vallen een paar dingen op, voor wie wel eens een recent popconcert heeft gezien. Ten eerste is het podium vrij klein, de bandleden hebben net genoeg plaats voor hun instrumenten en versterkers. Er is geen lichtshow en er zijn geen grote schermen waar iets op geprojecteerd kan worden. Er zijn geen blazers, geen zangeressen, geen gastmuzikanten. Alleen 4 jongens die hun hits staan te spelen. Het zou een optreden in een buurthuis kunnen zijn, van een plaatselijk bandje.

Verder viel mij op wat een supersimpele liedjes er voorbij kwamen. 'Proud Mary',  een van hun grootste hits, heeft een leuke instrumentale 'hook' tussen de coupletten, maar ook lange stukken waarin maar 1 akkoord wordt gespeeld.

Dat geldt in nog sterkere mate voor een liedje als 'Born On The Bayou', waar zelfs geen leuk tussenstukje in zit en helemaal voor de uitsmijter van de avond, 'Keep On Chooglin''. Dat laatste nummer, waarbij het de band uiteindelijk lukt om het nogal tamme publiek aan het dansen te krijgen, bestaat helemaal uit slechts 1 akkoord.

Nou is het best een kunst, om van een nummer met maar 1 akkoord, toch iets interessants te maken maar John Fogerty en zijn vrienden konden dat. Ze kregen, na hun concert in Londen, een ovationeel applaus dat een kwartier aanhield, vertelt Jeff Bridges in de film. Misschien was er, na de complexe muziek die The Beatles uitbrachten (die waren in 1970 net uit elkaar gedaan), ook wel behoefte aan iets eenvoudigers en voorzag C.C.R. in een sluimerende vraag.

Hoe dan ook, de voorspoed zou niet lang meer duren. John Fogerty was de grote man achter het succes van de groep. Hij schreef de liedjes en zong ze de hitparade in. De andere leden waren daar aan de ene kant best blij mee, maar begonnen na verloop van tijd ook wat te morren. Broer Tom had geen zin in ruzie en vertrok, maar bassist Stu en drummer Doug eisten meer inbreng.

Uiteindelijk namen ze in 1972 een album op, 'Mardi Gras', waarop de overgebleven 3 bandleden ieder een deel van de liedjes zong en schreef. Het was geen doorslaand succes. Bovendien kwam John er achter dat de platenmaatschappij hem een contract had laten tekenen, waarmee hij de rechten van zijn liedjes uit handen had gegeven.

De band ging met ruzie uit elkaar. John begon een rechtszaak tegen de platenmaatschappij en het kwam allemaal nooit meer goed. Nou ja, John had nog best succes als solo-artiest en Stu en Cook traden nog lange tijd op als Creedence Clearwater Revisited. Broer Tom overleed tamelijk jong. De andere 3 leven nog en zijn nu bijna 80 jaar oud, de kans dat ze ooit nog samen muziek gaan maken is miniem.

De documentaire 'Creedence Clearwater Revival – Travelin' Band' is voor de digitale TV-kijkers nog terug te zien en dat zou ook online moeten kunnen, via de website van de NPO. Anders zijn er op YouTube clips te vinden van het live-optreden in Londen en ook van Woodstock.

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 - deel 16 en deel 17 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 13 oktober 2024

De herfst, duiven en een gebarsten ruit


Het is jullie
vast wel opgevallen, de herfst is begonnen. De bladeren aan de bomen beginnen al wat te verkleuren, het wordt kouder, het regent. Nou ja, regenen deed het het hele afgelopen jaar wel. Het valt mij op dat er minder vogels op ons balkon komen. Alleen de kauwtjes en de houtduiven komen nog trouw, elke dag, hun vogelpindakaas en zonnebloempitjes eten. En die duiven botsen zo nu en dan tegen het raam, maar daarover straks meer.

Sommige winkelketens begrijpen niet dat er, in de herfst, minder vogels op het vogelvoer afkomen, dan in de zomer. Zij hebben nu ineens weer vogelvoer in de schappen liggen, terwijl ze dat de hele zomer niet hadden. En dat terwijl er juist nu veel voedsel in de natuur te vinden is. Bomen hebben vruchten, denk aan de eiken en beuken, bessen zijn rijp, bijvoorbeeld lijsterbessen en bramen. Daarnaast zijn veel vogels aan de trek begonnen.

Er zijn gewoon minder vogels in het land dan in de zomer. We denken misschien dat de pimpelmezen en roodborsten, die we in onze tuinen en op balkons zien, het hele jaar door dezelfde vogels zijn. Maar de jonge vogels, die hier geboren zijn, trekken naar het zuiden en als de winter echt doorzet dan komen er vogels uit het noorden, om bij ons de pinda's en vogelzaadjes op te eten.

Als er ganzen overvliegen hoor je mensen wel eens zeggen dat dat de vogeltrek is, maar de ganzen blijven juist voor een groot deel in ons land. We zien ze hier elke ochtend overvliegen en 's avonds horen we ze weer terugkeren. Die vliegen van hun slaapplaatsen, waarschijnlijk de Vechtplassen, naar de plekken waar ze hun voedsel vinden, in de Eempolders. Ze trekken dus wel, maar erg ver is het niet.

Afgelopen week was er nog een ander teken van de herfst en vogelbewegingen. Er vloog een houtduif, met een enorme dreun, tegen het raam van de trappenhal. Dat gebeurt helaas wel vaker, maar deze keer was het wel erg hard aangekomen. Toen ik wat later de deur uitging zag ik dat er grote barsten in de ruit zaten.

Het is een flink glazen oppervlak, net iets minder dan 2 bij 2 meter, als dat naar beneden komt kan het knap gevaarlijk zijn. Ik had gelukkig net een rol hechtpleister gekocht – en aan den lijve ondervonden dat dat erg goed plakt – dus plakte ik stroken pleister over de barsten. Daarna waarschuwde ik de buurman, die contact onderhoud met de Vereniging Van Eigenaren over het onderhoud. Hij zou er werk van maken.

In december 2009 schreef ik, voor het Volskrantblog, een verhaal over de duiven die, vooral in het najaar, de gewoonte hebben om tegen de ramen te botsen. Ik maakte er ook een paar tekeningen bij. Ik kreeg er veel reacties op, dus plaatste ik het opnieuw op het Stripmannenblog, toen het VK-blog ermee stopte.

Ik citeer een stukje:

'Mijn theorie is dat het jonge vogels zijn. Je kunt die van de volwassen exemplaren onderscheiden door het ontbreken van de karakteristieke, witte, halsvlek. Maar zeker weet ik het niet, zo goed heb ik die brokkenpiloten nog niet kunnen observeren.

Vanuit de hoge bomen van het park, aan de overkant van de straat, komen ze aan gescheerd. En in plaats van over de flat te vliegen, denken ze door de spiegelende ruiten te kunnen. In de meeste gevallen overleven ze het gelukkig. Maar ik heb al eens een dode duif van het balkon geraapt.

Tegen mijn verschrikte kleinzoon, die toen nog een klein ventje was, vertelde ik dat het een jonkie was, die nog niet zo goed kon vliegen. 'O', zei hij, 'dan was hij nog aan het lessen...'

Ook deze keer lijkt de duif het overleefd te hebben, maar het raam dus niet. Hopelijk heeft de duif wel een lesje geleerd.

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 en deel 16 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 22 september 2024

Telefoontje van de gemeente


De afgelopen week
heb ik een paar dagen last gehad van een maagvirus. Misselijk, niet kunnen eten en daarna overal spierpijn. Dat, in combinatie met andere, al wat langer aanwezige gezondheids-klachten, maakte dat ik niet echt in de stemming was toen er donderdagmiddag iemand belde van de gemeente.

Het ging over de plannen om in het park, aan de overkant van de straat, 87 bomen te kappen. Daar wou deze gemeenteman graag iets over uitleggen. Er waren meerdere vragen over gekomen, zei hij. (Dat verwonderde me niets.) Maar dat er een vergunning was verleend voor het omzagen van zoveel bomen kwam omdat de gemeente het bos – zoals ze het graag noemen – aangemerkt heeft als natuur, die bijzondere bescherming verdient.

Dat betekent dat ze voor elke boom dikker dan 10 centimeter, een vergunning moeten afgeven. Terwijl dat, anders, pas hoeft bij bomen dikker dan 30 centimeter. Hij verzekerde me dat de meerderheid van de 87, uit van die dunne boompjes bestaat. Hij vertelde dat ze onderhoud wilden plegen aan de beschoeiing – dat zijn de randen – van de vijvers en de sloot. Sommige van de bomen waren te dicht op die rand komen groeien.

Verder wilden ze recht doen aan de cultuur-historische waarde van het bos, dat ooit aangelegd is door de beroemde landschapsarchitect Zocher. Wist ik dat ?

Het verbaasde me in ieder geval niet, Zocher, was aanhanger van de Engelse landschapsstijl, met meanderende waterpartijen en natuurlijk ogende bossages, zoals in ons park. Er was een hele familie Zochers die zich met tuin- en parkaanleg bezighield. Jan David, die leefde van 1791 tot 1870, was de bekendste. De familie Zocher was door heel Nederland actief.

De gemeenteman vertelde dat ze de oorspronkelijke aanleg van het 'bos' ook wilden herstellen. Daarna kon hij het niet laten om de biodiversiteit er ook even bij te halen en te zeggen dat ze exoten, zoals Amerikaanse eiken en esdoorns uit het park wilden halen. 'En als we dan toch bezig zijn', wilden ze nog wat uitdunnen om de grote bomen meer ruimte te geven. Of ik dan nog vragen had ?

Zoals gezegd was ik niet in topvorm, dus ik had geen zin in een lange discussie. Ik wilde eigenlijk op bed gaan liggen. Maar ik zei dat ik het fijn vond dat hij me gebeld had en dat ik het helaas niet met zijn verhaal eens kon zijn. Op zo'n grote schaal bomen kappen heeft een grote impact op de natuur in het park.

Ze willen bomen kappen in de reigerkolonie, dat verstoort de vogels. Er worden, in de stukken die ik opgevraagd heb, bomen met spechtengaten genoemd. Die zijn van belang voor allerlei vogelsoorten, zoals boomklevers, kauwtjes, spreeuwen en holenduiven. Het is leuk dat hij de biodiversiteit noemde, maar die wordt zo echt niet geholpen.

De gemeenteman reageerde wat beteuterd. Er zou voor het kappen van de bomen eerst nog gekeken worden naar de ecologische gevolgen, zei hij. De kapvergunning was nog maar een eerste stap.

Dat leek me vreemd. Zou je niet eerst moeten kijken naar de gevolgen, voor je de vergunning verleent ? Maar dat zei ik niet. Ik merkte wel op dat ik de indruk had dat de gemeente nu eens flink door het park wilde rauzen, om er weer voor een aantal jaar vanaf te zijn. Dat vond hij geen prettige observatie, maar helemaal ontkennen kon hij het niet, gezien zijn 'als we dan toch bezig zijn'.

Uiteindelijk bedankte ik hem nogmaals en zei ik dat ik het vervolg van de bezwaarprocedure af zou wachten. Achteraf denk ik dat ik veel meer had kunnen zeggen. De gemeente hinkt volgens mij op meerdere gedachten. Ze noemen het telkens 'het bos' en hebben het over de natuur, maar het is een park – ooit de achtertuin van een groot huis aan de hoofdweg door ons dorp – en ze willen dus ook de cultuur-historische waarde bewaken. Dat is al in strijd met elkaar.

Als je de natuur zijn gang laat gaan groeien die waterpartijen in een paar decennia dicht. De paden trouwens ook. Als schooljongen ging ik eens met een paar vriendjes spelen in het park. Ook toen werd er maar sporadisch aan onderhoud gedaan. Er stond nauwelijks water in de vijvers, het was een zee van dorre bladeren. We probeerden zelfs of we er over konden lopen en één van ons verloor bijna een schoen, want onder de bladeren was het toch nog wel zompig.

Wat er zou moeten gebeuren en ik denk dat de gemeente dat ook wel weet, is niet, zoals nu, jarenlang de boel z'n gang laten gaan en er dan met grof geweld doorheen raggen. Er zou vaker en kleinschaliger onderhoud gepleegd moeten worden. Dat kost geld en inzet van mankracht, maar dat zou je makkelijk kunnen vinden door, elders in het dorp, minder te maaien en te schoffelen. Dan ben je echt goed bezig voor de biodiversiteit.

Wat in het hele verhaal ook niet geholpen heeft is dat wij, de buurtbewoners en andere belangstellenden, er via een omweg achter moesten komen hoe omvangrijk de gemeenteplannen met ons park waren. In de dorpskrant had alleen gestaan, dat er vergunning was verleend, voor het verwijderen van meerdere dode en slechte bomen. Niet dat het er 87 zouden zijn.

En wat de exoten betreft: In ieder geval een deel van de Amerikaanse eiken hoort bij de oorspronkelijke aanleg van Zocher. De grootste boom tegenover ons huis is er zo een.

Bij de bezwaarprocedure hoort een hoorzitting. Ik weet niet of ik daarbij zal kunnen zijn, gezien mijn gezondheid. Ik hoop dat anderen in ieder geval hun zegje zullen doen. De uiteindelijke beslissing over de plannen valt in december.

Ons park wordt trouwens genoemd op Wikipedia. Maar een beter verhaal vind je op Verdwenen Soest.nl, bij de informatie over de verdwenen villa Colenso. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 15 september 2024

De grootste idioten aan de macht


Als je alle idioten
stemrecht geeft is er een goede kans dat ze de grootste idioot als hun leider kiezen. Dat bedacht ik toen ik beelden zag van het debat dat Donald Trump en Kamala Harris, de twee kandidaten voor de Amerikaanse presidents-verkiezingen, afgelopen week voerden.

De verhalen, die Trump ophing, werden steeds gekker. Van immigranten, die de honden en katten van brave Amerikaanse burgers op zouden eten, tot artsen, die niet alleen late abortussen pleegden, maar zelfs pas geboren baby's zouden vermoorden.

Het was waar, riep de opper-idioot, hij had het zelf op TV gezien. Hij leek het echt te geloven, hoewel het ook kan zijn dat hij de liefhebbers van complottheorieën aan zich wilde binden. Trump is niet volslagen zwakzinnig, hij heeft een bepaalde sluwheid. Hoe kan hij anders een miljoenenbedrijf bij elkaar gezwendeld hebben ?

Het is nogal makkelijk om, vanuit mijn luie stoel, Trump en zijn navolgers voor gek te verklaren. Het is waarschijnlijk maar net hoe je er naar kijkt. Ik zag, bijvoorbeeld, een kort straatinterview met een aanhangster van Donald. Zei riep, ogenschijnlijk een beetje vertwijfeld, dat je toch wel gek moest zijn om niet op Trump te stemmen.

Hoewel Trump er best succes mee heeft helpt het niet, om van je politieke tegenstanders te roepen dat ze gek zijn. Misschien lezen ze alleen de verkeerde krant, volgen ze de verkeerde mensen op de sociale media en geloven ze echt dat de buitenlanders de oorzaak zijn van alle problemen ?

Het rondstrooien van wilde verhalen en onwaarheden, ook wel 'fake news' genoemd, is trouwens geen modern fenomeen. Ik las kortgeleden de uitstekende biografie die René van Stipriaan schreef over Willem van Oranje. 

Eén van de middelen die Willem en zijn aanhangers gebruikten, om ons land te ontworstelen aan de Spaanse overheersing, was de drukpers. Toen was dat nog een redelijk nieuw medium. Zeg maar, het Twitter en Facebook van de 16e eeuw. Het Oranjekamp drukte op grote schaal pamfletten, met allerlei propaganda, valse geruchten en achterklap. Er is dus niets nieuws onder de zon.

En het gebeurt niet alleen in Amerika. Wij zitten er ondertussen ook mee. Dankzij Mark Rutte, die van de asielzoekers het belangrijkste verkiezingsthema maakte, zitten we nu met een PVV-kabinet dat alle, door het lakse beleid van 14 jaar Rutte ontstane, problemen wijt aan de asielzoekers. Het nieuwe kabinet wil graag een asielcrisis uitroepen, maar er is helemaal geen groot asielprobleem.

Voor de duidelijkheid: van alle mensen die in de afgelopen jaren ons land binnen kwamen, vormden de asielzoekers slechts 11%. De rest kwam legaal ons land in. Voor wie het niet geloven wil citeer ik even de website van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers:

'Van de migranten die jaarlijks naar Nederland komen, vraagt gemiddeld in de afgelopen jaren 11% asiel aan. De meeste migranten komen hier voor werk, liefde of studie en een groot deel komt uit Europa. In 2023 verhuisden ongeveer 332.900 mensen naar Nederland. Er vertrekken ook iedere dag weer mensen uit Nederland, bijna 191.000 in 2023.' (Zie voor meer feiten: De website van het COA )

Dat de kabinetten Rutte de woningbouw, de mest- en stikstofproblematiek, de biodiversiteit, de zorg en nog veel meer hebben laten versloffen komt dus niet door de asielzoekers. Met de strengste asielwet aller tijden gaat het nieuwe kabinet al die problemen niet oplossen. 

Dat inmiddels één van de partijleiders, van de partijen die in het kabinet zitten, overspannen thuis zit, is geen wonder. Ze zijn nog nauwelijks begonnen, maar een ding is duidelijk: Dit kabinet gaat ons nog wat dieper in de shit helpen.

Maar goed. Misschien moet het eerst allemaal nog wat erger worden, voor het beter wordt. We zullen het moeten afwachten. Gewoon doorgaan met ademhalen. Dit gaat ook wel weer over.


Zou Mark Rutte zich al een beetje schamen ?

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 en deel 12 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 8 september 2024

Geslaagde en minder geslaagde TV-series


Als liefhebber
van detectiveromans en -series heb je het niet altijd gemakkelijk. Vooral niet als een boekenserie, waar je een aantal delen van gelezen hebt, verfilmd wordt. Dat kan nogal wat invloed hebben op het leesgenot.

Ik weet niet hoe het bij jullie is, beste lezers, maar ik vorm me altijd een beeld van wat ik in zo'n boek lees. Het is geen haarscherpe film die zich, al lezende, in mijn hoofd afspeelt, maar toch zo gedetailleerd dat een verfilming, of verwerking tot TV-serie, mijn beeld lelijk kan verstoren.

Niet dat het altijd fout gaat, sommige verfilmingen zijn best geslaagd. Bijvoorbeeld de Maigret-serie met Bruno Cremer in de hoofdrol. Die past prima als ik een boek van Simenon lees. Of, wat recenter, de serie 'Case Histories', over detective Jackson Brodie, naar de boeken van Kate Atkinson. Geen probleem met hoofdrolspeler Jason Isaacs.

Andere detectiveromans en -reeksen zijn zo vaak verfilmd dat er zich, bij lezing van de originele boeken, een soort van gemiddelde aandient. De Miss Marple verhalen van Agatha Christie, bijvoorbeeld. De afgelopen jaren heb ik zeker drie verschillende TV-Marples voorbij zien komen, maar samen geven ze geen grote problemen als ik weer eens zo'n boek lees.

Sommige seriemakers geven zo'n eigen draai aan een boekenreeks, dat er van conflicten, in het hoofd van de lezer, geen sprake meer kan zijn. Op de Belgische TV zijn, af en toe, afleveringen te zien van een Franse serie, 'Les petits meurtres d'Agatha Christie', die ook gebaseerd is op de boeken van de beroemde Britse schrijfster.

De makers hebben echter de handeling verplaatst, naar het Frankrijk van de jaren '50. Ze nemen geen enkele hoofdpersoon uit de originele boeken over, maar laten de mysteries oplossen door een jonge journaliste en een knorrige politiecommissaris. Gek genoeg is het best een leuke serie.

Maar helaas zijn er ook een paar miskleunen. Ik las bijvoorbeeld een paar boeken van Frank Tallis, die later verwerkt werden tot de TV-serie 'Vienna Blood'. De verhalen spelen in Wenen, rond 1900, met als hoofdpersonen de jonge arts Max Liebermann – die een navolger is van Sigmund Freud – en inspecteur Oskar Reinhardt.

Samen lossen ze misdaden op tegen de achtergrond van Weense koffiehuizen en salons, bevolkt door elegante heren en dames uit de hogere kringen. In de boeken eten ze het ene na het andere heerlijke gebakje en zingen ze, in hun vrije uren, liederen van Schubert. Van die vrolijke noten blijft in de TV-serie niets over.

Liebermann wordt neergezet als zo'n geremd persoon, dat hij bijna autistisch lijkt. Terwijl van Reinhardt een norse sombermans gemaakt is, die diep gebukt gaat onder de scheiding van zijn vrouw. Ik heb niet alle boeken van Tallis gelezen, die zelf klinisch psycholoog is en dus wel weet waarover hij schrijft, maar vraag me af of ik het beeld van die twee acteurs uit mijn hoofd zal kunnen houden, bij lezing van een volgend deel. Hun foto's staan ook al op de omslagen van de boeken, zag ik.

Nog zo'n sof is de nieuwe serie die gemaakt is naar de boeken van Ian Rankin. Ik ben net begonnen aan deel 21, van de reeks die hij schreef, over inspecteur John Rebus. Het is een van mijn favoriete reeksen, hoewel er al verschillende verfilmingen van gemaakt zijn. Van de eerste serie, met acteur John Hannah in de hoofdrol, heb ik gelukkig nooit iets gezien.

De tweede reeks met Ken Stott staat me evenwel helder voor de geest. Stott speelt daarin een stevige veertiger, met een karakterkop, die prima past bij het beeld van de lichtelijk getroebleerde John Rebus, die worstelt met zijn verleden, zijn echtscheiding en zijn drankgebruik. Hij gaat gekleed in slechtzittende pakken, rookt teveel en valt regelmatig in slaap in zijn stoel, in plaats van zijn bed. Precies als in de romans.

Maar nu is er een nieuwe serie gemaakt en de nieuwe Rebus, die gespeeld wordt door Richard Rankin (geen familie van de schrijver), is een jonge vent met een modieus stoppelbaardje en een leren jasje. Bij het zien van de leader, op TV, het introductiefilmpje waarmee zo'n nieuwe serie wordt aangekondigd, had ik al zo mijn twijfels. Maar bij het bekijken van de eerste aflevering werd het me al snel duidelijk: Niet bekijken, deze serie ! Er deugt niets van !

De handeling is een jaar of 40 verplaatst, naar het Edinburgh van nu. Men heeft een aantal figuren uit de boekenreeks, die dus al meer dan 20 romans telt, bij elkaar geveegd en er, vrijwel zonder uitzondering, verkeerde acteurs bij gezocht.

Om één voorbeeld te noemen, afgezien van de hoofdrolspeler: Zijn grote tegenstrever is gangster Morris Gerald Cafferty. In de boeken heeft die de bijnaam 'Big Ger', want het is een reus van een vent. De acteur die hem nu uitbeeldt zet een prima schurk neer, maar is een mager kereltje van gemiddelde lengte. Dat Rebus hem, in één van de eerste scenes, probeert te wurgen is in de serie al moeilijk te begrijpen, maar was in de boeken volslagen ondenkbaar.

Je vraagt je af hoe Ian Rankin met deze serie akkoord heeft kunnen gaan. Ik las bij Wikipedia dat hij na het maken van de eerdere series, de filmrechten teruggekocht heeft, omdat hij niet tevreden was over het resultaat. Is hij nu gezwicht voor een lucratief aanbod ? Ik kan me niet voorstellen dat hij zo in geldnood zou zitten, zijn boeken zijn zonder uitzondering bestsellers. Maar Rankin nadert de pensioenleeftijd, misschien wil hij in één keer zijn oude dag veiligstellen ?

Hoe dan ook: Deze serie kun je beter links laten liggen. Tenzij je bij het lezen altijd al dacht dat Rebus een jonge kerel met een stoppelbaardje was. In de boeken wordt hij trouwens langzaam ouder. In boek 21 is hij gepensioneerd en opa. Ik vraag me af hoe de seriemakers daar mee om zullen gaan.

Wie zoekt, naar foto's van Ken Stott, krijgt een heleboel plaatjes te zien uit de verfilming van The Hobbit. Stott speelde daarin de dwerg Balin.

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 en deel 11 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 1 september 2024

Onderhoud of kaalslag ?


Vorige week
verliet ik jullie met het bericht dat de bestuurders van ons dorp 87 bomen in het park wilden laten kappen. Ik had dat toen net binnen gekregen en was in eerste instantie verbijsterd. Inmiddels heb ik wat meer informatie ingewonnen en ook al actie ondernomen.

De digitale wereld kan een verwarrend doolhof zijn. Als je tegenwoordig iets te regelen hebt met de belastingdienst, gemeente, verzekering, apotheek of ziekenhuis, krijg je vaak een reeks van internetformulieren voorgeschoteld. Daar moet je je dan maar doorheen zien te worstelen.

Maar het heeft ook voordelen. Als je een account hebt bij Mijn Overheid kun je je opgeven voor 'Berichten Over Uw Buurt'. Als er dan ergens een instantie een besluit neemt, dat over jouw woonomgeving gaat, dan krijg je een melding. En zo ging het ook met de bomen van het park.

Onze gemeente plaatst wekelijks 'omgevingsberichten' in onze dorpskrant, maar daar had alleen ingestaan dat er meerdere 'dode en slechte bomen' uit het park verwijderd zouden worden. Niet dat het er 87 zouden zijn. Maar dat stond dus wel in de melding van Mijn Overheid.

Op de website van de gemeente kun je zo'n verleende omgevingsvergunning opzoeken en daar werd het precieze aantal vermeld. Daar staat ook dat het mogelijk is om de stukken op te vragen die bij het besluit hoorden. Dus dat deed ik. En ze schreven dat het mogelijk was om bezwaar te maken. Dus dat deed ik ook.

De opgevraagde stukken kreeg ik vlot toegemaild. Daaruit blijkt dat de gedoemde bomen vooral aan de randen van de vijvers van het park staan. Dat schijnt lastig te zijn als er iets aan de beschoeiing gebeuren moet. In de bijgevoegde informatie staat ook precies wat er eventueel aan de bomen mankeert en wat hun levensverwachting is.

Dat ze niet allemaal dood of ziek zijn is wel duidelijk. Bovendien zijn er 7 bomen bij die middenin de reigerkolonie staan. Dat is de enige kolonie van blauwe reigers in ons dorp. Daarnaast kun je je afvragen of het niet mogelijk is om dit 'onderhoudswerk' gefaseerd te laten plaatsvinden. Verspreid over een aantal jaren lijkt me de impact op de natuur in het park kleiner, dan met zo'n grote actie ineens.

Kortom genoeg om eens kritische vragen bij te stellen. Dat deed ik dus door een bezwaarschrift naar de gemeente te sturen, maar ook door aandacht voor de zaak te vragen op Facebook. Ik was graag met folders de hele wijk doorgegaan, maar dat laat mijn gezondheid niet toe. Ik schreef wel weer een brief naar de dorpskrant, die prompt geplaatst werd. Ze kennen me daar ondertussen.

Ik hoopte dat, door mijn berichten op Facebook, meerdere mensen zich het lot van de bomen en de reigers aan zouden gaan trekken. En dat is wel gelukt. Niet alleen kreeg in geschokte reacties op mijn verhaaltjes, maar er waren enkele dorpsgenoten die schreven ook bezwaar te zullen gaan maken. En de plaatselijke afdeling van de Partij voor de Dieren heeft contact opgenomen. Zijn gaan in ieder geval hun licht opsteken bij de instanties en kijken of ze actie kunnen ondernemen.

Of het gaat helpen is nog maar de vraag. In laatste editie van de dorpskrant wordt vermeld dat de gemeente nog 43 bomen, in een ander deel van het dorp, wil kappen en nog eens 117 op het Raadhuisplein. Ze houden van een rigoureuze aanpak.

Wie de omgevingsvergunning wil inzien, dat kan hier

Bezwaar maken kan nog tot 3 oktober. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 en deel 10 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 25 augustus 2024

Oerkrachten breken los op Soestdijk


De trouwe lezers weten het wel, we wonen heel mooi, hier op Soestdijk. Grote bomen aan de overkant van de straat, veel groen tussen de huizen. Maar er zijn ook nadelen.

Er zijn in onze wijk altijd wel mensen hun huis aan het verbouwen, dus je hoort geregeld boorhamers, drilboren, schuurmachines en andere herrie-apparaten. Daarnaast wordt er zo nu en dan een tuin leeggezaagd, gemaaid, gebladblazerd of geheggenknipt. Wat ook weer voor lawaai zorgt.

De afgelopen maanden hebben we nog wat meer geleden, dan gewoonlijk, omdat eerst het huis op de 1e etage, onder ons, verkocht en opgeknapt werd en daarna het appartement op de 2e etage. Die van 1-hoog zijn al 10 maanden bezig met het eerst helemaal strippen en slopen en daarna weer, luidruchtig, opbouwen van hun nieuwe woning. Pas deze week werden er de eerste meubels naar binnen gedragen.

Gelukkig heeft 2-hoog meer haast. Die willen er aan het eind van deze maand al in, terwijl ze het huis net 4 weken geleden gekocht hebben. Ze maken dus wel meer herrie, dan 1-hoog, maar hopelijk is het dan ook sneller voorbij.

Troost vonden we ondertussen in de natuur. Niet dat we ons huis ontvluchtten, om ergens in het bos, of op de hei, de stilte te zoeken. Nee, we zijn wat reizen betreft nogal beperkt, dus keken we uit het raam waar de vogels zich niets van alle herrie aantrokken. Mezen, mussen, kauwen, eksters en duiven bleven gewoon op het balkon komen, terwijl beneden de tent werd afgebroken.

Sommige houtduiven zijn ondertussen zo aan de onrust gewend dat ze gewoon blijven zitten als ik de balkondeur open doe. Nog even en ze eten uit de hand !

Wat ook veel troost geeft zijn alle wilde plantjes, die tussen de straatstenen en stoeptegels opschieten. We kunnen als mensen een woonwijk bouwen, met flats, laagbouw en garages, we kunnen wegen aanleggen, trottoirs en grasvelden die elke week platgemaaid worden. Maar als het eens een nat voorjaar is, gevolgd door een zomer met geregeld een regenbui, dan komt de oerkracht van de natuur toch weer vrij.

Ondanks alle pogingen van de gemeentelijke groenbeheerders, om het onkruid onder controle te houden, staat het nu op sommige plaatsen een meter hoog. Ik erger me wel eens aan alle auto's, die hier de hele dag maar in de straat staan te niksen. Maar door al dat blik kan het gemeentelijke verdelgingsautootje – het werkt tegenwoordig met stoom – er op veel plaatsen niet bij. Waardoor het groen de stenen lustig kan overwoekeren.

Ook grappig is dat er hoveniers langs komen om de wilde planten uit de bloemperken te schoffelen – eigenlijk helemaal niet grappig, maar juist oliedom – maar wel leuk is dat ze plantjes tussen de stoeptegels en in de goot – soms maar 10 centimeter verderop – gewoon laten staan. Ze bekommeren zich alleen om de perken. Dat het wilde groen juist de perken te buiten gaat interesseert ze niet.

Laatst heb ik, op een zonnige morgen, een rondje door de wijk gereden en foto's gemaakt van al dat vrolijk bloeiende onkruid. Ik heb er niet echt verstand van en heb lang moeten zoeken voor ik de namen van de plantjes gevonden had, maar het is verbazend wat er allemaal staat. Naast oude bekenden als paardenbloemen, haagwinde, weegbree, brandnetel, allerlei grassoorten en distels vond ik bleke basterdwederik, duizendblad, harig wilgenroosje, klein kruiskruid, kruipklokje, muurleeuwenbek, perzikkruid, schijfkamille en smeerwortel.

Erg leuke bloempjes, in wit, geel, roze en blauw en soms ook indrukwekkende planten. En dat is maar een greep, want ze staan al het hele voorjaar te bloeien en te groeien, dus heb ik al het een en ander gemist. Wonderlijk mooi, toch ?

Minder mooi is een bericht dat ik vanochtend in mijn mailbox kreeg. De gemeente wil dode en zieke bomen kappen in het park, tegenover ons huis. Dat is nog wel begrijpelijk, maar nu blijkt dat het in totaal om 87 bomen zou gaan ! Dat lijkt me wel erg veel en dan blijft er van het park niet veel over. Er kan nog bezwaar gemaakt worden...

Bezwaar maken kan nog tot 3 oktober. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 en deel 9 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 14 juli 2024

Het Betty Asfalt Complex is verleden tijd


Het Betty Asfalt Complex
gaat over in andere handen en verandert van naam. Het kan zijn dat een deel van jullie nu denkt: Nou en ? Of: Betty wie ? Maar ik heb, als jong Stripmannetje, een paar keer opgetreden in het Betty Asfalt Complex, dat opgericht is en tot voor kort gerund werd door Paul Haenen en zijn partner Dammie van Geest.

Laten we teruggaan naar het begin van de jaren '90. Mijn vrouw en ik waren net een tijdje samen, ik werkte in Amersfoort, bij een marktonderzoek-bureau en deed daarnaast vrijwilligers werk, voor onze culturele dorpsvereniging. Mijn verhaaltjes en stripjes verschenen toen in het programmablad van die vereniging, het internet stond nog in de kinderschoenen.

Ondertussen was Paul Haenen een bekende TV-verschijning geworden die, voor de VPRO, een reeks programma's maakte. Bijvoorbeeld: 'Paul Haenen begint'; 'Haenen voor de nacht' en 'Dolman's vrolijke vrijdag'. Voor een deel werden die uitgezonden vanuit het voormalige Theater Tingel Tangel, aan de Nieuwezijds Voorburgwal, in Amsterdam.

Haenen en Van Geest hadden het pand, ooit een klooster, daarna school en burgemeesterswoning, in 1989 overgenomen. Ze gebruikten het, behalve als locatie voor TV-uitzendingen, ook voor kleinkunstvoorstellingen, hun eigen producties, maar ook die van andere cabaretiers en kunstenaars. Ze gaven het een nieuwe naam: Betty Asfalt Complex.

Een vriend uit de vereniging wees me erop dat Haenen ook een tijdschrift uitbracht, Mens en Gevoelens, waarvoor iedereen die dat wilde verhalen en tekeningen in kon zenden. Ik stuurde wat strips in, die in de smaak vielen en later ook wat verhalen. Het leverde geen geld op, maar het blad had wel een landelijke verspreiding. Dus een paar jaar lang kon ik genieten, van het idee, dat mijn werk in elke goede boekhandel lag.

Om de inzenders te belonen en met elkaar in contact te brengen, organiseerde de redactie van Mens en Gevoelens – Haenen en Van Geest dus – een aantal ontmoetingsavonden, in het Betty Asfalt Complex. Ik kreeg een uitnodiging en informeerde of ze het leuk zouden vinden als ik mijn gitaar meenam en wat eigen liedjes zou zingen.

Dat mocht, dus maakte ik mijn Amsterdamse muzikantendebuut, op de planken van het Betty Asfalt. Dat had verder geen gevolgen, behalve dat ik Haenen zelf de hand kon schudden en een kort gesprekje had met Dammie. Hij vond dat mijn strips aansloten bij de 'klare lijn', een stroming ooit begonnen door Hergé, de tekenaar van Kuifje. Mijn liedjes leken volgens hem wel wat op die van Cornelis Vreeswijk. Dat waren niet mijn grote voorbeelden, maar de vergelijking had veel erger uit kunnen vallen.

Een paar jaar later zou ik er nog eens optreden, als zanger van een jazzbandje. Die avond was niet door Paul en Dammie georganiseerd, maar door een groep Joodse homoseksuelen, die zich Sjalhomo noemde. Eén ervan was bevriend met mijn vrouw.

De bezoekers hadden er al een vermoeiende dag opzitten en reageerden nogal lauw op onze muzikale inspanningen. Mijn medemuzikanten, die gemiddeld een jaar of 20 ouder waren dan ik, voelden zich ook niet echt op hun gemak. Maar goed, we hebben ons er, van beide kanten, manmoedig doorheen geslagen en we kregen nog heel redelijk betaald ook.

Dat was niet het laatste bezoek dat, mijn vrouw en ik, aan het Betty Asfalt Complex brachten. We waren er ook nog eens, als publiek, bij de opname van één van Paul Haenens TV-shows. Je kon je daarvoor opgeven en voor zover ik me herinner was de toegang gratis. We hadden een leuke avond, waarbij we met verbazing de transformatie aanzagen van Paul als zichzelf, een beetje onhandige en verlegen man, tot zijn bekendste alter-ego, de praatgrage haaibaai Margreet Dolman.

Als muzikale gasten traden zangers Jan Rot en Jaques Herb op, die samen een single opgenomen hadden. Ik heb het verhaal al vaak verteld. Mijn vrouw en ik zaten, op TV nauwelijks zichtbaar, maar klaarblijkelijk goed te zien vanaf het toneel, in de zaal en Jaques Herb knipoogde herhaaldelijk naar haar. Wij vonden dat nogal grappig, maar het werd nog leuker.

Na afloop van de voorstelling hadden we trek gekregen en waren we, vanuit het theater, de straat overgestoken om een frietje te kopen. We stonden onze warme patatjes te eten toen we Jaques Herb het Betty Asfalt Complex uit zagen komen en in een klaarstaande limousine zagen stappen. Het kan ook best een taxi zijn geweest.

Hoe dan ook, de zanger had ons ook gezien. Dat bleek toen de auto een bocht maakte en aan onze kant van de straat langskwam. Herb draaide, tot onze grote verrassing, het raampje naar beneden en boog zich uit het raam om naar ons te wuiven en te knipogen. Volgens mijn vrouw riep hij ook iets. Het was alsof wij de grote attractie van de avond waren. Je maakt wat mee, als onbekende Nederlander !

Maar goed, dat is allemaal lang geleden. Het Betty Asfalt Complex is, in de tussenliggende jaren, tweemaal verbouwd, zodat het van een alternatief zaaltje, veranderd is in een echt complex met meerdere zalen. Ondertussen vierde Paul Haenen, dit jaar, zijn 78ste verjaardag. Voor Haenen en Van Geest een mooi moment om het stokje over te dragen.

Vanaf 1 juli heeft het complex een nieuwe exploitant, De Theatergroep, en een nieuwe naam, De Richel. Paul Haenen blijft er nog wel optreden maar het Betty Asfalt Complex is verleden tijd.

Voor alle informatie kun je terecht op Theater de Richel.nl. De oude website bestaat ook nog, voor wie nog eens terug wil kijken: Betty Asfalt.nl

En voor wie helemaal niet weet wie Paul Haenen is, zijn biografie staat op Wikipedia. Dat geldt ook voor Jaques Herb en Jan Rot en voor Hergé en Cornelis Vreeswijk. Wij zijn zelf (nog) niet op Wikipedia te vinden.


 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 7 juli 2024

Gaat het met het voetbal dezelfde kant op als met de popmuziek ?


In verschillende kranten
verscheen afgelopen week het bericht, dat onderzoek heeft aangetoond, dat de popmuziek in de afgelopen 70 jaar steeds simpeler is geworden. Voor de wat oudere muziekliefhebber was dat geen verrassing. Vergelijk de leuke, gevarieerde en verfijnde pophits, van de jaren '60, met de suffe muziek van nu en je weet wat ik bedoel. De popmuziek van de jaren '30 was overigens nog beter en complexer. Het versimpelen is al langer aan de gang.

Dan het voetbal van tegenwoordig. Ik volg het de laatste tijd niet meer zo fanatiek. Het WK in Qatar heb ik bewust links laten liggen. Dat had nooit gehouden mogen worden en dus verdiende het niet om bekeken te worden. Daarna heb ik de vaderlandse competitie en de diverse Europacups ook niet meer echt gevolgd.

Ik keek de afgelopen weken wel weer naar het EK-voetbal en gisteren bekroop me de gedachte dat ook het voetbal, in de afgelopen halve eeuw, steeds slechter is geworden. Vooral het mannenvoetbal doet geregeld pijn aan de ogen. Net zoals veel popmuziek pijn aan de oren doet.

Neem nou de kwartfinale tussen Engeland en Zwitserland, van gisteren. Na twee uur spelen was het 1 – 1, de doelpunten vielen binnen 10 minuten in de 2e helft. De overige 110 minuten waren niet om aan te zien. Saai en risicoloos gebrei.

De teams leken al heel tevree als ze de bal rond konden spelen, zonder op het vijandelijke doel te schieten. Want, zoals Johan Cruijff zou zeggen: Zolang wij de bal hebben, hebben zij hem niet. En als zij de bal niet hebben kunnen ze ook niet scoren. Het is een speelwijze die veel landen lijken te hebben overgenomen.

Vroeger speelden de Engelsen een vorm van voetbal die 'kick and rush' werd genoemd. Niet verfijnd, maar wel leuk om te zien. De bal werd vanuit de verdediging zo snel mogelijk naar voren geschoten, waarna de aanvallers hem, zonder veel gedoe, in het doel probeerden te werken. Nu doen de Britten ook aan zorgvuldige opbouw en eindeloos rondspelen.

Corners ! Of hoekschoppen, zoals ze bij ons genoemd worden. Die zijn een prachtige gelegenheid om de bal voor het vijandige doel te knallen. Maar de meeste corners bij het EK worden 'kort' genomen. De man die hem neemt speelt hem dan naar een medespeler, vlakbij, waarna het rondspelen weer kan beginnen.

Vroeger had je spelers die goed waren in het nemen van vrije trappen. Ik denk aan de inmiddels verguisde Fransman Michel Platini, of onze eigen Pierre van Hooijdonk. Die specialisten schijnen niet meer te bestaan. Bij Portugal neemt Christiano Ronaldo alle vrije trappen. De Belgische commentator vertelde dat hij dat al 60 keer had gedaan, op een EK of WK. Daarbij had hij precies 1 keer gescoord.

Vroeger zat je bij een vrije trap op het puntje van je stoel. Nu kun je rustig naar het toilet gaan, of koffie gaan zetten. Dat heb je hard nodig om wakker te blijven. Die vrije trap gaat vrijwel gegarandeerd over of naast.

En dan heb ik het nog niet eens over dat vreselijke, irritante, aanstellerige gedrag, dat je bij voortduring voorgeschoteld krijgt. Bij elk tikje, of hikje, liggen er spelers op de grond te kronkelen alsof ze doormidden getrapt zijn. Dankzij de beelden, in haarscherpe, vertraagde herhaling, kun je, 99 van de 100 keer, duidelijk zien dat er niets aan de hand was.

Een speler lag, gisterenavond, op de grond met de handen aan zijn hoofd. Had hij een schop tegen zijn kop gekregen, of een elleboog ? Er was een onoverzichtelijke situatie aan vooraf gegaan. Uit de herhaling bleek dat de bal tegen zijn kruin was gebotst en niet eens erg hard. Misschien jammerde hij omdat zijn mooie kapsel in de war was geraakt ?

Het is ergerlijke aanstellerij die wel vaak beloond wordt met een vrije trap. Daar zou die videoscheidsrechter zich nu eens nuttig kunnen maken. In plaats van uitmeten of er iemand een millimeter buiten spel stond, zouden die bedriegers gele kaarten moeten krijgen.

O, ja, en malle kapsels, tatoeages en roze voetbalschoenen moesten verboden worden.

En dan, om bij het begin van mijn verhaaltje terug te komen, de gezangen in het stadion ! Die zijn echt heel veel slechter geworden dan in mijn jonge jaren. Vroeger hoorde je nog wel eens de zilvervloot het stadion binnen varen. Voor de jongeren onder ons, uit duizenden kelen klonk dan: 'Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein zijn naam is klein. Zijn daden bennen groot, zijn daden bennen groot, hij heeft gewonnen de zilvervloot.'

Nu hoor je duizenden, een woordeloze en versimpelde variant, van 'O, wat is het toch fijn om gelukkig te zijn', lallen. En dat anderhalf uur lang. Waar moet het heen met de wereld !?

Ps: De wedstrijd van Nederland tegen Turkije, gisterenavond, was gelukkig iets beter verteerbaar. De Turken hadden voor hun enthousiaste aanvalsspel meer verdiend en Nederland mag niet klagen. Maar de eerdere kwartfinales, die door Frankrijk en Spanje werden gewonnen, waren niet best. Frankrijk, toch de grote favoriet, heeft in het hele toernooi maar 1 doelpunt zelf gemaakt, maar staat nu toch in de halve finale. Wat een armoede.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 en deel 2 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave.