Posts tonen met het label biografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label biografie. Alle posts tonen

zondag 27 september 2026

Het Ierse kasteel van Eric Clapton


Naar aanleiding van
het boek over de kastelen van Ierland, waar ik eerder over schreef, ontdekte ik dat de beroemde gitarist, Eric Clapton, enige tijd de eigenaar was van Barberstown Castle. Dat is een groot gebouw, met middeleeuwse gedeelten en latere toevoegingen, niet ver van Dublin, dat in de jaren '70 ingericht werd als hotel. Clapton kocht het in 1979, toen hij op de toppen van zijn roem was, na hit-albums met verschillende bands en successen als solo-artiest.

Het zette mij ertoe aan om de biografie te kopen, die Philip Norman over Clapton schreef en die, als e-boek, voor een paar euro te koop is. Van dezelfde schrijver las ik eerder een prima biografie over Paul McCartney. Norman schreef ook boeken over John Lennon, Mick jagger en Elton John, die ik dan weer niet gelezen heb.

Eigenlijk was ik ook niet direct van plan om de biografie over Clapton te kopen. Uiteraard heb ik bewondering voor hem, als gitarist, maar zijn persoonlijkheid leek mij minder uitnodigend. Dat is iets dat ook Philip Norman aanhaalt, in zijn inleiding. Clapton blijft, onlangs zijn grote populariteit, nogal gesloten en ongrijpbaar.

Hij had de nodige problemen met drank en drugs, zoals veel van zijn collega's, maar raakte nooit betrokken bij grote schandalen. Hij versleet een heleboel vriendinnen, het meest spraakmakend was zijn affaire met Patty Boyd, de vrouw van George Harrison. Maar hij is de afgelopen 40 jaar van de drank af en de laatste 25 jaar ook gelukkig getrouwd.

In het boek van Norman lees ik dat de jeugd van Clapton, die aanvankelijk Rick genoemd werd, niet zonder problemen was. Hij werd geboren in 1945, in het dorp Ripley, dat 35 km ten zuiden van Londen ligt, aan de weg naar Portsmouth. Hij werd opgevoed door Rose en Jack Clapp. Jack was de tweede echtgenoot van Rose. Clapton was de achternaam van haar eerste man, die overleed voor de geboorte van de kleine Rick.

Als kind kwam hij er, door opmerkingen van familieleden, achter dat Rose eigenlijk zijn oma was en Jack zijn stief-opa. Zijn zus Patricia, die als 15-jarige zwanger was geraakt van een, in Engeland gelegerde, Canadese soldaat, was zijn echte moeder. Een paar jaar na zijn geboorte vertrok zij, met een andere soldaat, naar Canada.

Het was een schokkende onthulling en het werd er niet beter op toen Patricia, bij de schaarse familiebezoeken, niet veel belangstelling voor de kleine Rick toonde. Het bezorgde hem een trauma waar hij, decennia later, nog mee worstelde. Hij was, volgens vrienden en latere collegamuzikanten, vriendelijk in de omgang, maar kon zich ook terugtrekken en zich voor zijn omgeving afsluiten.

Zelf verklaarde hij lang onzeker te zijn geweest, bang om mensen teleur te stellen en om afgewezen te worden. Conflicten ging hij liever uit de weg, letterlijk door weg te lopen, als de situatie hem boven het hoofd ging. Tegelijkertijd waren er altijd mensen om hem heen die zich over hem ontfermden. Aanvankelijk waren dat zijn grootouders Rose en Jack, die hem in de watten legden.

Later werd hij, bijvoorbeeld, in huis genomen door John Mayall, de bandleider van The Bluesbreakers, waarvan Eric de gitarist was. Hij logeerde op zolder en werd verzorgd door de vrouw van Mayall, die hem heel attent vond. Eric bracht regelmatig cadeautjes mee voor het jonge dochtertje van het stel.

Het lag niet direct in de verwachtingen dat de jonge Clapton professioneel muzikant zou worden. Aanvankelijk had hij meer belangstelling voor tekenen en schilderen. Na de lagere school ging hij naar 'art school', waarschijnlijk het best te vergelijken met onze vroegere kunstnijverheidsschool. Daar leerde hij letters tekenen en glas-in-loodramen ontwerpen.

Ondertussen had hij ook belangstelling gekregen voor de bluesmuziek, die begin jaren '60 populair werd in Engeland. Zijn schoolopleiding mislukte en hij werkte een paar weken als hulp in de bouw, naast stief-opa Jack, die stukadoor was. Toen hij het aanbod kreeg om professioneel gitarist te worden, bij The Yardbirds, greep hij dat met beide handen aan.

Hij bleef 2 jaar bij de band, maar stapte op toen ze overgingen naar een meer poppy geluid. Op hun eerste grote hit, 'For Your Love' is hij niet te horen. Wel op de instrumentale B-kant, 'Got To Hurry', die ervoor zorgde dat hij gevraagd werd door John Mayall, van The Bluesbreakers.

Als je de vroege opnamen van Clapton hoort, dan is er een enorme ontwikkeling, van de eerste aarzelende solo's naar zelfverzekerd en toonaangevend gitaarspel. Van de sukkel die uit de Yardbirds stapte, net toen die een hitsingle hadden opgenomen, naar 'Clapton Is God', zoals een enthousiaste fan op een muur kalkte. Waar Eric zelf zich dan weer voor schaamde.

De enige LP die hij maakte met John Mayall doet mij enorm denken aan onze eigen Cuby & The Blizzards, die de plaat waarschijnlijk grijsgedraaid hebben voor ze, een paar jaar later, hun eigen 'Groeten Uit Grollo' opnamen.

Ik ben inmiddels halverwege het boek van Philip Norman. Clapton heeft dan, tegen het eind van de jaren '60, megasuccessen beleefd met de band Cream, waardoor zijn banktegoed ook tot grote hoogte is gestegen. Hij heeft een landhuis gekocht, niet ver van het ouderlijk huis in Ripley en een cottage voor oma Rose en opa Jack.

Maar het kasteel in Ierland is nog niet in zicht. Bij Wikipedia las ik dat hij het in 1985 weer verkocht. Misschien verbleef hij er maar zelden, want in die periode kampte hij met alcoholproblemen. Je kunt er logeren, als je zou willen. De nieuwe eigenaren hebben het flink uitgebreid en opgeknapt. Kijk maar op de website.

'Slowhand', het boek van Philip Norman, verscheen in 2020. Dat Clapton zich, op zijn oude dag, tegen coronamaatregelen en vaccinaties keerde, heeft hij dus niet op kunnen nemen. Daar staat tegenover dat Clapton zich onlangs inzette voor de kinderen in de zo zwaar getroffen Gazastrook. Als ik in het tweede deel nog opmerkelijke dingen lees, kom ik er misschien op terug.

  

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik op het plaatje voor een grotere weergave. Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 en deel 14 van het vorige verhaal. 
 

 

 

zondag 5 december 2021

Eindelijk een contract


Het heerlijk avondje ?
Nee, daar doen we niet veel aan dit jaar. Vroeger wel, natuurlijk, met cadeaus, surprises en gedichten. Ik herinner me een Heer Bommel pocket van Marten Toonder, die ik lang geleden voor Sinterklaas kreeg. Strips hadden al jong mijn interesse. En muziek, maar ik geloof niet dat ik ooit een album gekregen heb van The Beatles. Mijn oudere broer verzamelde de lp's, ik was daar net iets te jong voor.

Nu lees ik de grote Beatles biografie, geschreven door Mark Lewisohn en ben ik aangekomen bij 1962. De groep heeft een contract getekend bij platenmaatschappij EMI en is in London om, met producer George Martin, hun eerste single op te nemen. Die vraagt zich af hoe hij de band moet noemen ? John Lennon & The Beatles ? Paul McCartney & The Beatles ?

George Harrison zingt ook en alle bandjes van het moment bestaan uit een zanger en begeleiders. Ringo Starr drumt op dat moment nog bij Rory Storm & The Hurricanes. The Beatles hebben Pete Best achter de drums, maar die is het buitenbeentje van de groep. Hij houdt zich meestal afzijdig, gaat niet met de rest op stap en is alleen aanwezig tijdens optredens.

Pete en zijn moeder Mona waren wel belangrijk voor de ontwikkeling van de band. Mona had in de kelder van haar huis, in Liverpool, een jeugdhonk geopend. Alcoholvrij, maar met live-muziek die vaak verzorgd werd door John, Paul en George.

Pete was erbij gevraagd, als drummer, toen ze naar Hamburg gingen en niemand anders konden vinden. Hij was geen geweldige muzikant, had moeite met het houden en vinden van het juiste tempo, maar regelde met zijn moeder wel een groot deel van hun optredens.

Er werd in mijn jeugd wel eens smalend gedaan over The Beatles. Die hadden grote hits, maar eigenlijk konden ze helemaal niet spelen, zei men. In werkelijkheid ontwikkelden ze zich, aan het begin van de jaren '60 tot de opwindendste, populairste en best betaalde live-band van Liverpool en omstreken. Ook dankzij de meer dan 1000 uur die ze in Hamburg op het podium stonden.

In 1962 had Brian Epstein zich net aangemeld om hun manager te worden. Epstein was een paar jaar ouder, kwam uit een welgesteld, Joods, middenstandsmilieu en gaf leiding aan twee succesvolle winkels in huishoudelijke apparaten en grammofoonplaten. In zijn winkel pikten The Beatles hun nieuwe nummers op.

Ze hadden een enorm repertoire aan covers, hits van anderen, bekendere en minder bekende. Vooral Amerikaanse nummers. Ze speelden nog nauwelijks eigen liedjes. Hun publiek wilde bekende muziek horen om op te dansen, schuifelen en soms ook bij te vechten.

Toch was het door een zelfgeschreven liedje dat ze uiteindelijk bij EMI terecht kwamen. Het verhaal dat ze afgewezen werden door platenmaatschappij Decca, wordt vaak en met smaak verteld. Maar ze waren ook al eens afgewezen door EMI en door elk ander maatschappijtje dat Brian Epstein voor hen benaderde.

Bij Decca hadden ze wel proefopnamen gemaakt en daarbij hadden ze een eigen liedje opgenomen, 'Like Dreamers Do'. Met die opname ging Epstein naar EMI en hoewel er twijfels waren over de groep viel het nummer wel in de smaak. George Martin werd daarop min of meer gedwongen om The Beatles een contract aan te bieden. Omdat zijn chef zijn autoriteit wilde laten gelden en er interesse was in dat ene liedje.

Martin zelf zag er niet zoveel in en was aanvankelijk niet eens aanwezig bij de eerste opnamesessie. Niemand van het EMI-personeel was erg onder de indruk van het merkwaardige bandje uit Liverpool, dat stijf stond van de zenuwen en zo'n matige drummer had. Tot ze 'Love Me Do' speelden.

Martin werd uit de kantine gehaald en begon in te zien dat er misschien toch wat te maken viel van dit bandje. Maar dan met een andere drummer. John, Paul en George wisten er wel een. Niet lang daarna vertrok Pete en kwam Ringo, maar die mocht bij de tweede sessie alleen maar tamboerijn spelen. Later zou dat wel veranderen. 

 


De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman.
 
Klik hier voor deel 1 en deel 2 van dit verhaal. 

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men
 

zondag 26 september 2021

Soms denk ik dat ze het erom doen


Jullie weten
dat ik net de omvangrijke, alles omvattende, tweedelige biografie van Elvis Presley heb uitgelezen. Ik had niet direct plannen om aan weer zo'n lijvig boek te beginnen. Aan de dikke Elvis was ik mede gekomen omdat het als e-boek zo belachelijk goedkoop was. Ook omdat het me wel interesseerde, natuurlijk, en omdat ik een fan ben van de schrijver, Peter Guralnick. Maar als ik er 30 euro per deel voor had moeten neerleggen had ik me waarschijnlijk nog eens bedacht.

Het lijkt erop dat het voor muziekliefhebbers, met een e-reader, een bijzonder goede tijd is. Eerder las ik, ook al voor een prikkie, de autobiografie van Keith Richards, de gitarist van de Rolling Stones en de biografie van Sam Cooke.

Nu had ik dus geen nieuwe plannen in die richting, maar een poosje terug las ik een recensie in de krant, over een boek van de Britse muziekjournalist David Hepworth. Die schreef een reeks boeken, maar maakte vooral furore als redacteur en oprichter van een aantal muziektijdschriften en als presentator van BBC programma's. In 1985 presenteerde hij bijvoorbeeld, Live Aid, het door zanger Bob Geldof georganiseerde benefietconcert ten bate van de hongersnood in Ethiopië.

Hepworth werd in de krant de beste muziekschrijver van het moment genoemd. Zijn boek 'Nothing Is Real' was aanvankelijk als e-boek niet leverbaar. Maar toen ik, nadat ik die Elvis-biografie uit had, nog eens keek kon ik het wel kopen. Voor een heel normale prijs, hoor. En het is ook geen heel dik boek.

Zoals de titel al doet vermoeden is Hepworth een Beatles-fan, net als ik, en de eerste paar hoofdstukken las ik met genoegen. Hij beschrijft onder andere hoe hij als jongetje zijn eerste Beatles-LP voor kerst kreeg. Een oom voorspelde dat ze na een paar jaar waarschijnlijk niets meer van dat flutbandje zouden horen. Maar oom Stan, die fan was van Frank Sinatra, zat er naast.

Omdat ik wat meer over David Hepworth wou weten zocht ik hem op en via Wikipedia en zijn eigen website, kwam ik terecht op zijn weblog. Daar schreef hij over een dikke, driedelige biografie van The Beatles, geschreven door Mark Lewisohn. Hepworth was vol lof over het monumentale eerste deel, in papieren vorm ruim 900 pagina's dik.

Dat maakt nieuwsgierig, natuurlijk, en ik besloot eens te kijken of het ook leverbaar was als e-boek. Ja en jullie raden het al, het is verkrijgbaar en dat niet alleen, het kost maar 3,99 !

Zucht... Soms denk ik echt dat ze het erom doen. De hele wereld spant samen om mij, voor een paar grijpstuivers, monumentale biografieën van muzikanten op te dringen. Dit boek 'All These Years – Volume One – Tune In' telt maar liefst 2200 digitale pagina's. Daar zie je niets van op de e-reader, die wordt er niet merkbaar zwaarder of dikker van, maar het houdt me wel weer een tijdje zoet.

Voor de ouderwetse Beatles-fans, die liever een boek van papier lezen, ook al is dat een stuk duurder en minder goed voor de planeet, is zo'n traditionele uitgave te koop voor 18,99. Voor de patsers die graag een superdeluxe, heel speciale, extra uitgebreide editie hebben, dat kan ook en die kost 122,99. Die 'Extended Special Edition' is er trouwens ook als e-boek en kost dan maar 16,99. Maar ik begrijp wel dat die minder indrukwekkend zal ogen op de salontafel. 

 


De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 en deel 12 van dit verhaal
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men
 

zondag 6 juni 2021

De jonge Elvis


Ondertussen
heb ik het eerste deel van de biografie van Elvis Presley uitgelezen. Ik kocht de twee delen, 'Last Train To Memphis' en 'Careless Love', geschreven door Peter Guralnick, een tijdje terug als e-boek en voor een spotprijs.

Op mijn e-reader zijn ze meer dan 1400 pagina's per deel, maar tot mijn verrassing bleek deel een al na 1100 bladzijden afgelopen. Er volgden daarna nog noten, wat ik natuurlijk al gemerkt had tijdens het lezen, maar ook een ruime verantwoording, literatuur-verwijzingen, luistertips en nog zo het een en ander. Guralnick, die door de critici geprezen wordt voor zijn degelijke en toch leesbare werk, is duidelijk niet over een nacht ijs gegaan.

Ik heb zijn boek niet in een ruk uitgelezen, maar het afgewisseld met ander leesvoer. Daarbij wilde ik zoveel mogelijk van de muziek die hij noemt – en die lang niet alleen van Elvis zelf is – ook beluisteren. Wat dat betreft heb ik wel een achterstand opgelopen, maar ik heb aantekeningen gemaakt, dus die haal ik nog wel in.

Deel een van de levensbeschrijving eindigt bij het vertrek van Elvis naar Duitsland, om zijn dienstplicht te vervullen. Ik schreef al eerder, na het lezen van de eerste hoofdstukken, dat hij naar voren komt als een sympathieke jongen. Eigenlijk kun je stellen dat er geen betere gevonden had kunnen worden om de rock & roll, als nieuwe muziekstijl, te lanceren.

Natuurlijk was er veel weerstand, bij het conservatieve deel van de Amerikaanse bevolking, tegen deze woeste muziek die de jeugd in het verderf zou gaan storten. Maar Elvis was een door en door brave jongen. Hij dronk niet, hij gebruikte geen drugs en hij ging naar de kerk. Hij wilde alles doen om zijn ouders te helpen en hij was beleefd in de omgang, zowel met journalisten als met vrijwel ieder ander die hij tegenkwam, inclusief de ouders van meisjes waarmee hij omging. Dus terwijl de muziek, voor die tijd, best wild en rebels klonk was de zanger het toonbeeld van de ideale schoonzoon.

Guralnick schetst geen suikerzoet portret, er waren echt wel minder geslaagde momenten, maar hij overtuigt wel in zijn karakterschets. Ik denk dat Elvis echt een vriendelijke jongen was. Hooguit een beetje naïef – om niet te zeggen kinderlijk – en voor zijn vriendinnetjes niet direct het toonbeeld van trouw. Ook in de omgang met zijn muzikale begeleiders van het eerste uur was hij wat achteloos. Maar verder een brave borst die zijn rol als tieneridool serieus nam.

En in het eerste deel verloopt ook alles voorspoedig. We zien de jonge zanger gestaag stijgen in populariteit. We zien zijn dromen uitkomen. Hij scoort hits, maakt films en verdient veel geld, zodat hij een huis voor zijn ouders kan kopen.

Pas tegen het eind van het boek doemen er donkere wolken op. Het wordt op een zeker moment wel duidelijk dat Elvis, buiten zijn net nieuw ingerichte landhuis 'Graceland', geen privéleven meer heeft. Hij kan zich nergens vertonen of er ontstaat een oploop en hij moet een paar keer vluchten om uit handen van zijn overenthousiaste fans te blijven.

Om toch nog iets van gezelligheid om zich heen te hebben, hij kan er niet tegen om alleen te zijn, reist hij rond met een groeiende aanhang van familieleden, vrienden en vriendinnetjes. In deel twee zullen we zien dat er daarbij spanningen ontstaan, maar voor de meeste tijd vermaken ze zich met kinderlijke spelletjes, flauwe grappen, het afsteken van vuurwerk en het zingen van gospelliedjes.

Hij neemt ook vrienden en familie mee naar Duitsland, waar hij een huis huurt om de tijd die hij heeft, buiten het legerkamp, met ze door te brengen. Door het leger komt hij in aanraking met peppillen, die hem later nog zuur zullen opbreken.

Hij krijgt een enorme klap als zijn moeder, vlak voor zijn vertrek, komt te overlijden. Hij was als enig kind erg aan zijn moeder gehecht en lijkt aanvankelijk ontroostbaar. Uiteindelijk gaat hij met enige tegenzin de kazerne in, maar eenmaal daar schikt hij zich plichtsgetrouw in zijn rol als soldaat.

Inmiddels ben ik al begonnen aan deel twee van de biografie en daarin wordt al snel duidelijk dat het sprookje niet eindeloos gaat duren. Elvis laat zich alle aandacht met plezier aanleunen. Als hij, weer terug in Amerika, met de trein naar zijn woonplaats Memphis reist, staan er overal mensen te juichen langs de route. Dat die zijn opgetrommeld door zijn sluwe manager 'Colonel' Tom Parker mag de pret niet drukken.

Maar hij is ook het slachtoffer van zijn eigen succes. Hij blijft gretig amfetaminepillen slikken, slaapt nauwelijks, leeft zich uit in de opnamestudio maar ergert zich op de filmset. Hij wordt humeurig en opvliegend en is zwaar teleurgesteld als zijn vader een nieuwe vrouw vindt. Als het paar, met haar kinderen, in Graceland komt wonen voelt hij zich daar ook niet meer op zijn gemak.

We weten al zo'n beetje hoe het uiteindelijk af gaat lopen...



De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 en deel 11 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men
 

zondag 25 augustus 2013

Jeugdheld, Marten Toonder, blijkt nare man


Het is waarschijnlijk een romantisch en sentimenteel verlangen om te verwachten dat mensen die je bewondert, vanwege hun artistieke talent, ook een sympathieke persoonlijkheid zullen hebben. Een geweldige zanger kan best een naarling zijn, een begenadigd schrijver is misschien in de omgang een vervelende klier.

Toch bleef ik, na het lezen van de biografie van Marten Toonder, geschreven door Wim Hazeu, achter met een gevoel van teleurstelling. Uit interviews met oud-medewerkers, zoals Dick Matena, had ik al wel begrepen dat Toonder niet altijd even jofel en gezellig was. Maar dat het zo'n nare man was had ik niet verwacht.

Toonder komt uit het boek naar voren als een workaholic, die geen tijd had voor zijn gezin, zich zakelijk keihard opstelde en alle waardering, geld en roem naar zich toetrok. Niet de aimabele oude baas die, op zijn sfeervolle landgoed in Ierland, het ene na het andere geniale stripverhaal schreef en tekende. Van het beeld dat ik had van mijn jeugdheld, blijft weinig over.

Zijn opstelling in de oorlog blijkt, op zijn best, twijfelachtig. De afhandeling van de nalatenschap, van een Joodse zakenpartner, grenst zelfs aan het schofterige. Tegenover medewerkers en ook zijn kinderen is hij kil en knieperig. Als zakenman is Toonder wispelturig en voor zijn strips leunt hij zwaar op zijn medewerkers, die daar nooit de waardering voor krijgen die ze verdienen.

De bejubelde Bommel-verhalen, waarover hij zelf altijd zei dat ze voor 100% door hem zelf gemaakt werden, blijken voor een groot deel geschreven samen met anderen, zoals Lo Hartog van Banda en broer Jan Gerhard Toonder. Ook het tekenwerk werd voor een belangrijk deel door assistenten verricht. Dick Matena, Fred Julsing en in de latere verhalen vooral Piet Wijn, maakten de potloodschetsen, waarna Toonder die corrigeerde en in inkt zette.

De tekenaars die hem hielpen betaalde Toonder een karig loontje. De inkomsten uit boekverkoop streek hij vervolgens zelf op. Toen zijn broer hem voorstelde om, van die riante royalty's, een pensioenfonds voor oud-medewerkers te stichten wees Toonder dat af.

Je wordt er niet vrolijk van als je het allemaal leest. Maar ja, mooie boeken worden niet altijd geschreven door aardige mensen. En het blijven natuurlijk prachtige stripverhalen, ook als je weet dat ze gemaakt zijn in teamverband en onder leiding van een nare man.





De Strip: De strip van deze week is weer gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 , deel 2 en deel 3 van dit verhaal.

Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het voorafgaande verhaal.

Klik op de strip voor een grotere weergave.

Ga voor eerdere hoofdstukken naar het Strip Jaaroverzicht van 2011  -  het Strip-overzicht van 2012 en het Strip-jaaroverzicht van 2013

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men