zondag 11 september 2011

Is de mens goed of slecht ?



De meningen zijn verdeeld. Er zijn nog al wat mensen, die er van uit gaan, dat de mens slecht is en alleen maar uit is op eigen gewin. Anderen benadrukken juist het goede in de mens, de samenhorigheid en behulpzaamheid die ons als sociale dieren kenmerken.

De vraag, of we goed of slecht zijn, dringt zich op als we geconfronteerd worden met ernstige misdaden. Het is opvallend hoe gretig we ons van de daders distantiëren. Als het een buitenlander is, of iemand met een afwijkende religieuze of politieke standpunten, dan wordt hij al snel bestempeld tot terrorist.

Indien iemand uit ons eigen midden een gruweldaad begaat dan moet het wel een gestoorde gek zijn. De slechterik is in ieder geval nooit iemand waarmee we ons graag identificeren. Het is altijd een ander, die niet tot onze eigen kring behoort, of daaruit gestoten moet worden.

Afgelopen week werd er op de BBC een aflevering van Horizon uitgezonden, een wetenschappelijk programma, waarin geprobeerd werd een antwoord op de vraag te geven. Zijn wij goed of slecht ?

Baby's blijken al een sterk gevoel voor goed of kwaad te hebben. Bij soldaten ontstaan grote problemen als men ze tot nietsontziende moordenaars om probeert te vormen. Sterke aanwijzingen dus, dat er iets goeds in onze soort ingebakken zit.

Zijn gewelddadige moordenaars dan inderdaad abnormaal en dus geestelijk gestoord ? Onderzoekers hebben in ieder geval afwijkingen ontdekt in de hersenfuncties van psychopatische moordenaars. En genetici vonden een gen dat, bij de dragers ervan, het risico op ontsporingen flink verhoogt.

Een opmerkelijk fragment in de uitzending, was over een hersenonderzoeker die er achter kwam, dat er in zijn eigen stamboom misdadigers voorkwamen. Hij scande zichzelf en een aantal familieleden en vond één persoon met een afwijkend brein. Hijzelf !

Bij vervolgonderzoek bleek hij bovendien ook het 'misdadige'-gen te hebben. Waarom was hij dan geen misdadiger geworden ? Hij verklaarde dat uit de goede omstandigheden waarin hij was opgegroeid en het gunstige verloop van zijn verdere leven.

Een persoon met een psychopatische aanleg hoeft geen misdadiger te worden. Sterker nog: Psychopaten schijnen het heel goed te doen in het bedrijfsleven. Rechtlijnige en meedogenloze managers zijn het. Maar ook charmant en welbespraakt, waardoor ze charismatische leiders kunnen zijn.

Er zijn altijd mensen te vinden die een rechtlijnige, charismatische en welbespraakte leider willen volgen. Onderzoeker Robert Hare geeft echter ook een waarschuwing. Psychopaten kunnen in sommige bedrijfstakken, de financiële wereld bijvoorbeeld, succesvol en populair zijn. Maar ze kunnen ook grote schade aanrichten, omdat ze geen geweten hebben en alleen op eigen voordeel uit zijn.

De afwijkingen in de hersens van een psychopaat uiten zich vooral op emotioneel gebied. Ze hebben een vlak gevoelsleven, maar vooral een groot gebrek aan empathie. Ze missen het vermogen om zich in te leven in de gevoelens van een ander.

De laatste vraag die in het programma naar voren kwam was, of je het zo iemand kunt aanrekenen, als hij vreselijke misdaden begaat. Een psychopaat wordt geboren met een brein en een genetische aanleg, die samen een verhoogd risico vormen voor ontsporing. Daar kan hijzelf niets doen.

Het is een vraag waar we met z'n allen al geruime tijd mee worstelen. Moet je misdadigers straffen, of psychiatrisch behandelen ? Is er überhaupt een oplossing voor mensen met gevaarlijke storingen ?

Het tv-programma gaf er geen antwoord op. Al was er wel een voorbeeld van een moordenaar die de doodstraf ontliep, omdat zijn verdedigers konden aantonen dat hij het 'misdadige'-gen droeg. Dat kun je een stap in de goede richting noemen.

Het antwoord op de vraag of we goed of slecht zijn, moet dus misschien zijn of we met of zonder geweten geboren worden. En hoe we daar dan weer mee omgaan.

Zie ook Wikipedia over Psychopathie 

Horizon, van de BBC, is niet op internet terug te zien, maar het VPRO-programma Labyrint behandelde in april van dit jaar, voor een deel, dezelfde onderwerpen in de aflevering 'Zonder geweten'. 


De Strip: Dit deel van het Stripmannen-vervolgverhaal is weer gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 van deze episode... 


Wordt volgende week vervolgd...

Bezoek ook de website van  de Geheimzinnige Hulpman !


Lees ook de vorige hoofdstukken: De Wind - Snuf de Hond - Muzikale Droom - Theo en Francien - Motorfietsen en Sportwagens - De Klaveet - Hot City - Teringhond - Het is niet wat je denkt - Zork - Slapend rijk - Hoe het verder ging met Theo   en In het Theater



donderdag 8 september 2011

Herinnering aan Kees Kousemaker (1942-2010)



'Kees Kousemaker leerde Nederland dat strips niet minderwaardig zijn. Sterker, dankzij hem kregen vele tekenaars eindelijk waardering.' Zo stond het, op 29 april 2010, in de Volkskrant, in een artikel over het overlijden van de oprichter van 'het beroemde Amsterdamse stripantiquariaat Lambiek'.

Het zou gek zijn als ik, al ben ik maar een onbekende amateur op stripgebied, geen herinneringen zou hebben aan Kees Kousemaker. Zeggen dat ik hem persoonlijk gekend heb, zou te ver gaan, maar er is een korte periode geweest dat ik vaak in zijn winkel te vinden was. Dat is wel al ruim 30 jaar geleden, hoor...

Ik was 17 jaar en had me op de middelbare school zo onmogelijk gemaakt, dat mijn ouders erin toestemden om me naar de Vrije Tekenacademie te laten gaan, in Amsterdam. Daar ontmoette ik Jan, die niet alleen zijn voornaam met mij gemeen had, maar ook een grote voorliefde voor het stripverhaal.

Jan sleepte me mee naar Lambiek, de sfeervolle zaak van Kousemaker, gevestigd in een souterrain aan de kerkstraat. Jan was vooral een fan van de Donald Duckverhalen van Carl Barks. Als kind had hij die al gelezen, maar zijn ouders hadden de tijdschriften niet bewaard. Nu was hij ze opnieuw aan het verzamelen.

Ik had een wat ruimere belangstelling en vergaapte me bij Lambiek aan de fraai uitgegeven boeken van Amerikaanse tekenaars als Walt Kelly en Will Eisner. Maar ook aan de antieke Kuifjes die er te koop lagen en de originele tekeningen die er hingen.

Veel geld om iets te kopen hadden we niet. Van de 10 keer dat we er kwamen kochten we misschien 2 keer, na lang wikken en wegen, een stripboek. Toch moet Kousemaker onze oprechte belangstelling voor het beeldverhaal opgemerkt hebben.

Na verloop van tijd begroette hij ons vrolijk. En vaak kwam hij dan achter de kassa vandaan om ons op een bepaalde prachtuitgave te wijzen. De in luxe band verzamelde strips over Little Nemo, bijvoorbeeld. 'Hier', zei hij dan op samenzwerende toon, 'moet je dit eens zien.' En drukte ons zo'n kostbaar boek in de handen.

We bladerden er dan likkebaarden doorheen, maar moesten het hem uiteindelijk weer teruggeven. 'Het is ontzettend mooi, meneer Kousemaker, maar hier hebben we echt het geld niet voor.'
Met gespeelde teleurstelling nam hij het boek dan weer van ons over: 'Dat gezeur over geld ook altijd.'

In de twee jaar dat ik in Amsterdam op school zat heb ik uiteindelijk toch de grondslag voor een leuke stripverzameling gelegd. En ook later hoorde stripwinkel Lambiek tot de vaste haltes bij een bezoek aan de hoofdstad.

Het is jammer dat Kees Kousemaker er nu niet meer is...

Dit verhaal is eerder geplaatst op het Volkskrantblog. Er zijn indertijd verschillende berichten verschenen naar aanleiding van het overlijden van Kees Kousemaker:

Bijvoorbeeld op de website van Lambiek 

RTV Noord-Holland (met fraaie cartoon van René Windig) 


NRC 



woensdag 7 september 2011

De dromen van Little Nemo



Gek eigenlijk dat ik niet eerder op zoek gegaan ben naar Little Nemo. Hij moet haast wel ergens in mijn achterhoofd gezeten hebben toen ik begin 2010 begon met het maken van droomstrips. Net als mijn alter ego, het kleine Jannemannetje, wandelt Nemo, een jongetje gekleed in nachthemd, door bizarre droomavonturen.

Een collega-Volkskrantblogger *) schreef over zijn voorliefde voor films waarin dinosaurussen voor komen. Ik moest daarbij denken aan een oud tekenfilmfiguurtje, Gertie the dinosaur, en meldde dat in een reactie.

De blogger attendeerde mij er op dat het filmpje met Gertie, dat dateert uit 1914, te zien en te downloaden is bij het Internet Archive. Toen ik daar ging kijken ontdekte ik dat de ondeugende dinosaurus een schepping is van Winsor McCay. En dat is ook de maker van de legendarische Little Nemo strips.

Het mooie is dat die Little Nemo strips ook allemaal terug te vinden zijn op internet, bij de Comic Strip Library. Gratis te bekijken, op groot formaat, want de copyrights zijn, 70 jaar na de dood van McCay in 1934, verlopen.

Daar zie je onmiddellijk dat Winsor McCay een geweldenaar was in wiens schaduw ik bij lange na niet kan staan. Zijn verhalen zijn zo fantasievol, surrealistisch en kleurrijk. Het prachtige tekenwerk is bijzonder gedetailleerd en verfijnd. Opvallend is zijn creatieve gebruik van de kaders en het perspectief.

Het stramien van de verhaaltjes is tamelijk simpel. De kleine Nemo ligt in zijn houten bedje te slapen en wordt door een helper van koning Morpheus gewekt om diens dochtertje te komen bezoeken, in het droompaleis.

De weg naar Slumberland, waar koning Morpheus resideert, is bezaaid met wonderlijke landschappen en bizarre figuren. Gaandeweg komt Nemo in de problemen. Hij verdwaalt in een paddenstoelenbos, wordt belaagd door vreemde steltlopers, of hij wordt meegenomen door een zeemonster.

Als hij er eindelijk in slaagt om in dromenland te komen, blijkt het bijzonder moeilijk om het paleis binnen te gaan. Is hij het paleis binnen dan gaat er van alles mis voor hij de prinses ontmoet. Enzovoort. Aan het eind van elke episode wordt hij wakker in, of naast zijn bedje. Moeder of vader komt hem troosten en vertellen dat alles maar een droom is geweest.

De verhalen verschenen tussen 1905 en 1927 in verschillende Amerikaanse dagbladen. Een groot succes was Little Nemo aanvankelijk niet, hoewel hij zeker zijn bewonderaars en navolgers had.

Echt beroemd werd de strip pas aan het eind van de 20ste eeuw. Striptekenaars uit die periode, zoals de Fransman Moebius, noemden McCay als een van hun voorbeelden. De strips werden in fraaie albums herdrukt en Nemo figureerde in films en videospelletjes.

Vergeleken met Winsor McCay ben ik maar een krabbelaar. Maar ach, iedereen moet het doen met de talenten en dromen die hij heeft...

Dit verhaal is eerder verschenen, in februari 2010, op het Volkskrantblog...

Zie voor Little Nemo op Wikipedia NL , of de uitgebreidere Engelse versie. Daar vind je ook links naar de biografie van Winsor McCay.

*) Ik kan, door het verdwijnen van het VK-blog, niet meer verwijzen naar de betreffende bijdrage. Maar als ik het goed heb was het dit verhaal van Paul Nijbakker, van 'Het Triumviraat', dat inmiddels te vinden is op Wordpress.

dinsdag 6 september 2011

Over Carol Voges, de enige professionele striptekenaar die ik persoonlijk gekend heb


Dit blog krijgt af en toe bezoekers die speciaal op de strips afkomen. Dat is niet zo gek, ik noem mezelf nog steeds de Stripman en dit is een voortzetting van een Volkskrantblog dat 'Het Stripblog' heette.

Toch kan het gebeuren dat de eerste bijdrage die je hier te zien krijgt een foto van een wolkenlucht met een vaag verhaaltje is. Voor wie een paar klikjes verder kijkt zijn er genoeg strips te vinden. Maar het leek me toch wel aardig om een paar oude verhalen, over strips en striptekenen nog eens te plaatsen. Dan komen de echte liefhebbers ook eens aan hun trekken.

Carol Voges is de enige professionele striptekenaar die ik persoonlijk gekend heb. Carol was een ontzettend aardige, warme en enthousiaste man, bereid om zelfs een amateur als ik ernstig te woord te staan en van advies te dienen, daarnaast hield hij van jazz en gezelligheid. Vlak na zijn overlijden, in 2001, schreef ik een verhaal over hem. In 2008 zette ik dat al eens op het Volskrantblog.

Bij het grote publiek was Carol Voges vooral bekend door het tekenen van de strip Pa pinkelman en Tante Pollewop, waarvoor Godfried Bomans de teksten schreef. De strip verscheen van 1945 tot ’52 in de Volkskrant en was erg populair. Daarvoor werkte Carol bij de studio’s van Joop Geesink en Marten Toonder. In later jaren maakte hij vooral veel illustraties bij kinderboeken en voor bladen als Donald Duck en Sesamstraat.

Eind jaren ’80 leerde ik hem persoonlijk kennen omdat zijn vriendin Anne in Soest woonde en de tekenclub van Artishock bezocht, de vereniging waarvoor ik toen het clubblad maakte, verhaaltjes schreef en stripjes tekende. Carol kwam ook wel eens op de tekenclub, waar je eens in de week model kon tekenen en op een zeker moment kwamen we elkaar tegen.

Hij complimenteerde me met mijn stripjes en zei dat hij best tips voor me had als ik daarin geïnteresseerd was. Natuurlijk was ik te verlegen om daar op dat moment op door te gaan, maar later heb ik hem een brief gestuurd en naar aanleiding daarvan hebben we in de bar van Artishock een uitgebreid gesprek over striptekenen gehad.

Hij tekende het een en ander voor, raadde me aan om vooral nooit iets weg te gooien, een mooie map met werk samen te stellen en mijn figuurtjes te voorzien van een ander model ogen. Tot op dat moment tekende ik ogen die uit niet veel meer dan een stip bestonden en Carol vond het verstandiger om daaromheen een cirkeltje te trekken, dat was handiger als de strips ooit ingekleurd zouden moeten worden.

Ik heb me aan zijn aanwijzingen gehouden, hoewel me dat tot op heden nog geen succesvol striptekenaar heeft gemaakt. Hetgeen overigens aan mijn eigen inzet verweten moet worden, zeker niet aan Carol.

In de daaropvolgende periode kwam ik hem regelmatig tegen op feestjes bij gezamenlijke kennissen of bij Artishock en vaak informeerde hij belangstellend naar mijn vorderingen. Toen ik hem op een zekere dag meedeelde niet langer een professionele tekencarrière na te streven vond hij dat jammer, maar als ik het leuker vond om voor mijn plezier te tekenen was dat natuurlijk ook goed.

Op een van de feestjes had ik mijn gitaar bij me en kroop Carol achter de piano. Het was al laat en onze samenwerking klonk ongetwijfeld meer enthousiast dan muzikaal. Carol was trouwens meer drummer dan pianist en in die hoedanigheid heb ik ook nog eens samen met hem gespeeld.

In zijn tekenwerk was hij een precieze vakman, maar als drummer ging hij veel intuïtiever te werk. Hij stoorde zich niet erg aan maat en ritme, maar probeerde vooral de sfeer van de muziek te pakken en van rake klappen te voorzien. Voor ons rechtlijnige muzikanten was hij daardoor vaak moeilijk te volgen.

In latere jaren heb ik Carol uit het oog verloren en zijn dood, in 2001, kwam voor mij onverwacht. Ik had ook geen idee dat hij al 75 was, voor mij leek hij nog nauwelijks 60.


Zie ook: Carol Voges op Wikipedia en een uitgebreidere levensbeschrijving op lambiek.net

zondag 4 september 2011

Van Eric Clapton naar mij, in een paar stappen



Het is een populaire theorie dat iedereen op de wereld in contact staat, met elk ander persoon op Aarde, via slechts 6 tussenstappen. Of het echt zo is weet ik niet maar met sommige beroemdheden kan ik de link zelfs nog sneller leggen. Al is het de vraag of dat altijd via persoonlijke contacten is.

Laatst kwam ik er bijvoorbeeld achter dat, de wereldberoemde gitaarheld, Eric Clapton, op een gitaar van hetzelfde merk speelt als ik zelf. Dat zou niet veel zeggen, ware het niet dat het om tamelijk exclusieve gitaren gaat, die met de hand gebouwd zijn, door de Ierse gitaarbouwer George Lowden.

Het ligt voor de hand dat George en Eric elkaar wel eens ontmoet hebben. En anders is Eric toch zeker een bekende van één van de andere gitaristen, die hun instrument door Lowden hebben laten ontwerpen en bouwen.

Hoe kom jij, eenvoudige Stripman en middelmatig gitaarspeler, dan aan zo'n bijzondere gitaar. Welnu dat is simpel, ik heb hem ruim 25 jaar geleden, tweede hands gekocht, bij een muziekwinkel in Amersfoort. In die jaren zag je de Lowden gitaren wat vaker dan tegenwoordig, omdat ze toen, in licentie gebouwd werden, in Japan.

Daar zit hem wel het zwakke punt van mijn verhaal. Hoewel George Lowden op zijn website schrijft dat hij tussen 1980 en '85 regelmatig in Japan was, om ter plaatse de productie van de gitaren te begeleiden en de kwaliteit te controleren, is het niet voor 100% zeker dat hij mijn gitaar ook echt in handen heeft gehad.

Maar kom, een kniesoor die daar op let ! De Japanse periode van Lowden was een uitkomst voor mensen zoals ik. Alleen in de tijd werden er gitaren van het merk op de markt gebracht, die ook voor liefhebbers met een kleine beurs te betalen waren.

Nadien is Lowden doorgegaan met het bouwen van prachtige, exclusieve en behoorlijk dure instrumenten, maar dan in zijn eigen atelier in Ierland. De pogingen in de jaren '90, om daar een gitaarfabriek van de grond te krijgen, wat de productiekosten zou drukken, zijn uiteindelijk in 2003 gestaakt.

Lowden bouwt zijn gitaren nu weer allemaal in eigen werkplaats, geholpen door een kleine groep assistenten. Op zijn website zijn de prachtige resultaten te zien. Mijn gitaar (zie hier voorfoto's) is wel wat eenvoudiger en meer echt toe recht aan, maar hij speelt, na 25 jaar, nog prima.

En behalve Eric Clapton, spelen bijvoorbeeld ook Jan Akkerman, Vince Gill, Mike Oldfield, Pierre Bensusan, Alex de Grassi, Peter Finger, Nick Harper, Don Ross, Richard Thompson, Paul Brady, Lee Rogers, en Foy Vance op Lowden Gitaren. 


De Strip: Dit deel van het Stripmannen-vervolgverhaal is weer gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. 

vrijdag 2 september 2011

Gevallen champagneglas



Vanochtend viel er een glas uit de kast. Ik opende het deurtje om een glaasje van de onderste plank te pakken. Van het balkon had ik wat takjes lavas geplukt, die ik vanavond in een omelet wil verwerken. Ik had ze onder de kraan afgespoeld en wilde ze zolang in het water zetten.

Maar toen ik de deur van het kastje opende viel er dus, van de middelste plank, een glas naar beneden. Het was een champagneglas, zo'n hoog model dat men ook wel flûte noemt.

We drinken maar zelden champagne, maar voor het geval er eens een fles in huis komt, door een feestelijke bezoeker meegenomen, of bij een bijzondere gelegenheid aangeschaft, dan zijn we voorbereid.

Het glas viel langs mijn verschrikte hoofd, op het houten werkblad en brak daar in drie stukken. Dat wil zeggen, het voetje brak er af, de steel in tweeën en het eigenlijke glas viel alleen verder. Het landde op de tegelvloer van de keuken en stuiterde daar wat rond, voor het tot stilstand kwam. Nog helemaal heel !

Een paar jaar geleden heb ik me eens lelijk gesneden aan een stuk glas dat onbeschermd in een vuilniszak zat. Ik had de zak in de tamelijk volle vuilcontainer gestopt en wilde hem wat aanduwen, voor ik de deksel weer dicht deed.

Aanvankelijk had ik niet eens door dat ik me gesneden had. Zo scherp kan glas zijn. Ik dacht eerst, wat is dat nou voor rood spul, daar op die vuilniszak. Het was mijn eigen bloed.

Als het op bloederige wonden aankomt ben ik geen held. Maar ik pakte mijn zakdoek, wond die om mijn vinger en ging terug naar boven. Daar ging ik toch nog bijna van mijn stokje.

Uiteindelijk heb ik aan die snee een gevoelloos plekje, op het topje van mijn linkerpink, overgehouden. Dat risico moeten we in het vervolg zien te vermijden. Dus viste ik vanochtend een leeg melkpak uit de vuilnisbak, knipte het open en deed daar de stukken glas in. Zo kunnen ze geen kwaad meer...

Op de foto: De wolkenlucht van vanochtend...

donderdag 1 september 2011

Herfstkleuren


Is dat nou niet een beetje overdreven, Stripman ? Het is, volgens de meteorologen, precies één dag herfst en je begint al over herfstkleuren...


Ja, misschien wel. Maar ik denk daarbij niet aan het schilderachtig kleuren van de boombladeren. Zo ver zijn we nog niet, al begint het hier en daar al wel een beetje te verkleuren.


Nee, het begin van de herfst is de tijd waarin meeste bomen en struiken vrucht dragen. En die vruchten hebben ook fraaie kleuren.


Niet dat ik nou in een omgeving woon waarin je veel vruchtbomen vindt. Maar sierstruiken, met vrolijk gekleurde bessen, hebben we hier genoeg.


En een enkele appelboom, in een voortuintje.


Toen ik langs een alternatieve route naar huis reed, zag ik vandaag zelfs al schilderachtig verkleurde bladeren. Ik herkende de soort niet. Een exotische boom wellicht...

Ps: Dankzij Luna Holland weet ik nu dat de boom hierboven een Honey Locust is, van oorsprong uit Noord-Amerika...