zondag 22 februari 2026

De Olympische droom


De Olympische winterspelen
zijn bijna afgelopen. Er zijn mensen die het allemaal maar niets vonden en er viel best wat af te dingen op de organisatie, maar toch heb ik er wel van genoten. Zoals verwacht vielen vooral de schaatswedstrijden in de smaak, maar ik had van te voren niet gedacht dat ze zo onderhoudend zouden zijn.

Bijna elk onderdeel van het langebaan-schaatsen was spannend. Er waren onverwachte winnaars, tragische verliezers, favorieten die de hoog gespannen verwachtingen inlosten en ook een paar die hun Olympische droom in duigen zagen vallen. Er ware piepjonge schaatsers die medailles wonnen en ook een paar veteranen die toch nog eens het podium haalden.

Een mooi voorbeeld was de 1500 meter, van de vrouwen, op vrijdag. De succesvolle Nederlandse sprintster Femke Kok zette als eerste een tijd neer. De commentatoren – en zo te zien ook zijzelf – vonden het een beetje tegenvallen, maar toch duurde het lang voor er een deelneemster sneller reed. Daarna volgden er meer.

Een Noorse en een Canadese, die na hun rit kansen hadden op een medaille, omarmden elkaar, op een bankje op het middenterrein, in hoop en vrees. De Japanse favoriete redde het vervolgens niet en de laatste Nederlandse op de baan, Antoinette Rijpma-de Jong, behaalde de overwinning.

Ze kon het aanvankelijk niet geloven, maar het was echt waar. In het interview, na de huldiging, werd aangehaald hoe ze als meisje op school gepest was, vanwege haar rode haar en dat ze nu toch maar mooi goud had gewonnen. Waarna ze zei dat daaruit bleek dat, als je in jezelf bleef geloven, alles mogelijk was.

Een mooie boodschap. Hard werken, in jezelf geloven, doorzetten en tegenslagen overwinnen en het succes ligt voor het grijpen. Het lijkt veel op de Amerikaanse droom. Van krantenjongen tot miljonair. Iedereen kan het, als je maar goed je best doet. Hele politieke bewegingen zijn op dat idee gebaseerd.

Helaas is het onzin. Dat mooie verhaal gaat alleen op voor de overwinnaar. Naast de drie medaillewinnaars waren er 26 verliezers. Die hadden ook allemaal hun uiterste best gedaan, alles opzij gezet en getraind tot ze niet meer konden. Ze waren de beste van hun land, ze werden aangemoedigd en gesteund, maar bleven met lege handen achter.

Dat zou eigenlijk de boodschap moeten zijn aan jonge sporters: Het zou kunnen dat je iets wint, maar de kans dat je verliest is veel groter. Er zijn altijd meer verliezers dan winnaars. Van alle Nederlandse sporters is er maar een handjevol dat medailles wint. De rest blijft anoniem en zonder succes achter. Hoe goed ze ook hun best deden.

Het is ook een raar idee dat het alleen af zou hangen van je inzet en doorzettingsvermogen. Het gaat ook om de omstandigheden waarin je opgroeit en om dat ongrijpbare element: talent. Natuurlijk hoor je dat ook in de commentaren. De winnaars zijn heel getalenteerd, wat er in feite op neerkomt dat ze de juiste erfelijke eigenschappen hebben meegekregen. Antoinette heeft niet alleen haar rode haar van haar ouders geërfd, maar ook schaatstalent. Haar jongere zusje is ook professioneel schaatster. Dezelfde genen, hè.

Met andere woorden: Je moet er aanleg voor hebben. En aanleg kun je niet aanleren, of door veel training verkrijgen. Met aanleg wordt je geboren. Of niet. En je moet een beetje geluk hebben. Dat er een paar tegenstanders wat minder presteren dan verwacht. Dat er niemand tegen je aan botst, dat je niet ziek wordt en dat soort dingen.

Of de Olympische droom uitkomt hangt dus niet alleen af van de juiste instelling, maar ook van geluk, de mogelijkheden krijgen en de goede sportieve genen erven. Olympische kampioenen zijn geen gewone mensen die alleen maar goed hun best hebben gedaan. Het zijn de uitzonderingen en hun succes is niet voor ons allemaal weggelegd.

Volgens Google deden er meer dan 3500 sporters mee aan deze Olympische spelen. Er waren 198 medailles te verdelen. Zelfs als er niemand meer dan 1 medaille zou winnen bleven er dus 3302 sporters over, die zonder medaille naar huis zouden moeten. Het uiteindelijke aantal ligt nog hoger, want er waren verschillende deelnemers die meermaals in de prijzen vielen.

Dus, hoe goed je ook je best doet, het oude Olympische motto gaat nog steeds op: deelnemen is belangrijker dan winnen. Want winnen, dat doen er niet veel. Wat dat betreft is sporten net zoals het leven in het algemeen. Voor de meeste van ons is een beetje leuk meedoen het hoogst haalbare en dat is ook prima.

  

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 - deel 10 en deel 11 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

zondag 15 februari 2026

Een tropische vakantie en een rijdende winkel


Na een paar weken
met sneeuw en vorst, gevolgd door dooi, mist en nattigheid, is het misschien niet vreemd dat ik droomde dat mijn vrouw en ik, van het ene op het andere moment, besloten om naar Curaçao te vliegen voor een weekje vakantie. Het is zeker 25 jaar geleden dat we voor het laatst in een vliegtuig zaten en naar de Antillen zijn we nooit geweest.

Daar zijn verschillende praktische redenen voor, maar als die er niet zouden zijn hoop ik dat we er ook vanaf zouden zien. We ergeren ons regelmatig aan de vliegtuigen en hun condensatiestrepen, boven ons hoofd. Vooral op mooie, zonnige dagen, als lieden, op weg naar warme landen, onze blauwe lucht verpesten. Er wordt veel te veel gevlogen, met kwalijke gevolgen voor de natuur, het klimaat en de omwonenden.

Maar goed, in mijn droom deden we het toch. Van de vliegreis zelf herinner ik me weinig. We waren al snel op onze tropische bestemming en ik besloot een eindje te gaan fietsen, terwijl mijn vrouw het appartement op orde bracht. Ik reed op een racefiets, over een zandpad.

In werkelijkheid is het ook al meer dan 25 jaar geleden dat ik nog eens op een racefiets zat. Ik had er een van het merk Peugeot, een zilvergrijze, waar ik een paar fijne fietsvakanties mee gedaan heb. Ik deed hem, toen fietsen door mijn verslechterende conditie niet meer ging, over aan een goede vriend. Die zette hem in Utrecht vast aan een lantaarnpaal om, een paar uur later, te ontdekken dat hij gestolen was.

Zou er nu nog steeds iemand tevreden rondrijden op mijn zilvergrijze, gestolen, Peugeot ? Ik vraag het me wel eens af. Hoe dan ook, in mijn droom hield ik halt bij een hoog hekwerk van metaalgaas. Daarachter was een uitgaansgelegenheid, waar een jonge vrouw wat aan het opruimen was. Ze riep me iets toe dat ik niet verstond, maar ik nam aan dat ze zich ergens over beklaagde.

Ik kon haar niet helpen, dus ik keerde mijn rijwiel en reed terug over het witte zandpad. Ik zag dat er sporen zichtbaar waren in het zand en ik herkende kattenpootjes. Wat verderop werd het pad donkerder van kleur. Ik zag andere fietsers voor me, die op hoge snelheid voortreden. Het verbaasde me dat ik ze vrij gemakkelijk kon volgen. Een keer moest ik scherp uitwijken, voor een vrouw met een kinderwagen, die me tegemoet kwam.

De weg werd smaller en voerde het hele fietserspeloton een gebouw in. Het plafond werd daar zo laag dat ik me moest bukken, maar ik reed door, zo goed en zo kwaad als dat ging. Ik verloor de andere fietsers uit het oog. De weg versmalde zich nog meer, tot ik een bocht om sloeg en me ineens in een woonkamer bevond. Ik was, met fiets en al, een lederen bankstel opgereden.

Iemand zei: 'Ja, hier kun je niet verder.' Dus ging ik maar naast mijn fiets zitten en haalde een pakje boterhammen tevoorschijn. Ik realiseerde me dat het zaterdag was en dat ik een verhaaltje moest schrijven voor de wekelijkse Stripmail. Wel een leuke afwisseling om dat eens te doen vanaf een tropisch eiland.

Ik werd wakker met gemengde gevoelens. Dat fietsen was best fijn geweest, maar het was afkeurenswaardig dat ik daarvoor helemaal naar Curaçao gevlogen was. In mijn volgende droom moet ik toch maar wat dichter bij huis blijven.


Een rijdende winkel

Een poosje later droomde ik dat mijn oude vriend J een rijdende winkel had. Ik had met hem afgesproken dat hij op een bepaalde tijd voor mijn huis zou staan en hij stond me al op de trap op te wachten toen ik naar buiten kwam. Ik gaf hem een van mijn boodschappentassen en hij ging naar beneden om daar mijn bestelling in te doen. Ik volgde hem met een andere tas, waar oud papier in zat. Die tas gaf ik, bij zijn wagen, aan het meisje dat hem hielp.

'Dat kost 70 cent', zei ze. Daar had ik niet op gerekend. Ik wist niet of ik wel los geld bij me had en zocht in mijn broekzak naar muntjes. Ik vond er een paar en betaalde haar met twee ouderwetse kwartjes en twee dubbeltjes.

Bij de winkel van J was het behoorlijk druk. Het leek meer op een rijdend winkelcentrum, want er was, naast het inleverpunt voor oud papier, ook een deel waar gefrituurde snacks verkocht werden en daar stond een rij klanten. Je kon er bovendien dagelijkse boodschappen halen en daar vulde J, op zijn gemak, mijn boodschappentas mee.

Het duurde allemaal erg lang en ik werd moe. Ik kreeg er bijna spijt van dat ik bij J mijn boodschappen besteld had. Maar ja, hij was wel een oude vriend. Zo werd ik wakker. Zonder boodschappen en 70 cent lichter. 

  

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 - deel 9 en deel 10 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

zondag 8 februari 2026

De Tuinvogeltelling, de Olympische Spelen en Paul McCartney

Vorig weekend vroeg ik me nog af of de Nationale Tuinvogeltelling wel genoeg aandacht kreeg. Ik had er weinig over gezien op TV en internet. Maar mijn zorgen waren overbodig, het was een recordtelling. Vogelbescherming schrijft dat er 136.903 tellers meededen en dat die 1.898.916 vogels geteld hebben.

En er is een nieuwe nummer 1, in de lijst van meestgetelde vogels: de koolmees. Dat was op ons balkon al jaren zo. De huismus, die tot nu toe altijd de lijst aanvoerde, zag ik maar zelden. Grappig genoeg kwamen er afgelopen jaar meer mussen op ons balkon, maar tijdens mijn eigen telling won de koolmees met 3 – 1.

Je kunt op de site van Vogelbescherming, naast de landelijke resultaten, ook zien hoe het in je provincie, dorp, of straat gesteld was. In de provincie won de koolmees, maar bij ons in het dorp en in de straat waren er meer huismussen. In de landelijke top 25 staat, op de 16e plaats, ook nog de halsbandparkiet (die we hier niet hebben), vlak boven de grote bonte specht (die we hier weer horen roffelen, maar die deze winter niet vaak op het balkon kwam).

Ondertussen bloeien er krokussen in het grasveld en hoorde ik vanochtend een pimpelmees roepen, bij het nieuwe nestkastje op het balkon. De lente zit alweer in de lucht.


De Olympische Winterspelen

Mijn vrouw klaagt dat haar favoriete TV-programma's worden verdrongen door de Olympische Winterspelen. Zelf vind ik dat niet zo heel erg. Veel van het gedoe in de sneeuw en op het ijs, interesseert me niet, maar er zijn ook best leuke wintersporten. Schaatsen, natuurlijk, maar ook bobsleeën en curling zijn best grappig. En eens in de 4 jaar naar een ijshockeywedstrijd kijken is ook best te doen.

De openingsceremonie hebben we grotendeels overgeslagen. Al dat vlagvertoon en geparadeer heeft weinig met sporten te maken. Maar we keken gisterenmiddag wel naar de 3000 meter schaatsen voor de vrouwen. De Nederlandse favorieten grepen naast de prijzen, maar daar stond een mooie winnares tegenover, de Italiaanse Francesca Lollobrigida. Ja, voor de ouderen onder ons, dat is het nichtje van Gina. Zoek die maar eens op, jongelui.


Paul McCartney

Ondertussen heb ik de dikke biografie, die Philip Norman schreef over Paul McCartney, uitgelezen. Tussendoor heb ik geprobeerd om de albums die de oude Beatle uitbracht, met zijn band Wings en solo, nog eens te beluisteren. Dat is nog niet helemaal gelukt, maar dat komt nog wel.

Norman had zich, vlak na het uit elkaar gaan van The Beatles, zeer kritisch uitgelaten over Paul. Maar de biografie die hij 45 jaar later schreef is veel milder van toon. Het scheelt ook dat de hoofdpersoon nog leeft. Veel andere biografieën eindigen in mineur, met het overlijden van de held van het verhaal. Maar hier kan het boek worden afgesloten met een vluchtige ontmoeting, met Paul, vlak voor een mooi live-optreden.

Er worden in het boek ook wel wat kritische noten gekraakt, maar overeind blijft dat McCartney een zeer getalenteerd en succesvol muzikant is. Wat ook duidelijk wordt is dat hij het best functioneert als hij andere muzikanten om zich heen heeft.

Bij The Beatles had hij het geluk dat er twee andere goede liedjesschrijvers in de band zaten. Vooral met John Lennon had hij een vruchtbare samenwerking. Ze vulden elkaar aan en corrigeerden elkaar. En ze kregen ruzie, al werd dat uiteindelijk ook weer bijgelegd.

In zijn sololoopbaan bleef Paul daarna zoeken naar een gelijkwaardige, muzikale partner. Hij was in staat om helemaal alleen een album vol te schrijven en te spelen. Maar de paar keer dat hij dat deed leverde het niet de beste muziek op.

Hij moet dat zelf ook beseft hebben want hij probeerde, met Wings, eenzelfde band op te richten als The Beatles. Later ging hij een samenwerking aan met Eric Stewart (van de band 10 CC) en daarna Elvis Costello. Met wisselend succes, maar daaruit blijkt wel dat hij muziek ziet als iets dat je met andere muzikanten maakt. Dat zal ook de drijfveer zijn achter zijn drang om live te blijven spelen.

The Beatles hadden het optreden voor publiek opgegeven. Het was teveel gedoe en hysterie van fans, ze trokken zich liever terug in de studio. Maar Paul ging, met Wings, meteen weer de podia op. Nog voor ze een behoorlijk repertoire hadden zelfs. Beatlesliedjes wilde hij niet spelen en de eigen hits waren er aanvankelijk nog nauwelijks.

Dat werd later wel anders en de Beatlesliedjes kwamen ook terug op het repertoire. Daarnaast schreef hij, samen met geschoolde componisten, een aantal werken voor klassiek orkest en koor. Hij probeerde ook films te maken, maar dat bleek niet zijn beste idee. Hij was wel heel succesvol als muziekuitgever en verwierf de rechten op de muziek van enkele van zijn jeugdhelden.

Uiteraard wordt ook zijn zeer gelukkige huwelijk, met Linda Eastman, beschreven en zijn rampzalige tweede huwelijk, met Heather Mills. Maar Paul overleefde ook dat en is nu weer gelukkig met zijn 3e vrouw, Nancy Shevell. Wie de opzienbarende details wil weten moet zelf het boek maar lezen.

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 - deel 8 en deel 9 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.  
 
 

 

zondag 1 februari 2026

Daar is ie weer: De Nationale Tuinvogeltelling


Het kan zijn
dat jullie het gemist hebben, want ik heb de indruk dat het evenement wat minder prominent in het nieuws was dan de voorgaande jaren. Misschien heb ik zelf ook minder goed opgelet, maar ik zag, bijvoorbeeld, geen mailtjes van Vogelbescherming, die anders de telling al weken van te voren aankondigden.

Ik heb ook geen berichten gezien in de TV-journaals en de krant. Maar dat kan aan mij gelegen hebben. Als ik 'tuinvogeltelling' invoer bij Google krijg ik wel vermeldingen bij de NOS en een aantal grotere en kleinere kranten. Maar gek genoeg, bij de veelgestelde vragen en zoeksuggesties, voornamelijk verwijzingen naar de telling van 2025.

Misschien is het grootste burger-science evenement, dit jaar, een beetje weggedrukt door de vorming van het nieuwe kabinet en de drukte rondom Donald Trump. (Zelf volgde ik de afgelopen week vooral de prestaties van die andere Trump, de sympathieke snookerspeler Judd.)

En er is concurrentie van andere tellingen. Er is tegenwoordig ook een vlindertelling, een bijentelling, een mollentelling, een vleermuizentelling, een winterbloementelling en waarschijnlijk vergeet ik er dan nog een paar. Maar daarom mogen we de Tuinvogeltelling, die al gehouden wordt sinds 2003 en de moeder is van alle tellingen, niet vergeten.

Want, om mezelf te citeren: 'Het Tuinvogeltellen is ook een soort demonstratie, we laten zien dat we nog niet helemaal de weg kwijt zijn. We laten ons het hoofd niet op hol brengen door politici, maatregelen en problemen. We houden oog voor de natuur en vogels om ons heen.'

Dus: ik doe dit jaar uiteraard weer mee, zoals ik dat al zolang doe als ik me herinneren kan. En omdat we geen tuin hebben, tel ik op het balkon. We hebben een echte Hollandse kwakkelwinter. Afgelopen donderdag lag er nog sneeuw, vrijdag hadden we regen en vanochtend vallen er ook wat druppels. Ik vroeg me dus af of er veel vogels zouden komen toen ik, vrijdagochtend, nieuw vogelvoer op het balkon legde.

Het is maar een klein balkonnetje, zoals de trouwe lezers weten, maar er is een voederhuisje waar ik strooivoer in leg, er hangt een pindasilo en een, zelfgemaakte, vogelpindakaashouder. Aan het raam hangt, met zuignappen, een bakje met zonnebloempitten en ik strooi ook wat vogelzaadjes op de balkonvloer.

Toen ik dat allemaal gedaan had ging ik eerst wat andere huiselijke bezigheden doen. Het eigenlijke tellen wilde ik uitstellen tot na het ontbijt. Maar vanuit mijn ooghoek zag ik dat het al behoorlijk druk was op het balkon. Dus noteerde ik toch maar wat er voorbij kwam: drie koolmezen, vier kauwtjes, een houtduif, een holenduif, een merel, een boomklever, een huismus en een pimpelmees.

Dat zijn acht verschillende vogelsoorten en dertien vogels. Zoveel heb ik er maar zelden geteld ! De volgende dag telde ik nog eens. Zeven soorten en twaalf individuen, de boomklever bleef deze keer weg. Tussendoor zag ik ook nog een ekster, een roodborst en een heggenmus op het balkon. Maar die kwamen buiten het, voor de telling vastgestelde, halve uur.

Er zijn jaren geweest dat ik maar vier of vijf vogels telde. Vorig jaar waren het er negen, het jaar daarvoor tien. Moeten we daar conclusies aan verbinden ? Gaat het steeds beter met de vogels op Soestdijk ? Of kunnen ze moeilijker voedsel vinden en komen ze daardoor op ons balkon ? Ik weet het niet.

Laat ik nog even kijken naar de landelijke resultaten tot nu toe. Er hebben, met nog een dag te gaan, bijna 50.000 mensen een telling ingeleverd. Er zijn bijna 750.000 vogels geteld en de koolmees gaat aan kop. Dat is een verrassing want meestal is de huismus de meestgetelde vogel. Verder verschillen de aantallen niet veel van de voorgaande jaren.

Wie nog mee wil doen: Het kan vandaag nog de hele dag. Tellingen kun je nog invoeren tot maandagmiddag 12:00 uur. Zie voor meer informatie de website van Vogelbescherming.

Wie de foto's wil zien, die ik tussen het tellen door maakte, moet naar Bluesky of Facebook. Mijn Twitteraccount heb ik opgezegd, toen die mafkees van een Musk het overnam en mijn Instagramaccount staat op non actief, als protest tegen Trump (Donald). 

 

 
De Strip is gemaakt door de Geheimzinnige Hulpman. Klik op het plaatje voor een grotere weergave.
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 - deel 6 - deel 7 en deel 8 van dit verhaal.  
 
Klik hier voor deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4 - deel 5 en deel 6 van het vorige stripverhaal.