Mensen zeggen wel
eens dat ik groene vingers heb. Maar dat is niet zo, mijn vingers
hebben een heel normale vingerkleur. Maar als ze bedoelen dat ik
redelijk goed op kan schieten met planten, dan klopt dat wel.
Ik weet niet hoe
het in moderne huishoudens is, maar vroeger stond er in de meeste
huiskamers een stel kamerplanten. In mijn jeugd waren dat vaak kaapse
viooltjes, fuchsia's, geraniums en sansevieria's. De laatsten zijn
ook wel bekend als vrouwentongen. Lange, spitse bladeren, met een
gele rand.
Makkelijke planten, die niet snel dood
gaan. Want lang niet elke huisvrouw was even goed in de verzorging
van de plantjes. Niet zelden zag je dorre en verpieterde takjes, met
verschrompelde blaadjes. Groene vingers waren zeldzaam.
Misschien heb ik het van mijn moeder,
die haar planten vaak tientallen jaren in leven houdt. En tot bloei
weet te brengen en dan weer stekt en uitdeelt aan de kinderen.
Toen ik op mezelf
ging wonen nam ik een fuchsia van huis mee en zo'n grasachtige plant,
waarvan de naam me even ontschoten is. Er komen kleine witte
bloempjes aan en ze maken zelf stekken op afhangende stelen. Heel
handig, je hoeft ze er maar af te knippen en in een pot te zetten en
klaar. (Op internet vind ik hem terug als de 'graslelie', of
chlorophytum.)
Op een zeker
moment redde ik een gatenplant uit een verlaten kantoor. Eenmaal
thuis verloor hij eerst al zijn bladeren, maar omdat ik gewoon door
ging met water geven kreeg hij weer nieuwe. Daarna groeide hij
voorspoedig en weelderig.
Toen mijn vrouw en ik samen gingen
wonen nam ik mijn plantjes mee. De gatenplant, die in het latijn
monstera heet, werd al gauw zo reusachtig dat we hem op de trappenhal
zetten. Daar wierp hij luchtwortels naar beneden, die ik dan etages
lager weer tegenkwam.
Na verloop van tijd besloten we dat het
zo niet langer kon. De plant moest weg. Met pijn in mijn groene hart,
dat wel. Maar zo zie je dat ik prima in staat ben om planten in leven
te houden. Aan de kleur van mijn vingers ligt dat niet. Wel aan
regelmatig water geven. Niet te veel en niet te weinig. Dat is een
kwestie van uitproberen en jarenlange ervaring.
Op de trappenhal
staan inmiddels weer twee planten die te groot zijn geworden voor de
huiskamer. Een cactus, die mijn vrouw ooit cadeau kreeg en die al
zeker 20 jaar in dezelfde aarde en een tamelijk kleine pot staat,
maar desalniettemin een meter of 3 hoog is geworden. En een
'handjesplant' die een, inmiddels verhuisde, buurman daar achter
gelaten heeft.
Handjesplant is
niet de echte naam, vermoed ik, maar er komen bladeren aan die op
handen lijken. Ik zal eens zoeken op internet, naar de juiste
benaming. (Het blijkt de 'schefflera' te zijn, een naam om te
onthouden !)
Maar hoe dan ook, deze plant is ons ook
boven het hoofd gegroeid en hij heeft armen, zijtakken eigenlijk, van
een paar meter breed. Het begint hinderlijk te worden voor de nieuwe
buren. Dus zal ik er eerdaags maar eens het mes in zetten.
Dat is het nadeel van groene vingers.
Als de planten niet doodgaan worden ze steeds groter. Tot ze niet
meer in het huis, of zelfs de trappenhal, passen. Op internet vind ik
trouwens de meeste planten, die ik hierboven noem, terug in de
categorie: 'planten die weinig verzorging nodig hebben'. De twee
trappenhalplanten ga ik maar proberen te stekken. Eens zien hoe groen
mijn vingers echt zijn...
En bezoek de website van de Geheimzinnige Hulpman, voor meer vervolgstrips !