Ik droomde dat de Geheimzinnige Hulpman een feest gaf. Ik ging er heen, met een mooie fles wijn, waar ik met een andere bezoeker een prettig gesprek over had. Daarop begonnen sommige gasten hun kleding uit te trekken. Ik besloot maar weer eens naar huis te gaan.Waaruit blijkt dat het privéleven van de Hulpman, zelfs in mijn dromen, geheimzinnig blijft.
In een andere droom was ik op bezoek bij een vriend, in een ver Aziatisch land. De vriend heette ook Jan. Heel toevallig. Toen ik zijn huis uitliep zag ik, op de stoeprand, een vrouw zitten. Ze zag er armoedig uit, gekleed in lompen en met een tas vol rommelige spullen naast zich.
Ik vroeg de vrouw of het wel goed met haar ging, waarop ze vertelde dat ze Annemarie heette en dat ze taalwetenschapper was. Ze deed onderzoek naar de taal van het verre land, maar was duidelijk aan lager wal geraakt. Ze vroeg me of ik haar nieuwe zwachtels kon bezorgen, die had ze nodig voor haar pijnlijke handen en voeten. Dat wilde ik wel en ze gaf me een aantal papieren mee, voor de dokter.
Om de zwachtels voor de vrouw te halen moest ik naar een andere stad. De dokter daar zei dat hij Annemarie goed kende. Hij nam het recept in ontvangst, dat ze meegegeven had en bekeek de andere papieren die ik had. Er was ook een cassettebandje bij, maar wat daarop stond konden we niet achterhalen.
Annemarie was een briljante wetenschapper, zei de dokter. Daarna gaf hij me een pak verbandmiddelen en een rekening die er niet om loog. Ik moest meer dan duizend euro betalen. Zoveel had ik niet bij me, dus gaf ik hem de 180 euro die ik in mijn portemonnee had. De rest zou ik bij een geldautomaat gaan halen.
Ik werd wakker voor ik de spullen aan Annemarie kon geven en voor ik de doktersrekening kon voldoen.
Een paar dagen later en een andere droom: Ik had een reeks verhalen geschreven voor een krant, of tijdschrift en ze ingeleverd bij de redactie. De redacteur vroeg of hij me even kon spreken. Het bleek dat, in een van de verhaaltjes, een noot met het nummer 20 verwees naar een uitleg met het nummer 21. Ik neem haast aan dat het om een internetlink ging.
Ik zei nog dat dat gemakkelijk te verbeteren was, maar de redacteur vatte het op als een ernstig probleem. Het was nog niet opgelost toen ik wakker werd.
Nog een droom verder was ik aan het kamperen met onze, helaas overleden, vriend Ronald B. We waren met de fiets en ik had een aanhangwagentje bij me, voor de bagage. Toen ik 's ochtends weg wilde rijden zag ik, dat Ronald de aanhangwagen aan zijn fiets had gekoppeld. Hij had daarvoor zelf een koppelstuk geknutseld.
Ronald was een handige vent, maar deze keer had hij het toch niet helemaal goed aangepakt. Hij reed voor me uit en ik zag dat het bagagewagentje los raakte van zijn fiets. Het rolde een heuvel af en een dorpje binnen. Ik reed er zo snel mogelijk achteraan.
Ik fietste een straatje in en zag nog net hoe een man, ons wagentje, zijn erf op duwde. Hoe ga ik hem, in het Duits, uitleggen dat dat ons bagagewagentje is, vroeg ik me vertwijfeld af...
Bezweet werd ik wakker.
Hoe we dit alles moeten duiden laat ik aan anderen over. Maar een ding staat vast: dromen is niet de manier om problemen op te lossen.






