donderdag 29 september 2011

Het lijkt wel zomer in het park


Maar de grond is al bezaaid met beukennootjes...


...en de boomkruinen beginnen al te verkleuren.


Vanuit mijn raam is dat nog beter te zien. 
Het wordt dus echt herfst...


dinsdag 27 september 2011

Van John Lennon, via Brandy Alexander, naar Ron Sexsmith



Hoe langer je op dat internet rondkijkt, hoe meer je er van overtuigd raakt dat alles met alles te samen hangt.

Afgelopen zondag plaatste ik een verhaal over de Amerikaanse singer-songwriter Jesse Winchester. Ik was een mooi filmpje van hem tegen gekomen, per ongeluk eigenlijk, want ik was op dat moment op zoek naar muziek van Ron Sexsmith. Dat is een Canadese zanger waar collega-blogger Glaswerk laatst een blog aan wijdde.

Een dag later bekeek in de film 'Imagine – John Lennon', uit 1988, die ik te leen had van mijn muzikale vriend M. Het is een mooie documentaire die, met behulp van fraai foto- en filmmateriaal, een beeld schetst van het leven van de, in 1980, vermoorde Beatle.

Lennon heeft naast grote successen ook perioden met drank- en drugsproblemen meegemaakt. In de film noemt hij op een zeker moment de naam Brandy Alexander, zijn favoriete drankje. Hij omschrijft het als cognac met melk.

Bij mij deed dat een belletje rinkelen. Brandy Alexander's & the Wall of Sound is een bootleg, een niet officieel uitgebrachte cd, van John Lennon. De plaat bevat alternatieve versies en oefen-sessies voor wat uiteindelijk, in 1975, de lp 'Rock 'n' Roll' zou worden.

Ik had, in mijn onschuld, nooit de connectie tussen Brandy Alexander en drank gelegd. Maar ik had natuurlijk beter moeten weten. Lennon leefde in die periode gescheiden van Yoko Ono en ging zich te buiten aan alcohol. Op de cd staat, onder meer, een ladderzatte opname van het nummer 'Just because'.

Het is verbazend dat die opname bewaard is gebleven. De zanger lalt en schreeuwt, met dubbele tong, onzinteksten en obsceniteiten. Het gekste is nog dat er geen eind aan lijkt te komen. Deze stomdronken opname duurt zeker twee keer zo lang als de lp-versie. Wie had er baat bij om Lennon, in die staat, op de band te zetten ? Of was iedereen in de studio strontzat ? Het beschamende resultaat is te beluisteren op YouTube.

Hoe dan ook. Ik klikte nog wat verder en kwam tot mijn verrassing terecht bij Ron Sexsmith ! Die zat op een zeker moment in een bar met de zangeres Leslie Feist. Zij vroeg wat het vreemde drankje was dat hij dronk en hij legde uit dat het Brandy Alexander was, de favoriete cocktail van John Lennon.

Een paar weken later stuurde zij hem een songtekst getiteld 'Brandy Alexander'. Hij maakte er muziek bij en beiden zetten een versie van het nummer op de plaat. Kijk maar op YouTube: De versie van Feist en die van Sexsmith 

Tot slot het recept voor Brandy Alexander zoals dat op Wikipedia staat: 20 ml cognac, 20 ml crème de cacao en 20 ml room. Mengen in een beker die half gevuld is met ijsklontjes, uitschenken en garneren met nootmuskaat.



zondag 25 september 2011

Jesse Winchester – De ontroering die een man met een gitaar kan oproepen



Het is een fragment uit een televisie-programma dat iemand op YouTube heeft gezet. Jaren '70 coryfee Elvis Costello ontvangt muzikale vrienden. Met z'n vijven zitten ze op een podium, voor een goed gevulde zaal. Costello in het midden, naast hem twee zangeressen en twee zangers, allen hebben een akoestische gitaar op schoot.

De zanger uiterst links is aan de beurt om een lied te zingen. Het is Jesse Winchester, een tamelijk onbekende singer-songwriter. Een beetje op leeftijd al, mager, grijs. Hij tokkelt losjes op zijn instrument en zingt met een hoge, wat hese stem.

Een melancholiek liefdesliedje is het, dat opmerkelijk genoeg 'Sham-a-ling-dong-ding' heet. Daarbij zou je eerder aan een rock-a-billy nummer denken, maar op de vloer stampen en in de handen klappen is er niet bij. Integendeel, de zaal is doodstil en ook de andere vier artiesten zitten ademloos te luisteren.

Tegen het eind van het nummer biggelt er een traan over de wang van de zangeres naast Winchester. En ook ik heb dan een brok in mijn keel. Als het applaus is weggestorven kan gastheer Elvis Costello niet anders dan opmerken dat hij er ondersteboven van is.

Het is niet voor het eerst dat ik onder de indruk raak van Jesse Winchester. Lang geleden zat hij in een van de reisprogramma's van Boudewijn Büch. Die had, in de jaren '70, een lp van hem gekocht en bleek een grote fan van het liedje 'Biloxi', dat op die plaat stond.

Na enig aandringen van Büch was Winchester bereid om het voor de camera te zingen. Zelfde magie ! De kracht van een man met een gitaar. Geen virtuositeit, maar eerder aarzelende gitaarklanken, een ontroerend lied en die van melancholie doordrenkte stem.

Niet lang daarna kocht ik, in onze plaatselijke cd-winkel, een dubbel-cd van Jesse Winchester. 'Biloxi' stond er op en een hele reeks andere liedjes uit de jaren '70. Sommige ook mooi, andere wat al te druk begeleid. Helaas weinig zo sober gezongen, met enkel gitaarbegeleiding.

Winchester blijkt wel een reden te hebben voor een melancholieke kijk op de wereld. In de jaren '60 ontvluchtte hij de VS, om aan de dienstplicht en uitzending naar Vietnam te ontkomen. Tot 1976 verbleef hij, als het ware in ballingschap, in Canada. Daar maakte hij zijn eerste platen, maar tournee's waren niet mogelijk.

Later, toen de Vietnam-weigeraars gratie hadden gekregen, bleek hij de muzikale boot gemist te hebben. En misschien was hij ook niet echt in de wieg gelegd voor een leven als rock & roll ster. Hij had enig succes als liedjesschrijver voor anderen maakte ook zelf nog wel platen, maar grote hits bleef uit.

Op internet lees ik dat zijn laatste cd, 'Love filling station' uit 2009, zeer de moeite waard moet zijn. Het fraaie 'Sham-a-ling-dong-ding' staat er op, dus dat is al een aanbeveling.

Bij Wikipedia vind ik het verontrustende nieuws dat er, dit jaar, bij Jesse Winchester slokdarmkanker is geconstateerd. Dat is ook het bericht dat op zijn eigen website staat. Alle optredens zijn voor de rest van het jaar afgezegd.

Hopelijk is dit niet het tragische einde van het verhaal. Voor 2012 staan op de website wel drie nieuwe optredens aangekondigd...

Kijk hier voor het YouTube-filmpje van 'Sham-a-ling-dong-ding' . Verder zijn op internet voornamelijk amateuropnamen van Jesse Winchester te vinden, helaas geen echt goede van het nummer 'Biloxi'. Ik vond wel deze versie gezongen door Ted Hawkins...

Het verhaal van Boudewijn Büch staat op de website van de VARA.


De Strip: Dit deel van het Stripmannen-vervolgverhaal is weer gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 - deel 2 en deel 3 van deze episode... 


Wordt volgende week vervolgd...

Bezoek ook de website van  de Geheimzinnige Hulpman !


Lees ook de vorige hoofdstukken: De Wind - Snuf de Hond - Muzikale Droom - Theo en Francien - Motorfietsen en Sportwagens - De Klaveet - Hot City - Teringhond - Het is niet wat je denkt - Zork - Slapend rijk - Hoe het verder ging met Theo  en In het Theater



donderdag 22 september 2011

Een bos hooi met blauwe bloemetjes




Begonnen als piepkleine groene puntjes, daarna een blauwe wolk boven een groene zee, eindigen mijn zelf gezaaide lobelia's als een bos hooi met blauwe bloemetjes. Ze bloeien nog steeds, maar doen geen moeite meer om op groene, levende plantjes te lijken.

Je ziet dat vaker bij organismen die aan het eind van hun leven zijn. En ergens zal er wel een wijze les in zitten. Wat doet de uiterlijke schijn er nog toe, als je nog een laatste ronde blauwe bloemetjes kunt produceren ?


Elders op het balkon is de sedum, of hemelsleutel, in bloei gekomen. Ook diens bladeren zijn al aan het verkleuren. Maar dicht tegen de aarde zitten hier ook al uitlopers voor het volgende voorjaar...


woensdag 21 september 2011

Met de schefflera gaat het goed !

25 augustus 2011

 Bij alle sombere berichten over de economie en dreigende bezuinigingen
is er gelukkig ook goed nieuws.

6 september 2011
De stek die ik een paar maanden terug maakte van de schefflera doet het geweldig. 

21 september 2011
 Het is een gemakkelijke plant, die geen subsidie nodig heeft, dat scheelt...

Jong blad groeit gratis...
Al was het voor de economie waarschijnlijk beter geweest als ik de oude plant weg had geworpen en een nieuwe had gekocht bij de erkende vakhandel. Maar, ja, dat kan ik me, als dubbelgepakte chronisch zieke, dan weer niet veroorloven...

Kijk hier voor mijn vorige schefflera-blog


zondag 18 september 2011

Van een voortuin in Soest naar de muiterij op de Bounty



Het internet is prachtig. Je kunt er antwoord vinden op al je vragen. Allerlei verschillende antwoorden ook, zodat er altijd wel een bijzit dat je bevalt. Maar je moet je informatie nooit van maar één site halen. Altijd even verder kijken.

Wanneer, bijvoorbeeld, moet je een nestkastje schoonmaken ? Vorig jaar, na het mislukken van het pimpelmezen broedsel, heb ik het kastje direct leeggehaald en met heet water schoon gespoeld. Dit jaar vloog er een dozijn jonge mezen uit en had ik minder haast. Wat zou nu het aangewezen moment zijn is om er iets aan te doen ?

Direct na het broeden, las ik op de eerste website die ik bezocht. In februari of maart, vóór het nieuwe broedseizoen, was het oordeel van website twee. Gelukkig staat er op de site van vogelbescherming dat september of oktober het beste is. Dat komt me prima uit !

Soms kom je zo, al zoekend op internet, de gekste verbanden tegen. Laatst maakte ik een paar foto's van twee slangendennen die, niet zo ver van elkaar, in twee verschillende voortuinen in ons dorp staan.

Op zoek naar informatie over die bomen vond ik dat ze tot een zeer oude plantenfamilie behoren. In Zuid-Amerika kwamen ze al voor in het Jura-tijdperk, zo'n 150 miljoen jaar geleden. Het Jurassic dus, bekend van de dinosaurussen-film.

Leden van deze plantenfamilie komen, behalve in Zuid-Amerika, ook voor op een aantal eilanden in de Grote Oceaan, ten oosten van Australië. Bijvoorbeeld op Norfolk Island, waar je de Norfolk pine kunt vinden. De boom staat zelfs afgebeeld op de vlag van het eiland.

Zoals veel eilanden in die regio hebben ook deze een koloniale geschiedenis. Norfolk Island was onbewoond toen de Engelse ontdekkingsreiziger, James Cook, er in 1774 langs voer en het zijn naam gaf. De Engelsen gebruikten het vervolgens als gevangenis tot het, in 1855, aan de nazaten van de muiters van de Bounty toegewezen werd als verblijfplaats.

Dat is het mooie van internet ! Zo ben je in een voortuin in Soest en zo zit je middenin de beroemdste muiterij uit de geschiedenis. Voor wie het verhaal niet kent: De Bounty, een Brits marinevaartuig, voer in 1787 uit om stekken van de broodboom, een andere Polynesische plant, op te halen in Tahiti.

Op de terugtocht brak er, op 28 april 1789, muiterij uit, ter hoogte van het eiland Tonga. Er vielen geen doden of gewonden, maar de kapitein van het schip, William Bligh, werd wel met 18 bemanningsleden van boord gezet. Het lukte hen om, in een kleine sloep, de Nederlandse haven Kupang, op het eiland Timor, te bereiken.

De muiters probeerden zich ondertussen te vestigen op het eilandje Tubai, maar werden verdreven door inlanders. Een deel besloot terug te gaan naar Tahiti, waar ze netjes door hun makkers met de Bounty naartoe werden gebracht en uiteindelijk opgepakt werden door de Britse autoriteiten.

De 9 overgebleven kapers vonden, met een aantal van Tahiti ontvoerde mannen en vrouwen, een wijkplaats op het eiland Pitcairn. Een goede plek want dat eiland stond op de zeekaarten op een verkeerde plaats aangegeven. Pas 25 jaar later meerde het eerste Britse schip er aan.

De oorspronkelijke kapers hadden elkaar intussen, op 1 na, uitgemoord. Maar bij de inlandse vrouwen hadden ze wel een paar dozijn kinderen verwekt. In 1855 was het aantal nakomelingen zo gegroeid dat Pitcairn te klein voor ze werd, dus werden ze overgebracht naar Norfolk Island.

Het verhaal van de muiterij is meermaals verfilmd. In 1984 nog, als The Bounty, met Athony Hopkins en Mel Gibson in de hoofdrollen. Een voor een eerdere film, met Marlon Brando, gebouwde replica van het schip vaart nog steeds over de wereldzeeën.

Bronnen: Het internet in het algemeen en Wikipedia in het bijzonder...


De Strip: Dit deel van het Stripmannen-vervolgverhaal is weer gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 en deel 2 van deze episode... 


Wordt volgende week vervolgd...

Bezoek ook de website van  de Geheimzinnige Hulpman !


Lees ook de vorige hoofdstukken: De Wind - Snuf de Hond - Muzikale Droom - Theo en Francien - Motorfietsen en Sportwagens - De Klaveet - Hot City - Teringhond - Het is niet wat je denkt - Zork - Slapend rijk - Hoe het verder ging met Theo  en In het Theater



vrijdag 16 september 2011

Odilon de naaktkat ontmoet een stel paddenstoelen


En viert vandaag zijn 7e verjaardag...!
De paddenstoelen zijn gemaakt door Martin Roos (foto 1 en 3 door Esther)

woensdag 14 september 2011

De slangenden



Deze twee slangendennen, in het Latijn 'araucaria araucana', ook wel bekend onder de naam 'apenboom' of 'apentreiter', staan, niet zo ver van elkaar, in twee verschillende voortuinen in ons dorp.

Het zijn bijzondere bomen, met slanke takken die bedekt zijn met puntige schubben. Dat reptielachtige uiterlijk is de aanleiding voor de Nederlandse benaming. De boomsoort komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, de Latijnse naam verwijst naar de Auracana-indianen die leefden op de grens van Chili en Argetinië.

De naam 'apentreiter' is afgeleid van het Engelse 'Monkey puzzle tree'. De boom werd, in de 18e eeuw, voor het eerst door westerse botanisten beschreven. In de 19e eeuw werd hij hier en daar in Groot-Brittannië aangeplant. Een verbaasde Engelsman moet toen uit hebben geroepen dat een aap wel moeite zou hebben om in zo'n boom te klimmen.

Als de boom jong is heeft hij een symmetrische vorm en ziet hij er uit als een vreemd model kerstboom. Vanwege dit decoratieve uiterlijk wordt hij nogal eens in tuinen aangeplant. Het is echter een tamelijk snelle groeier en de schubben hebben scherpe punten. In een kleine tuin is het dus al snel een ongewenste plant.

Eenmaal volwassen kan het een indrukwekkende boom worden. Tot 40 meter hoog, met een stam van 2 meter in doorsnee. En er komen knoeperts van dennenappels aan, met zaden die eetbaar zijn. Maar voor die er zijn moet je minimaal 40 jaar wachten.

Het uiterlijk van de boom is dan veranderd, van een symmetrische kerstboom in een lange, kale, rechtopgaande stam, met bovenin een paraplu-vormige kruin. Ze werden wel gebruikt om scheepsmasten van te maken. Door houtkap is de boom in zijn oorspronkelijke omgeving schaars geworden.



Aan de foto's is goed te zien dat de boom tweehuizig is. Dat wil zeggen dat er vrouwelijke en mannelijke bomen zijn. De grote groene 'dennenappels' zijn de vrouwelijke vorm, de kleinere bruine de mannelijke. Bevruchting gaat door de wind.


De slangenden is een zeer oude soort. Zo oud dat men ze wel levende fossielen noemt. De boom was er al ten tijde van de dinosauriërs, miljoenen jaren geleden dus. Men denkt dat zijn puntige bladeren een afweer zijn tegen die gulzig grazende reuzen.


Zie op Wikipedia: Slangenden, of uitgebreider in het Engels 
  
Op het blog van Antoinette Duijsters zijn foto's te zien van stukken versteend hout van de Slangenden... 
 

maandag 12 september 2011

De regenboog van gisterenavond



Het begon al te schemeren, 
de zon scheen rozig onder de regenwolken door...


Een echte panorama-foto kan ik met mijn camera's niet maken. 
Maar met wat plakwerk kom ik een heel eind...

zondag 11 september 2011

Is de mens goed of slecht ?



De meningen zijn verdeeld. Er zijn nog al wat mensen, die er van uit gaan, dat de mens slecht is en alleen maar uit is op eigen gewin. Anderen benadrukken juist het goede in de mens, de samenhorigheid en behulpzaamheid die ons als sociale dieren kenmerken.

De vraag, of we goed of slecht zijn, dringt zich op als we geconfronteerd worden met ernstige misdaden. Het is opvallend hoe gretig we ons van de daders distantiëren. Als het een buitenlander is, of iemand met een afwijkende religieuze of politieke standpunten, dan wordt hij al snel bestempeld tot terrorist.

Indien iemand uit ons eigen midden een gruweldaad begaat dan moet het wel een gestoorde gek zijn. De slechterik is in ieder geval nooit iemand waarmee we ons graag identificeren. Het is altijd een ander, die niet tot onze eigen kring behoort, of daaruit gestoten moet worden.

Afgelopen week werd er op de BBC een aflevering van Horizon uitgezonden, een wetenschappelijk programma, waarin geprobeerd werd een antwoord op de vraag te geven. Zijn wij goed of slecht ?

Baby's blijken al een sterk gevoel voor goed of kwaad te hebben. Bij soldaten ontstaan grote problemen als men ze tot nietsontziende moordenaars om probeert te vormen. Sterke aanwijzingen dus, dat er iets goeds in onze soort ingebakken zit.

Zijn gewelddadige moordenaars dan inderdaad abnormaal en dus geestelijk gestoord ? Onderzoekers hebben in ieder geval afwijkingen ontdekt in de hersenfuncties van psychopatische moordenaars. En genetici vonden een gen dat, bij de dragers ervan, het risico op ontsporingen flink verhoogt.

Een opmerkelijk fragment in de uitzending, was over een hersenonderzoeker die er achter kwam, dat er in zijn eigen stamboom misdadigers voorkwamen. Hij scande zichzelf en een aantal familieleden en vond één persoon met een afwijkend brein. Hijzelf !

Bij vervolgonderzoek bleek hij bovendien ook het 'misdadige'-gen te hebben. Waarom was hij dan geen misdadiger geworden ? Hij verklaarde dat uit de goede omstandigheden waarin hij was opgegroeid en het gunstige verloop van zijn verdere leven.

Een persoon met een psychopatische aanleg hoeft geen misdadiger te worden. Sterker nog: Psychopaten schijnen het heel goed te doen in het bedrijfsleven. Rechtlijnige en meedogenloze managers zijn het. Maar ook charmant en welbespraakt, waardoor ze charismatische leiders kunnen zijn.

Er zijn altijd mensen te vinden die een rechtlijnige, charismatische en welbespraakte leider willen volgen. Onderzoeker Robert Hare geeft echter ook een waarschuwing. Psychopaten kunnen in sommige bedrijfstakken, de financiële wereld bijvoorbeeld, succesvol en populair zijn. Maar ze kunnen ook grote schade aanrichten, omdat ze geen geweten hebben en alleen op eigen voordeel uit zijn.

De afwijkingen in de hersens van een psychopaat uiten zich vooral op emotioneel gebied. Ze hebben een vlak gevoelsleven, maar vooral een groot gebrek aan empathie. Ze missen het vermogen om zich in te leven in de gevoelens van een ander.

De laatste vraag die in het programma naar voren kwam was, of je het zo iemand kunt aanrekenen, als hij vreselijke misdaden begaat. Een psychopaat wordt geboren met een brein en een genetische aanleg, die samen een verhoogd risico vormen voor ontsporing. Daar kan hijzelf niets doen.

Het is een vraag waar we met z'n allen al geruime tijd mee worstelen. Moet je misdadigers straffen, of psychiatrisch behandelen ? Is er überhaupt een oplossing voor mensen met gevaarlijke storingen ?

Het tv-programma gaf er geen antwoord op. Al was er wel een voorbeeld van een moordenaar die de doodstraf ontliep, omdat zijn verdedigers konden aantonen dat hij het 'misdadige'-gen droeg. Dat kun je een stap in de goede richting noemen.

Het antwoord op de vraag of we goed of slecht zijn, moet dus misschien zijn of we met of zonder geweten geboren worden. En hoe we daar dan weer mee omgaan.

Zie ook Wikipedia over Psychopathie 

Horizon, van de BBC, is niet op internet terug te zien, maar het VPRO-programma Labyrint behandelde in april van dit jaar, voor een deel, dezelfde onderwerpen in de aflevering 'Zonder geweten'


De Strip: Dit deel van het Stripmannen-vervolgverhaal is weer gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik hier voor deel 1 van deze episode... 


Wordt volgende week vervolgd...

Bezoek ook de website van  de Geheimzinnige Hulpman !


Lees ook de vorige hoofdstukken: De Wind - Snuf de Hond - Muzikale Droom - Theo en Francien - Motorfietsen en Sportwagens - De Klaveet - Hot City - Teringhond - Het is niet wat je denkt - Zork - Slapend rijk - Hoe het verder ging met Theo   en In het Theater



donderdag 8 september 2011

Herinnering aan Kees Kousemaker (1942-2010)



'Kees Kousemaker leerde Nederland dat strips niet minderwaardig zijn. Sterker, dankzij hem kregen vele tekenaars eindelijk waardering.' Zo stond het, op 29 april 2010, in de Volkskrant, in een artikel over het overlijden van de oprichter van 'het beroemde Amsterdamse stripantiquariaat Lambiek'.

Het zou gek zijn als ik, al ben ik maar een onbekende amateur op stripgebied, geen herinneringen zou hebben aan Kees Kousemaker. Zeggen dat ik hem persoonlijk gekend heb, zou te ver gaan, maar er is een korte periode geweest dat ik vaak in zijn winkel te vinden was. Dat is wel al ruim 30 jaar geleden, hoor...

Ik was 17 jaar en had me op de middelbare school zo onmogelijk gemaakt, dat mijn ouders erin toestemden om me naar de Vrije Tekenacademie te laten gaan, in Amsterdam. Daar ontmoette ik Jan, die niet alleen zijn voornaam met mij gemeen had, maar ook een grote voorliefde voor het stripverhaal.

Jan sleepte me mee naar Lambiek, de sfeervolle zaak van Kousemaker, gevestigd in een souterrain aan de kerkstraat. Jan was vooral een fan van de Donald Duckverhalen van Carl Barks. Als kind had hij die al gelezen, maar zijn ouders hadden de tijdschriften niet bewaard. Nu was hij ze opnieuw aan het verzamelen.

Ik had een wat ruimere belangstelling en vergaapte me bij Lambiek aan de fraai uitgegeven boeken van Amerikaanse tekenaars als Walt Kelly en Will Eisner. Maar ook aan de antieke Kuifjes die er te koop lagen en de originele tekeningen die er hingen.

Veel geld om iets te kopen hadden we niet. Van de 10 keer dat we er kwamen kochten we misschien 2 keer, na lang wikken en wegen, een stripboek. Toch moet Kousemaker onze oprechte belangstelling voor het beeldverhaal opgemerkt hebben.

Na verloop van tijd begroette hij ons vrolijk. En vaak kwam hij dan achter de kassa vandaan om ons op een bepaalde prachtuitgave te wijzen. De in luxe band verzamelde strips over Little Nemo, bijvoorbeeld. 'Hier', zei hij dan op samenzwerende toon, 'moet je dit eens zien.' En drukte ons zo'n kostbaar boek in de handen.

We bladerden er dan likkebaarden doorheen, maar moesten het hem uiteindelijk weer teruggeven. 'Het is ontzettend mooi, meneer Kousemaker, maar hier hebben we echt het geld niet voor.'
Met gespeelde teleurstelling nam hij het boek dan weer van ons over: 'Dat gezeur over geld ook altijd.'

In de twee jaar dat ik in Amsterdam op school zat heb ik uiteindelijk toch de grondslag voor een leuke stripverzameling gelegd. En ook later hoorde stripwinkel Lambiek tot de vaste haltes bij een bezoek aan de hoofdstad.

Het is jammer dat Kees Kousemaker er nu niet meer is...

Dit verhaal is eerder geplaatst op het Volkskrantblog. Er zijn indertijd verschillende berichten verschenen naar aanleiding van het overlijden van Kees Kousemaker:

Bijvoorbeeld op de website van Lambiek 

RTV Noord-Holland (met fraaie cartoon van René Windig) 


NRC 



woensdag 7 september 2011

De dromen van Little Nemo



Gek eigenlijk dat ik niet eerder op zoek gegaan ben naar Little Nemo. Hij moet haast wel ergens in mijn achterhoofd gezeten hebben toen ik begin 2010 begon met het maken van droomstrips. Net als mijn alter ego, het kleine Jannemannetje, wandelt Nemo, een jongetje gekleed in nachthemd, door bizarre droomavonturen.

Een collega-Volkskrantblogger *) schreef over zijn voorliefde voor films waarin dinosaurussen voor komen. Ik moest daarbij denken aan een oud tekenfilmfiguurtje, Gertie the dinosaur, en meldde dat in een reactie.

De blogger attendeerde mij er op dat het filmpje met Gertie, dat dateert uit 1914, te zien en te downloaden is bij het Internet Archive. Toen ik daar ging kijken ontdekte ik dat de ondeugende dinosaurus een schepping is van Winsor McCay. En dat is ook de maker van de legendarische Little Nemo strips.

Het mooie is dat die Little Nemo strips ook allemaal terug te vinden zijn op internet, bij de Comic Strip Library. Gratis te bekijken, op groot formaat, want de copyrights zijn, 70 jaar na de dood van McCay in 1934, verlopen.

Daar zie je onmiddellijk dat Winsor McCay een geweldenaar was in wiens schaduw ik bij lange na niet kan staan. Zijn verhalen zijn zo fantasievol, surrealistisch en kleurrijk. Het prachtige tekenwerk is bijzonder gedetailleerd en verfijnd. Opvallend is zijn creatieve gebruik van de kaders en het perspectief.

Het stramien van de verhaaltjes is tamelijk simpel. De kleine Nemo ligt in zijn houten bedje te slapen en wordt door een helper van koning Morpheus gewekt om diens dochtertje te komen bezoeken, in het droompaleis.

De weg naar Slumberland, waar koning Morpheus resideert, is bezaaid met wonderlijke landschappen en bizarre figuren. Gaandeweg komt Nemo in de problemen. Hij verdwaalt in een paddenstoelenbos, wordt belaagd door vreemde steltlopers, of hij wordt meegenomen door een zeemonster.

Als hij er eindelijk in slaagt om in dromenland te komen, blijkt het bijzonder moeilijk om het paleis binnen te gaan. Is hij het paleis binnen dan gaat er van alles mis voor hij de prinses ontmoet. Enzovoort. Aan het eind van elke episode wordt hij wakker in, of naast zijn bedje. Moeder of vader komt hem troosten en vertellen dat alles maar een droom is geweest.

De verhalen verschenen tussen 1905 en 1927 in verschillende Amerikaanse dagbladen. Een groot succes was Little Nemo aanvankelijk niet, hoewel hij zeker zijn bewonderaars en navolgers had.

Echt beroemd werd de strip pas aan het eind van de 20ste eeuw. Striptekenaars uit die periode, zoals de Fransman Moebius, noemden McCay als een van hun voorbeelden. De strips werden in fraaie albums herdrukt en Nemo figureerde in films en videospelletjes.

Vergeleken met Winsor McCay ben ik maar een krabbelaar. Maar ach, iedereen moet het doen met de talenten en dromen die hij heeft...

Dit verhaal is eerder verschenen, in februari 2010, op het Volkskrantblog...

Zie voor Little Nemo op Wikipedia NL , of de uitgebreidere Engelse versie. Daar vind je ook links naar de biografie van Winsor McCay.

*) Ik kan, door het verdwijnen van het VK-blog, niet meer verwijzen naar de betreffende bijdrage. Maar als ik het goed heb was het dit verhaal van Paul Nijbakker, van 'Het Triumviraat', dat inmiddels te vinden is op Wordpress.

dinsdag 6 september 2011

Over Carol Voges, de enige professionele striptekenaar die ik persoonlijk gekend heb


Dit blog krijgt af en toe bezoekers die speciaal op de strips afkomen. Dat is niet zo gek, ik noem mezelf nog steeds de Stripman en dit is een voortzetting van een Volkskrantblog dat 'Het Stripblog' heette.

Toch kan het gebeuren dat de eerste bijdrage die je hier te zien krijgt een foto van een wolkenlucht met een vaag verhaaltje is. Voor wie een paar klikjes verder kijkt zijn er genoeg strips te vinden. Maar het leek me toch wel aardig om een paar oude verhalen, over strips en striptekenen nog eens te plaatsen. Dan komen de echte liefhebbers ook eens aan hun trekken.

Carol Voges is de enige professionele striptekenaar die ik persoonlijk gekend heb. Carol was een ontzettend aardige, warme en enthousiaste man, bereid om zelfs een amateur als ik ernstig te woord te staan en van advies te dienen, daarnaast hield hij van jazz en gezelligheid. Vlak na zijn overlijden, in 2001, schreef ik een verhaal over hem. In 2008 zette ik dat al eens op het Volskrantblog.

Bij het grote publiek was Carol Voges vooral bekend door het tekenen van de strip Pa pinkelman en Tante Pollewop, waarvoor Godfried Bomans de teksten schreef. De strip verscheen van 1945 tot ’52 in de Volkskrant en was erg populair. Daarvoor werkte Carol bij de studio’s van Joop Geesink en Marten Toonder. In later jaren maakte hij vooral veel illustraties bij kinderboeken en voor bladen als Donald Duck en Sesamstraat.

Eind jaren ’80 leerde ik hem persoonlijk kennen omdat zijn vriendin Anne in Soest woonde en de tekenclub van Artishock bezocht, de vereniging waarvoor ik toen het clubblad maakte, verhaaltjes schreef en stripjes tekende. Carol kwam ook wel eens op de tekenclub, waar je eens in de week model kon tekenen en op een zeker moment kwamen we elkaar tegen.

Hij complimenteerde me met mijn stripjes en zei dat hij best tips voor me had als ik daarin geïnteresseerd was. Natuurlijk was ik te verlegen om daar op dat moment op door te gaan, maar later heb ik hem een brief gestuurd en naar aanleiding daarvan hebben we in de bar van Artishock een uitgebreid gesprek over striptekenen gehad.

Hij tekende het een en ander voor, raadde me aan om vooral nooit iets weg te gooien, een mooie map met werk samen te stellen en mijn figuurtjes te voorzien van een ander model ogen. Tot op dat moment tekende ik ogen die uit niet veel meer dan een stip bestonden en Carol vond het verstandiger om daaromheen een cirkeltje te trekken, dat was handiger als de strips ooit ingekleurd zouden moeten worden.

Ik heb me aan zijn aanwijzingen gehouden, hoewel me dat tot op heden nog geen succesvol striptekenaar heeft gemaakt. Hetgeen overigens aan mijn eigen inzet verweten moet worden, zeker niet aan Carol.

In de daaropvolgende periode kwam ik hem regelmatig tegen op feestjes bij gezamenlijke kennissen of bij Artishock en vaak informeerde hij belangstellend naar mijn vorderingen. Toen ik hem op een zekere dag meedeelde niet langer een professionele tekencarrière na te streven vond hij dat jammer, maar als ik het leuker vond om voor mijn plezier te tekenen was dat natuurlijk ook goed.

Op een van de feestjes had ik mijn gitaar bij me en kroop Carol achter de piano. Het was al laat en onze samenwerking klonk ongetwijfeld meer enthousiast dan muzikaal. Carol was trouwens meer drummer dan pianist en in die hoedanigheid heb ik ook nog eens samen met hem gespeeld.

In zijn tekenwerk was hij een precieze vakman, maar als drummer ging hij veel intuïtiever te werk. Hij stoorde zich niet erg aan maat en ritme, maar probeerde vooral de sfeer van de muziek te pakken en van rake klappen te voorzien. Voor ons rechtlijnige muzikanten was hij daardoor vaak moeilijk te volgen.

In latere jaren heb ik Carol uit het oog verloren en zijn dood, in 2001, kwam voor mij onverwacht. Ik had ook geen idee dat hij al 75 was, voor mij leek hij nog nauwelijks 60.


Zie ook: Carol Voges op Wikipedia en een uitgebreidere levensbeschrijving op lambiek.net

zondag 4 september 2011

Van Eric Clapton naar mij, in een paar stappen



Het is een populaire theorie dat iedereen op de wereld in contact staat, met elk ander persoon op Aarde, via slechts 6 tussenstappen. Of het echt zo is weet ik niet maar met sommige beroemdheden kan ik de link zelfs nog sneller leggen. Al is het de vraag of dat altijd via persoonlijke contacten is.

Laatst kwam ik er bijvoorbeeld achter dat, de wereldberoemde gitaarheld, Eric Clapton, op een gitaar van hetzelfde merk speelt als ik zelf. Dat zou niet veel zeggen, ware het niet dat het om tamelijk exclusieve gitaren gaat, die met de hand gebouwd zijn, door de Ierse gitaarbouwer George Lowden.

Het ligt voor de hand dat George en Eric elkaar wel eens ontmoet hebben. En anders is Eric toch zeker een bekende van één van de andere gitaristen, die hun instrument door Lowden hebben laten ontwerpen en bouwen.

Hoe kom jij, eenvoudige Stripman en middelmatig gitaarspeler, dan aan zo'n bijzondere gitaar. Welnu dat is simpel, ik heb hem ruim 25 jaar geleden, tweede hands gekocht, bij een muziekwinkel in Amersfoort. In die jaren zag je de Lowden gitaren wat vaker dan tegenwoordig, omdat ze toen, in licentie gebouwd werden, in Japan.

Daar zit hem wel het zwakke punt van mijn verhaal. Hoewel George Lowden op zijn website schrijft dat hij tussen 1980 en '85 regelmatig in Japan was, om ter plaatse de productie van de gitaren te begeleiden en de kwaliteit te controleren, is het niet voor 100% zeker dat hij mijn gitaar ook echt in handen heeft gehad.

Maar kom, een kniesoor die daar op let ! De Japanse periode van Lowden was een uitkomst voor mensen zoals ik. Alleen in de tijd werden er gitaren van het merk op de markt gebracht, die ook voor liefhebbers met een kleine beurs te betalen waren.

Nadien is Lowden doorgegaan met het bouwen van prachtige, exclusieve en behoorlijk dure instrumenten, maar dan in zijn eigen atelier in Ierland. De pogingen in de jaren '90, om daar een gitaarfabriek van de grond te krijgen, wat de productiekosten zou drukken, zijn uiteindelijk in 2003 gestaakt.

Lowden bouwt zijn gitaren nu weer allemaal in eigen werkplaats, geholpen door een kleine groep assistenten. Op zijn website zijn de prachtige resultaten te zien. Mijn gitaar (zie hier voorfoto's) is wel wat eenvoudiger en meer echt toe recht aan, maar hij speelt, na 25 jaar, nog prima.

En behalve Eric Clapton, spelen bijvoorbeeld ook Jan Akkerman, Vince Gill, Mike Oldfield, Pierre Bensusan, Alex de Grassi, Peter Finger, Nick Harper, Don Ross, Richard Thompson, Paul Brady, Lee Rogers, en Foy Vance op Lowden Gitaren. 


De Strip: Dit deel van het Stripmannen-vervolgverhaal is weer gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. 

vrijdag 2 september 2011

Gevallen champagneglas



Vanochtend viel er een glas uit de kast. Ik opende het deurtje om een glaasje van de onderste plank te pakken. Van het balkon had ik wat takjes lavas geplukt, die ik vanavond in een omelet wil verwerken. Ik had ze onder de kraan afgespoeld en wilde ze zolang in het water zetten.

Maar toen ik de deur van het kastje opende viel er dus, van de middelste plank, een glas naar beneden. Het was een champagneglas, zo'n hoog model dat men ook wel flûte noemt.

We drinken maar zelden champagne, maar voor het geval er eens een fles in huis komt, door een feestelijke bezoeker meegenomen, of bij een bijzondere gelegenheid aangeschaft, dan zijn we voorbereid.

Het glas viel langs mijn verschrikte hoofd, op het houten werkblad en brak daar in drie stukken. Dat wil zeggen, het voetje brak er af, de steel in tweeën en het eigenlijke glas viel alleen verder. Het landde op de tegelvloer van de keuken en stuiterde daar wat rond, voor het tot stilstand kwam. Nog helemaal heel !

Een paar jaar geleden heb ik me eens lelijk gesneden aan een stuk glas dat onbeschermd in een vuilniszak zat. Ik had de zak in de tamelijk volle vuilcontainer gestopt en wilde hem wat aanduwen, voor ik de deksel weer dicht deed.

Aanvankelijk had ik niet eens door dat ik me gesneden had. Zo scherp kan glas zijn. Ik dacht eerst, wat is dat nou voor rood spul, daar op die vuilniszak. Het was mijn eigen bloed.

Als het op bloederige wonden aankomt ben ik geen held. Maar ik pakte mijn zakdoek, wond die om mijn vinger en ging terug naar boven. Daar ging ik toch nog bijna van mijn stokje.

Uiteindelijk heb ik aan die snee een gevoelloos plekje, op het topje van mijn linkerpink, overgehouden. Dat risico moeten we in het vervolg zien te vermijden. Dus viste ik vanochtend een leeg melkpak uit de vuilnisbak, knipte het open en deed daar de stukken glas in. Zo kunnen ze geen kwaad meer...

Op de foto: De wolkenlucht van vanochtend...