zondag 18 februari 2024

Tussen de oren ?


Bij alle
verontrustende berichten van de afgelopen tijd was er een onderwerp dat een beetje onderbelicht bleef, maar dat mijn bijzondere aandacht trok, omdat het zo aansloot bij mijn eigen ervaringen. De meesten van jullie weten dat ik een chronische aandoening heb, waardoor ik veel minder energie heb dan een gezond mens.

Dat openbaarde zich zo'n 25 jaar geleden en in korte tijd veranderde ik van een fit persoon, die op zijn fiets naar zijn werk en op vakantie ging, die vrijwilligerswerk deed en in een bandje speelde, in iemand die na een kleine inspanning al moe was en die elke dag uren op bed moest liggen.

Artsen wisten niet wat ze met me aan moesten, bij onderzoeken werd niets afwijkends gevonden. Bij de ARBO-dienst werd gesuggereerd dat het 'tussen mijn oren' zat, iets wat ik zelf soms ook geloofde. Ik kreeg adviezen die, achteraf gezien, verkeerd waren en me nog verder in de put hielpen.

Het lijkt allemaal sterk op wat ik lees over mensen die nu kampen met 'Long Covid', of het 'postcovidsyndroom':

'Van alle patiënten met het postcovidsyndroom kampt 70 procent met zogeheten postexertionele malaise (PEM). Dat betekent dat ze soms na de geringste fysieke of mentale inspanning instorten, waarna hun klachten verergeren. Het verschijnsel is in tegenspraak met het adagium in de geneeskunde dat bewegen gezond is. Intensieve revalidatie werkt bij hen vaak averechts. Patiënten krijgen nogal eens te horen dat dit een psychische oorzaak heeft.' (…)

'Inmiddels zijn er naar schatting 90 duizend Nederlanders bij wie corona zulke ernstige gezondheidsklachten heeft aangericht dat ze niet meer aan de samenleving kunnen deelnemen.' (De Volkskrant)

Het is dus een ernstig probleem, dat een grote groep mensen treft. Toch wordt het niet echt aangepakt. Gisteren stond er in de krant een interview, met emeritus hoogleraar Jos van der Meer, die zich lang bezig heeft gehouden met het mysterieuze vermoeidheidssyndroom ME. Hij zei dat het jammer is dat er geen gestructureerd onderzoek gedaan wordt naar Long Covid. Er is wel geld voor, maar artsen en verzekeraars zijn maar matig geïnteresseerd. Er zijn zelfs professionals die denken dat al die syndromen helemaal niet bestaan. Dat het allemaal ingebeeld is en 'tussen de oren' zit.

Je zag hetzelfde – en vergelijkbare klachten – bij patiënten die Q-koorts hadden gehad, of de ziekte van Lyme. Artsen kunnen, bij reguliere onderzoeken, niets vinden. Vermoeidheid is moeilijk meetbaar, verzekeraars kunnen het niet in een hokje plaatsen en er is geen behandelplan op te stellen. Dus blijven de patiënten met lege handen en onbehandelde en onbegrepen klachten achter.

Van der Meer: ‘Zorgverzekeraars willen niet investeren in poliklinieken voor postcovidpatiënten en dat vind ik bizar. We zitten in de nasleep van een pandemie, deze patiënten lijden toch ?' (…)

'Het wetenschappelijk onderzoek is te versnipperd en de zorg voor patiënten is niet geregeld: huisartsen weten onvoldoende van het ziektebeeld en de gespecialiseerde poliklinieken zijn vorig jaar vanwege geldgebrek gesloten.'

Er is een petitie ingediend, met meer dan 100.000 handtekeningen, waarin aangedrongen werd op het heropenen van die poliklinieken. Een amendement van GroenLinks-PvdA waarin de regering wordt verzocht om daarin geld te investeren, haalde donderdag een Kamermeerderheid.

Van der Meer vindt dat er snel meer en gecoördineerd onderzoek moet worden gedaan, want er zijn onderzoeken die aantonen dat er iets afwijkends is in de lichamen van mensen met Long Covid klachten. Dat kun je al gerust een doorbraak noemen, want dan hoeft er niet langer 'tussen de oren' gezocht worden om de klachten de verklaren.

Het is te hopen dat er iets van de grond komt, voor al deze mensen. Bij elke nieuwe coronagolf komen er meer bij, al hoor je daar weinig over. Over een poosje zijn er meer dan 100.000 mensen in ons land met onbehandelbare vermoeidheidsklachten. Patiënten met Long Covid willen heel graag weer gezond worden. Ze willen er alles aan doen, zijn vaak wanhopig, omdat hun leven op z'n kop staat. Ik weet hoe het is. Werken lukt niet meer, maar ook gewone bezigheden als naar een verjaardag gaan, de hond uitlaten, een concert of theater bezoeken.

In de Volkskrant las ik een interview met een voormalig zwemkampioene. Zij zwom ooit het kanaal over, maar is nu na twee baantjes in het zwembad al uitgeput. Een andere patiënt vertelt:

‘Ik heb van alles gedaan om beter te worden. Met fysiotherapie heb ik geprobeerd mijn conditie op te bouwen, maar steeds liep ik tegen een plafond aan en als ik daaroverheen ging, verergerden mijn klachten. Ik heb ergotherapie gedaan, supplementen geslikt, twee keer per dag ademhalingstechnieken toegepast.'

'De revalidatiearts heeft me een methode geleerd waarmee ik mijn reserves kon opbouwen. Dat moest me vooruit helpen, maar dat gebeurde niet. Ik heb geregeld contact met mijn huisarts maar ook zij kan niets voor me doen.'

Het is alsof ik mezelf hoor praten. Ondertussen ben ik zover dat ik weet dat je ook gelukkig kunt zijn met weinig energie. Maar als er een behandeling zou komen waardoor ik mijn vroegere gezondheid weer terug kon krijgen, dan zou ik die met beide handen aangrijpen. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. 
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 11 februari 2024

Expeditie 10


Jullie zijn het niet
van me gewend, maar deze week ga ik eens uitleggen waar het stripverhaal van de afgelopen weken over ging. De trouwe lezers weten het onderhand wel, doorgaans is er, in de Stripmail of op het Stripblog, geen verband tussen de strip en het verhaal dat ik erbij plaats. Voor nieuwe lezers is dat wel eens verwarrend. Die krijgen elke week die vreemde combinatie voorgeschoteld. Een strip en een verhaal...

'Wat heeft het met elkaar te maken ?', vragen ze dan en mijn korte antwoord is: 'Niets.'

Maar ik wil het best verder uitleggen. Kijk, ik ben zo'n 30 jaar geleden begonnen met, elke week, een zelfgetekend stripje, naar vrienden en bekenden te mailen. Wat later plaatste ik die ook op het Volkskrantblog en ons eigen Stripman's Prikbord. Aanvankelijk schreef ik een paar regeltjes tekst bij het stripje en toen hielden die twee nog wel verband met elkaar.

Na verloop van jaren groeide de tekst en raakte die, wat inhoud betreft, meer verwijderd van het stripje. Toen ik, wat de strips betreft, hulp kreeg van de Geheimzinnige Hulpman was het hek helemaal van de dam. Hij maakte zijn verhalen en ik schreef de mijne en zo ontstond de wekelijkse zending, van strip en verhaal, die niets meer met elkaar te maken hadden.

Behalve vandaag dan.

Het stripverhaal, van de afgelopen weken, ontstond naar aanleiding van een actie van Vroege Vogels, het radioprogramma over de natuur, van BNN/Vara. In september van vorig jaar bestond dat programma 45 jaar en om het te vieren werd Expeditie 10 gelanceerd: '...het project van Vroege Vogels om zoveel mogelijk leerlingen in het basisonderwijs kennis te laten maken met dieren en planten die dicht bij hen in de buurt leven. Want hoe meer je als kind weet van natuur, hoe groter de kans dat je er om geeft en deze wil beschermen !'

Uit onderzoek is gebleken dat de meeste schoolkinderen – en dus heel veel volwassenen – geen huismus van een gele harkstaart kunnen onderscheiden. Ik merk dat ook in mijn omgeving. Als je bij mij op bezoek komt kun je me geregeld woorden als 'boomklever', 'nijlgans', of zelfs 'paardenbijter' horen mompelen. Gewoon omdat ik die beesten op dat moment voorbij zie vliegen, of op het balkon zie landen.

Maar, ondanks al mijn inspanningen, hebben veel van mijn vrienden en familieleden de grootste moeite om, bijvoorbeeld, een pimpel- en een koolmees uit elkaar te houden.

'Die zwart-wit gestreepte, was dat nou een specht, of een ekster ?'

'Houtduif en holenduif !? Bestaan er meer soorten duiven dan ?'

Ik vind dat jammer en ook wel wat vreemd. In Vroege Vogels had men het over 'soortenblindheid' en 'natuurgeletterdheid', om het fenomeen te omschrijven. Onze, heel gewone, vaderlandse planten en dieren, die bijna elke dag om ons heen te zien zijn, worden door de meeste mensen niet herkend !

En het is nog gekker, zoals jullie al in mijn stripje lazen, dieren die helemaal niet bij ons voorkomen, zoals de olifant, de krokodil en de tyrannosaurus, die kennen veel mensen weer wel !

We hebben in ons dorp een nieuwbouwwijk waar de straten namen hebben van planten en dieren. De Weegbreestraat, de Ereprijsstraat, het Egelpad. Nou hoop ik dat veel mensen een egel wel herkennen, als ze er eens een tegenkomen, maar ik denk dat je de hele dag in de Ereprijsstraat bewoners kunt interviewen en dat er weinigen zullen weten wat een geweldig mooi bloemetje de ereprijs is.

Ik moet bekennen dat ik het zelf ook lang niet heb geweten. Tot ik er achter kwam dat het plantje, gewoon, in het gazon naast onze flat groeit. Hij komt er bijna nooit tot bloei, omdat er zo fanatiek gemaaid wordt maar, als hij de kans maar kreeg, dan zou de ereprijs het halve grasveld prachtig blauw kleuren met zijn bloempjes.

Om aan deze onhoudbare toestand een einde te maken heeft Vroege Vogels dus Expeditie 10 gelanceerd. Er zijn 10 heel gewone dieren- en plantensoorten uitgezocht, die elk kind en elke volwassene, in zijn eigen buurt, zou kunnen vinden. Er is een website, er zijn leuke animatiefilmpjes, affiches en afvinkkaarten, waarmee de jeugd, bij zijn of haar eigen huis of school, op expeditie kan.

Echt een mooi initiatief. Misschien komt de grote brandnetel er zelfs door in een beter daglicht te staan. De gewone pad, die ook bij de 10 staat, zal misschien nog het moeilijkst te vinden zijn. Het is heel lang geleden dat ik er nog eens een gezien heb. Maar verder... leuke bekende soorten. Hopelijk maakt het de kinderen nieuwsgierig naar al die andere mooie dieren en planten, die elke dag om ons heen te zien zijn.

Over een tijdje worden dan misschien ook de Blonde Brulkikker en de Grote Rode Roeptoeter op hun juiste waarde geschat. En hopelijk niet alleen door de lezers van onze strip en verhalen. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 - deel 16 - deel 17 - deel 18 - deel 19 - deel 20 - deel 21 en deel 22 van het vorige  verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 4 februari 2024

De Tijdspiegel – jaargang 34 – 1877


De afgelopen weken
las ik, met veel plezier, in een digitale bundel van het tijdschrift De Tijdspiegel. Oorspronkelijk dateert dat uit 1877 en het is, als computerbestand, of e-boek, gratis te downloaden bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL.org). 

Het was eigenlijk per ongeluk dat ik daar terecht kwam. Een tijdje terug schreef ik over het boek 'Wereldzee In De Polder', van Ronald Nijboer. Dat ging over een zeilreis, die de Franse schrijver Henri Havard maakte, in 1873, langs de kusten van de toenmalige Zuiderzee. Die zee heet nu IJsselmeer en is deels ingepolderd. Nijboer doet de reis opnieuw, beschrijft wat hij nu ziet en vergelijkt dat met zijn 19e eeuwse voorganger.

Ik was benieuwd of het boek, dat Havard indertijd schreef, ook als e-boek te krijgen was. Dat bleek niet het geval, maar ik vond wel, bij DBNL, een andere reisbeschrijving van hem, 'Het Land Der Geuzen'. Toen ik dat bestand gedownload had zag ik, tot mijn verrassing, dat het een hele jaargang van De Tijdspiegel was. Ruim 1600 bladzijden en Henri Havard was daarvan maar een klein onderdeel.

Het tijdschrift verscheen voor het eerst in 1844 en, als ik de inhoudsopgave van de eerste jaargangen bekijk, werd het toen vooral gevuld met religieuze artikelen. Het ging over de christelijke kerk, het protestantisme, christelijke kunst, 'christologische voorlezingen' enzovoort. Dat religieuze karakter is, 34 jaar later, flink afgezwakt.

In de inhoudsopgave van jaargang 34 vinden we wel 'godsdienst' als categorie, maar ook onderwijs, geschiedenis – bijvoorbeeld over de rol van de Goten in het Romeinse rijk – wijsbegeerte, staatkunde, natuurkunde en literatuur. Vaak in de vorm van boekbesprekingen en lang niet allemaal even streng in de leer. Zo staat er een artikel in tegen Darwin en zijn theorie over het ontstaan van het leven, maar ook een lovende bespreking, van een boek van dezelfde Britse geleerde, over gelaatsuitdrukkingen en lichaamstaal bij mens en dier.

Dat is allemaal best grappig, hoewel niet altijd even vlot leesbaar. Maar naast het reisverslag van Havard, dat wel aangename en interessante lectuur is, is er nog een rubriek die heel leuk blijkt te zijn. Onder het kopje 'Mengelwerk' zijn, verrassend amusante en vlot geschreven, verhalen te vinden van schrijvers als P.F. Brunings, Johannes de Koo en Mevrouw van Westrheene. Ik had nog nooit van ze gehoord, maar ze blijken erg de moeite waard.

Havard, waar het me eigenlijk om te doen was beschrijft hoe hij, in Brussel, terecht komt in een samenkomst van de 'Geuzenbond'. Dat was een groep welgestelde burgers, die een soort culturele vereniging hadden opgericht en opera's en toneelstukken bezocht, gevolgd door feestelijke maaltijden. Dat herinnert hem aan de oorsprong van de term 'Geuzen' en hij besluit het deel van Vlaanderen te bezoeken waar die lieden vandaan kwamen.

Hij gaat naar steden als Oudenaarde, Kortrijk en Ieper, beschrijft vrij kort wat hij ziet en duikt dan de geschiedenis in. Hij vertelt hoe dat deel van België ooit een woestenij van zompige moerassen was, met hier daar een, met bos begroeide, heuvel. Hoe er gevochten is, niet alleen tegen de natuur en de zee, maar ook onderling en tegen indringers van buiten.

Het land België bestaat nog geen 200 jaar. Voor die tijd heeft heel Europa zich ermee bemoeid. Van de Romeinen, via allerlei vorstenhuizen, tot aan Napoleon. In de 16e eeuw keerde een groep edelen zich tegen, de overheerser van dat moment, de koning van Spanje. Aanvankelijk deden ze dat door middel van een beleefde brief, een 'smeekschrift', maar dat werd ruw afgewezen en ze werden schooiers genoemd, 'gueux' in het Frans. Vandaar hun bijnaam.

Havard vertelt over de rijkdom van de steden, vooral ontstaan door de handel en weverijen. Maar ook hoe dat alles weer verloren ging. In Ieper schrijft hij over de prachtige lakenhallen en de kathedraal, niet wetend dat die, 40 jaar later, met de grond gelijk gemaakt zouden worden, in de Eerste Wereldoorlog. Wie nu in de stad gaat kijken ziet al die beroemde gebouwen weer staan, maar dat zijn, in de 20ste eeuw gebouwde, reconstructies van de oude voorbeelden.

Tussendoor beschrijft Havard de bevolking, hun uiterlijk, taal en karakter, dat ze zo gelovig zijn, maar ook heel bijgelovig. Hij heeft het over heksenprocessen en godsdiensttwisten en dat sommige gebruiken, die afkomstig zijn van de oude Germanen, nog steeds, van moeder op kind, doorgegeven worden.

Allemaal heel leuk om te lezen, vooral als je dat deel van Vlaanderen een beetje kent. Maar voor je bij Henri en zijn Geuzen aankomt moet je, in de Tijdspiegel van 1877, zo'n 1000 bladzijden met andere verhalen en artikelen doorbladeren. En daar zit ook veel aardigs tussen.

Ondertussen heb ik de volgende jaargang al gedownload. Het verhaal van Henri Havard was nog niet af, maar ik lees eerst een artikel over de Franse schrijver Jaques Cazotte. Die schreef, in 1772, een beroemd boek, 'De Verliefde Duivel'. Over een jonge edelman die in de ban van de duivel raakt, die aan hem verschijnt als een wulpse vrouw. Met die edelman loopt het uiteindelijk nog goed af, maar volgens het artikel ging het met de schrijver wel helemaal verkeerd, misschien omdat hij teveel in zijn verhaal ging geloven.

Cazotte is te vinden op Wikipedia, maar zijn boek lijkt vergeten. Tenzij je de Tijdspiegel leest en dat is best aan te raden. Het tijdschrift verscheen voor het laatst in 1921. DBNL heeft niet alle 78 jaargangen, maar toch wel enige tientallen daarvan. Dat zijn tienduizenden bladzijden leesplezier.

(Over de genoemde schrijvers is niet heel veel info te vinden:

P.F. Brunings – 1820-99, geb. te Antwerpen, Ned. militair, 1880 gepensioneerd als overste, romanschrijver. (DBNL)

Johannes de Koo – 'De Koo werd in 1865 predikant van de NH Kerk. In 1874 koos hij een andere werkkring en werd in Amsterdam redacteur-correspondent van Het Vaderland. Enkele maanden na de oprichting in 1877 van het weekblad De Amsterdammer (…) aanvaardde hij het hoofdredacteurschap van dit blad. De Amsterdammer werd later De Groene Amsterdammer.' (Wikipedia)

Mvr van Westrheene – Pseudoniem van Jacoba van Heijningen (1821-1900) 'Om een bijdrage aan het gezinsinkomen te leveren ging Jacoba – die zich voortaan Mevrouw van Westrheene noemde – buitenlandse romans en verhalen vertalen. Haar eerste vertaling was Our mutual friend van Charles Dickens, die zij maakte onder toezicht van M.P. Lindo, oprichter van de Nederlandsche Spectator en een kennis van haar man. Lindo vond haar vertaling zo goed dat hij meende dat zij die onder haar eigen naam kon publiceren. Sindsdien kreeg zij veel vertaalopdrachten.' (KNAW.nl)) 

 

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van het verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 - deel 16 - deel 17 - deel 18 - deel 19 - deel 20 - deel 21 en deel 22 van het vorige  verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 28 januari 2024

Het is weer zo ver !


De vogelliefhebbers
en de vaste volgers van mijn verhalen weten het al: De laatste zondag van januari ! Tijd voor de jaarlijkse, traditionele, ambachtelijke balkonvogeltelling. Ja, officieel heet het de Nationale Tuinvogeltelling, dat weet ik ook wel. Kom, ik doe al meer dan 15 jaar mee !

Zoals jullie weten schrijf ik er elk jaar een verhaaltje over. En elk jaar kijk ik even terug naar de verhaaltjes van vorige jaren. Met gevolg dat ik elk jaar zo'n beetje hetzelfde te melden heb. Ik weet niet precies hoe lang ik mee doe, maar in 2011 schreef ik dat ik al jaren de vogels telde. Ik vertel ook elke keer over ons kleine balkonnetje, waar ik het hele jaar vogelvoer heb hangen.

Het hele jaar ? Maar 's zomers kunnen de vogels toch zelf wel voedsel vinden ? Jawel, maar in de zomer zijn er veel meer vogels, omdat ze dan allemaal hun eitjes hebben uitgebroed en kuikens hebben grootgebracht. En aangezien wij mensen hun natuur volgezet hebben met huizen, straten, fabrieken en kunstgrasvelden en we de bomen, echte grasvelden en andere planten voortdurend maaien en snoeien en de insecten doodspuiten, zijn de vogels, ook in de zomer, maar wat blij met wat extra voedsel.

Daarom komen er in de zomer ook meer vogels, op mijn balkon, dan in de winter. Die laatste zondag in januari is eigenlijk helemaal geen goed moment om vogels te tellen. Dat is ook iets dat ik elk jaar schrijf. Er komt maar een handjevol vogels langs, om van de pinda's en zonnebloempitten te eten. En de vogels aan de overkant van de straat tellen niet mee. (Gisteren zag ik nog een appelvink ! Prachtvogel, maar nog nooit op mijn balkon geland, dus niet meegeteld.)

Maar goed, het is geen wedstrijd, zoals ik jullie elk jaar opnieuw vertel. Het is een leuk gezamenlijk project, waar we met zijn duizenden aan bij kunnen dragen. Het kost niets, behalve een half uurtje vogels kijken en het levert veel plezier op.

Daarom is deze dag ook internationaal populair. De Belgen tellen dit weekend ook hun vogels en het BBC journaal wist te vertellen dat 'the big garden birdwatch weekend' – het grote tuinvogel kijk weekend – het grootste 'citizen science project' ter wereld was. Een project dus, waarbij burgers de wetenschap helpen. In Groot-Brittannië zijn de afgelopen dagen al meer dan 1,8 miljoen vogels geteld !

Maar goed, zoiets schreef ik vorig jaar ook.

Inmiddels is het bijna 8 uur, het schemert nog buiten, hoewel de horizon al behoorlijk lichtgeel begint te kleuren. Er is wat lichte bewolking, het zou best eens een mooie zonsopkomst kunnen worden. Ik hoor ondertussen een merel klukken en tsjukken op het balkon, maar ik wacht nog even met tellen. Het is nu nog te donker.

Zoals gebruikelijk, maar dat is voor jullie geen nieuws, heb ik gisteren al even een proeftelling gedaan. Twee kauwtjes, twee pimpelmezen en twee boomklevers. Ja, drie paartjes. Dat wist misschien niet iedereen, maar vogels trekken vaak op in paren. Sommige soorten zoeken elk jaar een nieuwe partner, maar er zijn er ook die elkaar levenslang trouw blijven. Let er maar eens op als je kauwtjes ziet, die zijn bijna altijd met z'n tweeën, of vieren of zessen.

Ik ga zo een kopje thee zetten, nieuw vogelvoer op het balkon leggen en er eens rustig voor zitten. Het kan nog de hele zondag. Zoals al meer dan 15 jaar gebruikelijk verwijs ik jullie nu verder naar de website van Vogelbescherming. Veel plezier !

O, daar zingt een roodborst op ons balkon ! Zal ik die stiekem vast meetellen ?

(Vroeger zette ik wel eens foto's die ik van mijn balkonvogels maakte, tijdens de telling, op Twitter. Maar omdat ik Elon Musk dat plezier niet gun heb ik mijn account opgezegd. Nu kunnen jullie mijn balkonvogeltellingfoto's zien op Instagram . Daar staan ook foto's van de zonsopkomst, die heel mooi was.) 

 

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 en deel 2 van het verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 - deel 16 - deel 17 - deel 18 - deel 19 - deel 20 - deel 21 en deel 22 van het vorige  verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 21 januari 2024

De wegwerpprinter


We leven
in een consumptie-maatschappij, beste lezer. Het is de bedoeling dat wij zoveel mogelijk spullen aanschaffen en die zo snel mogelijk weer vervangen door nieuwe spullen. Als iets stuk is gooi je het weg, want het oude repareren is duurder dan een nieuw exemplaar kopen.

Erg duurzaam is dat niet. Dus probeer ik er niet te veel aan mee te doen. Ik doe graag lang met mijn apparaten, kleding en schoenen. Als iets een beetje stuk is, of hapert, dan ga ik er aan prutsen en knutselen tot het weer werkt en bruikbaar is. En pas als, na heel veel prutsen, iets echt definitief stuk is, koop ik iets nieuws.

Maar ik kan ook tevreden zijn met dingen die andere mensen wegdoen, want daar kun je, als je de kleine mankementen, of gebruikssporen, voor lief neemt, vaak nog jarenlang plezier van hebben. Het huis staat vol, nee, nou overdrijf ik een beetje. We hebben best wat tweedehands spullen in huis. Zoals meubilair, computers, een TV, fototoestellen enzovoort.

We waren dus best blij toen onze eigen Hulpman laatst met een gebruikte laptop aankwam. Hij was al een paar jaar oud, wat sloom geworden en dus in onbruik geraakt. (De laptop, hè, niet de Hulpman !) Maar na een paar dagen updaten en installeren, blijkt hij het best nog aardig te doen. Het beeld gaat af en toe op wit - je zou verwachten op zwart, maar het effect is hetzelfde – maar als je dan even de stand van de klep verandert doet hij het weer prima.

Een vervanger voor mijn eigen oude laptop is het niet direct maar, omdat die niet zo goed communiceerde met onze eigen oude printer, dacht ik: Misschien kan ik op de 'nieuwe' laptop het printerprogramma installeren ?

Nu is de printer in ons huishouden nogal een hoofdpijndossier. De allereerste die ik had was een krijgertje. Een ouderwetse matrixprinter, met van dat kettingpapier, kennen jullie dat ? Hij deed het alleen als je een wasknijper in zijn mechaniek duwde. Dat had ik als een voorteken moeten opvatten.

De printers daarna, meestal nieuw gekocht, want printers zijn verrassend goedkoop, het is de inkt die het printen duur maakt. Die daarna, dus, deden het meestal een poosje goed, waarna er een lange periode volgde van prutsen, opnieuw installeren, zuchten en vloeken.

We evolueerden intussen van matrix- naar laser- en uiteindelijk inkjet-printer-scanner. Dat scannen is belangrijk, omdat ik mijn strips moet kunnen omzetten in computerafbeeldingen. Anders zouden jullie ze nooit te zien krijgen. De laatste 20 jaar hebben we dus een all-in-one apparaat in huis. Daarmee kun je printer, scannen en kopiëren.

Maar ons laatste model had wel al lang kuren. We printen niet veel, maar als het toch eens gebeuren moest, was het telkens weer de vraag of er iets bruikbaars uit het apparaat zou rollen. Het was dus met een bang hart dat ik begon aan het downloaden en installeren, van de printersoftware, op de 'nieuwe' laptop.

Aanvankelijk leek alles goed te gaan. Maar op het eind duurde het installeren van het laatste (?) stukje software toch wel erg lang. Ik liet de laptop aanstaan en ging een paar uur, in horizontale stand, naar een snookerwedstrijd op TV kijken. Daarna was er niets veranderd. Maar toen ik het installatieprogramma af wilde sluiten kreeg ik wel de vraag of ik het proces echt wilde onderbreken ? Ja, na een uur of drie, verwacht je toch eigenlijk dat zoiets een keer voltooid is.

Er was vast iets mis. Maar wil ik hier nog uren van mijn leven aan besteden ? Vroeg ik mezelf af. Eigenlijk niet. Even zoeken op internet leerde dat een nieuwe printer minder kost dan 4 inktpatronen. Mijn tijd en geduld zijn kostbaarder ! Dus vooruit, ik gaf er maar aan toe dat een printer een wegwerpapparaat is en bestelde een nieuwe. Nu maar hopen dat die het heel lang zonder problemen doet.

Zie voor Kettingpapier de uitleg opWikipedia. 

Daar worden ook de verschillende soorten printers uitgelegd. 

  

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 van het verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 - deel 16 - deel 17 - deel 18 - deel 19 - deel 20 - deel 21 en deel 22 van het vorige  verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 14 januari 2024

De aankoop van het jaar


We zijn nog maar pas
aan 2024 begonnen, maar ik denk dat ik de aankoop van het jaar al gedaan heb. Met een paar Creative Pebble Pro bluetooth speakertjes, hebben we ineens weer een goed werkende stereo-installatie in huis. Ik maak hier even schaamteloos reclame, maar dat is uit enthousiasme.

De afgelopen jaren hebben mijn oude stereospullen, die deels nog stamden uit de jaren '80, langzamerhand de geest gegeven. De oudste onderdelen kocht ik toen ik net van school kwam en genoot van een bijstandsuitkering. Er was toen veel werkeloosheid, ik had geen praktische opleiding gedaan, werk was niet makkelijk te vinden, maar ik kreeg wel ineens een riant bedrag per maand uitgekeerd.

Ik woonde nog bij mijn ouders en was gewend aan een tientje zakgeld, per week. Nu had ik ineens honderden guldens ! De helft gaf ik aan mijn vader en moeder, als kostgeld, van de rest kocht ik nuttige dingen, zoals een racefiets, een gitaar, een schildersezel en een versterker, een draaitafel en een paar geluidsboxen.

Die boxen zijn de enige onderdelen die het, vermoedelijk, nog doen. De versterker is al vrij lang vervangen door een andere. De draaitafel draaide al jaren niet meer constant op dezelfde snelheid, maar omdat er inmiddels een CD-speler bij was gekomen, was dat niet zo'n bezwaar. Een jaar of 5 terug weigerde die CD-speler dienst en daarna hebben we het nog een tijdje geprobeerd met een CD-walkman. Maar eind vorig jaar lukte het me niet meer om nog enig geluid, aan de resterende spullen, te ontlokken.

We luisterden dan maar naar muziek via de laptop, of de TV, maar ideaal was dat niet. Een nieuwe stereo-installatie kopen leek ons geen goed idee, want nogal duur. Je kunt tweedehands vast wel iets bij elkaar scharrelen, maar ik heb daar de energie niet voor. Dus besloot ik om het eens met een paar kleine speakertjes te proberen, die je zowel aan de laptop, als aan elk ander apparaat kunt koppelen dat een koptelefoon uitgang heeft.

In het grijze verleden had ik eens een MP3-speler gekocht, van het merk Creative, en ik kreeg nog altijd reclamemails van ze. En die Pebble speakers zagen er best grappig uit. Het zijn ronde, kunststof ballen, van nog geen 15 cm doorsnee, met vrolijke lichtjes in de voet en aan voor en achterzijde een luidspreker.

Volgens de recensies die ik las en de YouTube-filmpjes die ik bekeek, zou het geluid goed moeten zijn en de prijs heel redelijk. Het zijn niet de goedkoopste speakertjes die je kunt krijgen, maar ook lang niet de duurste. Er was ook nog een kortingsactie, vanwege de kerst, dus deed ik mijn bestelling.

Volgens de website zou de levering een week duren en ik was verbaasd toen, na twee dagen, een bezoekend familielid aankwam met een doos, die in de gemeenschappelijke trappenhal stond, met mijn naam er op. Mijn nieuwe speakertjes ! Door een pakketbezorger, zonder aan te bellen, onder aan de trap gedumpt.

Dat was eigenlijk het enige negatieve aan de aankoop want, echt, ze klinken geweldig. Vooral de bassen zijn heel veel beter dan wat we de laatste tijd gewend waren. En ineens is onze hele muziekverzameling weer beschikbaar. Onze oude LP's waren, jaren terug al eens, door mezelf en een behulpzame vriend, omgezet in MP3-tjes. Die kunnen we nu, via de laptop, op meer dan een fluisterniveau beluisteren. Onze CD's draaien we weer op de CD-walkman.

En er zijn nog meer mogelijkheden, die ik nog niet eens geprobeerd heb. We zouden de TV er aan kunnen koppelen, of de smartphone. En als ik nog eens een laptop koop, met bluetooth, kan het ook nog draadloos. Daarmee heb je meteen het enige nadeel te pakken, er zijn wel wat snoertjes nodig, om de speakertjes van stroom te voorzien en ze onderling en aan de geluidsbron te verbinden.

Maar dat was met de oude stereo-installatie ook en die was zo groot dat je er een paar kastplanken voor nodig had. Deze speakertjes schuif je onder de bank, of je zet ze in het raamkozijn, of bovenop de kast. Kortom, ze nemen weinig ruimte in en geven verrassend veel luisterplezier.

Een van de eerste gedigitaliseerde LP's die we draaiden was 'Stil Crazy After All These Years', van Paul Simon. Een prima artiest, al heb ik zelf nooit een plaat van hem gekocht, dit was er een uit de collectie van de Stripvrouw. Tot mijn verbazing kreeg ik er een brok in mijn keel van. Zo goed klonk het.

Ik ben helemaal geen HiFi-freak, ik heb nooit hele dure spullen gehad, maar er is toch wel een groot verschil tussen de minuscule speakers van een laptop, of goedkope oortelefoontjes, en het warme geluid dat onze nieuwe miniboxjes voortbrengen. Mijn advies aan iedereen is dan ook, luister eens een jaar lang naar muziek via beroerde apparatuur en probeer dan eens iets als dit. Er gaat een wereld voor je open.

Wie meer wil weten kan terecht op de website van Creative. Of zoek eens een YouTube-filmpje op waarin ze speakertjes besproken worden. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf en wordt volgende week vervolgd. 
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 - deel 16 - deel 17 - deel 18 - deel 19 - deel 20 en deel 21 en deel 22 van het vorige  verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 7 januari 2024

Een nieuw jaar met nieuwe boeken


Het weer
liet, in de eerste dagen van het nieuwe jaar, nogal te wensen over. Als het niet stormde dan regende het en als het wel stormde dan regende het ook. Ideaal weer om lekker thuis een boek te lezen. Dat doe ik trouwens ook als het weer wel mooi is, maar dat terzijde.

Ik schreef al eerder dat ik, via proef-abonnementen op een e-boekenclub, een hele reeks gratis e-boeken had verzameld. Omdat die maar stonden te verpieteren op mijn harde schijf, ben ik me er, een beetje met lange tanden, langzaam doorheen aan het werken.

Deze keer las ik van Tess Gerritsen 'Ik Heb Een Geheim'. Je zou bij zo'n titel en schrijversnaam misschien een romantisch verhaaltje verwachten, maar dat viel gelukkig mee. Het gaat om een politiethriller uit 2017. Het zou ook niet gek zijn als je dacht dat Gerritsen een Nederlandse was, maar dat is niet zo. Ze is in Amerika geboren, als dochter van Chinese immigranten en heet eigenlijk Terry Tom.

Hoewel ze al jong de wens had om schrijfster te worden liet ze zich, door haar familie, overtuigen om medicijnen te gaan studeren. Ze werkte een tijdje als arts en trouwde met een andere medicus, die Gerritsen heet en van Nederlandse afkomst is. Na de geboorte van haar eerste kind, besloot ze om het toch eens als schrijfster te proberen.

Gerritsen schreef een hele reeks thrillers. Het boek dat ik las is uit een reeks, over inspecteur Jane Rizzoli en patholoog Maura Isles. Oplettende TV-kijkers weten dat, over dit duo, ook een TV-serie is gemaakt. Ik heb daar nooit iets van gezien, wat bij het lezen wel zo prettig is, dan kun je je een eigen voorstelling maken van de personages.

Eerder schreef ik al dat die gratis boeken, bijna allemaal, vertaald zijn naar het Nederlands en dat ik vermoedde dat ze daar niet beter op zijn geworden. Dat idee had ik ook bij dit boek, maar het was niet zo erg dat het mijn leesplezier vergalde. Nee, dit was een spannend verhaal dat goed in elkaar zat. Voor het eerst, na toch al een flink aantal gratis boeken doorgewerkt te hebben, kreeg ik zin om meer van een auteur te gaan lezen. Maar dan wel in het Engels.

Na Tess Gerritsen las ik twee boeken, in het Engels, van een oudere schrijver, Freeman Wills Crofts. Die is bij ons misschien niet zo bekend, maar zijn boeken worden nog steeds herdrukt. Wills Crofts is van Ierse afkomst, hij werd in 1879 geboren in Dublin, en werkte lange tijd, als ingenieur, bij de Britse spoorwegen.

In 1919 was hij een poos, door gezondheidsproblemen, aan huis gekluisterd en om toch iets omhanden te hebben schreef hij een detectiveverhaal, 'The Cask'. Dat werd direct een succes en aansluitend schreef hij nog een 30-tal boeken. Hij woonde inmiddels in Engeland en werd lid van the Detection Club, een schrijversvereniging, die regelmatig bijeen kwam om over het schrijversvak te praten. Agatha Christie was ook lid van de Detection Club.

Ik zag dat een aantal e-boeken van Wills Crofts te koop was, voor slechts 99 cent per stuk, en besloot er eens een te proberen. Ik begon met 'Inspector French's Greatest Case', uit 1924. Dat gaat over een overval, op een diamantenhandelaar, waarbij een dodelijk slachtoffer valt. De hoofdpersoon, inspecteur French dus, reist een flink deel van Europa af om de dader te achterhalen.

Probleem met dit boek is dat er één hoofdstuk dubbel in staat en er een ander ontbreekt. Dat zet je als lezer op het verkeerde been, natuurlijk. Ondanks dat mankement werd toch wel duidelijk dat Wills Crofts een prettige schrijver is, die een ingenieus plot wist te verzinnen.

Dat komt nog beter uit de verf in het tweede boek dat ik las, 'The Cask', zijn debuut. Dit draait om een mysterieus houten vat, dat in Londen opduikt en waarin het lichaam van een dode vrouw blijkt te zitten.

Het opmerkelijke van dit boek is dat het eigenlijk geen hoofdpersoon heeft. We volgen aanvankelijk de naspeuringen van een inspecteur van Scotland Yard. Die steekt op een zeker moment het kanaal over om, samen met een Franse collega, in Parijs en omstreken, zijn onderzoek voort te zetten. Dat leidt tot het arresteren van een verdachte, maar daarmee is het verhaal nog niet afgelopen.

In het laatste deel van het boek komen de eerdere speurders niet meer voor. We volgen nu een privédetective die, in opdracht van de verdediging, probeert de onschuld van de verdachte aan te tonen. Je zou kunnen denken dat die verdachte dan misschien de hoofdpersoon is, maar die belandt in het eerste deel al snel, bewusteloos, in het ziekenhuis en zit in het tweede deel in de gevangenis.

Het draait in dit boek dus niet om de personen die er een rol in spelen, de hoofdrol is voor het raadsel dat opgelost moet worden. Wills Crofts beschrijft, nauwgezet en stap voor stap, hoe de politie en de privédetective het mysterie ontraadselen. Dat vergt veel reizen en navragen, in een tijd dat nog niet iedereen een telefoon had, er geen internet was en er meer met de trein en de boot gereisd werd, dan met de auto en het vliegtuig.

Het gaat dus allemaal redelijk traag en voor het geval de lezer het niet heeft kunnen volgen, wordt alles nog eens extra uitgelegd als de dader, uiteindelijk, zijn bekentenis doet. Maar echt hinderlijk is dat niet. Dit is een misdaadverhaal voor de lezer die geen haast heeft. Maar als je er de tijd voor neemt – en waarom zou je niet met dit pestweer – dan is het heel aangenaam om te lezen.


 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman en wordt volgende week vervolgd. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 - deel 12 - deel 13 - deel 14 - deel 15 - deel 16 - deel 17 - deel 18 - deel 19 - deel 20 en deel 21 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave.