Posts tonen met het label ian rankin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ian rankin. Alle posts tonen

zondag 8 september 2024

Geslaagde en minder geslaagde TV-series


Als liefhebber
van detectiveromans en -series heb je het niet altijd gemakkelijk. Vooral niet als een boekenserie, waar je een aantal delen van gelezen hebt, verfilmd wordt. Dat kan nogal wat invloed hebben op het leesgenot.

Ik weet niet hoe het bij jullie is, beste lezers, maar ik vorm me altijd een beeld van wat ik in zo'n boek lees. Het is geen haarscherpe film die zich, al lezende, in mijn hoofd afspeelt, maar toch zo gedetailleerd dat een verfilming, of verwerking tot TV-serie, mijn beeld lelijk kan verstoren.

Niet dat het altijd fout gaat, sommige verfilmingen zijn best geslaagd. Bijvoorbeeld de Maigret-serie met Bruno Cremer in de hoofdrol. Die past prima als ik een boek van Simenon lees. Of, wat recenter, de serie 'Case Histories', over detective Jackson Brodie, naar de boeken van Kate Atkinson. Geen probleem met hoofdrolspeler Jason Isaacs.

Andere detectiveromans en -reeksen zijn zo vaak verfilmd dat er zich, bij lezing van de originele boeken, een soort van gemiddelde aandient. De Miss Marple verhalen van Agatha Christie, bijvoorbeeld. De afgelopen jaren heb ik zeker drie verschillende TV-Marples voorbij zien komen, maar samen geven ze geen grote problemen als ik weer eens zo'n boek lees.

Sommige seriemakers geven zo'n eigen draai aan een boekenreeks, dat er van conflicten, in het hoofd van de lezer, geen sprake meer kan zijn. Op de Belgische TV zijn, af en toe, afleveringen te zien van een Franse serie, 'Les petits meurtres d'Agatha Christie', die ook gebaseerd is op de boeken van de beroemde Britse schrijfster.

De makers hebben echter de handeling verplaatst, naar het Frankrijk van de jaren '50. Ze nemen geen enkele hoofdpersoon uit de originele boeken over, maar laten de mysteries oplossen door een jonge journaliste en een knorrige politiecommissaris. Gek genoeg is het best een leuke serie.

Maar helaas zijn er ook een paar miskleunen. Ik las bijvoorbeeld een paar boeken van Frank Tallis, die later verwerkt werden tot de TV-serie 'Vienna Blood'. De verhalen spelen in Wenen, rond 1900, met als hoofdpersonen de jonge arts Max Liebermann – die een navolger is van Sigmund Freud – en inspecteur Oskar Reinhardt.

Samen lossen ze misdaden op tegen de achtergrond van Weense koffiehuizen en salons, bevolkt door elegante heren en dames uit de hogere kringen. In de boeken eten ze het ene na het andere heerlijke gebakje en zingen ze, in hun vrije uren, liederen van Schubert. Van die vrolijke noten blijft in de TV-serie niets over.

Liebermann wordt neergezet als zo'n geremd persoon, dat hij bijna autistisch lijkt. Terwijl van Reinhardt een norse sombermans gemaakt is, die diep gebukt gaat onder de scheiding van zijn vrouw. Ik heb niet alle boeken van Tallis gelezen, die zelf klinisch psycholoog is en dus wel weet waarover hij schrijft, maar vraag me af of ik het beeld van die twee acteurs uit mijn hoofd zal kunnen houden, bij lezing van een volgend deel. Hun foto's staan ook al op de omslagen van de boeken, zag ik.

Nog zo'n sof is de nieuwe serie die gemaakt is naar de boeken van Ian Rankin. Ik ben net begonnen aan deel 21, van de reeks die hij schreef, over inspecteur John Rebus. Het is een van mijn favoriete reeksen, hoewel er al verschillende verfilmingen van gemaakt zijn. Van de eerste serie, met acteur John Hannah in de hoofdrol, heb ik gelukkig nooit iets gezien.

De tweede reeks met Ken Stott staat me evenwel helder voor de geest. Stott speelt daarin een stevige veertiger, met een karakterkop, die prima past bij het beeld van de lichtelijk getroebleerde John Rebus, die worstelt met zijn verleden, zijn echtscheiding en zijn drankgebruik. Hij gaat gekleed in slechtzittende pakken, rookt teveel en valt regelmatig in slaap in zijn stoel, in plaats van zijn bed. Precies als in de romans.

Maar nu is er een nieuwe serie gemaakt en de nieuwe Rebus, die gespeeld wordt door Richard Rankin (geen familie van de schrijver), is een jonge vent met een modieus stoppelbaardje en een leren jasje. Bij het zien van de leader, op TV, het introductiefilmpje waarmee zo'n nieuwe serie wordt aangekondigd, had ik al zo mijn twijfels. Maar bij het bekijken van de eerste aflevering werd het me al snel duidelijk: Niet bekijken, deze serie ! Er deugt niets van !

De handeling is een jaar of 40 verplaatst, naar het Edinburgh van nu. Men heeft een aantal figuren uit de boekenreeks, die dus al meer dan 20 romans telt, bij elkaar geveegd en er, vrijwel zonder uitzondering, verkeerde acteurs bij gezocht.

Om één voorbeeld te noemen, afgezien van de hoofdrolspeler: Zijn grote tegenstrever is gangster Morris Gerald Cafferty. In de boeken heeft die de bijnaam 'Big Ger', want het is een reus van een vent. De acteur die hem nu uitbeeldt zet een prima schurk neer, maar is een mager kereltje van gemiddelde lengte. Dat Rebus hem, in één van de eerste scenes, probeert te wurgen is in de serie al moeilijk te begrijpen, maar was in de boeken volslagen ondenkbaar.

Je vraagt je af hoe Ian Rankin met deze serie akkoord heeft kunnen gaan. Ik las bij Wikipedia dat hij na het maken van de eerdere series, de filmrechten teruggekocht heeft, omdat hij niet tevreden was over het resultaat. Is hij nu gezwicht voor een lucratief aanbod ? Ik kan me niet voorstellen dat hij zo in geldnood zou zitten, zijn boeken zijn zonder uitzondering bestsellers. Maar Rankin nadert de pensioenleeftijd, misschien wil hij in één keer zijn oude dag veiligstellen ?

Hoe dan ook: Deze serie kun je beter links laten liggen. Tenzij je bij het lezen altijd al dacht dat Rebus een jonge kerel met een stoppelbaardje was. In de boeken wordt hij trouwens langzaam ouder. In boek 21 is hij gepensioneerd en opa. Ik vraag me af hoe de seriemakers daar mee om zullen gaan.

Wie zoekt, naar foto's van Ken Stott, krijgt een heleboel plaatjes te zien uit de verfilming van The Hobbit. Stott speelde daarin de dwerg Balin.

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 en deel 11 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 25 februari 2024

Jack Parlabane overwint !


Een tijdje terug
vertelde ik over de gratis e-boeken die ik, van verschillende kanten, toegestopt had gekregen. Ik kwam er achter dat die vaak uit het Engels vertaald waren en ik vond die vertalingen vaak niet zo best. Maar omdat er zich een hele reeks van die boeken, op mijn laptop en e-reader, had verzameld besloot ik om er toch eens doorheen te gaan. Al was het maar om te zien of er misschien iets van waarde bij zat. Want gratis dingen kunnen waardevol zijn.

Deze keer begon ik aan 'Marionet' van Daniel Cole. Na een bladzijde of 20 dacht ik: dit zou best een goed geschreven politieroman kunnen zijn. Ik zocht het boek op internet en het bleek deel 2 uit een reeks van 3. De e-boeken, in de oorspronkelijke taal, Cole is een Brit, waren niet duur, dus ik kocht deel 1, 'Ragdoll', in het Engels.

Ik keek ook op de website van zijn Nederlandse uitgever – jammer voor de lezer die het Engels niet beheerst, maar de Nederlandse e-boeken zijn 3 keer zo duur als de Engelse – daar wordt Cole nogal ronkend aangeprezen: 'De Britse Daniel Cole (1983) werkte voorheen als ambulancebroeder. Het is dan ook geen verrassing dat hij in zijn thrillers de meest gruwelijke details met medische precisie weet te beschrijven.'

Dat is wel een klein beetje overdreven en zou voor mij genoeg kunnen zijn om van de aankoop af te zien, maar gelukkig druipt het bloed niet tussen de pagina's vandaan. De seriemoordenaar waar de hoofdpersonen, inspecteur William 'Wolf' Fawkes en zijn collega detective Emily Baxter, door uitgedaagd worden is wel bijzonder inventief. De manier waarop de slachtoffers vallen en de wijze waarop het onderzoek in de soep loopt is zelfs zo uitzinnig, dat ik halverwege overwoog om het boek maar opzij te leggen.

Maar ongeloofwaardig of niet, het verhaal is goed geschreven en wordt op het laatst toch spannend. Dus ik las verder, bereikte de ontknoping en heel misschien ga ik deel 2 ook nog eens lezen. Het zou 'ijzingwekkend spannend' zijn, belooft de uitgever.

Kort daarop, ik vermoed door een suggestie van mijn e-boeken verkoper, kwam ik op de thrillers van Christopher Brookmyre. Dat is een Schot en ik ben een fan van die andere Schotse thrillerschrijver, Ian Rankin. Dus dat wekte verwachtingen.

Rankin komt uit Edinburgh, Brookmyre uit Glasgow. Tussen die steden is een rivaliteit, een beetje zoals, bij ons, tussen Amsterdam en Rotterdam. Edinburgh is de, tamelijk respectabele, beetje verpauperde hoofdstad, met zijn mooie historie. Glasgow het ruwere, volksere neefje, brutaler, grof in de mond en armen uit de mouwen, hoewel een flink deel van die ruwe werkers inmiddels een werkeloosheidsuitkering krijgt.

De boeken van Brookmyre zijn ook brutaler, dan die van Rankin, de overdrijving wordt niet geschuwd, maar op een humoristische manier. Ik las zijn debuutroman, 'Quite Ugly One Morning', de titel is geleend van de Amerikaanse singer-songwriter Warren Zevon, wat meteen al een pluspunt is.

In zijn, 20 jaar later geschreven, voorwoord zegt Brookmyre dat hij een fan is van Zevon en dat hij hem een 'slijmerige' brief schreef, om te vragen of hij de titel mocht gebruiken. Zevon antwoordde niet en is inmiddels overleden. Hij heeft waarschijnlijk nooit meegekregen dat het boek nu een stuk bekender is dan zijn liedje. In dat voorwoord zegt de schrijver ook dat zijn boek een satire is op het Groot-Brittannië van de jaren '90, net na Margaret Thatcher. Het is dus niet alleen een detectiveverhaal, het levert ook maatschappijkritiek.

De vrouw van Brookmyre is anesthesist, in een ziekenhuis van de National Health Service (NHS), de Britse vorm van ons oude ziekenfonds. Zij maakte lange dagen, onder beroerde arbeidsomstandigheden en moest toezien hoe, door de hervormingen van de partij van Thatcher, de managers het roer in het ziekenhuis overnamen.

Het verhaal van Brookmyre speelt zich af rond zo'n NHS ziekenhuis. Een van de managers heeft bedacht dat bejaarde patiënten, die veel verzorging behoeven, economisch niet voordelig zijn. Ze kunnen beter opgeruimd worden en het ziekenhuis verkocht. Dat zou een geweldige besparing zijn en, via handige constructies, zouden hij en wat zakenvrienden daar leuk aan kunnen verdienen. Hij vindt een dokter met een gokprobleem, die hem wel een handje wil helpen.

De ex-vrouw van die criminele dokter is anesthesist – jazeker – en als haar ex zelf vermoord wordt zoekt ze, samen met de eigenlijke hoofdpersoon, journalist Jack Parlabane, uit hoe de vork in de steel zit. Die Parlabane is een geval apart. Hij is onderzoeksjournalist, die gespecialiseerd is in het blootleggen van politieke en zakelijk schandalen. Hij gebruikt onorthodoxe methoden, is een meesterinbreker en computerhacker.

Aan het begin van het boek is hij net Amerika ontvlucht, waar onderwereldfiguren het op zijn leven voorzien hebben. Eerder werkte hij een tijdje in London, waar hij menig sjoemelende politicus en onbetrouwbare zakenman het leven zuur maakte. Oorspronkelijk een Schot, is hij nu weer terug in Glasgow en belandt, bij toeval, middenin de moordzaak op de corrupte arts.

Ook Brookmyre is dus niet bang voor wat overdrijving en zijn romanpersonen belanden soms in bizarre situaties, maar hij schrijft wel veel leuker dan Daniel Cole. Er komen ook gewelddadige scenes voor in 'Quite Ugly One Morning', maar die lijken meer op slapstick, dan op fel realisme. Parlabane is bijna een superheld, ondanks de malle toestanden waar hij in verzeild raakt. Misschien daardoor komt de kritiek die Brookmyre heeft, op de conservatieve politiek, juist wel serieus over.

De boeken van Brookmyre zijn niet vertaald in het Nederlands. Dat zou ook een flinke klus zijn, want hij mixt nogal wat spreektaal, soms ook Schots dialect, door zijn verhalen. Je moet ook een beetje op de hoogte zijn van wat er in Groot-Brittannië speelde, in de jaren '90. Of niet te beroerd zijn om af en toe iets op te zoeken.

Ik las vrij snel daarna zijn tweede boek, waarin Parlabane het opneemt tegen de schandaalpers en politici die met de media onder één hoedje spelen. Ook dat is bij vlagen heel amusant, al is de schrijver soms wat erg lang van stof.

Dus als ik moet kiezen tussen Cole en Brookmyre dan wint de laatste met gemak. Wil je sensatie lees dan Cole, wil je vermaakt worden, maar ook iets leren over Groot-Brittannië voor de Brexit, kies dan voor Brookmyre. Wil je een realistische thriller, doe dan toch maar Ian Rankin.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 11 september 2022

Knisperend taalgebruik


Ondertussen las ik boeken
van Ian Rankin, van Louis Paul Boon en een half boek van Jonathan Swift. Ik hou van een beetje afwisseling. Rankin is een moderne, Schotse, thrillerschrijver, bekend door zijn bestsellers over inspecteur Rebus. Maar het succes kwam hem niet aanwaaien en omdat zijn Rebus-romans wel verkochten, maar niet in enorme hoeveelheden, schreef hij ook nog een paar andere spannende boeken, onder het speudoniem Jack Harvey.

Inspecteur Rebus is gevestigd in Edinburgh, de Schotse hoofdstad, waar vrijwel al zijn avonturen zich afspelen. Als Jack Harvey neemt Rankin wat meer speelruimte. 'Bleeding Hearts', het boek, dat ik las speelt zich voor een groot deel af in de Verenigde Staten. Het gaat over de jacht op een huurmoordenaar en heeft een paar spectaculaire scenes, die in een actiefilm niet zouden misstaan.

Ik ga het verhaal niet navertellen, maar we volgen beurtelings de moordenaar en de speurders die hem achterna zitten. Het knappe is dat je, in de loop van het boek, meer sympathie krijgt voor de misdadiger dan voor de detective die hem achtervolgt. Je gaat zitten hopen op een goede afloop, waarbij de moordenaar ontkomt. Precies het tegenovergestelde van de meeste detectiveverhalen.

Ter afwisseling kocht ik een deel van de verzamelde werken van Louis Paul Boon, uiteraard als e-book. Ik heb, in mijn jonge jaren, vrij veel gelezen van Boon, je kunt gerust zeggen dat hij een favoriete schrijver was. Een Vlaming, die ook populair was in ons land en daarbuiten en die bijna de Nobelprijs voor literatuur won.

In de jaren '50, nog voor hij zijn grote doorbraak beleefde, kwam hij bij zijn Nederlandse uitgever met het plan om een eigen tijdschrift te beginnen. Het zou 'Boontjes Reservaat' gaan heten en de bedoeling was dat het scherpe maatschappijkritiek zou bevatten. Uiteindelijk verschenen er, een jaar of vijf later, een handvol boekjes.

Voor Boon zelf kwam dat een beetje te laat. Het revolutionaire vuur was deels gedoofd en wat overbleef was een verzameling, mild maatschappijkritische stukjes. De meeste hadden al eerder in kranten en tijdschriften gestaan en werden nu gerecycled. Er zitten heel leuke verhalen tussen, bijvoorbeeld een verslag van een trektocht door Engeland, die Boon, met een paar vrienden ondernam, vlak na de Tweede Wereldoorlog. Maar sommige andere, zoals een verhandeling over tarotkaarten en een reeks verhalen over filmsterren, konden me minder boeien.

Wat blijft is het heerlijk knisperende taalgebruik van de schrijver dat, voor mij als noorderling, zo typisch Vlaams lijkt. Het verraste me dan ook dat ik in de verantwoording las dat Boon zijn teksten vernederlandst had voor de uitgave in ons land. Het had dus nog een stuk Vlaamser gekund.

Jullie weten misschien dat ik af en toe een boek download van het Project Gutenberg, een Amerikaans initiatief dat veel oudere lectuur, digitaal en gratis, beschikbaar maakt. Boeken uit de 19e eeuw en ouder zijn meestal vrij van kopierechten en vaak verrassend leuk om te lezen. En als het tegenvalt is dat ook niet erg.

Deze keer las ik 'Polite Conversation', van Jonathan Swift, ook wel bekend als 'A Complete Collection of genteel and ingenious Conversation, according to the most polite mode and method now used at Court, and in the best Companies of England'. In feite een cursus in beleefde conversatie, waar Swift aan werkte sinds 1704 en die uiteindelijk in 1738 verscheen.

Swift is vooral bekend als de schrijver van 'Gullivers Reizen', dat velen zullen beschouwen als een leuk avonturenboek voor kinderen, maar dat eigenlijk een satire is op menselijk gedrag. Ook zijn 'Polite Conversation' is een satire. Hij presenteert het als een verzameling van onderhoudende opmerkingen, scherpzinnige vragen en snedige antwoorden die de jonge cursisten, uit de betere kringen, uit het hoofd moeten leren om te gebruiken zodra ze in gezelschap zijn.

Hij stelt voor om scholen te stichten waar zijn leermethode onderwezen kan worden en waar de leerlingen ook de bijpassende lichaamshoudingen, gezichtsuitdrukkingen en handgebaren kunnen aanleren. Als de cursus voltooid was zou geen gesprek meer verkeerd lopen of stilvallen.

Het idee is natuurlijk geweldig. Je ziet het helemaal voor je: leeghoofdige lieden, die zelf niets meer hoeven te verzinnen en onderling alleen nog ingestudeerde zinnetjes uitspreken. Van die voorgestelde scholen is natuurlijk niets terechtgekomen, net zomin als van het eerbetoon, dat de schrijver zichzelf toedicht, als belangrijker wereldverbeteraar dan Isaac Newton.

De inleiding, waarin Swift zijn bedoelingen uitlegt, is wel leuk om te lezen. Gaandeweg vroeg ik me af waarom het zo'n lange inleiding was. Het boek is al voor een derde voorbij als de eigenlijke cursus nog beginnen moet. Uiteindelijk is dat maar goed ook, want na het grappige voorwoord vallen de conversaties, die Swift als voorbeelden geeft, nogal tegen. Misschien was dat ook wel de bedoeling. Het is tenslotte een satire. Na zo'n opgeklopte inleiding zijn de nogal suffige uitspraken misschien bedoeld als komisch contrast.

Het is natuurlijk een grap en eigenlijk maar half geslaagd, toch is een moderne versie wel voorstelbaar. Je zou denken dat er, ook nu nog, genoeg te verbeteren is aan de gesprekken tussen mensen in het algemeen en in betere kringen in het bijzonder. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. 
 
Klik hier voor deel 1 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men
 

zondag 12 juni 2022

Rebus en Lupin


Een paar weken geleden
beloofde ik om terug te komen op de boeken over inspecteur Rebus en meesterinbreker Arsène Lupin. De twee hebben niets met elkaar te maken, ze zijn in verschillende talen geschreven, door schrijvers uit verschillende generaties en de ene reeks verscheen honderd jaar na de andere. Toevallig las ik ze vlak na elkaar.

Over de Rebus-thrillers, geschreven door de Schotse schrijver Ian Rankin, kan ik kort zijn. Dat zijn prima boeken, smeuïg geschreven, met de nodige spanning en humor. De meeste verhalen spelen in Edinburgh, in een recent verleden. Inspecteur John Rebus is een knorrige hoofdpersoon, die soms onverwachte ingevingen volgt en in de eerste paar delen worstelt met onverwerkte trauma's. Allemaal niet heel baanbrekend.

Voor de heruitgaven van de eerste delen schreef Rankin inleidingen, waarin hij vertelt, dat hij aanvankelijk nauwelijks wist waar hij mee bezig was. Hij had een paar romans geschreven, die weinig weerklank vonden en wilde het eens met een thriller proberen. Zijn kennis over politiewerk haalde hij uit TV-series en detectiveromans. Gaandeweg kreeg hij hulp van echte vakmensen en zo ontstond een heel succesvolle reeks, die deels ook omgezet is in een TV-serie.

Toen Maurice LeBlanc, een Fransman die in zijn jeugd een tijdje in Schotland verbleef, zijn verhalen over Arsène Lupin schreef bestond de televisie nog niet. LeBlanc werkte aanvankelijk als journalist, in Parijs, en schreef een paar succesvolle romans. In 1905 werd hij gevraagd om een verhaal te schrijven in de trant van de Raffles avonturen van E.W.Hornung. Raffles is een Britse gentleman-inbreker, die in de hoogste kringen verkeert, overdag cricket speelt en 's nachts juwelen steelt. Leuke verhalen, ik schreef er eerder al eens over. 

LeBlanc bedacht zijn eigen variant, Arsène Lupin, een inbreker die de politie telkenmale te slim af is en gerenommeerde detectives voor gek zet. Als hij gearresteerd wordt, weet hij op spectaculaire wijze te ontsnappen en als hij met zijn inbraken een aardige juffrouw teleurstelt, brengt hij de gestolen spullen weer netjes terug.

De verhalen van LeBlanc zijn direct een enorm succes. In een tweede reeks laat hij zijn hoofdpersoon in het strijdperk treden tegen Sherlock Holmes. Uiteraard is Lupin zijn stijve Britse tegenstrever te slim af. Na protesten van Arthur Conan Doyle, de schrijver van Sherlock Holmes, verandert LeBlanc de naam in zijn boeken in Herlock Sholmes en later Homlock Shears. De assistent van de Brit noemt hij Wilson, in plaats van Watson en hij maakt er een slaafse domkop van.

Na twee bundels korte verhalen, waagt LeBlanc zich aan een langere roman, 'L’Aiguille creuse', in het Engels – waarin ik het lees – 'The Hollow Needle', die verschijnt in 1907. Ook hier stapelt hij de ene spannende gebeurtenis op de volgende spectaculaire ontsnapping. Een inbraak, een moord, een verdwijning, een eeuwenoud mysterie, een verborgen schat. Het wordt op het laatst wat veel van het goede.

Wat niet helpt is dat Arsène Lupin geen sympathiek personage is. Het is een man met talenten, dat wel, maar ook een opschepper en een ijdeltuit. En het is een echte misdadiger, die niet schroomt om zijn slachtoffers af te persen, te kidnappen en te mishandelen. De lezer krijgt niet veel kans om zich in hem in te leven want in de meeste verhalen blijft hij op de achtergrond. We zien vooral anderen, meestal zonder succes, achter Lupin aanhollen.

LeBlanc wisselt zo nu en dan van vertelperspectief. De ene keer volgen we een speurder, of een bestolen, of bedrogen slachtoffer. De ander keer beschrijft hij hoe hij zelf bezoek krijgt van Lupin en die aan hem zijn sterke staaltjes vertelt. Bij één verhaal wordt de verteller overvallen in een treincoupé en blijkt, na enige tijd, dat de ik-figuur Lupin zelf is die zich heeft laten verrassen. Dat hij ook dan weer weet te ontsnappen is geen verrassing.

Desondanks is het allemaal best leuk om te lezen. LeBlanc verdoet niet veel tijd aan beschrijvingen van personages, huizen en landschappen en dat geeft de verhalen veel vaart. Maar ik moet toegeven dat ik, bij 'The Hollow Needle' wel begon te verlangen naar het eind van het boek. Een paar verwikkelingen minder had best gemogen.

Arsène Lupin is nog steeds populair. In Frankrijk is een genootschap dat uitstapjes organiseert, naar de plekken die in de boeken beschreven worden. Lupin was de inspiratie voor stripverhalen en films en nog onlangs verscheen er, op Netflix, een splinternieuwe TV-serie die losjes is gebaseerd op zijn avonturen. De boeken zijn nog volop verkrijgbaar, ook in het Nederlands. Voor de e-reader is de complete Lupin, in het Engels, te koop voor slechts 99 cent.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 

Bezoek ook onze internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men