zondag 25 januari 2026

Aksiegroep Spellingvereenvaudiging


Inmiddels
heb ik op Bluesky meer dan 540 volgers. Dat heb ik vooral te danken aan mijn foto's van zonsopkomsten en balkonvogels, maar bij elke foto staat ook een kort tekstje. Een van de Bluesky-gebruikers, die ik terug volg, is een mevrouw die geboren is in Zwitserland, maar al lange tijd in ons land woont. Ze schrijft haar bijdragen in het Nederlands, Duits en Engels en zegt daarbij dat ze in al die talen spelfouten maakt.

Zelf heb ik al genoeg moeite met de correcte spelling van één taal, het Nederlands. Ik heb weinig moeite met Engels lezen, maar vind het een onmogelijke taal om in te schrijven. Duits en Frans beheers ik nog minder. Gelukkig zijn er spellingscontroles en vertaalhulpen beschikbaar op computer en internet.

Om het, voor simpele zielen als ik, nog moeilijker te maken heeft men, in het Nederlandse taalgebied, de gewoonte om de spelling regelmatig te herzien. Ik leerde schrijven in de jaren '60 en zat op de middelbare school in de jaren '70, maar nadien zijn de regels veranderd. Ik schrijf dus nog wel eens 'kadootje', terwijl dat tegenwoordig 'cadeautje' moet zijn.

Wikipedia heeft een prachtig artikel over de Geschiedenis van de Nederlandse spelling. Het blijkt dat er tot in de 19e eeuw geen standaardspelling was. Er waren wel pogingen gedaan, maar algemeen geaccepteerd werden die niet.

Halverwege de 19e eeuw sloegen Nederlanders en Vlamingen de handen ineen en werd besloten om een Woordenboek der Nederlandse Taal samen te stellen, met een uniforme spelling, opgesteld door taalgeleerden De Vries en Te Winkel. Ze wilden een richtlijn geven, maar hun uitgangspunt was behoorlijk tolerant:

'De Vries en Te Winkel stelden onder meer dat aan eenieder die van mening is dat een woord anders zou moeten worden gespeld dan hun woordenboek voorschreef, het vrij moest staan dat dan ook te doen en dat woord op een afwijkende eigen wijze te schrijven, mits diegene die andere schrijfwijze maar kon beredeneren en er dan ook consequent in was.' (Wikipedia)

De Belgen voerden die nieuwe spelling in 1866 in, de Nederlandse overheid volgde wat later, in 1883 en 5 jaar later werd het ook de officiële spelling in Zuid-Afrika, waar toen het Nederlands nog de staatstaal was. Maar algemene tevredenheid was er niet. Al in 1891 kwam er een artikel, van taalkundige R. A. Kollewijn, waarin een vereenvoudiging bepleit werd. Alleen de Zuid-Afrikanen namen dat over.

In 1916 werd er een commissie aangesteld om te zien of er een compromis gevonden kon worden tussen De Vries / Te Winkel en Kollewijn. Na lang vergaderen werd door onderwijsminister Marchant, in 1934, een nieuwe spelling ingevoerd. Belangrijke veranderingen waren het verdwijnen van dubbele klinkers in veel woorden – een veelgebruikt instructieboekje heette 'Niet zoo, maar zo' – en het schrappen van de 'ch' in woorden als 'mensch' en 'visch'.

Er volgden nog meer wijziging in 1947 en '54, maar voor sommigen ging dat allemaal niet ver genoeg. Er werd toen ook al geklaagd dat schoolkinderen niet behoorlijk leerden spellen en de ingewikkelde regels niet begrepen. In de jaren '70, toen ik op school zat, volgde een ware spellingstrijd. Het meest radikaal waren de voorstellen van de Aksiegroep Spellingvereenvaudiging.

Zij stelden onder meer voor om een keuze te maken tussen 'ou' en 'au' en 'ei' en 'ij'. Niemand hoort immers het verschil, dus 'ou' en 'ei' kun je best schrappen. Een kip legde, volgens dat voorstel, dus een ij en stond 's winters in de kau. In veel woorden zou de 'c' moeten worden vervangen door een 'k', of 's'. Bijvoorbeeld 'vakantie' in plaats van 'vacantie', 'oktober' i.p.v. 'october' en dus 'aksie' i.p.v. 'actie'.

D's en t's in werkwoorden konden ook flink weggesnoeid worden. Er verscheen een brochure met de titel 'Ik hoop dat de spelling verandert wort'. 'De stelregel moest zijn "Waar men bij het uitspreken van het woord een t hoort, schrijve men dat woord met een t".' Dus 'hij wert gek' en 'zij wert gestoort'. Daarmee zou de geschreven taal beter aansluiten bij het gesproken woord.

Uiteraard kwam daar flink wat verzet tegen, hoewel ik het indertijd wel fijne plannen vond. De meeste van die voorstellen hebben het niet gehaald. Maar er is een periode geweest waarin voor veel woorden meerdere spellingswijzen geaccepteerd werden, al was er een officiële voorkeurspelling. In 1995 kwam er weer een wijziging en in 2006 nog een. De meeste vernieuwingen uit de jaren '70 werden daarmee teruggedraaid.

Ondertussen mag je best stellen dat er bij mij enige spellingverwarring is ontstaan. Ik doe er maar een gooi naar, laat mijn teksten lezen door mijn vrouw en haal ze door de spellingscontrole (of spellingcontrole, dat mag volgens Wikipedia ook) voor ik ze de wereld in stuur. Maar fouten zal ik altijd wel blijven maken.


 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 en deel 7 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 18 januari 2026

Ik had misschien een virtuoos trompettist kunnen worden


Met een goede vriend
had ik het er laatst over dat mensen misschien verborgen talenten hebben waarvan ze het bestaan nooit ontdekken. Als 60-plusser vroeg mijn vriend zich af waarom hij eigenlijk nooit een muziekinstrument had leren bespelen. Wie weet wat een virtuoos hij had kunnen worden ?

Het is iets dat ik me ook wel eens afvraag, bijvoorbeeld als ik naar sportwedstrijden zit te kijken. Is het geen toeval dat de wereldkampioen schaatsen juist in die sport uitblinkt ? Wat als hij in een warm land geboren was, waar nooit geschaatst wordt, of zoals ik, gewoon nooit had leren schaatsen ? Was hij dan wereldkampioen geworden in een andere sport ?

Lopen er ergens anders op de wereld misschien mensen rond die een enorm schaatstalent hebben, maar nooit op het idee gekomen zijn om te gaan schaatsen ? Dat geldt natuurlijk ook voor allerlei andere bezigheden. Een mens kan niet alles uitproberen en de meeste mensen blijven hangen bij dingen die ze toevallig leuk vinden, of waarvan hun omgeving zegt dat ze er goed in zijn. Of die hun vader en moeder, broers en zusters deden.

Ik heb zelf van alles gedaan. Getekend, geschilderd, gitaar gespeeld en gezongen. Vaak werd ik erom geprezen, maar het is geen valse bescheidenheid als ik zeg dat ik nooit een wereldtopper was. Een welgesteld artiest ben ik dan ook niet geworden. Maar misschien had ik zelf niet door waar mijn grootste talent zat ? Misschien had ik wel een virtuoos trompettist kunnen worden ? Of een toonaangevend architect ?

Als ik in een ander land geboren was had ik misschien een geweldig doedelzakspeler kunnen worden, of van wezenlijk belang kunnen zijn geweest voor de ontwikkeling van de Calypso muziek. Ik heb wel eens met iemand gesproken die dacht dat hij van mij een operazanger kon maken. Dat heb ik vriendelijk afgewezen, maar misschien was dat een enorme vergissing ?

Misschien heb ik het ook teveel in de artistieke hoek gezocht ? Het zou best kunnen dat ik, als ik er mijn best voor had gedaan, een heel goede politicus had kunnen zijn. Een topdiplomaat, een wereldleider die de mensheid naar een betere toekomst voerde. Of misschien had ik een computerspel kunnen bedenken waar miljoenen mensen aan verslaafd zouden zijn geworden.

Of een wetenschapper die grootse ontdekkingen deed. Okee, ik was op school geen enorme hoogvlieger, maar dat was Albert Einstein ook niet. Wie weet wat ik had kunnen bereiken als ik me niet had laten afleiden door tekenpennen en gitaarsnaren ?

Zo geredeneerd is de zorgelijke toestand van de wereld, grotendeels, te danken aan mijn slechte loopbaankeuzes. Al hadden sommige andere mensen misschien ook beter een ander pad kunnen kiezen. Het is natuurlijk ook te simpel gedacht. Niet iedereen kan zomaar alles worden wat hij, of zij, wil. Dat is de Amerikaanse droom: Als je maar goed je best doet...

Maar misschien zijn er echt wel mensen met een verborgen talent ? Zolang dat verborgen blijft zullen we het nooit weten. Maar, om eerlijk te zijn, ben ik best tevreden met mijn bescheiden talenten en de gematigde successen die ze mij opgeleverd hebben. Om nu nog een heel andere richting in te slaan... Nee, teveel gedoe.

Mijn vriend dacht erover om een drumstel te kopen. Misschien zou hij zo een verborgen talent ontdekken en als drummer alsnog beroemd worden. Het zou kunnen. Je weet maar nooit. Maar misschien moet hij iets proberen dat minder lawaai maakt, met het oog op de buren. Er bestaan ook elektronische drumstellen, met een hoofdtelefoonaansluiting. Wellicht is dat een idee ?

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 11 januari 2026

Sneeuwpret en winterproblemen


Het is nog steeds winter
en er ligt sneeuw op de wegen. Je zou denken dat dat een probleem is voor iemand die zich verplaatst op een scootmobiel. Maar dat valt erg mee, zulke voertuigjes zijn opmerkelijk stabiel. Omvallen kun je haast niet en slippen doe je ook niet snel. Vooral als de sneeuw al wat aangereden is, door het verkeer, kun je er prima overheen.

Vrijdag door een sneeuwbui naar de supermarkt, maar de straten waren toen nog schoon. In het weekeinde viel er wat sneeuw bij, maar maandag was het geen probleem om bij de winkel te komen. Op de terugweg dacht ik: misschien kan ik beter langs de hoofdweg rijden, op de binnenwegen door de wijk lag best veel sneeuw, op het fietspad langs de hoofdweg is waarschijnlijk pekel gestrooid.

Dat was geen goed plan. Er was inderdaad gestrooid maar, omdat het weekend was en kerstvakantie, was er daarna nauwelijks overheen gereden. De halfgesmolten sneeuw was weer bevroren en dus hobbelde en bobbelde ik naar huis, terwijl het rijden over de ongepekelde sneeuw, op de heenweg, best soepel was gegaan.

Dinsdag viel er nog veel meer winterse neerslag. De kinderen uit de buurt maakten er 2 poppen van, op het grasveld. Ik begon me zorgen te maken. Ik zag hoe de benedenbuurvrouw de grootste moeite had om met haar auto weg te komen. 

De wielen slipten in de sneeuw die zich rond haar voertuig had opgehoopt. Er kwam een buurman helpen en later nog twee. Met z'n vieren schepten ze sneeuw weg en probeerden de auto op gang te duwen. Ze kwamen een paar meter ver, maar de mannen gaven het op. Die moesten zelf naar hun werk.

Er kwam een andere buurvrouw haar huis uit en de twee vrouwen schepten en schoven nog meer sneeuw aan de kant. Na een half uur lukte het toch. Maar na een paar meter stopte het autootje. De behulpzame buurvrouw riep nog: doorrijden. Maar de opgeluchte chauffeuse stapte uit om eerst haar redster te omhelzen. Buurvrouw kon op weg, maar haar problemen waren niet definitief voorbij.

Zou ik er de volgende dag nog wel door kunnen om boodschappen te doen ? Misschien was het verstandiger om ze thuis te laten bezorgen ? Een goed idee. Dat zullen meer mensen gedacht hebben, want toen ik op de website keek zag ik dat de bezorgdienst tot zaterdag volgeboekt was. Ik zou er dus weer zelf op uit moeten, of hulp vragen aan familie of vrienden.

We besloten dat ik het eerst zelf zou proberen en maakten een lijstje met genoeg etenswaren tot en met zondag. Ik las bij mijn internetvrienden dat de bezorgdiensten met dit weer ook niet erg betrouwbaar zijn. De een schreef dat hij niets ontvangen had. Een ander had bij 2 verschillende besteld, omdat ze dacht dat de een niet zou kunnen komen. Uiteindelijk bezorgden ze alle 2, maar wel veel later dan beloofd.

Ondertussen was het aantal sneeuwpoppen aangegroeid tot 5. Voor woensdag was heel veel sneeuw voorspeld. Vanaf 3 hoog was niet goed te zien hoe begaanbaar de weg was, maar het bleek erg mee te vallen. In de nacht was er niet veel bij gekomen en het sneeuwde maar licht toen ik om 7 uur op weg ging. Ik bereikte de Supermarkt zonder grote problemen en met maar een kleine omweg.

Ik stond, onder de luifel voor de ingang, de sneeuw van mijn jas en de scootmobiel te kloppen, toen een vrouwelijke klant me passeerde. 'Het lijkt wel Siberië', grapte ze in het voorbijgaan. Ik reed naar binnen en deed mijn boodschappen. In de nieuwsberichten was verteld dat er winkels waren met lege schappen, omdat er problemen waren met het bevoorraden. Ook dat viel mee, het was wel wat leger dan anders, maar ik kon alles krijgen wat ik wilde.

Opgelucht kwam ik een kwartiertje later weer thuis. Het was ondertussen harder gaan sneeuwen en er was een fikse wind opgestoken die wolken sneeuw van het dak blies. Op het balkon was het een komen en gaan van mezen, roodborsten, boomklevers, vinken, heggenmussen, kauwtjes, houtduiven en holenduiven. Ik probeerde het vogelvoer regelmatig aan te vullen en kreeg daarbij één keer een lading sneeuw, van het dak, in mijn nek.

De kinderen uit de wijk bouwden ondertussen een heuvel van sneeuw op het grasveld waar ze met hun sleetjes vanaf konden glijden. Van twee kleinere sneeuwpoppen waren sneeuwreuzen gemaakt, van wel 2 meter hoog. Donderdag dooide het en rolden de hoofden van de reuzen er af.

Vrijdagochtend was er regen en nog meer dooi. Ik zag voetgangers voorzichtig over de stoep glibberen en auto's stapvoets door de straat rijden. Toen ik weer een auto hoorde slippen en toeren maken bleek dat de buurvrouw weer vast stond. Dit keer was ze wel, van haar parkeerplek, de weg opgekomen maar daar vastgelopen in de halfgesmolten sneeuw. Er kwam een wit bestelbusje de bocht om, dat moest stoppen omdat ze de weg versperde. De chauffeur stapte uit en probeerde haar te helpen.

Even later kwamen er 3 buren naar buiten, met sneeuwschuivers en scheppen, maar verder dan een meter of 10 kregen ze de auto niet vooruit. Uiteindelijk wisten ze een parkeerplek wat verder in de straat vrij te maken en kon de onfortuinlijke buurvrouw daar haar auto parkeren.

Later belde een buurman of hij misschien boodschappen voor ons moest halen. Heel vriendelijk, maar we hadden onze maatregelen al getroffen en de dochter des huizes ingeschakeld. Vrijdagnacht meer sneeuw, zaterdag en zondag vorst (-9 vanochtend vroeg).

Maandag schijnt de winter voorbij te zijn...

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 en deel 5 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 4 januari 2026

Mijn naam werd omgeroepen


Het is winter.
Er ligt sneeuw op Soestdijk en het is koud. Met de scootmobiel boodschappen doen gaat nog best, maar lange wandelingen maken zit er niet in. Het zal geen toeval zijn dat ik van uitstapjes naar andere streken droomde.

In mijn droom waren we dus op vakantie. Mijn vrouw was mee, mijn broer, mijn vader en nog wat vagere vrienden en familieleden. We gingen een wandeling maken, maar als snel raakten mijn vrouw en ik de rest van de groep kwijt.

We wandelden door een golvend landschap, een vriendelijke mevrouw wees ons de weg naar het stadje dat we als einddoel hadden. De lucht was donker en in de verte hoorden we het donderen. Waar wij liepen bleef het gelukkig droog.

Even later waren we in het stadje. We wandelden wat rond en keken op de terrasjes of we onze reisgenoten zagen. In de verte zagen we een haventje waar een aantal antieke schepen lag. 17e eeuwse oorlogsschepen leken het, maar ik dacht dat het wel replica's zouden zijn, zoals de Batavia, bij Lelystad.

Op een pleintje vonden we een deel van ons reisgezelschap terug, op het terras van een café dat 'The Green Lady' heette, of misschien 'The Green Minnow'. De naam stond op de gevel, in groene neonletters. Het terras was vol, maar ik zag mijn vader niet. 'Die is vast naar die schepen toe', zei ik tegen mijn vrouw. 'Bestel jij wat te drinken, dan ga ik kijken of ik hem zie.'

Om bij het haventje te komen moest ik door een modern winkelcentrum. Ik zag een bordje dat me de goede richting op wees en ik kwam heelhuids aan de andere kant. Daar hoorde ik mijn vader praten met mijn ex-zwager J. Ze stonden achter een informatiebord. Ik liep er heen en zei dat die schepen er mooi uitzagen.

'Ja', zei mijn vader, 'maar het evenement is eigenlijk al afgelopen. Je kunt nog wel meevaren, als bemanningslid.'

Een van de schepen voer langzaam de haven uit, maar ik had niet veel zin om mee te gaan. Ik gaf mijn vader een arm en samen liepen we terug naar het café waar de rest van de groep zat. Het terras was nu helemaal leeg, op de ene tafel na, waar onze familie en vrienden zaten.

Het was even schuiven met stoelen en doorgeven van drankjes. Ik had tonic besteld, de persoon naast me een Belgisch biertje. Hij wilde er een schijfje citroen in een sneed een stuk af van de citroen die ik bij mijn tonic had gekregen.

Ik bedacht dat als de brouwers van dat bier hadden gewild, dat het naar citroen smaakte, ze daar bij het brouwen wel voor gezorgd zouden hebben. Daarna werd ik wakker.


Een paar weken later, een andere vakantiedroom.

We waren opnieuw op pad met een aantal familieleden. We verbleven in een stadje aan zee, of aan een rivier. In ieder geval aan het water, want mijn vrouw en ik gingen varen in een roeiboot. Na een tijdje legden we aan, bij een rotsige kust waar een wandelpad langs was.

Het was prachtig zonnig weer. We liepen een stuk, maar het was erg druk en ik raakte mijn vrouw kwijt tussen alle andere wandelaars. De omgeving was prachtig. Het pad was op sommige plaatsen overdekt, als een galerij, met overal uitzicht over het water.

Er vlogen exotisch gekleurd vogels rond en ik zag een kleine jongen die een muis gevangen had. Het was een mooie bruine muis met een witte donzige buik en een pluizig behaarde staart. Ik maakte me even zorgen over wat de jongen met het diertje zou doen, maar hij liet het vrij tussen de wilde planten langs het pad.

Mijn vrouw belde me op en vroeg of ik, op de terugweg, een zak ijsklontjes mee wou nemen. Ik baande me een weg tussen de vele toeristen en liep langs drukke terrassen en door eetzalen, tot ik bij een ruimte kwam waar, aan verschillende tafels, mijn familieleden zaten.

Over de intercom werd mijn naam omgeroepen. Of ik de roeiboot, die ik gehuurd had, terug wou brengen naar het beginpunt. Ik gaf de spullen die ik bij me had, de zak ijsklontjes en de tas van mijn vrouw, aan mijn familie en vroeg of mijn broer zolang op mijn rugzak wilde passen.

Daar had hij geen zin in. Ik schold hem uit maar dat kwam me op een bestraffende blik van mijn moeder te staan. Ik zei dat het maar een grapje was en ging, met rugzak, op weg naar de plek waar we de roeiboot achter hadden gelaten.

Natuurlijk liep ik eerst verkeerd. Ik werd wakker voor ik hem teruggevonden had. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 en deel 4 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 28 december 2025

Nog een boek over Paul McCartney ?


Je zou denken
dat ik na het lezen van 'Wings', het boek over Paul McCartney in de eerste 10 jaar na het uit elkaar gaan van The Beatles, wel even genoeg gelezen had over de voormalige Beatle. Maar ja, het algoritme van mijn digitale boekverkoper weet ook dat ik dat boek gelezen heb en algoritmes geven je altijd meer van hetzelfde.

Dus kreeg ik een mail over het boek 'Paul McCartney – The Biography', geschreven door Philip Norman. Ik had me daar niets van aan kunnen trekken, maar de boekverkoper wilde voor de e-boek versie maar 3 euro hebben. Ik twijfelde. Iedereen kan wel boeken over The Beatles schrijven. Wie was die Norman nou helemaal ?

Het blijkt dat Philip Norman een muziekjournalist is met nogal een reputatie. Hij schreef lange tijd artikelen voor het respectabele Engelse dagblad The Times en daarnaast een hele reeks biografieën. The Rolling Stones, Buddy Holly, Elton John, John Lennon, Mick Jagger en Eric Clapton waren onderwerp van zijn publicaties. En voor de krant schreef hij, onder meer, over James Brown, Little Richard, the Beach Boys, Fleetwood Mac, Rod Stewart en the Everly Brothers.

Zijn eerste boek ging over The Beatles en hoewel niet onomstreden, was het wel een groot succes. 'Shout ! – The Beatles in Their Generation', dat verscheen in 1981, was een bestseller en wordt omschreven als een zeer gedegen portret van de band en de jaren '60. Het wordt ook bekritiseerd vanwege de slechte rol die Paul McCartney er in krijgt toebedeeld.

Volgens Norman was John Lennon het grote genie achter de groep en was de inbreng van McCartney van veel minder belang geweest. Voor het uiteenvallen van de band wijst hij Paul juist aan als schuldige. Nadat ik dat gelezen had was ik toch benieuwd hoe hij McCartney zou behandelen in een lijvige biografie. Zou het een boek zijn waarin hij Paul er flink van langs geeft ? Dat zou nogal een contrast zijn met 'Wings', waarbij de muzikant zelf nauw betrokken was en waarin hij juist in een behoorlijk positief licht wordt gezet.

Okee, Paul komt in zijn eigen boek naar voren als een nogal impulsief persoon, die bandleden, vrouwen, kinderen en huisdieren meesleepte op tournee. Die plaatopnamen wilde maken op exotische locaties als Nigeria en de Maagden Eilanden. Die verschillende keren aangehouden werd, met flinke hoeveelheden marihuana in zijn bagage en daardoor zelfs in een Japanse gevangenis belandde. Maar dat vergeef je hem allemaal, vanwege zijn charmante persoonlijkheid en zijn werklust. En natuurlijk ook vanwege de leuke muziek die hij tussendoor maakte.

Gaat die Norman daar in zijn boek nou allemaal brandhout van maken ? Jullie begrijpen dat ik het e-boek kocht. Direct in het eerste hoofdstuk werden mijn gespannen verwachtingen flink getemperd. De schrijver begint met verklaren dat hij van jongs af aan een enorme fan was van The Beatles en dat, van de vier groepsleden, Paul McCartney zijn grootste idool was.

Paul, die vriendelijke jongen, met het onschuldige gezicht en de trouwe hondenogen en die leuke vriendin. Norman bekent dat hij lange tijd wilde dat hijzelf Paul McCartney was. Hij vertelt hoe hij, aan het eind van de jaren '60, als aankomend verslaggever eens, met een paar collega's, in de kleedkamer van The Beatles belandde. Die waren bezig aan hun allerlaatste, Britse tournee en de jonge Norman was er op af gestuurd om te proberen wat vragen te stellen.

Dat lukte wonderwel. Hij was blij verrast door de vriendelijke en ontspannen ontvangst. Hij babbelde wat met John Lennon en Paul McCartney en mocht zelfs even de basgitaar van Paul vasthouden. Uiteindelijk werd hij, door de chauffeur van de groep, de kleedkamer uitgezet. Maar die ontmoeting was een herinnering om te koesteren.

Hoe hij dan toch zo negatief over Paul had kunnen schrijven legt hij ook uit. Hij was enorm teleurgesteld toen The Beatles ermee stopten. McCartney had bovendien zijn leuke vriendin, de actrice Jane Asher, aan de dijk gezet en zich, met de nogal kleurloze Linda Eastman, teruggetrokken op zijn Schotse schapenboerderij.

Het algemeen geaccepteerde verhaal, in die jaren, was dat Paul de stekker uit de groep getrokken had en dat het hem vooral om het geld te doen was. Zijn ruzie met John Lennon werd, in de pers, flink uitvergroot en Philip Norman ging daarin mee. In zijn boek over Paul geeft hij ruiterlijk toe dat het allemaal een stuk genuanceerder was gegaan dan hij indertijd dacht.

Toen hij in 2008 bezig was aan zijn boek over John Lennon zocht hij, met enige schroom, contact met McCartney. Hij zat met een paar vragen, maar aarzelde, omdat hij wist dat Paul niet blij was geweest met de manier waarop hij in dat eerdere boek, 'Shout !', beschreven werd. Het leidde tot een mailwisseling waarin hij, zonder problemen, de informatie kreeg waarom hij vroeg.

Dat gaf Norman de moed om, een paar jaar later, McCartney opnieuw te benaderen. Hij vond dat er, in eerdere biografieën, teveel nadruk was gelegd op Pauls periode in The Beatles en dat zijn sololoopbaan, die op dat moment al 40 jaar duurde en heel succesvol was, er maar bekaaid vanaf kwam. Tot zijn verrassing belde Paul hem op en hadden ze een prettig gesprek, waarin Paul niet direct zijn medewerking toezegde, maar wel toestemming gaf om mensen uit zijn omgeving te interviewen.

Zo begint de biografie, die verscheen in 2013, op een veel vriendelijkere manier dan ik verwachtte. In de hoofdstukken die erop volgen wordt het leven in Liverpool, van vlak na Wereld Oorlog II, liefdevol omschreven. Mij benieuwen of er verderop nog kritische noten gekraakt gaan worden. 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 21 december 2025

Miss Silver, of Miss Marple ?


De laatste maanden
heb ik een aantal detectiveromans gelezen van Patricia Wentworth. Als je haar opzoekt, op Wikipedia, dan lees je dat ze een lange reeks boeken heeft geschreven met een oudere, vrouwelijke speurder, miss Maud Silver, als hoofdpersoon. De boeken worden Miss Marple-achtige, klassieke misdaadromans genoemd.

Laat ik voorop stellen dat ze leuk zijn om te lezen, als je houdt van verhalen die in de betere kringen spelen, niet al te gewelddadig zijn, wat romantiek bevatten, maar toch spannende momenten hebben. Wentworth laat in de vijf boeken die ik gelezen heb, het verhaal telkens spelen rondom een jongedame, die in de problemen komt. Meestal gaat het om een erfenis, geld of een groot landgoed, waar anderen het op gemunt hebben.

Miss Silver is vaak lange tijd uit beeld. In de eerste 3 boeken komt ze pas tevoorschijn als de hoofdpersonen echt niet meer weten hoe ze verder moeten. Bij boek 4 is ze wel direct aanwezig, maar wordt het verhaal vervolgens overgenomen door een jonge vrouw, die ze in de trein ontmoet. We zien Miss Silver pas weer terug, halverwege het boek, maar haar adviezen worden grotendeels genegeerd en met de afloop heeft ze ook weinig te doen.

Dat is bij de andere boeken wel anders. Daar duikt ze pas laat op, maar is het aan haar kordate ingrijpen te danken, dat de hoofdpersonen alles overleven en elkaar in de armen kunnen vallen. De verhalen spelen in de jaren '20, '30 en '40 van de vorige eeuw, deel 5 in Wereld Oorlog II, grotendeels in en rond Londen, waar Miss Silver haar kantoor heeft.

Dan de vergelijking met Miss Marple, de heldin in een reeks boeken van Agatha Christie. Beide detectives zijn dames van gevorderde leeftijd, die onopvallend hun gang kunnen gaan, omdat ze door hun omgeving niet al te serieus genomen worden. Maar er zijn grote verschillen. Miss Marple woont in een klein dorpje en vergelijkt, bij het oplossen van de misdaden die ze tegenkomt, de personages in het mysterie met de mensen die ze uit haar dorp kent.

Miss Silver is een professionele detective, die een eigen kantoor heeft. Ze staat haar cliënten wel te woord met een breiwerkje op schoot, maar dat maakt haar niet minder scherp en opmerkzaam. Als het er op aankomt heeft ze een efficiënt netwerk, om aan inlichtingen te komen en een klare blik op de problemen die ze op te lossen krijgt.

Het is dus de vraag of je haar Miss Marple-achtig kunt noemen. Ook omdat het maar de vraag is wie van de 2 er eerder was. Het eerste boek over Miss Silver verscheen in 1928. De eerste Miss Marple roman pas in 1932. Maar dat wil niet zeggen dat Agatha Christie het idee van Wentworth afgekeken zou hebben. Miss Marple was al eerder opgedoken, in een kort verhaal uit 1927.

Het lijkt erop dat de beide schrijfsters ongeveer op hetzelfde moment op het idee kwamen om een onopvallende, oudere dame, als detective in te zetten. Het is meer de beroemdheid van Christie die er toe geleid heeft dat Miss Silver nu Marple-achtig genoemd wordt.

Niet dat Patricia Wentworth geen bekendheid had, in haar tijd. Ze was behoorlijk succesvol en publiceerde tientallen romans, niet alleen over Miss Silver, maar ook met andere speurders. Ze won in 1910 een prijs voor haar boek 'A Marriage Under The Terror', dat speelt tijdens de Franse revolutie. Een aantal van haar boeken verscheen als feuilleton in Britse kranten.

Patricia Wentworth heette eigenlijk Dora Amy Elles en was de dochter van een hoge Britse officier, die diende in India. Daar werd ze, in 1877, geboren. Ze trouwde zelf tweemaal, beide echtgenoten waren militairen, maar in haar romans kwam ik pas in deel 5 een paar RAF-piloten tegen, maar dat speelt dan ook in WO II.

Een van haar stiefzonen kwam om in de Eerste Wereldoorlog en naar hem noemde ze zich Wentworth, bij het publiceren van haar boeken. Ze overleed in 1961, ze was toen 83 jaar oud. Wikipedia vermeldt nog dat haar nalatenschap geschat werd op ruim 24.000 pond. In die tijd een flink kapitaal.

Haar boeken worden nog steeds gedrukt en zijn ook, heel voordelig, verkrijgbaar als e-boek. Mijn online boekverkoper heeft ze in het Engels, Nederlands, Duits, Frans en Italiaans. De meeste hebben fraaie omslagen, die niet zouden misstaan in de Bouquetreeks, maar laat je daar niet door tegenhouden. De boeken zijn echt de moeite waard.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 en deel 2 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.