donderdag 20 januari 2011

Verslaafd aan yoghurt-knoflooksaus

Dit verhaal verscheen in augustus 2009 op het Volkskrantblog. Het bleek een populair onderwerp te behandelen, want het was daar een van mijn best bezochte blogs...

Een beetje eetverslaafd zijn we allemaal wel. Bij de een neemt het wat problematischere vormen aan dan bij de ander, maar zelfs de heel matigen onder ons kunnen toch niet helemaal zonder voedsel.

Sommigen hebben een soort haat-liefde verhouding met eten. Ze doen het snel teveel, moeten dan weer op dieet, wat ze niet al te lang volhouden en al snel zijn ze weer teveel aan het eten.

Gelukkig heb ik daar weinig problemen mee. Ik eet graag, lekker, maar van nature net genoeg om al jaren op een redelijk gewicht te blijven. Dat is genetisch geprogrammeerd, dus niets om trots op te zijn.

Van problematische eetverslaving is dus geen sprake. Maar wel van een lichte zucht naar bepaalde voedingsmiddelen. Drop bijvoorbeeld. Niet goed voor de bloeddruk, dus ik probeer het bij een paar dropjes per dag te houden.

Onschuldiger is de voorliefde voor yoghurt-knoflooksaus die zich de laatste maanden heeft ontwikkeld. En niet alleen bij mij. Mijn vrouw vraagt me bijna elke avond of ik weer een beetje van die lekkere saus maak.

Het recept is heel simpel. Eerst de eenvoudigste vorm. Neem een kommetje. Gooi daarin wat yoghurt, een paar eetlepels mayonaise, een flinke hoeveelheid knoflookpoeder, eventueel wat zwarte peper, roeren en klaar.

Ik maak het elke keer weer anders en vaste hoeveelheden hanteer ik er niet bij. Maar naar mijn smaak moet je zeker twee keer zoveel yoghurt als mayonaise nemen. Het soort yoghurt en mayo maakt niet zoveel uit, de smaak zal wel variëren en de dikte van de saus.

Gewone volle yoghurt, uit een literpak, met huismerk mayonaise, levert een smeuïge saus op. Met dikkere boerenlandyoghurt, halvanaise en een scheut olijfolie, krijg je een veel steviger resultaat.

Je kunt er fijngehakte kruiden doorheen gooien. Verse peterselie, munt en of dille. Of een gedroogde mix. Bijvoorbeeld Italiaanse, of kruiden voor lamsvlees. Verse knoflook kan natuurlijk ook, of gesnipperde uitjes. De tandori-mix die ik er laatst ingooide was wat minder geslaagd.

De saus combineert heerlijk met allerlei voedsel. Salades, natuurlijk en vlees, van lamskarbonaden, kipfilets tot hamburgers en gehakt balletjes. Het gaat prima bij de Mexicaanse tortilla's, of een broodje shoarma. Maar bijvoorbeeld ook heel fijn bij een Spaanse tortilla de patata's.

Vanavond eten we sla met brood. Wedden dat ze er weer om vraagt...?

Tekeningen - De Stripman

woensdag 19 januari 2011

Op pad met de scootmobiel



De versnellingsknop staat bijna op z'n maximale stand. Maar geen zorgen, ik heb de foto niet gemaakt terwijl ik, met losse handen, in volle vaart over de weg zoefde. Want als je de gashendel loslaat staat de scootmobiel stil.

Loslaten is remmen, dus. Er zit zelfs geen rempedaal, of -hendel op ! Maar op zich is het heel natuurlijk. Als je voor het eerst gas geeft schrik je zo, dat je vanzelf alles loslaat en weer tot stilstand komt. En dan weet je direct hoe het werkt.

Verder is het dashboard simpel genoeg. Knoppen voor licht en toeter, of liever 'pieper', het is een snerpend geluidje dat er uit komt. En een wijzertje dat de toestand van de accu laat zien.

De gashendel kun je met de recher- en linkerhand bedienen, wat wel prettig is. Bij eerdere modellen, waar ik op gezeten heb, waren het 2 afzonderlijke hendeltjes. Maar bij de scootmobiel die ik uiteindelijk gekregen heb, is het 1 geheel. Linksom is vooruit, rechtsom is achteruit.

Snelheid is relatief, zoals bijna alles. Er zitten 11 standen op de versnellingsknop, maar omdat het gas traploos is, kun ook in een hoge versnelling langzaam optrekken.

Als ik hem uit de berging de trappenhal in rij, is het in de laagste stand al oppassen dat ik niet tegen de tegenoverliggende muur knal. Eenmaal op de openbare weg heb je het idee dat je zelfs de hoogste stand nog maar een sukkelgangetje haalt.

En dat is ook wel zo, 12 kilometer per uur is niet erg snel. Maar omdat je er rustig bij kunt zitten is dat niet zo'n punt. Het gaat er niet om dat je snel ergens komt, maar dat je even lekker buiten bent.

En op een dag als vandaag, met zonnig weer, is zo'n scootmobiel een prima vervoermiddel. De laatste foto maakte ik onderweg, op de Langebrinkweg, aan de rand van ons dorp.



dinsdag 18 januari 2011

De Germaanse goden spelen nog dagelijks een rol in ons leven

Dit verhaal verscheen in augustus 2007 op het Volkskrantblog. Het is in de daaropvolgende jaren een van mijn best bezochte bijdragen gebleven... 

Heeft ons land een Christelijke cultuur, die verdedigd moet worden tegen het oprukkende Islamisme ? Of gaan onze gebruiken terug op voorchristelijke tijden en vormt het Christendom slechts een krap zittend jasje, waar onze heidense oorsprong onderuit piept ? We kunnen er ruzie om maken, maar dat de heidense goden een rol spelen in ons dagelijkse leven lijkt me niet te ontkennen.
 
Vermoedelijk hoef ik niet uit te leggen dat Kerstmis en Pasen een heidense oorsprong hebben ? Of zou het toeval zijn dat de geboorte van Christus midden in de winter geplaatst is ? Net rond de tijd dat de oude Germanen hun midwinterfeest vierden. De altijd groene dennenboom is natuurlijk een symbool voor het leven dat, terwijl de natuur verder dood lijkt, toch door gaat. De precieze datum, 25 december, hebben we echter te danken aan de Romeinen, die op die dag hun zonnegod vereerden.

Het is ook een beetje verdacht dat, terwijl de Christenen precies aan kunnen geven op welke dag de geboorte van de heiland valt, zijn sterven en opstanding maar een beetje ordeloos over de kalender zwerven. Dat komt doordat de paasdatum is gekoppeld aan de maanstand. Historici gaan er van uit dat Pasen de Christelijke versie van het heidense lentefeest is. De Engelse benaming ‘easter' verwijst naar de vruchtbaarheidsgodin ‘Ostare'. De eieren zijn een vruchtbaarheidssymbool. De paashaas en het paasvuur stammen ook van voor Christus.


Het meest in het oog springende bewijs van onze heidense oorsprong hebben we zo'n beetje dagelijks in handen. Als we in de tv-gids kijken, of in onze agenda, of de kalender. Wij delen het jaar namelijk in volgens een Romeins systeem. De namen van de maanden, zoals we die nu gebruiken stammen rechtstreeks van deze heidense kalender af.


Het voornaamste verschil is dat Romeinen het jaar op 1 maart liet beginnen. Vandaar de namen van september, oktober, november en december, letterlijk de zevende tot en met de 10e maand. Andere maanden zijn naar goden genoemd, januari naar Janus, maart naar de oorlogsgod Mars. Julius Caesar kreeg zijn eigen maand, juli, net als de latere keizer Augustus. In de 16e eeuw heeft de RK-kerk, onder leiding van paus Gregorius XIII de laatste aanpassingen aan onze kalender gedaan, maar de oude benamingen bleven gespaard.


De dagen van de week zijn een mix van Romeinse en Germaanse namen. Zondag en maandag zijn Romeinse uitvindingen, net als de zaterdag die zijn naam dankt aan de god en/of planeet Saturnus. De rest van de week is Germaans. Woensdag is Wodansdag, naar de Germaanse oppergod. Donderdag is genoemd naar de dondergod Donar. Vrijdag is genoemd naar Frija, godin van de liefde en de vrouw van Wodan. Het kan haast geen toeval zijn dat wij het woord ‘vrijen' gebruiken voor het bedrijven van de liefde.


Voor dinsdag hebben de geleerden twee verklaringen. Het zou kunnen dat de dag genoemd is naar de Germaanse god Týr, maar er wordt ook gewezen op de mogelijkheid ‘dingsdag'. Een ‘ding' (denk ook aan ‘geding') was bij de Germanen een rechtszaak en wellicht werden die bij voorkeur op dinsdag gehouden.


Wie nog hoopt dat dan toch in ieder geval de 7-daagse week een Bijbelse oorsprong heeft moet ik helaas ook teleurstellen. Volgens Wikipedia is de week van Babylonische herkomst. De zeven dagen zouden afgeleid zijn van de zon, de maan en de vijf met het blote oog zichtbare planeten. Dit sluit aan bij de Romeinse gewoonte om de dagen planetennamen te geven. Trouwens ook de Hindoes, de Chinezen en de Joden kenden al voor de geboorte van Christus een 7-daagse week.


Waaruit maar blijkt: Het Christendom is een likje verf op een veel ouder bouwsel. Dat daar inmiddels een beetje aan geschaafd en geschuurd wordt zou ons toch niet moeten verontrusten. De oude Germaanse goden houden immers ook nog steeds stand en spelen nog dagelijks een rol in ons leven. Dus zelfs al zouden we God vanaf nu Allah gaan noemen, dan is de kans groot dat we over duizend jaar nog steeds kerstmis vieren. Of ‘midwinter' zoals de oude Germanen het noemden.

 


Zie ook Wikipedia voor artikelen over:
Kerstmis  - Pasen  de kalender - de week de dagen van de week


De Strip: Dit deel van het Stripmannen-vervolgverhaal is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor  deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - of lees de vorige hoofdstukken De Wind - Snuf de Hond - Muzikale Droom - Theo en Francien en Motorfietsen en Sportwagens
- wordt vervolgd...


Het Stripman-blogarchief


De afgelopen vijf jaar was ik te vinden op het Volkskrantblog. Dat wordt nu naar aller waarschijnlijkheid gesloten. Collega-bloggers maken zich zorgen over het verdwijnen van hun blogarchief. Ik niet, ik heb alle teksten en tekeningen netjes opgeslagen.

Lang niet alles wat ik ooit op het oude blog plaatste is zo geweldig dat het voor de hele internetwereld beschikbaar moet blijven. Niet alles hoeft voor eeuwig bewaard te worden. Maar sommige blogs blijken, jaren na plaatsing, nog dagelijks nieuwe lezers te trekken. Het zou jammer zijn als die over een paar weken voor een dichte deur komen te staan.

Af en toe zal ik hier een dus oud verhaal opnieuw plaatsen. Ik ben benieuwd of ze nog steeds actueel zullen blijken te zijn...

maandag 17 januari 2011

Odilon de Naaktkat



Zijn filmpjes op YouTube zijn al door tienduizenden bezoekers bekeken. Op het Volkskrantblog had hij een vaste schare fans en ruim 30.000 pageviews. Ik woon inmiddels vijf jaar met hem in één huis en kan verklaren dat hij desondanks heel gewoon gebleven is. Afgezien van zijn opmerkelijke uiterlijk dan...

Omdat zijn eigen blog, bij de Volkskrant, op de tocht staat zal ik vanaf vandaag op mijn prikbord ook af en toe iets van Odilon de Naaktkat laten zien. Wat oudere foto's, van een jonge Odilon, bijvoorbeeld en het onderstaande filmpje uit 2007, inmiddels bijna 15.000 keer bekeken, ruim 40 reacties.

Als ik zijn Vkblog-archief zo eens teruglees (het kan nog tot 1 maart 2011 op http://odilondenaaktkat.vkblog.nl ) dan zijn de verbaasde reacties erg leuk. Om wat veel voorkomende vragen voor te zijn: Odilon gedraagt zich als een tamelijk normale kat. Hij eet en drinkt normaal, slaapt veel, gaat netjes naar de kattenbak en krabt aan het meubilair. Verder is hij vriendelijk, nieuwsgierig en eigenwijs. Hij ligt graag op de verwarming, onder een dekentje of bij iemand onder zijn of haar trui.

Speciale verzorging is niet strikt noodzakelijk. Hij lijkt wel kaal maar heeft in werkelijkheid kleine donshaartjes. Voor allergische mensen zijn naaktkatten in sommige gevallen een uitkomst, maar voor sommigen ook niet, dat zou je uit moeten proberen.




En inderdaad hij zet nog steeds graag zijn tanden in een lekker blaadje sla... Zie voor meer Odilonfilmpjes: Stripman Films 

zondag 16 januari 2011

Big Bill Broonzy – Een zeldzaam talent



De top 2000 heb ik dit jaar niet zo fanatiek gevolgd. Wel ving ik de opmerking op dat er zo weinig nummers van zwarte artiesten in de bovenste 50 stonden. Dat is wel gek want de moderne popmuziek wortelt stevig in de zwarte traditie, van blues, gospel, soul en jazz, tot reggae en hiphop.

De meeste blanke muzikanten uit de jaren '60 en '70 noemen zwarte artiesten als hun grote voorbeelden. Dat gaat van Cuby & the Blizzards tot the Rolling Stones.

In het tv-programma over de top 2000 kwam een stukje interview voorbij met Ray Davies, van the Kinks, die vertelde dat hij ooit liedjes probeerde te schrijven in de stijl van Big Bill Broonzy. Ook een zwarte muzikant die veel blanke jongeren tot voorbeeld heeft gediend.

Big Bill was de eerste zwarte bluesmuzikant waarvan ik zelf ooit muziek hoorde. Mijn ouders hebben een lp die rond 1955 is opgenomen in de Philipsstudio's in Baarn. Mijn vader heeft daar nog een blauwe maandag gewerkt als onderhoudsman en zo waarschijnlijk die plaat opgepikt. Broonzy had toen al een hele loopbaan achter zich en met succes de overstap, van een zwart, naar een blank publiek gemaakt.

William Lee Conley Broonzy werd vermoedelijk geboren in 1898, in Lake Dick, in de zuidelijke staat Arkansas, in een eenvoudig boerengezin met 17 kinderen. Zijn eerste muziekinstrument was een zelfgemaakte viool.

Hoewel hij al jong optrad op locale feesten en partijen duurde het tot 1920 voor probeerde om professioneel muzikant te worden. Hij liet het boerenbestaan achter zich en trok naar Chicago. Daar ontwikkelde hij zich tot een vooraanstaand zanger en gitarist.

In de loop van de jaren '30 en '40 maakte hij honderden plaatopnamen onder eigen naam en werkte mee aan vele projecten van andere muzikanten. Hij was lid van The Famous Hokum Boys, een band die speciaal bijeenkwam om liedjes op te nemen in de toen populaire Hokum-blues-stijl. Denk daarbij aan vrolijke melodietjes, gewaagde teksten en flitsend gitaarspel. Blues was toen ook feestmuziek.

Na de tweede wereldoorlog werd Broonzy in Chicago voorbij gestreefd door jongere muzikanten, die gebruik maakten van elektrisch versterkte instrumenten. Maar terwijl generatiegenoten de gitaar in de wilgen hingen, wist Broonzy zichzelf opnieuw uit te vinden.

Wellicht geïnspireerd door het succes dat hij had gehad als deelnemer aan de, in 1938 en '39 door jazzpromotor John Hammond georganiseerde, 'From Spirituals to Swing'- concerten, in de Carnegy Hall in New York, maakte hij de overstap naar een nieuw blank publiek.

Broonzy verliet de blues-scene en sloot zich aan bij de folk-revival. Hij presenteerde zich als eenvoudige plattelander, nam naast zijn eigen bluesnummers ook gospels en voksliedjes op in zijn repertoire en toerde met groot succes door de VS en Europa.

Dat is de Big Bill Broonzy die we hier hebben leren kennen. Op de hoes van de lp van mijn ouders wordt hij 'een van de laatste nog levende blueszangers' genoemd. Een etiket dat velen na hem hebben gebruikt. Een knap staaltje marketing en de reden waarom hij door sommige puristen verguist wordt. Te commercieel.

Maar dat was wellicht zijn grootste talent. Hij was een indrukwekkende zanger en een geweldige gitarist, maar wat hem zeldzaam maakte was zijn vermogen om telkens weer een nieuw publiek te vinden en te veroveren met zijn muziek.

Broonzy stierf in 1958 ten gevolge van kanker. Zijn enige zoon blijkt in Nederland te wonen, geboren uit een relatie met een bezoekster van een van zijn concerten in 1955.


Zie ook de Engelse Wikipedia 

Broonzy.com een mooie website met biografie, discografie, foto's en muziekfragmenten.

Een reportage uit het radioprogramma OVT over Big Bill in Nederland. 

Op YouTube is een hele reeks filmpjes te vinden met beelden en muziek van Big Bill Broonzy.


De Strip: Dit deel van het Stripmannen-vervolgverhaal is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Ga naar het vervolg of lees de vorige hoofdstukken De Wind - Snuf de Hond - Muzikale Droom - Theo en Francien en Motorfietsen en Sportwagens

donderdag 13 januari 2011

En af en toe zit ik in een rolstoel...

Ja, dat klinkt dramatisch en misschien is het dat ook wel, 50 jaar en niet meer gewoon met je vrouw een uurtje buiten kunnen wandelen. Eigenlijk hou ik er niet van om erover te schrijven. Het ontaardt snel in gezeur en daar wordt de toestand niet beter door. Dan liever een vrolijk verhaal over een heel ander onderwerp. Struisvogelpolitiek ? Jazeker, daar ben ik in dit geval wel een voorstander van.

Ik ben ook een beetje allergisch voor medeleven en dat lok je wel uit als je er over je kwalen begint, natuurlijk. Maar me in mijn schrijfsels presenteren als een gezonde vent, die blaakt van de energie, wordt op den duur ook een beetje huichelachtig. De realiteit is dat ik moet woekeren met mijn krachten.

Maar ik er wil geen depressieve toestand van maken, vol zelfbeklag. Je leest wel eens van dat soort verhalen en dan denk ik ook: ‘Erg zielig en veel sterkte ermee, maar nu weer even iets anders…’. Net als veel gezonde mensen, vermoed ik.

Maar goed, een jaar of 10 geleden kwam aan het licht dat ik een aangeboren defect onder de leden heb. Ik lijd aan Osteogenesis Imperfecta (OI), letterlijk vertaald ‘onvolmaakte botvorming’. Maar OI is geen botziekte. Het is een zeldzame aandoening van het bindweefsel die leidt tot zwakke botten, maar die er verder ook voor zorgt dat het bindweefsel in mijn hele lichaam van minder goede kwaliteit is.

Mijn conditie is daardoor de afgelopen jaren langzaam steeds verder afgenomen. Het blijkt niet mogelijk om dat door training weer te verbeteren. Ik ging de eerste jaren twee maal per week naar de fysiotherapeut, maar tot veel verbetering leidde dat niet. Mijn uithoudingsvermogen is al die tijd langzaam verminderd.

Ik kan wel lopen, maar niet meer dan een minuut of 10 achtereen. Zelfs met ogenschijnlijk lichte activiteiten, zoals achter de pc zitten, moet ik het kalm aan doen. En als ik eens een beetje wilder doe, dan heb ik veel tijd nodig om weer te herstellen. Een ochtendje winkelen, of een avondje uit, het kan wel, als ik er maar veel bij kan zitten en niet vaker dan eens per twee a drie weken.

Omdat ik daardoor ook steeds minder de deur uit kwam hebben we, sinds een paar jaar, een rolstoel in huis. Daar maken we af en toe een wandeling mee, of we bezoeken een museum. Als er eens een groot feest is, of een receptie dan gaat de rolstoel ook mee.

Aanvankelijk is het wel gek om in zo'n stoel te zitten. Je merkt dat mensen naar je kijken. Als je dan zwaait of vriendelijk knikt, kijken sommigen betrapt weg, terwijl andere vriendelijk terug wuiven. Het heeft ook wel iets spannends. Niet iedereen is even ervaren als rolstoel-duwer, dus het ene moment vrees je onder een auto geduwd te worden of, even later, in een sloot te verdwijnen.

Je gaat je ineens ergeren aan slecht aangelegde en te smalle trottoirs. En het nemen van hoge stoepranden vergt ook enige handigheid. Maar als ik mag kiezen tussen binnen zitten, of toch even naar buiten in de rolstoel, dan toch graag het laatste.

Meer informatie over Osteogenesis Imperfecta is te vinden op de website van de OIFE en van de OI-vereniging Nederland.

Dit bericht is, in iets andere vorm, eerder geplaatst op het VK-blog...

De Strip: Dit deel van het Stripmannen-vervolgverhaal is gemaakt door de Stripman zelf. Ga naar  de vorige aflevering of het vervolg of lees de vorige hoofdstukken De Wind - Snuf de Hond - Muzikale Droom en Theo en Francien