donderdag 31 mei 2012

De terrasmussen van Spakenburg


Het terras van Grand Café Marktzicht in Spakenburg wordt druk bezocht.
 Niet alleen door dagjesmensen en autochtonen, 
maar ook door een groep mussen. 


Ons lukte het niet om er een op ons tafeltje te lokken, 
maar het lege tafeltje naast het onze was nabij genoeg 
voor een paar mooie foto's.


We waren niet de enigen die van hun aanwezigheid genoten. 
Even verderop probeerde een brutaal musje een onaangeroerd koekje
 van een koffieschoteltje te stelen. Van links en rechts klonk gegniffel. 
De rechtmatige eigenaar legde het wafeltje dan maar op de rand van de tafel,
 zodat ze er makkelijker bij konden.


Zou dat ook gebeuren als het om kevers, of vliegen van dit formaat ging ?

Klik op de foto voor een grotere weergave...

dinsdag 29 mei 2012

Tureluurs in de Eempolder

Tureluur
Het is soms de moeite waard om, na een paar weken, op een mooie plek nog eens terug te komen. Begin mei schreef ik een verhaal over de Eempolders, waar toen de weidevogels druk waren met nestelen. Vandaag gingen we er weer eens kijken.


Deze keer sloegen we bij Eembrugge rechtsaf, richting Zeldert en Amersfoort. Dat is een mooi, maar tamelijk boomrijk gedeelte. Niet veel weidevogels te zien. Carlo het ezeltje, dat in een weitje naast het gemaal van Zeldert staat, was de voornaamste attractie.

Je ziet waarom de tureluur in het Engels Redshank heet...
Na de koffie in Spakenburg reden we weer langs het Eemmeer, richting Eemdijk. Het weer was een stuk aangenamer dan de vorige keer, toen het tamelijk koud was en het hard waaide. De vogels waren net zo talrijk aanwezig. 

Links de Stripman, rechts de tureluur...

Deze tureluur hield mij net zo zorgvuldig in de gaten als ik hem. 


Geen wonder, onderaan de dijk liep zijn, of haar, partner met vier kuikens.


De foto's zijn gemaakt door de Stripman en Esther. 
Je kunt er op doorklikken voor een grotere weergave...


zondag 27 mei 2012

Blind Willie McTell – Songfestivals, commercie en oude blueszangers



Nog gekeken naar het songfestival, gisterenavond ? Het is toch elke keer weer interessant om te zien wat voor uitwassen van wansmaak dit commerciële spektakel oplevert. Want dat is het toch ? Een show alleen gericht op verkoop van liedjes en binnen halen van reclame-inkomsten.

Dat van de meeste winnaars vervolgens niet veel meer vernomen wordt is eigenlijk niet zo gek. Het zijn immers geen serieuze muzikanten, die zelf hun liedjes schrijven. Het zijn maar marionetten in de geldmachine. Nee, mensen met echte muzikale smaak vinden het songfestival maar niets. Die luisteren naar goede, niet-commerciële muziek. Toch ?

Maar bestaat dat eigenlijk wel ? Muziek die niet op de verkoop gericht is bestaat ongetwijfeld. Maar in de platenzaak, of op internet, kun je het niet kopen. Want dergelijke muziek is niet te koop. Die maak je zelf, of je familie en vrienden, gewoon voor de lol.

Dat zou betekenen dat alleen amateurmuziek a-commercieel is. Maar al die andere serieuze muziek, waar wij zo van houden, dan ? Dat is toch geen commerciële troep ? Hmm, tja, och...

In de jaren '70, toen ik me voor het eerst serieus met muziek bezig ging houden, was ik er van overtuigd dat mijn favoriete artiesten niet commercieel waren. Ik luisterde naar The Beatles, The Stones, J.J.Cale en Ry Cooder en maakte mezelf wijs dat die alleen uit liefde voor de kunst hun platen maakten.

Achteraf kun je constateren dat de meeste van mijn favorieten het, zakelijk gezien, ook prima voor elkaar hadden. Ze zullen ongetwijfeld van hun vak gehouden hebben, maar ze vonden het ook helemaal niet erg als er van hun lp's miljoenen verkocht werden.

Toch geloofde ik de mythen die de ronde deden. J.J.Cale zou bijvoorbeeld een kluizenaar zijn, die zo verlegen was dat hij nooit optrad. Eens in de paar jaar dook hij een opnamestudio in en zette een aantal meesterlijke songs op de band. Wij fans, die onszelf haast als leden van een geheim genootschap beschouwden, renden dan natuurlijk direct naar de platenzaak.

Ik luisterde ook graag naar oude blueszangers, waar al net zulke mooie verhalen over de ronde deden. Blind Willie McTell, bijvoorbeeld, was zo'n beetje de J.J.Cale van de jaren '30. Een blinde zanger die ooit eens, zomaar en onverwacht, een platenstudio was ingewandeld en daar een aantal liederen gezongen had die, in de jaren '70, nog door bluesrockbands werden nagespeeld. Na die legendarische opnamen was hij spoorloos verdwenen.

Inmiddels weet ik dat dat een onzinverhaal is. McTell was een bekende figuur in de regio, rond Atlanta, in het zuiden van de VS, waar hij woonde. Men wist daar precies waar hij verbleef en waar hij zijn muziek ten gehore bracht. Voor John en Alan Lomax was het dan ook geen enkel probleem om hem, in de jaren '30 en '40, op te zoeken en een hele reeks opnamen met hem te maken.

Willie McTell werkte daar ook graag aan mee, want hij was een professionele muzikant. De Lomaxen gaven hem een klein bedragje handgeld en verder hoopte hij misschien dat er van die opnamen platen gemaakt zouden worden, die in grote hoeveelheden verkocht zouden gaan worden.

Alles wat hij deed was er op gericht zoveel mogelijk geld te verdienen en dus dacht hij commercieel. Hij maakte de muziek die zijn publiek graag wilde horen en zong liedjes die populair waren, of bedacht nieuwe waarvan hij hoopte dat ze een hit zouden worden.

Dat dat niet tot een wereldwijd succes leidde is deels toeval en deels te wijten aan de omstandigheden. Aan John en Alan Lomax zal het niet gelegen hebben. Hun interesse was weliswaar in de eerste plaats wetenschappelijk, maar ze waren niet te beroerd om liedjes, waarvan ze hitpotentie vermoedden, bij platenmaatschappijen aan te prijzen.

De wereld was echter nog niet rijp voor de blues van Willie McTell. Zijn zwarte thuispubliek had het geld niet om veel platen te kopen. De blanke liefhebbers raakten pas geïnteresseerd toen het al te laat was. De eerste bluesrevival barstte los net na zijn dood. De blanke bluesband 'The Allman Brothers Band' heeft in 1971 nog wel aardig succes gehad met zijn Statesboro Blues.

Dus ook al vinden we de muziek op het Eurovisie Songfestval vreselijk slecht, dat het een commercieel spektakel is kunnen we niet als argument gebruiken. Ook onze muzikale helden dachten in de eerste plaats aan de verkoop. Ik denk zelfs dat Willie McTell maar wat graag meegedaan had aan een songfestival...


Van de Engelse Wikipedia pagina over Blind Willie McTell nog een paar feitjes: Bob Dylan noemde hem in vier liedjes; de Engelse folkzanger Ralph McTell, die eigenlijk Ralph May heet, nam zijn naam aan; The White Stripes droegen hun cd De Stijl op aan Willie McTell; een Blind Willie McTell Blues Festival wordt nog jaarlijks georganiseerd in Thomson, in de Amerikaanse staat Georgia.

De Statesboro blues op YouTube in de versie van McTell en in die van The Allman Brothers .




De Strip: Deze aflevering van het Stripmannen-vervolgverhaal is weer gemaakt door de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 - deel 2  - deel 3 en deel 4 van deze episode.



Ga naar het Strip-overzicht van dit jaar voor de vorige hoofdstukken van het Stripmannen-vervolgverhaal. 

Klik op de strip voor een grotere weergave. 

Bezoek onze nieuwe internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men

Ga voor eerdere hoofdstukken naar het Strip Jaaroverzicht van 2011 



woensdag 23 mei 2012

Onheilspellend aanzwellend motorgeronk



Je ziet het helemaal voor je. Het begin van een spannende film: Een man staat fluitend een boterhammetje te smeren in zijn keuken. Van buiten dringt een onheilspellend motorgeronk, door het open raam, naar binnen.

Langzaam zwelt het lawaai aan. Het moet wel een zwaar werktuig zijn dat daar komt aangereden. De man hoort het nu ook en loopt naar het raam. Hij ziet niets bijzonders en gaat fluitend verder met het klaarmaken van zijn lunch.

Een moment later zwaait, met donderend geraas, een enorme sloperskogel door het keukentje. Of misschien zien we hem zijn woning verlaten en als hij de deur achter zich dichttrekt, blijkt dat het enige deel van het pand dat nog overeind staat. Of hij stapt over de drempel in een enorm gat, dat daar net machinaal gegraven is.



Jullie raden het misschien ? Die man was ik en het was natuurlijk geen sloperskraan of graafmachine, die al dat lawaai veroorzaakte, maar een gemeentelijke grasmaaier. Die kwam de overblijfselen van de narcissen wegmaaien uit het gazonnetje naast de flat.


De kauwtjes zijn er blij mee...!


maandag 21 mei 2012

Metselbijen, goudwespen en springspinnen


Kijk maar goed naar deze foto. Het is de mooiste die ik vandaag gemaakt heb. 
We zien een goudwesp, die op ons balkon op de leuning van een kunststof stoel zit. 
Op een oud stuk plakband. Waarom dat plakband daar zit weet ik niet, 
maar de goudwesp zit er wel met een goede reden. 
Elders op het balkon zijn een metselwesp en een metselbij bezig een nestje te maken. 
De goudwesp probeert daar haar eitjes bij te leggen. 
Eenmaal uitgekomen eten de larven van de goudwesp 
de nakomelingen van de mestelwesp en -bij op. 
Ja, kinderen, de natuur is hard...


Dit is de metselbij die een onderkomen heeft gevonden in mijn insectenvilla. 
Ze legt haar eitjes in de holle bamboestengels en metselt de toegang dicht met aarde.


De mestelwesp legt haar eitjes in een kier onder het raam. 


Hier zie je haar een kluitje aarde aanslepen. 
Ze brengt ook nog voedsel in de vorm van rupsjes en larfjes van andere insecten. 
Je hoef bij deze wespen en bijen niet bang te zijn voor een plaag. 
Het gaat maar om 1 vrouwtje dat een handjevol eitjes legt. 
Het zijn niet de aantallen die we van gewone wespen of honingbijen gewend zijn.


Een klein zebraspinnetje houdt alles goed in de gaten. 
We noemen ze ook wel springspinnen omdat ze zich voortbewegen met schokjes en sprongetjes. 
Zo vangen ze ook hun prooi, deze spinnetjes weven geen web.


Maar decoratief zijn ze des te meer...

Zie Wikipedia voor: Goudwesp - Rosse Metselbij - Metselwesp - Zebraspin

zondag 20 mei 2012

De Olympische vlam – Oeroude traditie, of moderne reconstructie ?



Het Olympische vuur is weer op traditionele wijze ontstoken in Olympia, zo werd ons verteld in het NOS-nieuws. We zagen dames, in witte gewaden gehuld, over een groene bergweide dartelen. De Griekse oudheid herleefde en nog ecologisch verantwoord ook. De hoge priesteres van de godin Hestia liet het vuur immers ontbranden met behulp van een parabolische spiegel en zonnekracht.

In werkelijkheid was het een groepje actrices en deed het tafereel mij erg denken aan filmpjes, die je wel eens ziet, van collectieve sportbeoefening uit de jaren '20 van de vorige eeuw.

Die indruk is niet zo vreemd, want het Olympische vuur werd pas voor het eerst gebruikt bij de spelen van 1928, in Amsterdam. Zonder veel ceremonie, geen fakkeloptocht en geen beroemde atleet, waarschijnlijk aangestoken door een eenvoudige medewerker.

De estafette met de fakkel werd bedacht door de Duitsers en vond voor het eerst plaats, in Berlijn, bij de omstreden spelen van 1936. Maar ja, de moderne spelen zijn dan ook in zijn geheel opnieuw uitgevonden, aan het eind van de 19e eeuw, zoals zoveel andere oeroude gebruiken.

Natuurlijk gaan ze wel terug op oude voorbeelden, zoals ons Sinterklaasfeest en de manier waarop we kerst vieren. Maar strikt genomen zijn ook dat geen oeroude volkse gebruiken, die we al duizenden jaren op dezelfde manier uitvoeren.

De Sinterklaasviering, met stoomboot en Zwarte Piet die door de schoorsteen komt, is rond 1850 bedacht door onderwijzer Jan Schenkman. De kerstboom is in de 19e eeuw ingevoerd vanuit Duitsland, de Kerstman met zijn arrenslee is een Amerikaanse uitvinding uit de 19e eeuw. Andere tradities zijn zelfs nog een stuk jonger.

En vaak zijn ze via Amerika bij ons gekomen. Moederdag is zo'n Amerikaanse uitvinding en is rond 1925 naar Nederland overgewaaid. Net als vaderdag dat zo'n 35 jaar later bij ons populair werd. Valentijnsdag gaat weliswaar terug op een oud Christelijk verhaal, maar is bij ons pas enkele decennia aan het opkomen.

Nog recenter is de belangstelling voor Halloween. Van oorsprong wellicht een voor-Christelijk feest, dat voornamelijk in de Engelstalige wereld gevierd werd. Maar de laatste jaren zie je ook in Nederland, op 31 oktober, de pompoen-lampionnen en doodshoofdslingers opduiken.

Het zijn niet alleen dit soort feesten die nieuwe tradities worden, ook volksdansen, sprookjes en klederdrachten, waarvan we denken dat ze oeroud zijn, blijken vaak van recentere datum.

De beroemde Ierse dans, razend populair geworden door rondreizende shows als 'Riverdance' en 'Lord of the Dance', kreeg zijn huidige vorm in de 19e eeuw. De sprookjes van Grimm, aanvankelijk gepresenteerd als oeroud en middeleeuws, zijn waarschijnlijk een mix van volksverhalen uit de 18e eeuw en 19e eeuwse fantasie. De Schotse Kilt en het systeem van tartan-patronen, dat toegewezen wordt aan de oude clans uit de hooglanden, dateert voor het grootste deel uit de 19e eeuw.

Het zijn allemaal voorbeelden van gebruiken en verschijnselen, die wel teruggaan op oudere voorbeelden, maar die pas tamelijk recent tradities zijn geworden. Dat gebeurde vooral in de 19e eeuw omdat toen veel Europese landen, zoals we die nu kennen, ontstonden.

Ons land kreeg toen zijn huidige vorm, net als België. Duitsland werd een staatkundige eenheid en ook Italië. Ierland maakte zich in 1922 los van Groot-Brittannië. Nieuwe landen, hebben behoefte aan oude tradities, gebruiken en feesten, die het volk een gevoel van samenhorigheid geven.

We zijn er gek op en we omarmen dus telkens weer nieuwe oeroude rituelen. En we maken de bestaande steeds mooier. Werd de eerste Olympische vlam nog zonder enig ceremonieel aangestoken, in Amsterdam, die van Londen wordt meer dan twee maanden lang door Groot-Brittannië gedragen. De hele route is te zien op internet: www.london2012.com/torch-relay

Alle genoemde feesten en feestdagen zijn terug te vinden op Wikipedia

Zie de Engelstalige Wiki voor de Schotse Kilt  en de Duitse voor Grimms Märchen 

Het Olympische vuur heeft een eigen, Nederlandse, website: www.olympisch-vuur.nl


De Strip: Deze aflevering van het Stripmannen-vervolgverhaal is weer gemaakt door de Stripman zelf. Klik hier voor deel 1 - deel 2  en deel 3 van deze episode.



Ga naar het Strip-overzicht van dit jaar voor de vorige hoofdstukken van het Stripmannen-vervolgverhaal. 

Klik op de strip voor een grotere weergave. 

Bezoek onze nieuwe internationale, Engelstalige, website: The Amazing Comics Men

Ga voor eerdere hoofdstukken naar het Strip Jaaroverzicht van 2011 





woensdag 16 mei 2012

Pimpelmezen - Kleine vogels, grote film



Pimpelmezen zijn kleine vogeltjes, zo'n 11 centimeter van snavel tot staart en ze wegen nog geen 15 gram. Toch kun je, als je ze op film probeert vast te leggen, eindigen met een grote hoeveelheid filmopnamen. Van de mezen van vorig jaar had ik uiteindelijk ruim 3 uur. Al was, op een groot deel daarvan, geen mees te zien.

Het valt namelijk lang niet mee om zo'n klein vogeltje mooi in beeld te krijgen. Het begint er al mee dat ze erg snel bewegen. Zo zie je ze, zo zijn ze weer weg. Als je wacht met filmen tot je een pimpelmees ziet ben je dus al te laat.




Er zit niets anders op dan de camera op statief te zetten, in te schakelen en een tijd te laten lopen, in de hoop dat de mezen voor de lens willen komen. Dat probeer je dan vanuit verschillende hoeken en uiteindelijk heb je dan wel een paar minuten pimpelmezenfilm.

Maar daarmee is het broedseizoen van de vogeltjes nog niet in beeld gebracht. Daarvoor moet je toch tenminste beelden van de jongen hebben. Het nestkastje opendoen en de camera naar binnen steken leek me te ver gaan.

Wachten dus, tot ze uit zouden vliegen. Het is moeilijk om het tijdstip daarvan exact te voorspellen. Ongeveer 2 weken zit het vrouwtje te broeden. 16 tot 20 dagen, na het uitkomen van de eitjes, vliegen de jongen uit. Er bleken er 12 in ons kastje te zitten ! En daarvan heb ik de meeste gemist. Maar gelukkig ook een paar wel gefilmd. Enfin... kijk zelf maar.