zondag 14 juli 2024

Het Betty Asfalt Complex is verleden tijd


Het Betty Asfalt Complex
gaat over in andere handen en verandert van naam. Het kan zijn dat een deel van jullie nu denkt: Nou en ? Of: Betty wie ? Maar ik heb, als jong Stripmannetje, een paar keer opgetreden in het Betty Asfalt Complex, dat opgericht is en tot voor kort gerund werd door Paul Haenen en zijn partner Dammie van Geest.

Laten we teruggaan naar het begin van de jaren '90. Mijn vrouw en ik waren net een tijdje samen, ik werkte in Amersfoort, bij een marktonderzoek-bureau en deed daarnaast vrijwilligers werk, voor onze culturele dorpsvereniging. Mijn verhaaltjes en stripjes verschenen toen in het programmablad van die vereniging, het internet stond nog in de kinderschoenen.

Ondertussen was Paul Haenen een bekende TV-verschijning geworden die, voor de VPRO, een reeks programma's maakte. Bijvoorbeeld: 'Paul Haenen begint'; 'Haenen voor de nacht' en 'Dolman's vrolijke vrijdag'. Voor een deel werden die uitgezonden vanuit het voormalige Theater Tingel Tangel, aan de Nieuwezijds Voorburgwal, in Amsterdam.

Haenen en Van Geest hadden het pand, ooit een klooster, daarna school en burgemeesterswoning, in 1989 overgenomen. Ze gebruikten het, behalve als locatie voor TV-uitzendingen, ook voor kleinkunstvoorstellingen, hun eigen producties, maar ook die van andere cabaretiers en kunstenaars. Ze gaven het een nieuwe naam: Betty Asfalt Complex.

Een vriend uit de vereniging wees me erop dat Haenen ook een tijdschrift uitbracht, Mens en Gevoelens, waarvoor iedereen die dat wilde verhalen en tekeningen in kon zenden. Ik stuurde wat strips in, die in de smaak vielen en later ook wat verhalen. Het leverde geen geld op, maar het blad had wel een landelijke verspreiding. Dus een paar jaar lang kon ik genieten, van het idee, dat mijn werk in elke goede boekhandel lag.

Om de inzenders te belonen en met elkaar in contact te brengen, organiseerde de redactie van Mens en Gevoelens – Haenen en Van Geest dus – een aantal ontmoetingsavonden, in het Betty Asfalt Complex. Ik kreeg een uitnodiging en informeerde of ze het leuk zouden vinden als ik mijn gitaar meenam en wat eigen liedjes zou zingen.

Dat mocht, dus maakte ik mijn Amsterdamse muzikantendebuut, op de planken van het Betty Asfalt. Dat had verder geen gevolgen, behalve dat ik Haenen zelf de hand kon schudden en een kort gesprekje had met Dammie. Hij vond dat mijn strips aansloten bij de 'klare lijn', een stroming ooit begonnen door Hergé, de tekenaar van Kuifje. Mijn liedjes leken volgens hem wel wat op die van Cornelis Vreeswijk. Dat waren niet mijn grote voorbeelden, maar de vergelijking had veel erger uit kunnen vallen.

Een paar jaar later zou ik er nog eens optreden, als zanger van een jazzbandje. Die avond was niet door Paul en Dammie georganiseerd, maar door een groep Joodse homoseksuelen, die zich Sjalhomo noemde. Eén ervan was bevriend met mijn vrouw.

De bezoekers hadden er al een vermoeiende dag opzitten en reageerden nogal lauw op onze muzikale inspanningen. Mijn medemuzikanten, die gemiddeld een jaar of 20 ouder waren dan ik, voelden zich ook niet echt op hun gemak. Maar goed, we hebben ons er, van beide kanten, manmoedig doorheen geslagen en we kregen nog heel redelijk betaald ook.

Dat was niet het laatste bezoek dat, mijn vrouw en ik, aan het Betty Asfalt Complex brachten. We waren er ook nog eens, als publiek, bij de opname van één van Paul Haenens TV-shows. Je kon je daarvoor opgeven en voor zover ik me herinner was de toegang gratis. We hadden een leuke avond, waarbij we met verbazing de transformatie aanzagen van Paul als zichzelf, een beetje onhandige en verlegen man, tot zijn bekendste alter-ego, de praatgrage haaibaai Margreet Dolman.

Als muzikale gasten traden zangers Jan Rot en Jaques Herb op, die samen een single opgenomen hadden. Ik heb het verhaal al vaak verteld. Mijn vrouw en ik zaten, op TV nauwelijks zichtbaar, maar klaarblijkelijk goed te zien vanaf het toneel, in de zaal en Jaques Herb knipoogde herhaaldelijk naar haar. Wij vonden dat nogal grappig, maar het werd nog leuker.

Na afloop van de voorstelling hadden we trek gekregen en waren we, vanuit het theater, de straat overgestoken om een frietje te kopen. We stonden onze warme patatjes te eten toen we Jaques Herb het Betty Asfalt Complex uit zagen komen en in een klaarstaande limousine zagen stappen. Het kan ook best een taxi zijn geweest.

Hoe dan ook, de zanger had ons ook gezien. Dat bleek toen de auto een bocht maakte en aan onze kant van de straat langskwam. Herb draaide, tot onze grote verrassing, het raampje naar beneden en boog zich uit het raam om naar ons te wuiven en te knipogen. Volgens mijn vrouw riep hij ook iets. Het was alsof wij de grote attractie van de avond waren. Je maakt wat mee, als onbekende Nederlander !

Maar goed, dat is allemaal lang geleden. Het Betty Asfalt Complex is, in de tussenliggende jaren, tweemaal verbouwd, zodat het van een alternatief zaaltje, veranderd is in een echt complex met meerdere zalen. Ondertussen vierde Paul Haenen, dit jaar, zijn 78ste verjaardag. Voor Haenen en Van Geest een mooi moment om het stokje over te dragen.

Vanaf 1 juli heeft het complex een nieuwe exploitant, De Theatergroep, en een nieuwe naam, De Richel. Paul Haenen blijft er nog wel optreden maar het Betty Asfalt Complex is verleden tijd.

Voor alle informatie kun je terecht op Theater de Richel.nl. De oude website bestaat ook nog, voor wie nog eens terug wil kijken: Betty Asfalt.nl

En voor wie helemaal niet weet wie Paul Haenen is, zijn biografie staat op Wikipedia. Dat geldt ook voor Jaques Herb en Jan Rot en voor Hergé en Cornelis Vreeswijk. Wij zijn zelf (nog) niet op Wikipedia te vinden.


 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 7 juli 2024

Gaat het met het voetbal dezelfde kant op als met de popmuziek ?


In verschillende kranten
verscheen afgelopen week het bericht, dat onderzoek heeft aangetoond, dat de popmuziek in de afgelopen 70 jaar steeds simpeler is geworden. Voor de wat oudere muziekliefhebber was dat geen verrassing. Vergelijk de leuke, gevarieerde en verfijnde pophits, van de jaren '60, met de suffe muziek van nu en je weet wat ik bedoel. De popmuziek van de jaren '30 was overigens nog beter en complexer. Het versimpelen is al langer aan de gang.

Dan het voetbal van tegenwoordig. Ik volg het de laatste tijd niet meer zo fanatiek. Het WK in Qatar heb ik bewust links laten liggen. Dat had nooit gehouden mogen worden en dus verdiende het niet om bekeken te worden. Daarna heb ik de vaderlandse competitie en de diverse Europacups ook niet meer echt gevolgd.

Ik keek de afgelopen weken wel weer naar het EK-voetbal en gisteren bekroop me de gedachte dat ook het voetbal, in de afgelopen halve eeuw, steeds slechter is geworden. Vooral het mannenvoetbal doet geregeld pijn aan de ogen. Net zoals veel popmuziek pijn aan de oren doet.

Neem nou de kwartfinale tussen Engeland en Zwitserland, van gisteren. Na twee uur spelen was het 1 – 1, de doelpunten vielen binnen 10 minuten in de 2e helft. De overige 110 minuten waren niet om aan te zien. Saai en risicoloos gebrei.

De teams leken al heel tevree als ze de bal rond konden spelen, zonder op het vijandelijke doel te schieten. Want, zoals Johan Cruijff zou zeggen: Zolang wij de bal hebben, hebben zij hem niet. En als zij de bal niet hebben kunnen ze ook niet scoren. Het is een speelwijze die veel landen lijken te hebben overgenomen.

Vroeger speelden de Engelsen een vorm van voetbal die 'kick and rush' werd genoemd. Niet verfijnd, maar wel leuk om te zien. De bal werd vanuit de verdediging zo snel mogelijk naar voren geschoten, waarna de aanvallers hem, zonder veel gedoe, in het doel probeerden te werken. Nu doen de Britten ook aan zorgvuldige opbouw en eindeloos rondspelen.

Corners ! Of hoekschoppen, zoals ze bij ons genoemd worden. Die zijn een prachtige gelegenheid om de bal voor het vijandige doel te knallen. Maar de meeste corners bij het EK worden 'kort' genomen. De man die hem neemt speelt hem dan naar een medespeler, vlakbij, waarna het rondspelen weer kan beginnen.

Vroeger had je spelers die goed waren in het nemen van vrije trappen. Ik denk aan de inmiddels verguisde Fransman Michel Platini, of onze eigen Pierre van Hooijdonk. Die specialisten schijnen niet meer te bestaan. Bij Portugal neemt Christiano Ronaldo alle vrije trappen. De Belgische commentator vertelde dat hij dat al 60 keer had gedaan, op een EK of WK. Daarbij had hij precies 1 keer gescoord.

Vroeger zat je bij een vrije trap op het puntje van je stoel. Nu kun je rustig naar het toilet gaan, of koffie gaan zetten. Dat heb je hard nodig om wakker te blijven. Die vrije trap gaat vrijwel gegarandeerd over of naast.

En dan heb ik het nog niet eens over dat vreselijke, irritante, aanstellerige gedrag, dat je bij voortduring voorgeschoteld krijgt. Bij elk tikje, of hikje, liggen er spelers op de grond te kronkelen alsof ze doormidden getrapt zijn. Dankzij de beelden, in haarscherpe, vertraagde herhaling, kun je, 99 van de 100 keer, duidelijk zien dat er niets aan de hand was.

Een speler lag, gisterenavond, op de grond met de handen aan zijn hoofd. Had hij een schop tegen zijn kop gekregen, of een elleboog ? Er was een onoverzichtelijke situatie aan vooraf gegaan. Uit de herhaling bleek dat de bal tegen zijn kruin was gebotst en niet eens erg hard. Misschien jammerde hij omdat zijn mooie kapsel in de war was geraakt ?

Het is ergerlijke aanstellerij die wel vaak beloond wordt met een vrije trap. Daar zou die videoscheidsrechter zich nu eens nuttig kunnen maken. In plaats van uitmeten of er iemand een millimeter buiten spel stond, zouden die bedriegers gele kaarten moeten krijgen.

O, ja, en malle kapsels, tatoeages en roze voetbalschoenen moesten verboden worden.

En dan, om bij het begin van mijn verhaaltje terug te komen, de gezangen in het stadion ! Die zijn echt heel veel slechter geworden dan in mijn jonge jaren. Vroeger hoorde je nog wel eens de zilvervloot het stadion binnen varen. Voor de jongeren onder ons, uit duizenden kelen klonk dan: 'Piet Hein, Piet Hein, Piet Hein zijn naam is klein. Zijn daden bennen groot, zijn daden bennen groot, hij heeft gewonnen de zilvervloot.'

Nu hoor je duizenden, een woordeloze en versimpelde variant, van 'O, wat is het toch fijn om gelukkig te zijn', lallen. En dat anderhalf uur lang. Waar moet het heen met de wereld !?

Ps: De wedstrijd van Nederland tegen Turkije, gisterenavond, was gelukkig iets beter verteerbaar. De Turken hadden voor hun enthousiaste aanvalsspel meer verdiend en Nederland mag niet klagen. Maar de eerdere kwartfinales, die door Frankrijk en Spanje werden gewonnen, waren niet best. Frankrijk, toch de grote favoriet, heeft in het hele toernooi maar 1 doelpunt zelf gemaakt, maar staat nu toch in de halve finale. Wat een armoede.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 en deel 2 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 30 juni 2024

Een heleboel boeken


Ja, ondertussen,
terwijl ons land de adem inhoudt, in afwachting van de eerste en hopelijk laatste regering, met een ultrarechts stempel en ik als een moderne Don Quichot streed tegen de windmolens, eh... nee, de hekken in het park en de lente gewoon doorging, alsof er niets aan de hand was. Ondertussen, dus, las ik ook nog een heleboel boeken.

Jullie weten dat ik van afwisseling hou, daarom las ik de eerste 7 delen, uit de reeks detectiveromans, die Marin Walker schreef over zijn held, politiechef Bruno Courrèges. Walker is van origine een Brit en werkte lange tijd, als journalist, voor het dagblad The Guardian. Hij schreef boeken over het Britse, extreem rechtse, National Front, over de Koude Oorlog, over Bill Clinton en Michael Gorbatsjov.

Rond de eeuwwisseling kocht hij een vakantiewoning in de Zuid-Franse Périgord. Hij werd verliefd op de landstreek, zijn bewoners, de wijn en de regionale keuken. Hij kwam vervolgens op het idee om een thriller te schrijven, rond een fictief stadje, St Denis, waar de politiechef een moord oplost.

Hoofdpersoon Bruno Courrèges, hij heet eigenlijk Benoit, maar iedereen noemt hem Bruno, is hoofd en enig lid van de gemeentelijke politie van St Denis. Hij houdt orde, regelt het verkeer, organiseert feesten en geeft rugby- en tennisles aan de plaatselijk jeugd.

Als hij assistentie nodig heeft kan hij een beroep doen op de landelijke gendarme, die in het stadje een kazerne heeft. Maar de omgang tussen de beide politie-onderdelen is gespannen. Bruno pakt problemen graag op een diplomatieke manier aan, met een goed gesprek, een stille wenk, of een vriendelijke vermaning. Het hoofd van de gendarme is meer een man van de strikte regels en deelt direct bekeuringen uit, of gooit overtreders in de cel.

Tussen het bestrijden van de misdaad door – en die is heel gevarieerd, van geweldsmisdrijven, oplichting en corruptie, tot internationale terroristische complotten – doet Bruno enthousiast mee aan het landelijke, Zuid-Franse leven. Hij jaagt, helpt met de wijnoogst, de slacht van varkens en pluimvee, verbouwt groente en kruiden in zijn tuin en knoopt relaties aan, met de mannen en vooral de vrouwen, die hij bij al die bezigheden ontmoet.

Een aparte plaats in de boeken nemen de beschrijvingen in, van verschillende maaltijden en de bereiding daarvan. Het wordt wel eens omschreven als 'culinaire porno', maar op sommige momenten – bijvoorbeeld als de auteur het in detail heeft over de jacht, de bereiding en het opeten van houtsnippen – lijkt het meer op horror. Als vegetariër moet je tegen een stootje kunnen.

Dat neemt niet weg dat het een heel prettige, vlot leesbare en soms spannende, reeks van thrillers is. Zo nu en dan wat kneuterig, maar op andere momenten vol actie, bijvoorbeeld als Bruno een stel misdadigers achtervolgt in een onderaards grottenstelsel of, met hulp van het leger, een extremistische aanslag probeert te voorkomen.

De boeken zijn ook leuk voor honden- en paardenliefhebbers, maar ook daar past een waarschuwing. De meest aangrijpende passages zijn die waarin het voor één van deze dieren verkeerd afloopt. Dat er in de serie regelmatig mensen sneuvelen zal niemand storen, maar dat de hond van Bruno door een schurk doodgeschoten wordt, is moeilijker te verteren.

Dat ik Bruno en Martin Walker ontdekte is helemaal te danken aan mijn oudste zuster. Zij mailde me dat ze een stapel pockets cadeau had gekregen, die ze echt wat voor mij vond. Detectiveromans met veel sfeer en niet overdreven veel geweld. Een beetje als de boeken van Ellie Griffiths en haar heldin Ruth Galloway, die zij door mijn enthousiaste verhalen was gaan lezen.

Omdat ik benieuwd was of de Bruno-boeken ook als e-boek verkrijgbaar waren ging ik, nog voor ik de pockets van mijn zus in handen had, kijken bij mijn vaste leverancier. Ik kon de eerste 6 delen, in één keer, kopen voor 3 euro. De 3 delen daarna voor nog eens 3 euro.

Zulke bundelingen van meerdere boeken in één band noemden we vroeger een omnibus. Maar als je 6 pockets, papieren boeken dus, in 1 band wilt proppen, dan wordt het een onhandelbare bonk van 15 centimeter dik. Dat zal dus niet gebeuren, bovendien zou je dan wel wat meer kwijt zijn dan 3 piek. De e-reader, ik heb het al zo vaak gezegd, is de ideale oplossing. Die wordt geen millimeter dikker en geen gram zwaarder, als je er een hele reeks nieuwe boeken op zet.

Nou heb ik al die boeken niet in 1 keer, achter elkaar, gelezen, hoor. Tussendoor las ik nog allerlei andere dingen, zoals een deel van de Tijdspiegel, het amusante en leerzame tijdschrift uit het eind van de 19e eeuw – 'Woutertje Pieterse' van Multatuli (erg leuk) – een paar thrillers van Ian Rankin (top !) – en van Christopher Brookmire (ook goed) – en een bundel spookverhalen van M.R. James, die voor een deel onlangs verfilmd zijn door de BBC. Op sommige van die boeken kom ik later nog wel eens terug.

De Bruno-reeks, van Martin Walker, is vertaald in het Nederlands als 'Bruno, chef de police', wat niet echt Nederlands is. Ze zijn te verkrijgen in paperback formaat en als e-boek, maar zijn wel een stuk prijziger dan de Engelse versie. Niet alleen daarom zou ik de originele Engelse boeken aanbevelen, Nederlandse vertalingen vallen vrijwel altijd tegen.

De boeken hebben een kleine golf van toerisme naar de Périgord veroorzaakt. In mijn eerste e-boek-omnibus is, als extraatje, een beschrijving toegevoegd, door de auteur zelf, van de beste hotels en restaurants, in de regio en de mooiste dorpen, steden en andere bezienswaardigheden.

Voor wie minder reislustig is, of beperkingen heeft, zoals ik, is veel van wat er beschreven wordt ook terug te vinden op het internet. Er moet ooit ook een website zijn geweest over Bruno, maar die kan ik niet meer vinden. Martin Walker heeft wel een Facebook-pagina waar hij regelmatig nieuws en commentaar op plaatst. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 23 juni 2024

Er is goed nieuws en er is...


Ja, ook minder goed nieuws.
Maar laat ik met het goede beginnen. Ik schreef eerder dat het broedsel van de pimpelmezen, in het nestkastje op ons balkon, mislukt was. Een van de mezen werd ziek en de kuikens waren dood, toen ik in het kastje keek.

Ik zag daarna wel veel jonge koolmezen op het balkon, waarschijnlijk deels afkomstig van het nestkastje van de benedenburen. Daar was, vanwege het overlijden van de buurvrouw, een dagenlange huisontruiming geweest, terwijl de mezen nog druk aan het voeren waren. Dus daar had ik me ook zorgen om gemaakt.

Maar terwijl het met de koolmezen prima ging, leek dat niet het geval met de pimpels. Niet één jonge pimpelmees te zien en de volwassen vogeltjes, die ik wel zag, waren vaak nogal flodderig. Kale koppies, veren als een ragebol. Op zich is dat niet heel vreemd, in deze tijd van het jaar. Als de jongen uitgevlogen zijn gaan de oudere vogels in de rui. Goede kans dat ze er over een paar weken allemaal weer piekfijn uitzien, strak in de nieuwe veren.

Toch vroeg ik me af of er dan helemaal nergens, in onze buurt, een pimpelmezen broedsel gelukt was. In eerdere jaren zag ik naast de jonge koolmezen ook best veel jonge pimpels op mijn balkon. Nu dus niet één.

Maar afgelopen week kwam er, gelukkig, een jonge pimpelmees een pindaatje halen. En wat later in de week nog een. De koolmezen hebben het, klaarblijkelijk, veel beter gedaan, maar helemaal mislukt is het seizoen voor de pimpels dus niet.

Ondertussen hield ik ook een oog op het park, waar de gemeentelijke groenbeheerders iets zouden gaan doen aan de toegankelijkheid. Dat was me immers per mail medegedeeld. En inderdaad. Afgelopen woensdag kwam er een grote vrachtwagen voorrijden, waarop een graafmachine stond. Even later voegde een tractor zich erbij, met een aanhangwagen. De graafmachine werd uitgeladen en drie man gingen aan het werk, aan de ingang tegenover ons huis.

Laat ik, voor de mensen die ons parkje niet kennen, proberen te omschrijven hoe dat er, vanaf de straat uitziet. Het is een rechte straat, die aan één eind aansluit op de hoofdweg en aan de andere kant een haakse bocht maakt. Een soort L waarbij, aan de lange poot, een rij appartementenblokken staat, uit de jaren '60. Daartegenover ligt het park. Aan de korte poot staan rijtjeshuizen en een paar vrijstaande bungalows.

Recht tegenover ons blok, op de plaats waar vroeger de villa stond, waarvan het park de achtertuin was, staat nu een grote verzorgingsflat. Bij de achteringang daarvan is de ingang van het park, waaraan nu gewerkt werd. Het is de enige ingang die breed genoeg is om auto's door te laten, voor onderhoudswerkzaamheden, zoals snoeien en het uitbaggeren van de vijvers.

Die ingang, waar ik dus altijd gebruik van maakte als ik het park in wilde, is bijna 10 jaar geleden afgesloten met een slagboom. Tenminste zo noem ik het. Een dwarsbalk over de gehele breedte. Een echte slagboom zou omhoog open kunnen, deze kun je opendoen als een heel brede deur. Aan de ene kant zit hij vast aan een paal, met een reuzenscharnier, aan de andere kant valt hij in een primitief slot. Je hebt een sleutel nodig om hem te openen, hoewel het me ook wel eens gelukt is met een tang.

Ik had de suggestie gedaan om die dwarsbalk een beetje in te korten. Veel ruimte heb je niet nodig, als rolstoeler, of scootmobiel gebruiker. Maar dat was te simpel gedacht. Er werd een heel nieuw pad aangelegd, naast het hek. Met de graafmachine maakten de werklieden korte metten met een aantal struiken en jonge boompjes. Die werden afgevoerd door de tractor. Daarna werd er zand en grind aangevoerd en het geheel werd geëgaliseerd. Uren zijn die drie mannen druk geweest. De oude dwarsbalk bleef daarbij onaangeroerd.

Mooi, zou je zeggen, kosten noch moeite zijn gespaard en ik kan nu weer, aan deze kant tenminste, het park in. Ik heb het al geprobeerd en inderdaad, het binnenrijden is geen probleem meer. Maar in wezen zijn we daarmee weer terug bij de toestand, zoals die 9 jaar geleden was, na mijn eerste klacht over de toegankelijkheid.

De twee stukjes groen in onze buurt hebben samen 5 ingangen, waarvan er nu 2 geschikt zijn voor mensen met een beperking. Dat vind ik nog steeds onvoldoende. Eigenlijk heeft de gemeente, met deze laatste actie, weer geprobeerd om de kool en de geit te sparen. De hekken blijven staan, want er wordt zo geklaagd over 'hangjongeren', maar ik krijg ook een beetje mijn zin. Uiteindelijk een mager succesje dus. 

 

De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. 
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 16 juni 2024

Zou het toch nog goed komen met het park ?


Het zou kunnen,
beste lezers, dat ik, ongemerkt en onverwacht, een overwinning heb geboekt. De trouwe volgers, die zich al jaren door mijn verhalen heen worstelen, weten dat ik in een rustige straat woon, tegenover een klein park. In dat park staan hoge bomen, met een reigerkolonie, er zijn waterpartijen en een kinderspeeltuintje.

Vroeger reed ik vaak door dat park, als ik het dorp in ging. Soms voerde ik de eendjes, of ik maakte foto's van de reigers. Ik begroette andere parkbezoekers, die er hun hond uitlieten, of liepen te joggen. Dat veranderde toen de gemeente, zonder waarschuwing vooraf, twee van de drie ingangen van het park afsloot met een hek.

Ik kon vanaf dat moment niet meer door het park rijden. De hekken waren onneembare obstakels voor mensen in een scootmobiel, of rolstoel, of personen met een kinderwagen, of rollator. Ik schreef een verhaal, dat in de plaatselijke krant terecht kwam. Er kwam een reactie van de gemeente. De hekken waren geplaatst, in overleg met de buurt, omdat er zoveel overlast zou zijn van jongeren.

Daar had ik nooit iets van gemerkt. Van het overleg met de buurt ook niet, trouwens. Ik protesteerde dus. Er kwam een gesprek, met een gemeenteambtenaar en een klagende buurtbewoner, maar uiteindelijk bleven de hekken staan. Knarsetandend legde ik me erbij neer. De daaropvolgende jaren kwam ik veel minder vaak in het park. De ergernis bleef, maar wat kon ik eraan doen ?

Toen er vorig jaar een brief in de bus lag, van een politiepersoon in opleiding, die onze mening vroeg over de overlast van hangjongeren in onze buurt, werd mijn wrevel opnieuw gewekt. Hoezo overlast ? Er gebeurt hier nooit iets ! Bovendien heeft de gemeente hekken geplaatst om de overlastgevers te weren.

Ik schreef een verhaal, dat weer in de krant geplaatst werd en dat een tegenreactie uitlokte. In een pagina groot artikel betoogden een paar buurtgenoten, die namens tientallen anderen beweerden te spreken, dat het nog steeds heel erg was, met de overlast van hangjongeren in het park. De bedoeling was waarschijnlijk om mij de mond te snoeren, maar in werkelijkheid speelden ze me in de kaart.

Ik stelde de gemeente, online, opnieuw de vraag of die hekken weggehaald konden worden. Ze waren immers geplaatst om hangjongeren te weren en nu bleek, uit dat grote stuk in de krant, dat er nog steeds overlast was. Die hekken hadden dus geen zin. Maar ik had er wel veel last van.

Daarop werd ik gebeld door een medewerker van de gemeente. De man gaf direct te kennen dat hij weinig wist van de toestand bij ons in de straat. Maar hij had wel, inmiddels 9 jaar geleden, die hekken neergezet. Wat ik schreef over die hangjongeren, dat was onzin, zei hij. Jongeren kunnen gewoon langs zo'n hek lopen. Nee, de hekken waren er om auto's uit het park te weren.

Daar keek ik van op. Het was wel leuk om eens iemand te spreken met een echt Soesters accent, maar ik begreep dat ik met deze man niet veel verder ging komen. Ik schreef dus een brief aan een van onze wethouders. Daarin legde ik het hele verhaal nog eens uit en toonde ik, met citaten uit de mailwisseling van 9 jaar eerder, aan dat de hekken wel degelijk waren geplaatst om jongeren uit het park te weren. Aangezien er nog steeds geklaagd werd en ik gehinderd werd door die hekken... enz.

Bovendien wees ik de gemeente op de plicht om de openbare ruimte toegankelijk te maken voor mensen met een beperking. Het is wel leuk als alleen dorpsbewoners met gezonde benen, zoals hangjongeren, het park in kunnen, maar inwoners die aangewezen zijn op een scootmobiel, rolstoel of rollator hebben ook rechten.

Daarna hoorde ik lange tijd niets. Een paar weken geleden besloot ik eens te gaan kijken op de website, of er al iets met mijn 'zaak' gedaan was. Ik zag dat er al 5 maanden verstreken waren sinds ik het probleem had aangekaart. Er was een mogelijkheid om een opmerking toe te voegen, dus stelde ik de vraag of er misschien extra informatie nodig was.

Vervolgens gebeurde er weer een tijdje niets. Het kan best zijn dat er, zonder dat ik er iets van merkte, eigenlijk van alles gebeurde. Misschien waren er verhitte discussies, werd er op het gemeentehuis met de vuist op tafel geslagen, braken er groenbeheerders in huilbuien uit, of werd er vergeefs gezocht naar een excuus om toch vooral niets aan de situatie in ons park te hoeven veranderen. Ik weet het niet.

Afgelopen week kreeg ik in ieder geval een email met een korte mededeling: 'U heeft een melding gedaan over de toegankelijkheid van het park. A.s. maandag ga ik met mijn collega kijken hoe we het park toegankelijker kunnen maken. Met vriendelijke groet...'

Dit moest ik even verwerken. Ik had me voorbereid op een moeizame discussie, waarin ik nog eens ten overvloede zou moeten proberen een onwillige gemeenteman, of -vrouw, te overtuigen van de redelijkheid van mijn vraag. Maar niets daarvan. Ze gaan het park toegankelijker maken !

Ik schreef een antwoord, waarin ik mijn vreugde uitsprak over dit nieuws. Ik deed er meteen maar een paar suggesties bij. Van mij mogen die hekken helemaal weg, maar een doorgang van een meter breed is ook al genoeg. Dan kan er nog steeds geen auto naar binnen en kan ik, eindelijk, weer ongehinderd door het park rijden.

Het blijft natuurlijk afwachten wat het wordt, maar dit lijkt een onverwacht, positieve wending. Nu hopen dat er ook echt iets verandert en het in de komende maanden wat minder gaat regenen, want na alle regen zal ik er nu wel tot aan mijn assen wegzakken in de modder.

Wordt vervolgd !

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 en deel 12 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 9 juni 2024

Is de Stripman een superman ?


Ik wist niet
dat er zoveel PVV-stemmers onder mijn lezers waren ! Ik had ook niet verwacht dat die ultrarechtse rakkers zo goed naar mij zouden luisteren. Maar ik moet concluderen dat mijn oproep, van vorige week, aan dat deel van de kiezers, veel gehoor heeft gekregen. Ik vroeg de tegenstanders van Europese samenwerking om niet te gaan stemmen, bij de verkiezingen van afgelopen donderdag. En... van de PVV-aanhang is meer dan 50% thuisgebleven !

Een geweldig succes, dus. De aanhangers van het, nog extremere, FvD hebben zelfs bijna allemaal verstek laten gaan. Ik moet eerlijk bekennen dat ik dat niet verwacht had. Dat ik, de eenvoudige Stripman, die doorgaans zo onopvallend en stilletjes door het leven gaat, zo'n invloed had. Wie had dat verwacht ?

Het zal een onvermoede superkracht zijn, waar ik zeker, in de toekomst, vaker gebruik van zal maken. Het past ook wel in de traditie van Striphelden, zoals Superman en Spiderman. Ja, kinderen, jullie kennen die uit films, maar het waren oorspronkelijk stripfiguren. En het waren ook onopvallende ventjes, die pas hun ware aard toonden als de wereld gered moest worden.

Ik moet zeggen het voelt prettig aan, dat ik, met een paar rake woorden, het rechtse gevaar heb weten in te tomen. We moeten het, natuurlijk, niet aan de grote klok hangen en ik moet niet naast mijn schoenen gaan lopen. Ik ga nu dus weer stilletjes mijn eenvoudige weg. Maar wees gerust, als de nood aan de man komt kunnen jullie op me rekenen.

Ondertussen gaat het leven gewoon verder. Ons balkonnetje wemelt van de vogels. Dat is tamelijk normaal, in deze tijd van het jaar. Veel vogels hebben jongen en die moeten allemaal eten. Dus de pinda's, de vogelpindakaas en de zonnebloempitten zijn bijna niet aan te slepen.

Ik probeer het zo te organiseren dat de grote vogels, één keer per dag, hun slag kunnen slaan, door op een vast moment de pindakaas bij te vullen en zwarte zonnebloempitten te strooien. De kauwtjes, eksters en houtduiven weten precies wanneer het hun beurt is en ze laten daarna, voor een groot deel van de dag, het balkon over aan de kleinere vogeltjes.

Daarbij voeren de koolmezen momenteel de boventoon. Er zitten er soms wel 6 of 7 tegelijk op het balkon. Er komen ook pimpelmezen, maar daarvan heb ik dit jaar nog geen enkele jonge vogel gezien. Daarnaast hebben we regelmatig boomklevers en grote bonte spechten te gast en de laatste tijd ook, af en toe, een spreeuw en een paar huismussen.

Je verwacht misschien dat die mussen en spreeuwen heel gewoon zijn. Ze horen immers bij de meest voorkomende soorten in ons land, vooral in dorpen en steden. Maar wij zien ze niet zo vaak. Wij hebben meer de bosbewoners, vanwege het park aan de overkant. Merels en roodborstjes, bijvoorbeeld, en zo nu en dan een holenduifje.

Naast al dit vogelgeluk had ik, afgelopen week, ook weer een kleine ergernis te verwerken. Ik had een paar setjes snaren besteld en een beugel, om een van mijn gitaren aan de muur te kunnen hangen. Bij elkaar niet groter dan een half pak melk, maar het kwam natuurlijk aan in een enorme doos.

Dat was al gek, maar het werd echt vervelend toen bleek dat er een pakje snaren te weinig in de doos zat. Mijn snarenleverancier heeft een klantenservice, die alleen telefonisch en in kantooruren bereikbaar is, dus moest ik de volgende ochtend opbellen en wachten. Heel lang wachten en telkens weer de ingesproken boodschap beluisteren, dat alle medewerkers bezet waren.

Tussendoor werd me de mogelijkheid geboden om mijn probleem aan een sprekende computer voor te leggen, maar daar heb ik slechte ervaringen mee. Dus wachtte ik nog maar wat langer en nog wat langer. Na een kwartier begon ik te twijfelen. Al dat wachten voor een artikel van maar 7 euro 50...

Zou ik later nog eens bellen ? Maar ja, ik had nu al zo lang gewacht de kans was groot dat ik de volgende keer, weer opnieuw, tijden in de wacht zat. Dus wachtte ik nog maar wat. En nog een beetje. En dan eindelijk, na 25 minuten, kon ik mijn klacht kwijt. In nauwelijks 2 minuten was het geregeld. Ik kreeg de snaren nogmaals toegezonden.

Misschien moet ik eens proberen om voor dit soort situaties ook een superkracht te ontwikkelen. Eentje waardoor wachtrijen, als sneeuw voor de zon, verdwijnen. Of zo.

Ps: De vergeten snaren kwamen weer verpakt in een grote doos. Daar moeten ze toch eens iets aan doen. Ik bestel ze ook wel eens bij een andere webwinkel en dan komen ze gewoon in een envelopje. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 en deel 12 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 2 juni 2024

De vinger !?


In het jeugdjournaal
zag ik een bericht over een meisje dat met haar vinger bekneld was geraakt, in de zitting van een bankje. Die zitting bestond uit een metalen rooster. De brandweer kwam eraan te pas, om het meisje los te zagen. Ze werd naar het ziekenhuis gebracht met, om haar vinger, een stukje van dat rooster. De nieuwslezeres eindigde het onderwerp met de geruststellende mededeling dat 'die gelukkig kon worden verwijderd'.

'Wat !?', riep ik naar de TV. 'De vinger ???'

Waarschijnlijk is het verschil tussen 'die' en 'dat', over een paar jaar, helemaal verdwenen. Het is nu al heel gewoon, voor veel mensen, om die woorden, zomaar, willekeurig te gebruiken. Het kan dus best zijn dat veel mensen, als ze dit verhaaltje lezen, niet begrijpen waar mijn verwarring vandaan komt. Voor hun is het zonneklaar dat het dat stukje van de bank was, die verwijderd werd en niet de vinger.

Logisch ! (Maar anderen gaan me nu wijzen op de fout hierboven.)

Het is heel gewoon dat je, op radio en TV, allerlei mensen 'die' en 'dat' verkeerd hoort gebruiken. En niet alleen ongeschoolde personen, zoals sporters en hun begeleiders, of presentatoren, maar ook deskundigen, mensen waarvan je een bepaalde graad van opleiding verwacht. Laatst hoorde ik nog zo'n expert vertellen, over een meisje 'die' heel dapper was geweest.

Waarop ik weer ging roepen naar de TV: 'Dat ! Het is dat meisje !!'

Even voor de mensen die het nog steeds niet snappen – ik denk dat ze die soort dingen tegenwoordig niet meer leren op school – (zoek de fout in het vorige zinnetje). Als iets het lidwoord 'het' heeft dan zeg je 'dat'. Bijvoorbeeld 'dat mannetje', want het is 'het mannetje'. Als er 'de' voorgezet wordt zeg je 'die'. Dus: 'Die vrouw', want het is 'de vrouw'.

Dus, als we terug gaan naar het begin van dit verhaal, het is 'het stukje van de bank' en het is 'de vinger'. Heb je het over het stukje en de vinger en dat 'die verwijderd kon worden'. Dan is de vinger dus geamputeerd. Het verhaal heeft dan geen vrolijke afloop.

Nu wilde ik een soepele overgang maken naar een heel ander onderwerp, maar erg makkelijk is dat niet. Desondanks ga ik een poging doen:

Je zou bij 'de vinger' ook aan iets heel anders kunnen denken. Bijvoorbeeld de Europese verkiezingen, van komende week. Er zijn momenteel nogal wat politici en dus kiezers, die het liefst Europa 'de vinger' zouden willen tonen. Of geven, ik weet niet precies hoe je dat zegt, ik heb er weinig ervaring mee. Het opsteken van de middelvinger is in ieder geval een beledigend gebaar, waaruit minachting spreekt.

Het zou mooi zijn als die mensen, of dat soort mensen, zich dan ook niet zouden bemoeien met de Europese politiek en zich niet kandidaat zouden stellen. Maar helaas doen ze dat wel. Hun motivatie is vooral het tegenhouden van allerlei maatregelen en wetten. In veel gevallen zijn dat belangrijke maatregelen en wetten. Bijvoorbeeld over natuurherstel, duurzaamheid en een menselijk vluchtelingenbeleid.

Ik hoop stilletjes dat iedereen die zijn vinger opsteekt naar Europa, komende donderdag, lekker thuisblijft. Maar dat iedereen, die natuur en medemenselijkheid wel belangrijk vindt, wel gaat stemmen. En dan het liefst niet op liberale, christelijke of extreemrechtse partijen.

Tot zover mijn taal- en stemadvies. En die opmerking over ongeschoolde sporters en zo, dat is een grapje. Er zijn ook goed geschoolde sporters, natuurlijk, die nooit taalfouten maken. 

(Taal is best ingewikkeld. Wie het precies na wil lezen kan op deze website terecht.)

 

 
De Strip is gemaakt door de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit verhaal.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 - deel 11 en deel 12 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave.