Sorry, als ik een beetje trager ben dan
anders, maar ik ben nog aan het bijkomen van het concert dat Paul
McCartney gisteren gaf op het popfestival van Glastonbury. Ik had het
niet verwacht, van de oude Beatle, maar het was leuk en – bij
vlagen – ontroerend en vrolijkmakend.
Hoopgevend ook, voor de oudere
popliefhebber, om te zien hoe hij, met liedjes van soms meer dan 50
jaar oud, een jong festivalpubliek geboeid en enthousiast wist te
maken en te houden. Eigenlijk overtrof het mijn verwachtingen. Op een
enkel klein puntje na dan.
Ik viel er een beetje per ongeluk in,
gisteravond. Ik wist dat McCartney op zou treden, maar dacht dat dat
vandaag pas zou zijn. Om een uur of half elf, ik lag al op bed, zette
ik toch de TV nog even aan en bleef hangen, bij Glastonbury, omdat ze
het optreden lieten zijn van Noel Gallagher, voormalig voorman van
de Britse band Oasis.
Noel is, voor mensen die opgroeiden in
de jaren '90, net zoiets als Paul voor de muziekliefhebbers van mijn
generatie. Oasis werd in hun tijd ook wel vergeleken met The Beatles,
al hebben ze niet zo'n enorme invloed gehad en ook lang niet zoveel
wereldhits gescoord.
Hoe dan ook, Gallagher was best leuk en
omdat daarna het optreden van Paul werd aangekondigd, hielden we de
ogen en oren nog even open. En we werden niet teleurgesteld.
McCartney is pas 80 jaar oud geworden en is daarmee de oudste artiest
die ooit de hoofdact mocht zijn op het festival. Maar een tamme show
werd het niet.
Ik zag nog niet zolang geleden een
recent optreden van hem dat opgenomen was in de Cavern Club, in
Liverpool. Dat was, aan het begin van de jaren '60, de club waar The
Beatles regelmatig live speelden en waar hun populariteit begon. De
huidige Cavern is niet meer gevestigd in dezelfde kelder als toen,
maar fans proberen er toch nog steeds de sfeer op te snuiven van die
beginjaren.
Paul speelde er met dezelfde band als
op Glastonbury. Allemaal mannen die een stuk jonger zijn dan hijzelf,
maar goede muzikanten die zich soepel door zijn enorme repertoire
bewegen. Dat bestaat uit oude Beatle-hits, successen die hij met zijn
latere band Wings had – zoals het James Bond nummer 'Live And Let
Die' – en nog latere solonummers.
Het is niet allemaal even baanbrekend
en je kunt natuurlijk wel zien en horen dat Paul geen 20 meer is.
Zijn stem fladdert een beetje, hoewel hij geen problemen heeft met de
hoge noten en ook niet met stevig rockende liedjes. Op Glastonbury
oogde en klonk hij alleen bij de klassieker 'Blackbird' een beetje
breekbaar. Dat speelde hij dan ook helemaal solo, met alleen een
akoestische gitaar, dan valt er niet veel te verbergen.
Een voordeel is dat Paul het nooit van
de show heeft moeten hebben. Geen molenwiekende armen, of uitzinnige
kostuums. Hij trok na een paar liedjes zijn jasje uit en zei daarbij
dat dat de enige kostuumwisseling van de avond was. Verder stond hij
er, ruim twee uur lang, gewoon in een wit overhemd en een zwart
vestje.
Hij zat ook af en toe, achter de piano,
wat misschien wel goed was voor de stramme benen. Maar waar andere
oude popsterren nog wel eens potsierlijk overkomen, door zich net zo
te blijven aanstellen als vroeger, bleef Paul gewoon zichzelf. En dat
was overtuigend genoeg.
Geen enorme decorstukken, of andere
opvallende aankleding op het podium, maar wel fraaie beelden, die
geprojecteerd werden op de grote schermen achter en naast de band.
Soms filmpjes die speciaal voor een lied gemaakt waren, of oude
beelden van Paul met The Beatles, soms ook alleen maar lichteffecten.
In de eerste helft van zijn optreden
waren er momenten dat het even wat minder boeide. Vooral bij de
recentere liedjes. Maar het is begrijpelijk dat hij er geen avond met
alleen maar grote hits van wilde maken. Die kwamen er toch nog
voldoende voorbij. Tot genoegen van het publiek.
Indrukwekkend was het eerbetoon dat hij
bracht aan de twee overleden Beatles, George Harrison en John Lennon.
Ontroerend was zijn versie van 'Something', dat hij solo begon, heel
eenvoudig, bijna lullig zelfs, met alleen een ukelele die hij
ooit van George gekregen had. Het lied eindigde monumentaal, toen
eenmaal de hele band inviel.
John Lennon werd opnieuw tot leven
gewekt met behulp van beelden uit de documentaire 'Get Back'.
Regisseur Peter Jackson had een fragment, van het beroemde optreden
op het dak, zo bewerkt dat alleen de stem van Lennon te horen was,
zodat McCartney en band, live, mee konden spelen.
Op het eind haalde Paul nog twee gasten
op het podium die, speciaal voor de gelegenheid, uit de VS
overgevlogen waren. Ik verwachte Ringo Starr, de andere nog levende
Beatle, te zien verschijnen. Ringo heeft wat langer geleden zijn
80ste verjaardag gevierd, met een online manifestatie, en had het
feest compleet kunnen maken. Maar we moesten het doen met Dave Grohl
– bekend van Nirvana en The Foo Fighters – en Bruce Springsteen,
bekend van zichzelf.
Het was het enige minpuntje dat ik kon
bedenken. Maar misschien had Ringo geen zin, of had Paul geen zin om
hem te vragen. Grohl en Springsteen sluiten wellicht ook beter aan
bij het jongere publiek.
Het mocht de pret niet drukken. Paul
McCartney bewees dat je ook als bejaarde muzikant een groot festival
op zijn kop kunt zetten. Als zijn optreden nog eens herhaald wordt,
of misschien te zien is op YouTube, zou ik dat zeer aanbevelen.
Klik op de tekening voor een grotere weergave.