zondag 14 mei 2023

Van de ene naar de andere droom


Ik droomde
dat de Geheimzinnige Hulpman een feest gaf. Ik ging er heen, met een mooie fles wijn, waar ik met een andere bezoeker een prettig gesprek over had. Daarop begonnen sommige gasten hun kleding uit te trekken. Ik besloot maar weer eens naar huis te gaan.Waaruit blijkt dat het privéleven van de Hulpman, zelfs in mijn dromen, geheimzinnig blijft.

In een andere droom was ik op bezoek bij een vriend, in een ver Aziatisch land. De vriend heette ook Jan. Heel toevallig. Toen ik zijn huis uitliep zag ik, op de stoeprand, een vrouw zitten. Ze zag er armoedig uit, gekleed in lompen en met een tas vol rommelige spullen naast zich.

Ik vroeg de vrouw of het wel goed met haar ging, waarop ze vertelde dat ze Annemarie heette en dat ze taalwetenschapper was. Ze deed onderzoek naar de taal van het verre land, maar was duidelijk aan lager wal geraakt. Ze vroeg me of ik haar nieuwe zwachtels kon bezorgen, die had ze nodig voor haar pijnlijke handen en voeten. Dat wilde ik wel en ze gaf me een aantal papieren mee, voor de dokter.

Om de zwachtels voor de vrouw te halen moest ik naar een andere stad. De dokter daar zei dat hij Annemarie goed kende. Hij nam het recept in ontvangst, dat ze meegegeven had en bekeek de andere papieren die ik had. Er was ook een cassettebandje bij, maar wat daarop stond konden we niet achterhalen.

Annemarie was een briljante wetenschapper, zei de dokter. Daarna gaf hij me een pak verbandmiddelen en een rekening die er niet om loog. Ik moest meer dan duizend euro betalen. Zoveel had ik niet bij me, dus gaf ik hem de 180 euro die ik in mijn portemonnee had. De rest zou ik bij een geldautomaat gaan halen.

Ik werd wakker voor ik de spullen aan Annemarie kon geven en voor ik de doktersrekening kon voldoen.

Een paar dagen later en een andere droom: Ik had een reeks verhalen geschreven voor een krant, of tijdschrift en ze ingeleverd bij de redactie. De redacteur vroeg of hij me even kon spreken. Het bleek dat, in een van de verhaaltjes, een noot met het nummer 20 verwees naar een uitleg met het nummer 21. Ik neem haast aan dat het om een internetlink ging.

Ik zei nog dat dat gemakkelijk te verbeteren was, maar de redacteur vatte het op als een ernstig probleem. Het was nog niet opgelost toen ik wakker werd.

Nog een droom verder was ik aan het kamperen met onze, helaas overleden, vriend Ronald B. We waren met de fiets en ik had een aanhangwagentje bij me, voor de bagage. Toen ik 's ochtends weg wilde rijden zag ik, dat Ronald de aanhangwagen aan zijn fiets had gekoppeld. Hij had daarvoor zelf een koppelstuk geknutseld.

Ronald was een handige vent, maar deze keer had hij het toch niet helemaal goed aangepakt. Hij reed voor me uit en ik zag dat het bagagewagentje los raakte van zijn fiets. Het rolde een heuvel af en een dorpje binnen. Ik reed er zo snel mogelijk achteraan.

Ik fietste een straatje in en zag nog net hoe een man, ons wagentje, zijn erf op duwde. Hoe ga ik hem, in het Duits, uitleggen dat dat ons bagagewagentje is, vroeg ik me vertwijfeld af...

Bezweet werd ik wakker.

Hoe we dit alles moeten duiden laat ik aan anderen over. Maar een ding staat vast: dromen is niet de manier om problemen op te lossen.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2  -  deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 en deel 9 van dit verhaal.
  
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 7 mei 2023

Ruth Galloway, geknipt voor een TV-serie


De afgelopen weken
las ik een drietal misdaadromans van de Britse schrijfster Elly Griffiths. Jullie weten dat ik graag dat soort boeken lees. Ik schreef eerder, bijvoorbeeld, over de thrillers van de Canadese Louise Penny en de Schot Ian Rankin. Daarnaast las ik kortgeleden een boek van de Britse archeologe Alice Roberts.

Wat heeft dat allemaal met elkaar te maken ? Nou... de hoofdpersoon, van de boeken van Griffiths, is archeologe Ruth Galloway die, net als Alice Roberts, gespecialiseerd is in menselijke overblijfselen. Zij leest in de boeken zo nu en dan een thriller van Ian Rankin, als ze even afleiding zoekt voor alle spannende verwikkelingen. Het boek dat ik las – een voordelig geprijsd e-boek met de eerste drie romans uit de reeks – werd op de omslag bovendien aangeprezen door Louise Penny.

Zou er een hogere macht achter mijn boekenkeuze zitten ? Het algoritme van mijn e-boeken leverancier misschien ? En dan heb ik het er niet eens over dat mijn eigen vrouw ook Elly heet.

Maar dat terzijde. Toeval of slinkse opzet, het zijn heel aardige thrillers die Elly Griffiths schrijft. Ze werkte aanvankelijk bij een uitgeverij en schreef een paar boeken onder haar eigen naam, Domenica de Rosa, voor ze zich aan haar eerste misdaadroman waagde. Volgens Wikipedia kwam ze op het idee, om van haar heldin een archeologe te maken, toen haar man zijn kantoorbaan opgaf en zich omschoolde tot archeoloog.

De verhalen spelen zich af in Norfolk, aan de Engelse oostkust, een omgeving die Griffiths goed kent omdat ze er familie heeft wonen. Haar hoofdpersoon, Ruth Galloway, geeft er les aan de universiteit van King's Lynn en ze woont in een afgelegen, klein huisje, vlak bij de zee. Galloway wordt, bij toeval, bij een politieonderzoek betrokken als er, niet ver van haar huis, menselijke resten worden gevonden. Al snel blijkt dat het opgraven van oude botten aanleiding kan zijn voor nieuwe misdaden.

De opgegraven beenderen en het verband met actuele zaken, vormen een patroon, dat zich in de andere boeken herhaalt. Griffiths omschrijft haar heldin als een stevig gebouwde vrouw, die graag met haar kaplaarzen in de modder staat. Maar Galloway is geen overdreven stoer type, ze zit net zo graag met haar neus in de boeken en met haar katten op schoot.

Dat ze in de eerste drie boeken een paar keer, ternauwernood, aan de dood ontsnapt en tussendoor ook nog zwanger raakt en bevalt van een dochter, is niet in de eerste plaats aan haar avontuurlijke levenswandel te danken. Het overkomt haar en dat ze het allemaal overleeft is mede te danken aan de bijfiguren, zoals inspecteur Harry Nelson, de moderne druïde Cathbad en haar collega-vriendin Shona.

Ondertussen leert de lezer het een en ander over het opgraven, dateren en documenteren van oude beenderen. Ruth Galloway werkt ook aan een opgraving van een Romeinse nederzetting en komt, in een ander boek, in aanraking met de nasleep van de Tweede Wereldoorlog en de recentere oorlog in voormalig Joegoslavië.

De schilderachtige omgeving, de sympathieke heldin, de kleurrijke bijfiguren, plus een beetje wetenschap en geschiedenis, maken de serie zeer geschikt voor een TV-serie. Een mix van 'Bones', 'Vera' en 'Midsomer Murders', zonder dat de gelijkenis met één van die series er te dik bovenop ligt. Wie weet komt het nog eens zover.

Ondertussen kunnen we met de boeken nog wel even vooruit. Elly Griffiths schreef 15 romans over Ruth Galloway. Daarnaast publiceerde ze nog 10 andere boeken, met andere speurders in de hoofdrol. Ze zijn in Nederlandse vertaling verkrijgbaar, als traditioneel papieren boek, e-boek en luisterboek.

(Wie liever aan wil sluiten bij de actualiteit kan ook kiezen voor de boeken van S.J. Bennett, die een drietal thrillers schreef met de Britse koningin Elizabeth als speurder. Ze begon eraan toen de oude Queen nog volop in leven was en hoewel het ook deels een grap is, zijn het toch heel realistische verhalen, die een geloofwaardig beeld schetsen, van het leven achter de koninklijke schermen.

In het eerste boek komt Charles, toen nog prins, niet voor. Ik ben nu bezig aan deel twee, waar prins-gemaal Philip wel een rol in speelt. De schrijfster draagt het boek op aan de prins die, bij het ter perse gaan, net overleden was...) 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2  -  deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van dit verhaal.
  
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 30 april 2023

De lente ? Of toch snooker ?


Waar
zal ik het vandaag eens over hebben ? Over de, maar langzaam, ontluikende lente ? Of toch over het wereldkampioen-schap snooker ? De twee hebben met elkaar te maken, het WK is altijd in de lente. Terwijl de vogeltjes nestjes maken, de bomen in blad komen, de eerste bloemen ontluiken, klik-klakken de ballen op het biljart. Dat is al jaren zo.

De lente was er eerder, natuurlijk. Die is er al zolang als de aarde om de zon draait. Het landschap, de planten en dieren hebben er niet altijd zo uitgezien als nu, maar de afgelopen duizenden jaren kon je wel, zo ongeveer dezelfde flora en fauna, telkens weer, aan een nieuw seizoen zien beginnen. De ene keer wat vroeger dan de andere keer, afhankelijk van het weer.

Daar hebben de snookerspelers weinig last van, die spelen in een zaal. Het WK wordt al jaren gehouden in een theater in Sheffield, in het noorden van Engeland. Sinds enige tijd is er tegenover die theaterzaal een wintertuin, waar ook een snookertafel staat, zodat er demonstraties kunnen worden gegeven. In de pauzes van de wedstrijden zitten daar de commentatoren en deskundigen, te midden van het groen, om de getoonde partijen, voor de TV-kijkers, te duiden.

Het lijkt dus een lange traditie, maar het spel bestaat pas sinds het eind van de 19e eeuw. Volgens Wikipedia is het ontstaan in Brits-Indië, waar een legerofficier, Sir Neville Chamberlain, een paar bestaande biljartspellen met elkaar combineerde. De naam 'snooker' komt ook uit militaire kringen, het was een bijnaam voor onervaren nieuwelingen. In het spel is een snooker een situatie waarin een speler niet vrijuit de volgende bal aan kan spelen, omdat die geblokkeerd is door andere ballen.

Het spel werd aanvankelijk alleen in Groot-Brittannië gespeeld, maar veroverde, sinds de jaren '60 van de 20ste eeuw, ook de rest van de wereld. Het schijnt dat de bekende presentator van natuurprogramma's, Sir David Attenborough, daar een rol in heeft gespeeld. Hij had toen een hoge functie bij de BBC en vond het spel bijzonder geschikt voor de eerste uitzendingen in kleur, in 1967. Dankzij de televisie zagen steeds meer kijkers wat een aardige bezigheid het was.

Het WK werd voor het eerst, dagelijks, door de TV uitgezonden in 1978. De wereldkampioenen uit die tijd, Ray Reardon, Steve Davis en Stephen Hendry en hun grote concurrenten, werden nationale beroemdheden. Inmiddels wordt het spel in allerlei landen, op hoog niveau, gespeeld. In de halve finale stonden dit jaar een Engelsman, een Noord-Ier, een Belg en een Chinees.

Het aardige van dit WK was dat er uiteindelijk twee wat ouderen, de Engelse Mark Selby en de Noord-Ierse Mark Allen, tegenover elkaar kwamen te staan en twee jongeren, de Belgische Luca Brecel en de Chinees Si Jiahui. De twee halve finales verschilden ook wat speelstijl betreft. De twee ouderen speelden meer verdedigend en voorzichtig, terwijl de jongeren volop in de aanval gingen.

Gelukkig was het niet al te mooi weer, de afgelopen weken. Op een enkele dag na, was het koud, winderig en er viel regelmatig regen. Het was dus helemaal niet erg om veel voor de TV te zitten en snooker te kijken. Hoe het afloopt zien we vandaag en morgen.

De lente gaat ondertussen rustig verder. De grote bomen, tegenover ons huis, komen in blad. De een wat sneller dan de ander. De koolmezen voeren elkaar, wat betekent dat het vrouwtje nog eitjes aan het leggen is en dus extra voedsel nodig heeft. Het mannetje kan zo laten zien dat hij, straks, voor een nestkast vol jongen kan zorgen.

In ons pimpelmezenkastje zit voorlopig nog geen nestje. Dat is waarschijnlijk niet alleen aan het weer te wijten, maar ook aan de logeerpoes. Die joeg, tijdens de eerste twee weken van april, alle vogels van het balkon, door tegen het raam van de balkondeur aan te springen. Toch zag ik gisteren twee meesjes bij het nestkastje. Het zou dus misschien nog kunnen...

PS: Voor de snookerfinale heeft de Belgische belofte, Luca Brecel, zich geplaatst, na een sensationele partij. Zijn comeback, waarbij hij terugkwam van een 14 – 5 achterstand, door 11 frames op rij te winnen, was nog nooit eerder vertoond. Hij speelt in de finale tegen de ervaren Mark Selby, die het toernooi al 4 keer won. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2  -  deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 en deel 7 van dit verhaal.
  
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 23 april 2023

Ik wil mijn excuses aanbieden


Niet dat ik iets misdaan heb.
Tenminste niet kort geleden, voor zover ik me kan herinneren. In ieder mensenleven worden er wel misstappen begaan en soms doe je iets verkeerd met de beste bedoelingen. Maar deze keer wil ik me niet verontschuldigen voor mijn eigen misdragingen, maar voor die van mensen waar ik verder eigenlijk wel mee sympathiseer.

Wat is er gebeurd ? Nou, afgelopen woensdag keek ik naar een wedstrijd van het WK snooker, dat momenteel in het Engelse Sheffield wordt gespeeld. Een van de spelers stond net te overwegen, hoe hij de volgende bal zou spelen, toen er tumult ontstond in de zaal.

Een vrouw rende naar het biljart, maar voor zij er op kon klimmen werd ze vastgepakt door de Belgische scheidsrechter Olivier Marteel. Die hield haar met beide armen omklemd, terwijl zij zich vastgreep aan de rand van de tafel. Bewakers, zelfs bij een rustige sport als snooker zijn die nodig, snelden toe en de vrouw werd afgevoerd.

Ondertussen was er, bij het biljart aan de andere kant van de zaal, ook een incident geweest. Daar waren de scheidsrechter en de spelers totaal verrast door een man, die op de wedstrijdtafel was gesprongen en daar een zak met oranje poeder had geleegd. Hij was er zelf bij gaan zitten en moest, door veiligheidspersoneel, van het biljart gehaald worden. Op zijn t-shirt stond de leuze 'Just Stop Oil'.

Het ging dus om een klimaatprotest. Een probleem, die klimaatopwarming, waar ik me ook zorgen om maak. Eerder waren er acties in musea en concertzalen en werden wegen geblokkeerd. Nu dus een sportwedstrijd. Op zich begrijpelijk, want snooker is, in Groot-Brittannië, heel populair. Waarschijnlijk hebben miljoenen mensen dit protest gezien. Actie geslaagd ? Nou, dat weet ik niet.

Het gevolg was dat de wedstrijden een tijdje werden stilgelegd. Op de ene tafel kon, toen de gemoederen weer bedaard waren, verder worden gespeeld. De andere, die bedekt was met dat oranje poeder, werd bewerkt met een stofzuiger. Maar uiteindelijk werd besloten om die partij af te gelasten. Men wist niet wat voor spul het was, dat op het laken was gegooid. Je kon van de spelers niet verwachten dat ze daar met hun handen in zouden gaan zitten.

Een dag later werd Barry Hearn, voormalig voorzitter van de World Snooker Tour, geïnterviewd. Hij was woest. Hij wilde niets zeggen over het doel van het protest, maar vond het onacceptabel dat een sportwedstrijd, die bedoeld was voor ieders plezier, op zo'n manier getorpedeerd werd. Hij raadde de toeschouwers die een kaartje voor de wedstrijd hadden gekocht aan, om de demonstrant, via de rechter, aansprakelijk te stellen voor de geleden schade, hun reiskosten enzovoort. En daar zit wel iets in.

Aan de ene kant voel ik mee met de demonstranten. Er moet iets gebeuren om klimaatrampen te voorkomen, de overheid doet veel te weinig, als we zo doorgaan komen er enorme problemen. En een groot deel van het publiek is niet doordrongen van de ernst van de situatie. Gewoon, met een bord op straat staan, helpt klaarblijkelijk niet, dus verzint men andere acties. Gedreven door wanhoop en oprechte zorgen voor de toekomst.

Aan de andere kant helpt het niet veel om een sportwedstrijd te saboteren. De spelers en organisatoren hebben geen invloed op het overheidsbeleid. Het publiek zal er niet, ineens, warme gevoelens voor de klimaatzaak door krijgen. De aandacht die je krijgt is voornamelijk negatief. De goede zaak wordt niet gediend met het kweken van afkeer.

Mijn goede vader zei altijd: 'Je vangt meer vliegen met stroop, dan met azijn'. Als je iets voor elkaar wil krijgen, kun je beter vrienden proberen te maken dan vijanden. Daarom stel ik voor om een actiegroep op te richten, die excuses aanbiedt, voor de verstorende acties van andere groepen.

Ik begin met zelf mijn excuses aan te bieden. Sorry, voor het ongemak en het verstoorde spelplezier. Maar het is gedaan met de beste bedoelingen. Die actievoerder sprong niet op het biljart om ons te pesten, of omdat hij een hekel aan snooker had, maar omdat hij zich zorgen maakte over onze toekomst. Ook die van de sportliefhebbers.

Als we nou na elke, misschien wat misplaatste, klimaatactie, met onze nieuwe actiegroep onze excuses komen aanbieden, misschien met een bosje bloemen erbij ? Dan kunnen we nog eens uitleggen, waarom die andere klimaatactivisten zo wanhopig zijn en zulke wilde dingen doen. Wie weet helpt het ?


 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2  -  deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van dit verhaal.
  
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 16 april 2023

Hotsie kiele kiele knotsie bom


Bim bam
bezie paardenblom. Ik weet niet of iedereen dat kent, de oorwurm ? Ik bedoel dan niet het kriebelbeestje, dat helemaal geen interesse heeft om in menselijke oren te kruipen, maar zo'n melodietje dat maar niet uit je hoofd wil gaan. Het zit natuurlijk niet in je oren, maar ertussen. Je hoort het met je interne jukebox, je muzikale brein.

Het komt in ieder geval zo vaak voor, en bij zoveel mensen, dat het fenomeen een naam heeft gekregen. De oorwurm dus. In mijn geval zijn het vaak heel simpele melodietjes. 'Tarara boem die-jee', 'Daar staat een paard in de gang', of 'Hotsie kiele kiele knotsie bom'. Daar werd ik afgelopen woensdag mee wakker.

Het vervelende is dat ik vaak alleen maar een fragment in mijn hoofd heb zitten. Bim bam bezie paardenblom, maar hoe ging het dan verder ? En wat gaat er aan vooraf. Het eindigt, volgens mij op 'Bim bam bom'. En begint het niet met iets van 'In het land van...' ?

Ik vroeg het mijn vrouw, maar die keek verbaasd en schoot in de lach. 'Hotsie knotsie ?' Misschien was het iets dat alleen op onze lagere school gezongen werd ? Het kan behoorlijk gekmakend zijn, zo'n oorwurm. En niet alleen voor mijzelf, maar ook voor de omgeving.Vaak ga ik het ritme van het liedje op m'n knieën meetikken. Dat kan irritant worden, want anderen horen natuurlijk het bijbehorende melodietje niet.

Ik heb eens wekenlang gezocht naar een instrumentaal nummer, met een mondharmonica. Het bleef maar in mijn hoofd zitten. En vind maar eens zo'n liedje, waarvan je dus geen tekstfragment hebt en alleen een flard melodie. Uiteindelijk heb ik het gevonden, maar ik ben de titel inmiddels vergeten, dus hopelijk steekt het niet opnieuw de kop op.

'Timpe Tampe Tovenaar !', zegt Google en misschien heeft een deel van jullie dat ook al lang geroepen. De beginmelodie wil niet direct bij me opkomen, het hotsie-knotsie-stuk is natuurlijk het refrein. Gelukkig brengt YouTube uitkomst en al snel zitten we mee te zingen met een kinderkoortje. Timpe Tampe Tovenaar, kom vertoon je kunsten maar. Timpe Tampe Tovenaar, wij zijn klaar.

Niets van 'in het land van', dat is klaarblijkelijk een ander liedje, dat misschien ook nog wel eens als oorwurm opduikt. Het gekke is ook dat de droom, die ik me van vannacht herinner, niets met kinderliedjes te maken had. Dat was eerder een spionageverhaal.

Ik moest een opdracht uitvoeren op de computer. Ondertussen gebruikten mijn handlangers de, onlangs overleden, actrice Raquel Welch als bliksemafleider. Zodra ik mijn opdracht volbracht had moest ik een email verzenden, met een vooraf afgesproken boodschap.

Vraag me niet hoe dat werkte met Raquel. In mijn jonge jaren, toen ik nog kleuterliedjes zong, was zij natuurlijk een beroemde filmster. En misschien was 'hotsie kiele kiele knotsie bom' wel de geheime boodschap ?

Het grootste mysterie is, voor mij, dat mijn oorwurmen eigenlijk nooit mijn favoriete liedjes, of muziekstukken zijn. Op de jukebox, in mijn hoofd, staat echt wel heel mooie en hoogstaande muziek, maar daaruit kiest de oorwurm zijn repertoire niet. Heel vreemd...

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2  -  deel 3 - deel 4 en deel 5 van dit verhaal.
  
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 9 april 2023

De voorjaarsklassiekers


Het Formule 1 racen
volg ik niet. Saai, saai en nog eens saai, tenzij er één uit de bocht vliegt. Maar om nou naar een wedstrijd te kijken voor de ongelukken, dat gaat me te ver. En dan heb ik het nog niet eens over alle vervuiling die erbij komt kijken. Nu het einde van de benzinemotor in zicht is lijkt me dat de Formule 1 eerdaags ook wel op zal houden. De huidige coureurs zullen moeten overstappen op elektrische auto's, als ze hun pensioen willen halen als racer.

Voetballen interesseert me steeds minder. Zijn het niet de spelers die zich misdragen, dan hangt het publiek wel de halve gare uit. En om nou naar een wedstrijd te kijken voor de vechtpartijen en rellen ? Nee, hoewel ik een uitzondering maak voor het Nederlandse vrouwenelftal. Daar gedragen de speelsters en het publiek zich een stuk minder mallotig en kun je nog gewoon genieten van leuke wedstrijden.

Maar dan het wielrennen. Terwijl het voetbal steeds irritanter wordt, wordt het wielrennen, de laatste jaren, steeds leuker. Het is al een tijd terug dat we nog eens een groot dopingschandaal hadden, dus misschien wordt het zelfs een schonere sport. Het is in ieder geval leuk om naar te kijken, met een nieuwe generatie renners die graag aanvallend koerst.

Vroeger kon een wielerwedstrijd nog wel eens voorspelbaar verlopen. In de eerste kilometers ontsnapte er een klein groepje, dat reed een groot deel van de wedstrijd voorop, tot het, een kilometer of 10 voor de finish, ingelopen werd en een grote favoriet de wedstrijd won. Niet zo heel spannend.

Maar dat gebeurt, de laatste jaren, steeds minder. De grote favorieten, die zich vroeger zo lang mogelijk in het peloton verschuilden, trekken tegenwoordig veel eerder ten strijde. En soms, zoals vorige week, bij de Ronde van Vlaanderen, ontstaat er helemaal geen vroege vluchtersgroep. Er werd zo hard gereden, direct vanaf het begin, dat er geen ontsnappen aan was.

Wat het ook aardig maakt is dat er niet één renner is die het hele veld overheerst. Er zijn voor elke wedstrijd meerdere grote kanshebbers en er zijn, daarnaast, goede renners die, met een beetje geluk, ook kunnen winnen.

Als ik kijk naar de uitslagen van dit voorjaar, dat in februari begon met de Vlaamse openingsklassieker 'Omloop het Nieuwsblad', dan zie ik allemaal verschillende winnaars: Van Baerle, Alaphilippe, Benoot, Menten, Pidcock, Thijssen, Pogacar, Roglic, Merlier, Van der Poel, Philipsen, Van Aert, Laporte. Er zijn er een paar die twee wedstrijden hebben gewonnen, maar er zit geen kannibaal bij die alles wint.

Dat is bij de vrouwen een beetje anders, daar is er ook niet één wielrenster die alles wint, maar er is wel een ploeg, SD-Worx, die erg veel wint. Van de 7 eerste wedstrijden van dit seizoen wonnen ze er 4.

Daarom was het wel leuk dat Parijs-Roubaix, bij de vrouwen, gisteren gewonnen werd door een renster van een ander team, de Canadese Alison Jackson, van EF-Education. Het was wel jammer dat er een paar valpartijen nodig waren, om de favorieten op achterstand te zetten en we kijken natuurlijk niet naar het wielrennen voor de ongelukken.

Maar, ja... Parijs-Roubaix... Daar sturen ze de renners over de slechtste wegen die ze vinden kunnen, met hobbelige kasseien. Lekke banden en valpartijen zijn bijna onvermijdelijk. Dat maakt het een soort van loterij. Niet de beste renners maken kans op de overwinning, maar vooral de renners die de minste pech onderweg hebben gehad.

Organisatoren hebben steeds meer de neiging om het peloton over ongebaande paden te sturen. Grindwegen, onverharde stroken, zeer steile bergpaadjes. Het levert vaak spectaculaire momenten op. Maar het wielrennen moet geen knotse kneuzen rally worden. Het materiaal wordt steeds beter, de renners zijn gezonder en beter getraind, ze dragen valhelmen, maar moeten daarom de wedstrijden gevaarlijker worden ? Het lijkt me niet.

Toch ga ik vandaag naar de mannenwedstrijd van Parijs naar Roubaix kijken. Hopelijk met niet veel valpartijen en een onverwachte, maar verdiende, winnaar.

(De Knotse Kneuzen Rally was een tekenfilmserie uit de jaren '60. De serie werd gemaakt door de studio van Hanna & Barbera, die bekender zijn geworden met de Flinstones. De oorspronkelijke titel was 'Wacky Races' en het verhaal was gebaseerd op de speelfilm 'The Great Race', uit 1965. Het waren afleveringen van 20 minuten vol malle incidenten en ongelukken.) 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2  -  deel 3 - en deel 4 van dit verhaal.
  
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave. 
 

zondag 2 april 2023

Het moet wel redelijk blijven


Sinds enige tijd
hebben we twee nieuwe, ondergrondse, vuilcontainers bij onze flat. Eén voor plastic, metaal en drankverpakkingen en één voor groente, fruit en tuinafval. In afvaltermen: PMD en GFT. We hadden al containers voor glas, voor papier en voor restafval.

Lang geleden, toen we nog geen ondergrondse containers hadden, stonden er containers, op wieltjes, voor de algemene vuilniszak en een aparte voor groenafval. We hadden zelfs, van de gemeente, een speciaal, bruin, afvalbakje gekregen, voor het GFT. Ik weet niet meer precies waar we toen met onze oude kranten en lege flessen heen gingen. Oud papier werd nog wel eens aan huis afgehaald, door vrijwilligers van een sportvereniging, of zangkoor. Die verdienden zo wat bij voor hun club.

We hebben ook nog even aparte vuilniszakken gehad, voor PMD-afval. Die werden eens in de veertien dagen opgehaald, door het reinigingsbedrijf. Maar als je het apart gaat houden, merk je ineens wat een enorm groot deel van je huisvuil bestaat uit plastic en aanverwanten. Om die afvalberg, twee weken lang, in ons kleine keukentje op te slaan, dat was geen doen.

Ik wil best meedoen met het scheiden van afval, maar het moet wel een beetje redelijk blijven. Dus het afgelopen jaar verzamelden wij onze PMD, in een aparte zak, die ik meenam als ik boodschappen ging doen. Drie keer in de week, meestal een flinke pedaalemmerzak vol. Bij de supermarkt hebben ze een hele reeks containers, dus daar dumpte ik het dan. Keurig, zoals dat moest, dacht ik.

Maar nu hebben we, bij onze flat, onze eigen PMD-container. En één voor het GFT, dus, maar die kunnen we nog niet gebruiken, omdat men bedacht heeft, dat die alleen met een pasje toegankelijk moet zijn en daarvoor moet er eerst iets technisch geregeld worden. Je moet dat pasje ook nog eens, op de website aanvragen. Waarom zouden we het makkelijk maken, nietwaar ?

In de dorpskrant las ik dat de gemeente ambtenaren heeft aangesteld, om de vuilcontainers te controleren. Want het blijkt dat mijn dorpsgenoten – en ikzelf misschien ook wel – vaak de verkeerde dingen in de PMD- en GFT-bak doen. Ik las dat, bepaalde soorten plastic, er helemaal niet in mogen en misschien sommige groene dingen ook wel niet.

Gaat dit allemaal niet een beetje ver ? Moet ik nu, als eenvoudige, goedwillende dorpsbewoner, een studie gaan maken van welke soorten plastic er wel en niet recyclebaar zijn ? Ik sta nu, af en toe, al te twijfelen. Is de wikkel om de beschuiten nou van plastic, of toch papier ?

Er rijden nu vijf verschillende vuilniswagens door onze straat. Voor de PMD, het GFT, voor glas, voor papier en voor het restafval. Ik weet dat er mensen zijn die dat prachtig vinden, die zich helemaal uitleven in dat afvalscheiden. Maar is dit nou nog slim en nuttig ?

Al die verschillende afvalstromen en dan ook nog eens ambtenaren het dorp insturen, om te kijken of we wel de goede dingen, in de juiste containers, gooien. De P, de M, en de D, van het PMD-afval moeten toch achteraf van elkaar gescheiden worden, wat maakt het dan uit of er 'verkeerd' plastic tussen zit ?

Kom nou toch, jongens en meisjes. Mensen produceren afval, daar kunnen we niet omheen. Veel artikelen zijn verpakt in plastic, daar kan ik ook niets aan doen. Ik heb niet de mogelijkheid om alles bij kleine winkeltjes, los, te kopen. Die situatie is niet door mij, of mijn dorpsgenoten bedacht. Het is een algemeen, maatschappelijk gegeven.

Natuurlijk zitten er bruikbare grondstoffen bij ons huisvuil. Prima, als we die er uit kunnen halen. Daar wil ik best een beetje aan meehelpen. Maar laten we niet net doen alsof ik, mijn mededorpelingen en de andere burgers en boeren van ons land, de enigen zijn die de verspilling van grondstoffen kunnen stoppen. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit verhaal.
  
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van het vorige verhaal.
 
Klik op de tekening voor een grotere weergave.